Het driejarig stimuleringsproject Trillium is al een eind op streek.
In de zomer van 2001 moet duidelijk zijn welke vernieuwingen en kwaliteitsverbeteringen
de pleegzorg tegemoet kan zien. Leo Bisschops, voorzitter van de Landelijke
Stuurgroep Pleegzorg, coördineert deze derde grote stimuleringsperiode
voor de pleegzorg. MOBIEL, altijd benieuwd naar opvattingen achter
visies en plannen, ondervroeg hem over (nieuwe) posities van wrevelige
pleegouders, onwillige ouders en kinderen die niet gebaat zijn bij
'aantoddende situaties'.
Trillium heeft groot ingezet als het gaat om hoor en wederhoor van
het vernieuwingsproces. Maar is het dan toch niet gek dat tegelijkertijd
via de media pleegouders voortdurend het signaal afgeven van: 'wij
worden niet gehoord, het is niet goed, en wij zijn ontevreden'. Waar
loopt het spaak? "
Dat heeft aan de ene kant te maken met de manier waarop er in de
pleegzorg met pleegouders wordt omgegaan. Recht doen aan inzet en
motivatie van pleegouders blijft een kwetsbaar punt, maar het moet
beter kunnen.
Het wordt ook veroorzaakt door de huidige positie van pleegouders.
Die is sterk voor verbetering vatbaar. Trillium heeft die positie
in kaart gebracht en dan blijkt dat pleegouders nu een maximale verantwoordelijkheid
hebben, en minimale bevoegdheden. Dat is een onbalans, en heel lastig
werken voor pleegouders. Dat moet veranderen. Want als besloten is
dat pleegouders het kind opvoeden, dan moeten pleegouders ook bevoegdheden
hebben die liggen op het niveau van de feitelijke opvoedingsverantwoordelijkheid.
Daarvoor zijn onder meer wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek nodig,
en daar moet je gerust 5 jaar voor uit trekken Op de korte termijn
zijn er binnen de huidige wet- en regelgeving echter ook mogelijkheden
om iets met die duidelijkheid te doen. Bijvoorbeeld niet een OTS,
aan een OTS, aan een OTS plakken, maar een termijn durven afspreken.
Dat kan en mag."
Trillium werkt aan verbetering van de 'formele positie' van pleegouders.
Op welke manier maakt Trillium zich verder sterk voor pleegouders?
"We leveren in een redelijk tempo onderzoeksrapporten af met
daarin aanbeveiingen die de stuurgroep bij de bewindslieden zal aankaarten.
Maar eerst moeten de feiten op tafel. Er staat onder meer onderzoek*
uit naar het financieringssysteem van pleegouders, en de tientallen
wettelijke regelingen die daarop van toepassing zijn. De financiering
voor pleegouders moet ge~ndexeerd en aangepast worden aan de verschillende
mogelijkheden van pleegzorg die er tegenwoordig zijn. De pleegvergoeding
zoals we die nu kennen is ooit eens vastgesteld op basis van de gemiddelde
leeftijd van het pleegkind, maar die is tegenwoordig veel hoger Dat
klopt dus niet meer. Ook extra kosten als verzekering, bijzondere
kosten, studiefinanciering moeten er in worden meegenomen. Er is een
inventarisatie gemaakt van alle financiële regelingen die er
op dit moment zijn voor pleegouders. Dat is echt een janboel. Er zijn
geloof ik 15 regelingen die te maken hebben met de uitvoering van
de pleegzorg. In die jungle moet dus gesnoeid worden, het moet rechtvaardig,
overzichtelijk en helder zijn. Een voorbeeld: als je als pleegouders
van een gehandicapt pleegkind in een rolstoel een aanvraag doet -
via de Wet voorzieningen gehandicapten - voor een bijdrage voor speciale
vloerbedekking omdat het tapijt door de rolstoel sneller slijt, dan
wordt er gekeken naar het inkomen van de pleegouders! Je bent zo goed
geweest om een pleegkind op te nemen in je gezin, hebt daardoor extra
kosten en dan is het inkomen van de pleegouders bepalend of je die
bijdrage krijgt wel of niet krijgt. Dat kan dus echt niet! Dat maakt
pleegouders terecht woedend.
