artikel uit Mobiel 2, april/mei 2000

Pleegouder is geen kameleon

thema: kleurrijke pleegzorg, 10 jaar later

Door: Marijke Cnossen
redacteur

Mildred en Gustaaf zijn van Surinaamse afkomst. Ze rolden in de pleegzorg via een netwerkplaatsing en raakten er steeds meer in geïnteresseerd. Na het beëindigen van die eerste plaatsing bleven zij in bestand van de pleegzorg staan, en sinds twee jaar woont Terry bij hen in huis. Terry is uit Nederlands-Surinaamse ouders geboren. Zijn vader heeft hij nooit gekend en zijn moeder gaf hem een Nederlandse opvoeding. Terry voelt zich Surinaams en stond er dan ook op in een Surinaams gezin geplaatst te worden. Kon dat niet geregeld worden dan weigerde hij het opvanghuis te verlaten, aldus Terry.

Toen de voogdij-instelling op zoek was naar een perspectiefbiedend gezin voor Terry werden Mildred en Gustaaf benaderd. Een half jaar voorbereiding ging aan de plaatsing vooraf.
De plaatser ging ervan uit dat Mildred en Gustaaf bekend waren met de Nederlandse cultuur, want Terry is een echt Nederlands opgevoed kind.
Maar Terry is op zoek naar zijn 'roots', aldus zijn pleegmoeder. "Hij heeft een lichtbruine huid en kroeshaar, en ziet er niet uit als een witte Hollandse jongen, maar is wel echt Nederlands. Hij wil dolgraag die de andere helft van hemzelf leren kennen." Bij Gustaaf en Mildred kan dat. Thuis spreken ze Surinaams en Nederlands. Terry verstaat geen Surinaams, maar hij houdt van de taal. Hij eet graag Surinaams, maar lust ook Nederlandse kost, en hij geniet van de kleurrijke en uitbundige verjaardagen van vrienden en familie van Mildred en Gustaaf.

Verkennen, aanpassen?

Mildred vindt kleur, cultuur of nationaliteit volstrekt onbelangrijk, maar beseft wel dat zij grenzen heeft in haar aanpassingsvermogen. Heel nuchter zegt ze daarover: "ik vind niet dat je jouw eigen gewoontes moet veranderen. Dat geldt voor mijzelf, maar ook voor Nederlandse gezinnen die een allochtoon kind opvangen. Want stel dat je meerdere pleegkinderen in huis hebt van verschillende culturen. Hoe ga je hier dan mee om? Kinderen in een opvanghuis moeten ook met elkaar samenleven".
Veel belangrijk vinden Gustaaf en zij de vraag: "Is datgene wat wij te bieden hebben in belang van het pleegkind? Kunnen we de veiligheid, warmte en aandacht bieden die dit kind nodig heeft?"
Mildred: "Daarvoor moet je vooraf zoveel mogelijk aan de weet te komen van het kind zelf, het eigen gezin, en of je er wilt zijn voor dit specifieke kind, inclusief zijn hele geschiedenis. Als wij gevraagd zouden worden voor een Turks meisje dan zou ik mezelf diezelfde vragen stellen. Als ik dan teveel overboord zou moeten gooien zou ik van de plaatsing afzien Je moet altijd de afweging maken: vraag ik niet te veel van mezelf? Ik wil dus zoveel mogelijk informatie hebben van de plaatser."
En zij voegt daar nog aan toe: "Ook voor de ouders moet er duidelijkheid zijn over de regels en de cultuur van het pleeggezin. Zijn daarover afspraken gemaakt, dan moeten die door hen worden gerespecteerd. De plaatser en de pleegzorgwerker spelen in die acceptatie een hele belangrijke rol."

Allochtoon of autochtoon gezin?

"Er zijn zeker voordelen om als allochtoon pleegkind in een allochtoon pleeggezin op te groeien. Maar een allochtoon kind kan ook heel goed in een autochtoon gezin opgroeien," vindt Mildred. "Alleen moet het autochtone pleeggezin dan wel eerst alle stereotiepe beelden van die andere cultuur overboord gooien. Want er is geen Surinaams gezin hetzelfde."
En dan helpt het om over die andere cultuur te lezen, je erin te verdiepen, je ermee te verrijken. "Dan doen we ook met Terry, hij krijgt het maandblad Sam Sam en ik haal uit de bibliotheek veel boeken over andere culturen."
En Terry? Bij Mildred en Gustaaf noemt hij zich Nederlander en in een Nederlandse omgeving noemt hij zich Surinamer." Maar belangrijker is volgens Mildred: "Wie ben je als kind en waar sta je? Want kleurling zijn is als een kleed wat je aan en uit doet, al naar gelang het uitkomt. Als Terry 's avonds in bed ligt, is hij gewoon Terry, een kind net als alle andere kinderen."