artikel uit Mobiel 2, april/mei 2000

Pleegzorg en moslims

thema: kleurrijke pleegzorg, 10 jaar later

Door: Hatice Kursun
free lance journalist en studente islamkunde Universiteit Leiden

Steeds meer moslimkinderen komen in de pleegzorg terecht. Wie echter een kijkje neemt in de bestanden van instellingen voor de pleegzorg, ontdekt dat islamitische pleeggezinnen op een hand zijn te tellen. Moslimkinderen worden daarom vaak opgevangen door niet-islamitische pleegouders. Om in deze situatie verandering te brengen zijn in Brabant en in Rotterdam wervingsprojecten opgezet die moslimpleeggezinnen moeten trekken. Het probleem blijkt niet te zitten in de bereidwilligheid van moslims, die is er wel degelijk, maar in de aansluiting van werving en voorlichting bij de leefwereld van een groot deel van de moslimbevolking in Nederland.

Het uitgangspunt van pleegzorg is dat op elk potje een dekseltje moet passen. Bij ieder pleegkind wordt het juiste pleeggezin gezocht. Een pleeggezin moet goed aansluiten bij de ontwikkeling en beleving van het kind. Daarin spelen cultuur en levensbeschouwing een wezenlijke rol. Het belang van moslimpleeggezinnen is dan ook groot. Dat instellingen voor pleegzorg slechts over enkele namen van islamitische pleegouders beschikken, is volgens dezelfde instellingen te wijten aan de ontoegankelijkheid van pleegzorg als hulpverlening voor moslims en de onbekendheid bij moslims met de in Nederland bestaande pleegzorg. Moslims kloppen niet snel aan bij hulpverlenende instanties, want familieproblemen worden binnen het gezin opgelost.
Drie jaar geleden zette de Voorzieningen voor Pleegzorg (VVP) Brabant, op verzoek van de stuurgroep Maatschappelijke Activering Moslims en in samenwerking met de provinciale steunfunctie Prisma Brabant, het project Pleegzorg Moslimkinderen op.
Het project is het eerste initiatief in Nederland dat actief moslimpleegouders probeert te werven. Bij instellingen voor pleegzorg doet jarenlang het verhaal de ronde dat moslims niet zijn geonteresseerd in pleegzorg. De kernvraag van het project was dan ook of moslimgezinnen zijn te benaderen als mogelijke pleeggezinnen.
Volgens projectcoördinatrice Omaima Korz-Noor laat Pleegzorg Moslimkinderen zien dat deze vraag volmondig met 'ja' kan worden beantwoord. "Bij aanvang van het project hoopten we vijftien moslimgezinnen te werven, maar het animo overtrof onze hoop. Vierentwintig gezinnen hebben interesse getoond. Daarmee is duidelijk geworden dat moslimouders wel degelijk zijn te motiveren en te activeren om zich als pleegouder in te zetten."

Begrijpelijke taal

Het succesvolle resultaat van Pleegzorg Moslimkinderen is volgens Korz te danken aan de speciale wervingscampagne van het project. Korz gooide het roer om en zette voorlichtingsbijeenkomsten op, expliciet gericht op moslims. De voorlichting vond plaats in de eigen taal (Turks en Marokkaans). Korz: "De doelgroep in de eigen taal voorlichten, betekent niet alleen dat ze begrijpelijke taal wordt aangeboden, maar ook dat ze begrijpelijk worden benaderd. De eigen taal raakt de mensen, want taal is emotie. Hierdoor kan er een vertrouwensklimaat van de grond komen."
Korz paste ook het taalgebruik van de voorlichting aan. "De werving was gericht aan mensen die vaak niet hoog zijn opgeleid. Het taalgebruik hebben we op de doelgroep afgestemd. Vakjargon en woorden met meerdere betekenissen zijn vermeden en de zinnen hebben we kort en duidelijk gehouden. Ook hebben we veel gebruik gemaakt van audiovisuele middelen. Videofragmenten maar ook plaatjes en tekeningen die de mondelinge voorlichting ondersteunen, maken een abstract verhaal begrijpelijk en concreet."
Een andere succesfactor voor het onverwacht groot aantal aspirant-moslimpleeg-ouders dat door het project is geworven, is volgens de projectcoördinatrice de inbedding van de werving in instellingen van moslims. De voorlichtingsbijeenkomsten vonden plaats op plekken waar moslims samenkomen: Turkse en Marokkaanse buurthuizen en vrouwenverenigingen, moskee‘n en islamitische scholen. Hier kennen de mensen elkaar en de belangstelling van de een motiveert de ander.
Belangrijk is volgens Korz ook het morele appel dat op de doelgroep is gedaan op de voorlichtingsbijeenkomsten. Geprobeerd werd de mensen vanuit de religieuze inspiratie te motiveren voor pleegzorg. Korz: "De islam biedt een hoog beschaafde ethiek waarin een belangrijke plaats is gegeven aan pleeg- en weeskinderen. De profeet Mohammed was zelf ook een pleegkind. Voordat hij geboren werd is zijn vader gestorven en toen hij zes was overleed zijn moeder. Zijn opvoeding is toen overgenomen door zijn opa en oom. In de Koran staan vele verzen die moslims motiveren om zich over een pleegkind te ontfermen. Op de bijeenkomsten haalde ik die verzen aan en sommigen raakten zo onder de indruk dat er tranen over hun wangen rolden."