Verder wordt er onderzoek gedaan naar de positie van de eigen ouders,
en zijn we er op gebrand om de voorstellen in de nota 'Arbeid en pleegzorg
in de 21e eeuw'van de Nederlandse Gezinsraad, en de nota'Op weg naar
een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg', waar mogelijk voor de
pleegzorg te verzilveren.
De eerste oogst, het zorgverlof voor pleegouders, is inmiddels binnen.
Het kabinet heeff in haar besluit hierover ook de pleegzorg meegenomen."
Hoe lang duurt het voordat pleegouders merken dat er wat vernieuwd,
verbeterd is in de pleegzorg, en wat zullen ze dan precies merken?
"Wat mij betreff zitten er lagen in dat proces. Op korte termijn
moeten we de scheefgegroeide zaken in de financiering rechttrekken,
en het woud aan tegenstrijdige regelingen op orde brengen. Die onderzoeken
staan uit.
Staatssecretaris Vliegenthart heeft hier uitspraken over gedaan in
de laatste MOBIEL, en ik ken haar goed genoeg om te weten dat - als
uit de onderzoeken zaken komen die moeten veranderen - zij de consequenties
trekt.
Op de wat langere termijn zal de pleegzorg inhoudelijk veranderen.
Vraaggericht werken en differentiatie van het aanbod zijn in de pleegzorg
al in gang gezet. Die pleegzorgvarianten zullen meer en meer worden
ondersteund met hulpverleningsmogelijkheden en deskundigheid die elders
in de jeugdzorg zitten. Dat gebeurt nu al. Het SAC heeff bijvoorbeeld
als beleidslijn: we nemen geen jonge kinderen meer op in een internaat,
maar zetten hulp in de thuis- of familiesituatie in. Dat is een goede
ontwikkeling, want de pleegzorg hoeft niet zelf alle deskundigheid
in huis te hebben. De pleegzorg is altijd erg in zich zelf gekeerd
geweest, maar het is de kunst om deskundigheid die breed in de jeugdzorg
aanwezig is, goed te benutten in de pleegzorg."
In het pleegzorgproces moet de positie van het kind, van de pleegouders,
en ook van de ouders duidelijk zijn. Welke duidelijkheid biedt de
nieuwe visie op de pleegzorg (het visiedocument) aan ouders?
" Uitgangspunt van het visiedocument is: duidelijkheid scheppen
in de situatie, in het belang van het kind: ~niet blijven aantodden'.
Daarmee sluit het aan bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind
dat het belang van het kind voorop stelt. Dat uitgangspunt moet onze
hele wetgeving gaan doortrekken. Uit onderzoek onder pleegkinderen
blijkt dat zij zelf ook die behoefte aan duidelijkheid hebben. Dat
is een heel belangrijk signaal. Als in het traject - voorafgaand aan
de uithuisplaatsing - veel is ingezet, de inhoud van het traject helder
en duideiijk was voor de betrokkenen, en het komt toch tot een uithuisplaatsing,
dan zijn ouders veel meer genegen die beslissing te accepteren. Direct
daarna moet dan wel de vraag worden beantwoord: hoe blijft deze ouder
aan boord. Want als er niet actief wordt gewerkt aan de invulling
van die ouderlijke verantwoordelijkheid - niet de opvoedingsverantwoordelijkheid
- na de uithuisplaatsing, dan kunnen ouders hele grote stoorzenders
zijn in het vervolgtraject. Op dit moment verhinderen caseload of
onvoldoende inhoudelijke kennis van het proces van verliesverwerking
die invulling, en dat moet veranderen.
Betekent het dat de pleegzorg met een andere manier van werken
te maken krijgt in de toekomst?
" De werkwijze zal zeker veranderen in de toekomst. We zullen
veel meer naar oplossingen gaan zoeken binnen de directe sociale omgeving
van het kind, waarbij de sterke, positieve, krachten uit die directe
omgeving worden benut en ingezet. Dat begint al bij de bepaling van
het probleem. Je roept de eigen ouders of - breder - mensen die zich
betrokken voelen bij de situatie bij elkaar en vraagt: 'wat is hier
niet goed en wat zou je nodig hebben om het beter te laten lopen'.
Dan stellen zij de diagnose, geven de oplossingsrichting aan en de
professional bekijkt'wat kan ik met mijn kennis en vaardigheden doen
om die situatie te helpen herstellen in de richting die jullie willen'.
