Steeds meer moslimkinderen komen in de pleegzorg terecht. Wie echter
een kijkje neemt in de bestanden van instellingen voor de pleegzorg,
ontdekt dat islamitische pleeggezinnen op een hand zijn te tellen.
Moslimkinderen worden daarom vaak opgevangen door niet-islamitische
pleegouders. Om in deze situatie verandering te brengen zijn in Brabant
en in Rotterdam wervingsprojecten opgezet die moslimpleeggezinnen
moeten trekken. Het probleem blijkt niet te zitten in de bereidwilligheid
van moslims, die is er wel degelijk, maar in de aansluiting van werving
en voorlichting bij de leefwereld van een groot deel van de moslimbevolking
in Nederland.
Het uitgangspunt van pleegzorg is dat op elk potje een dekseltje
moet passen. Bij ieder pleegkind wordt het juiste pleeggezin gezocht.
Een pleeggezin moet goed aansluiten bij de ontwikkeling en beleving
van het kind. Daarin spelen cultuur en levensbeschouwing een wezenlijke
rol. Het belang van moslimpleeggezinnen is dan ook groot. Dat instellingen
voor pleegzorg slechts over enkele namen van islamitische pleegouders
beschikken, is volgens dezelfde instellingen te wijten aan de ontoegankelijkheid
van pleegzorg als hulpverlening voor moslims en de onbekendheid bij
moslims met de in Nederland bestaande pleegzorg. Moslims kloppen niet
snel aan bij hulpverlenende instanties, want familieproblemen worden
binnen het gezin opgelost.
Drie jaar geleden zette de Voorzieningen voor Pleegzorg (VVP) Brabant,
op verzoek van de stuurgroep Maatschappelijke Activering Moslims en
in samenwerking met de provinciale steunfunctie Prisma Brabant, het
project Pleegzorg Moslimkinderen op.
Het project is het eerste initiatief in Nederland dat actief moslimpleegouders
probeert te werven. Bij instellingen voor pleegzorg doet jarenlang
het verhaal de ronde dat moslims niet zijn geonteresseerd in pleegzorg.
De kernvraag van het project was dan ook of moslimgezinnen zijn te
benaderen als mogelijke pleeggezinnen.
Volgens projectcoördinatrice Omaima Korz-Noor laat Pleegzorg
Moslimkinderen zien dat deze vraag volmondig met 'ja' kan worden beantwoord.
"Bij aanvang van het project hoopten we vijftien moslimgezinnen
te werven, maar het animo overtrof onze hoop. Vierentwintig gezinnen
hebben interesse getoond. Daarmee is duidelijk geworden dat moslimouders
wel degelijk zijn te motiveren en te activeren om zich als pleegouder
in te zetten."
Begrijpelijke taal
Het succesvolle resultaat van Pleegzorg Moslimkinderen is volgens
Korz te danken aan de speciale wervingscampagne van het project. Korz
gooide het roer om en zette voorlichtingsbijeenkomsten op, expliciet
gericht op moslims. De voorlichting vond plaats in de eigen taal (Turks
en Marokkaans). Korz: "De doelgroep in de eigen taal voorlichten,
betekent niet alleen dat ze begrijpelijke taal wordt aangeboden, maar
ook dat ze begrijpelijk worden benaderd. De eigen taal raakt de mensen,
want taal is emotie. Hierdoor kan er een vertrouwensklimaat van de
grond komen."
Korz paste ook het taalgebruik van de voorlichting aan. "De werving
was gericht aan mensen die vaak niet hoog zijn opgeleid. Het taalgebruik
hebben we op de doelgroep afgestemd. Vakjargon en woorden met meerdere
betekenissen zijn vermeden en de zinnen hebben we kort en duidelijk
gehouden. Ook hebben we veel gebruik gemaakt van audiovisuele middelen.
Videofragmenten maar ook plaatjes en tekeningen die de mondelinge
voorlichting ondersteunen, maken een abstract verhaal begrijpelijk
en concreet."
Een andere succesfactor voor het onverwacht groot aantal aspirant-moslimpleeg-ouders
dat door het project is geworven, is volgens de projectcoördinatrice
de inbedding van de werving in instellingen van moslims. De voorlichtingsbijeenkomsten
vonden plaats op plekken waar moslims samenkomen: Turkse en Marokkaanse
buurthuizen en vrouwenverenigingen, moskee‘n en islamitische
scholen. Hier kennen de mensen elkaar en de belangstelling van de
een motiveert de ander.
Belangrijk is volgens Korz ook het morele appel dat op de doelgroep
is gedaan op de voorlichtingsbijeenkomsten. Geprobeerd werd de mensen
vanuit de religieuze inspiratie te motiveren voor pleegzorg. Korz:
"De islam biedt een hoog beschaafde ethiek waarin een belangrijke
plaats is gegeven aan pleeg- en weeskinderen. De profeet Mohammed
was zelf ook een pleegkind. Voordat hij geboren werd is zijn vader
gestorven en toen hij zes was overleed zijn moeder. Zijn opvoeding
is toen overgenomen door zijn opa en oom. In de Koran staan vele verzen
die moslims motiveren om zich over een pleegkind te ontfermen. Op
de bijeenkomsten haalde ik die verzen aan en sommigen raakten zo onder
de indruk dat er tranen over hun wangen rolden."
Grotere toegankelijkheid
Pleegzorg Moslimkinderen heeft bewezen dat moslims graag bereid zijn
de verantwoordelijkheid als pleegouder te nemen. Daarmee is het eerste
doel van het project bereikt: uitbreiden van het draagvlak van moslimgezinnen.