Grotere toegankelijkheid

Pleegzorg Moslimkinderen heeft bewezen dat moslims graag bereid zijn de verantwoordelijkheid als pleegouder te nemen. Daarmee is het eerste doel van het project bereikt: uitbreiden van het draagvlak van moslimgezinnen. De vraag is nu hoe deze gezinnen moeten worden voorbereid op het pleegouderschap: is de gebruikelijke werkwijze voor hen voldoende of moet die worden aangepast of moet er zelfs een nieuwe methode worden ontwikkeld? Oftewel: hoe kan de toegankelijkheid van de Voorzieningen voor Pleegzorg worden vergroot?
De '7-STAP' methode is in Nederland de meest gebruikte methode om gezinnen voor te bereiden op de zorg voor een pleegkind. Voor moslimouders uit de tweede generatie die in Nederland een opleiding hebben genoten, levert de cursus volgens Korz weinig problemen op, maar voor de laag opgeleide moslims, waar de helft van de moslimgezinnen die zich in het kader van het project hebben aangemeld onder vallen, wel.
Korz: "Het huidige programma sluit niet voldoende aan bij de belevingswereld van sommige moslims. Zij zijn niet bekend met werkvormen als het rollenspel. In Turkije en Marokko ontvang je informatie zonder het te beleven. Tijdens het rollenspel weigerden sommigen dan ook om mee te spelen of kregen voortdurend de slappe lach. Ook het bespreken van themaÕs als seksualiteit en het eigen handelen in gemengde, man-vrouw, groepen ligt nogal gevoelig."
De aspirant-pleeggezinnen die niet direct in kunnen stromen bij een STAP-programma, moet volgens Korz een voortraject worden aangeboden van een aantal bijeenkomsten waar informatie over opvoedingsstijlen in de eigen cultuur en in Nederland, jeugdzorg en jeugdhulpverlening in relatie tot pleegzorg en de rechten van het kind vergeleken met de visie uit de eigen cultuur, wordt gegeven.
Het vergroten van de toegankelijkheid van de pleegzorg voor moslims vereist volgens Korz ook een proces van interculturalisatie: de Voorzieningen voor Pleegzorg dienen moslimhulpverleners aan te stellen. Korz: "De Voorzieningen zijn nog te vaak een bounty-instelling: wit van binnen, donker van buiten. Het mag niet zo zijn dat de cli‘nten allochtoon en de werkers autochtoon zijn. Een moslimhulpverlener is een verrijking voor de voorzieningen zelf, maar ook voor de doelgroep."
In mei a.s. buigt een implementatiegroep van de vier VVP's in Brabant zich over de vraag hoe de conclusies van het project met een concreet plan van aanpak in te bedden in de instellingen voor pleegzorg. Het project heeft een belangrijke motorfunctie gehad bij het werven en opleiden van moslimpleegouders, maar is dus nog niet toegekomen aan de fases van plaatsing en begeleiding.

Rotterdam

Twee jaar geleden zag ook het Centrum voor Pleegzorg Rotterdam (CvPR) het belang van moslimpleegouders in. De instelling wilde niet voor, maar met moslims denken en nam de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (Spior) in de arm. Samen zetten ze een project voor moslims op en het Centrum besloot de voorlichting uit handen te geven aan de Spior. Een wijs besluit meent projectleidster Annemiek van der Wel van CvPR: "Spior is een overkoepelende organisatie van bijna alle moskee‘n en islamitische organisaties in Rijnmond. Deze stichting heeft dus directe ingang tot een enorm islamitisch publiek in Rotterdam. Dat hadden we zelf niet bereikt."
Volgens Van der Wel fungeert Spior ook als spreekbuis van de moslimgemeenschap in Rotterdam. Met Spior heeft het CvPR het bestaande voorlichtingsmateriaal onder de loep genomen. Veel van het materiaal bleek ongeschikt te zijn voor een islamitische doelgroep. Van der Wel: "Wij gebruiken een videofilm als voorbeeld van een kind dat in de pleegzorg terecht komt. In die film wordt iets verteld over de achtergrond van dit kind waaronder het feit dat zijn moeder diverse partners heeft. Spior heeft ons erop gewezen dat moslims zich hier niet in herkennen, want moslimvrouwen kunnen geen meerdere partners hebben."
Van der Wel wijst ook op het belang van het islamitische referentiekader waar de instanties voor pleegzorg volgens haar onvoldoende kennis over hebben. Zij meent dat instellingen vaak te conservatief over moslims denken.
Ook het project in Rotterdam is nog niet toegekomen aan de werkelijke plaatsing van islamitische pleegkinderen. Het project heeft tot nu toe negen aspirant-moslimpleeggezinnen geworven.
De afgelopen tien jaar zijn door Nederlandse instellingen voor pleegzorg vele initiatieven genomen om moslim-pleeg-ouders aan te trekken, maar niet een is erin geslaagd een islamitisch gezin uit te nodigen te solliciteren naar het pleegouderschap. De projecten in Brabant en Rotterdam hebben 33 aspirant-moslimpleeggezinnen opgeleverd en daarmee is duidelijk dat hier het probleem niet ligt: moslims zijn wel degelijk bereid de handen uit de mouwen steken. De zwakke schakel moesten de Brabantse en Rotterdamse instanties voor pleegzorg ergens anders zoeken en de zoektocht eindigde bij de inhoud en aanpak van de werving; een te Nederlands ingevulde werving sluit nu eenmaal niet aan bij het referentiekader van moslims.