Daarmee wordt de rol van de professional anders. Die moet iets heel
anders in zijn tas hebben zitten dan nu nog vaak het geval is. Die
ontwikkeling in de pleegzorg past ook in de huidige maatschappelijke
ontwikkeling waarbij de overheid minder nadrukkelijk aanwezig is bij
het creëren en instandhouden van zorg en voorzieningen. Jarenlang
zag de overheid dat als haar taak, maar we zien dat het niet werkt,
en ook niet meer betaalbaar is. De overheid doet steeds meer een beroep
op de samenleving door te zeggen: 'samenleving hier gebeurt wat, hier
kunnen jullie wat aan doen~ en onze rol is voorwaarden scheppend'.
En de pleegzorg vervult in deze ontwikkeiing met bijvoorbeeld netwerkpleegzorg
een voorbeeldfunctie voor de hele jeugdzorg."
Er is nu een visiedocument, er zijn diverse onderzoeken, maar wie
is er op het hoogste bestuurlijke niveau bij als het over de verdeling
van de beschikbare 150 miljoen voor de jeugdzorg gaat. Wie trekt de
lobby voor de pleegzorg? De VVP's zitten niet op dat allerhoogste
nivo.
"De Landelijke Stuurgroep Pleegzorg heeft nog tot september
2001 de tijd om dit te doen, en wij overleggen met de SPN om die de
fakkel over te nemen. De pleegzorg krijgt dus een spreekbuis waarmee
het eigen geluid binnen de jeugdzorg steeds sterker wordt afgegeven.
Maar daar zit ook een gevaar van verkokering in~ want uiteindelijk
moet de pleegzorg zijn plek vinden binnen het geheel van de jeugdzorg,
niet apart. In de jeugdzorg vinden op dit moment hele grote veranderingen
plaats en de pleegzorg moet zijn liedje daar in meezingen. Ik doel
dan op de landelijke discussie over de verbeteringen van de structuur
van de jeugdzorg. Dat is een voornamelijk een beheersdiscussie. Maar
dat proces zuigt wel veel politieke aandacht en geld naar zich toe.
Ik denk dat we dat recht moeten trekken. Want vergeten wordt dat de
helft van de uithuisgeplaatste kinderen in een ander circuit zit,
de pleegzorg. In de pleegzorg wordt veel meer een inhoudelijke discussie
gevoerd. In ons overleg met de staatssecretaris wijzen we haar op
die discussie en ontwikkelingen in de pleegzorg zoals hulp laten aansluiten
bij het krachtenspel rondom het kindi De pleegzorg kan daar een goede
trekkracht in hebben voor de hele jeugdzorg. Maar dat heeft wel grote
gevolgen voor de structuren die we nu aan het beden:ken ziJn, en voor
de de professioneie opvattingen. "
Hoe hoopt u dat de pleegzorg er na Trillium uit ziet?
Dat is een pleegzorg die een motorfunctie heeft in de vernieuwing
van de jeugdzorg. Een zelfbewuste pleegzorg, met zelfbewuste pleegouders
die erkend worden voor de maatschappelijke taak die ze vervulien.
Want ze voorzien in een taak die ligt bij de overheid, maar die de
overheid niet kan uitvoeren zonder hun inzet. Dat betekent dat de
positie van pleegouders daaraan aangepast moet worden: de formele
positie, de vergoedingen, de opleiding, de toerusting, de loopbaanplanning
van pleegouders, kortom allemaal punten die in het NGR-rapport staan.
Het feit dat het kabinet besloten heeft zorgverlof ook voor pieegouders
te bestemmen past in die lijn, al is het is pas een eerste stap.
Deelprojecten van Trillium
- De visie op pleegzorg getoetst aan het wettelijk kader anno
1999. Gereed: 23 maart 2000
- Methodiekontwikkeling en differentiaties in de pleegzorg.
Gereed: eind 2000
- Ervaringen van ouders van pleegkinderen. Onderzoek is klaar.
- Begeleidingsinstrument plaatsingsperspectief pleegzorg. Gereed:
2001
- Financieringssysteem pleegzorg. Gereed: april 2000
- Effecten van wet- en regelgeving voor pleegouders en pleegkinderen.
Gereed: april 2000
- Basisboek netwerkpleegzorg. Gereed: mei 2026-03-21
Bron: PI-pleegzorginformatie, nr. 1 jrg. 2000
|