Mildred en Gustaaf zijn van Surinaamse afkomst. Ze rolden in de
pleegzorg via een netwerkplaatsing en raakten er steeds meer in geïnteresseerd.
Na het beëindigen van die eerste plaatsing bleven zij in bestand
van de pleegzorg staan, en sinds twee jaar woont Terry bij hen in
huis. Terry is uit Nederlands-Surinaamse ouders geboren. Zijn vader
heeft hij nooit gekend en zijn moeder gaf hem een Nederlandse opvoeding.
Terry voelt zich Surinaams en stond er dan ook op in een Surinaams
gezin geplaatst te worden. Kon dat niet geregeld worden dan weigerde
hij het opvanghuis te verlaten, aldus Terry.
Toen de voogdij-instelling op zoek was naar een perspectiefbiedend
gezin voor Terry werden Mildred en Gustaaf benaderd. Een half jaar
voorbereiding ging aan de plaatsing vooraf.
De plaatser ging ervan uit dat Mildred en Gustaaf bekend waren met
de Nederlandse cultuur, want Terry is een echt Nederlands opgevoed
kind.
Maar Terry is op zoek naar zijn 'roots', aldus zijn pleegmoeder. "Hij
heeft een lichtbruine huid en kroeshaar, en ziet er niet uit als een
witte Hollandse jongen, maar is wel echt Nederlands. Hij wil dolgraag
die de andere helft van hemzelf leren kennen." Bij Gustaaf en
Mildred kan dat. Thuis spreken ze Surinaams en Nederlands. Terry verstaat
geen Surinaams, maar hij houdt van de taal. Hij eet graag Surinaams,
maar lust ook Nederlandse kost, en hij geniet van de kleurrijke en
uitbundige verjaardagen van vrienden en familie van Mildred en Gustaaf.
Verkennen, aanpassen?
Mildred vindt kleur, cultuur of nationaliteit volstrekt onbelangrijk,
maar beseft wel dat zij grenzen heeft in haar aanpassingsvermogen.
Heel nuchter zegt ze daarover: "ik vind niet dat je jouw eigen
gewoontes moet veranderen. Dat geldt voor mijzelf, maar ook voor Nederlandse
gezinnen die een allochtoon kind opvangen. Want stel dat je meerdere
pleegkinderen in huis hebt van verschillende culturen. Hoe ga je hier
dan mee om? Kinderen in een opvanghuis moeten ook met elkaar samenleven".
Veel belangrijk vinden Gustaaf en zij de vraag: "Is datgene wat
wij te bieden hebben in belang van het pleegkind? Kunnen we de veiligheid,
warmte en aandacht bieden die dit kind nodig heeft?"
Mildred: "Daarvoor moet je vooraf zoveel mogelijk aan de weet
te komen van het kind zelf, het eigen gezin, en of je er wilt zijn
voor dit specifieke kind, inclusief zijn hele geschiedenis. Als wij
gevraagd zouden worden voor een Turks meisje dan zou ik mezelf diezelfde
vragen stellen. Als ik dan teveel overboord zou moeten gooien zou
ik van de plaatsing afzien Je moet altijd de afweging maken: vraag
ik niet te veel van mezelf? Ik wil dus zoveel mogelijk informatie
hebben van de plaatser."
En zij voegt daar nog aan toe: "Ook voor de ouders moet er duidelijkheid
zijn over de regels en de cultuur van het pleeggezin. Zijn daarover
afspraken gemaakt, dan moeten die door hen worden gerespecteerd. De
plaatser en de pleegzorgwerker spelen in die acceptatie een hele belangrijke
rol."
Allochtoon of autochtoon gezin?
"Er zijn zeker voordelen om als allochtoon pleegkind in een
allochtoon pleeggezin op te groeien. Maar een allochtoon kind kan
ook heel goed in een autochtoon gezin opgroeien," vindt Mildred.
"Alleen moet het autochtone pleeggezin dan wel eerst alle stereotiepe
beelden van die andere cultuur overboord gooien. Want er is geen Surinaams
gezin hetzelfde."
En dan helpt het om over die andere cultuur te lezen, je erin te verdiepen,
je ermee te verrijken. "Dan doen we ook met Terry, hij krijgt
het maandblad Sam Sam en ik haal uit de bibliotheek veel boeken over
andere culturen."
En Terry? Bij Mildred en Gustaaf noemt hij zich Nederlander en in
een Nederlandse omgeving noemt hij zich Surinamer." Maar belangrijker
is volgens Mildred: "Wie ben je als kind en waar sta je? Want
kleurling zijn is als een kleed wat je aan en uit doet, al naar gelang
het uitkomt. Als Terry 's avonds in bed ligt, is hij gewoon Terry,
een kind net als alle andere kinderen."