De vraag is nu hoe deze gezinnen moeten worden voorbereid op het pleegouderschap:
is de gebruikelijke werkwijze voor hen voldoende of moet die worden
aangepast of moet er zelfs een nieuwe methode worden ontwikkeld? Oftewel:
hoe kan de toegankelijkheid van de Voorzieningen voor Pleegzorg worden
vergroot?
De '7-STAP' methode is in Nederland de meest gebruikte methode om
gezinnen voor te bereiden op de zorg voor een pleegkind. Voor moslimouders
uit de tweede generatie die in Nederland een opleiding hebben genoten,
levert de cursus volgens Korz weinig problemen op, maar voor de laag
opgeleide moslims, waar de helft van de moslimgezinnen die zich in
het kader van het project hebben aangemeld onder vallen, wel.
Korz: "Het huidige programma sluit niet voldoende aan bij de
belevingswereld van sommige moslims. Zij zijn niet bekend met werkvormen
als het rollenspel. In Turkije en Marokko ontvang je informatie zonder
het te beleven. Tijdens het rollenspel weigerden sommigen dan ook
om mee te spelen of kregen voortdurend de slappe lach. Ook het bespreken
van themaÕs als seksualiteit en het eigen handelen in gemengde,
man-vrouw, groepen ligt nogal gevoelig."
De aspirant-pleeggezinnen die niet direct in kunnen stromen bij een
STAP-programma, moet volgens Korz een voortraject worden aangeboden
van een aantal bijeenkomsten waar informatie over opvoedingsstijlen
in de eigen cultuur en in Nederland, jeugdzorg en jeugdhulpverlening
in relatie tot pleegzorg en de rechten van het kind vergeleken met
de visie uit de eigen cultuur, wordt gegeven.
Het vergroten van de toegankelijkheid van de pleegzorg voor moslims
vereist volgens Korz ook een proces van interculturalisatie: de Voorzieningen
voor Pleegzorg dienen moslimhulpverleners aan te stellen. Korz: "De
Voorzieningen zijn nog te vaak een bounty-instelling: wit van binnen,
donker van buiten. Het mag niet zo zijn dat de cli‘nten allochtoon
en de werkers autochtoon zijn. Een moslimhulpverlener is een verrijking
voor de voorzieningen zelf, maar ook voor de doelgroep."
In mei a.s. buigt een implementatiegroep van de vier VVP's in Brabant
zich over de vraag hoe de conclusies van het project met een concreet
plan van aanpak in te bedden in de instellingen voor pleegzorg. Het
project heeft een belangrijke motorfunctie gehad bij het werven en
opleiden van moslimpleegouders, maar is dus nog niet toegekomen aan
de fases van plaatsing en begeleiding.
Rotterdam
Twee jaar geleden zag ook het Centrum voor Pleegzorg Rotterdam (CvPR)
het belang van moslimpleegouders in. De instelling wilde niet voor,
maar met moslims denken en nam de Stichting Platform Islamitische
Organisaties Rijnmond (Spior) in de arm. Samen zetten ze een project
voor moslims op en het Centrum besloot de voorlichting uit handen
te geven aan de Spior. Een wijs besluit meent projectleidster Annemiek
van der Wel van CvPR: "Spior is een overkoepelende organisatie
van bijna alle moskee‘n en islamitische organisaties in Rijnmond.
Deze stichting heeft dus directe ingang tot een enorm islamitisch
publiek in Rotterdam. Dat hadden we zelf niet bereikt."
Volgens Van der Wel fungeert Spior ook als spreekbuis van de moslimgemeenschap
in Rotterdam. Met Spior heeft het CvPR het bestaande voorlichtingsmateriaal
onder de loep genomen. Veel van het materiaal bleek ongeschikt te
zijn voor een islamitische doelgroep. Van der Wel: "Wij gebruiken
een videofilm als voorbeeld van een kind dat in de pleegzorg terecht
komt. In die film wordt iets verteld over de achtergrond van dit kind
waaronder het feit dat zijn moeder diverse partners heeft. Spior heeft
ons erop gewezen dat moslims zich hier niet in herkennen, want moslimvrouwen
kunnen geen meerdere partners hebben."
Van der Wel wijst ook op het belang van het islamitische referentiekader
waar de instanties voor pleegzorg volgens haar onvoldoende kennis
over hebben. Zij meent dat instellingen vaak te conservatief over
moslims denken.
Ook het project in Rotterdam is nog niet toegekomen aan de werkelijke
plaatsing van islamitische pleegkinderen. Het project heeft tot nu
toe negen aspirant-moslimpleeggezinnen geworven.
De afgelopen tien jaar zijn door Nederlandse instellingen voor pleegzorg
vele initiatieven genomen om moslim-pleeg-ouders aan te trekken, maar
niet een is erin geslaagd een islamitisch gezin uit te nodigen te
solliciteren naar het pleegouderschap. De projecten in Brabant en
Rotterdam hebben 33 aspirant-moslimpleeggezinnen opgeleverd en daarmee
is duidelijk dat hier het probleem niet ligt: moslims zijn wel degelijk
bereid de handen uit de mouwen steken. De zwakke schakel moesten de
Brabantse en Rotterdamse instanties voor pleegzorg ergens anders zoeken
en de zoektocht eindigde bij de inhoud en aanpak van de werving; een
te Nederlands ingevulde werving sluit nu eenmaal niet aan bij het
referentiekader van moslims.