De familie de Vree heeft een meer dan gemiddelde belangstelling
voor de Arabische cultuur. Ze lezen erover, kijken regelmatig naar
een televisie programma over Turkije of Marokko, en ook aan tafel
komt het onderwerp nogal eens ter sprake. Toch krijgen hun allochtone
pleegkinderen een Hollandse opvoeding. "Onze pleegkinderen groeien
nou eenmaal op in een Nederlandse maatschappij," zeggen Ante en Jan
de Vree, "en wij brengen ze onze waarden en normen bij. Wij denken
dat we hen daar het meeste mee helpen." Een vraaggesprek over de grenzen
van verschillende leefwerelden, en hoe pleegouders daar hun weg in
proberen te vinden.
Toen Ante en Jan de Vree zich tien jaar geleden voorbereidden op
het pleegouderschap is de mogelijkheid van plaatsing van allochtone
kinderen wel aan de orde geweest. "Niet heel erg nadrukkelijk,
maar het kwam in ieder geval ter sprake", herinneren zij zich.
Toentertijd hadden zij daarover al wel enige gedachten gevormd en
hun opvatting is sindsdien niet veranderd: "ieder kind is bij
ons welkom, afkomst maakt niet uit, maar het kind groeit wel op in
een Nederlands gezin, met een Nederlands broertje en zusje."
De Afrikaans/Nederlandse Leila deed haar intrede in het gezin. Leila
bleef maar kort: na een jaar kon zij weer bij haar moeder gaan wonen.
Daarna kwam Orhan, rechtstreeks vanuit de rechtbank. Zijn Marok-kaanse
ouders bleven vol onbegrip achter in de rechtszaal nadat de rechter
de OTS had uitgesproken. Orhan woont nu al zo'n zes jaar in het pleeggezin.
We gaan terug naar het begin: werden jullie ook voorbereid op een
eventuele plaatsing van allochtone kinderen in jullie gezin?
Ante: "Dat is al zo lang geleden, ik weet het niet precies meer.
Ik herinner me alleen dat we aan de hand van verschillende stappen
tijdens de voorbereidingscursus keuzes maakten voor welke vorm van
pleegzorg wij het meest geschikt waren, welk type kind, en welke leeftijd
het beste binnen ons gezin zou passen. Wat ons betreft was ieder kind
welkom in ons gezin."
Betekende de komst van Orhan wel een specifieke voorbereiding, werden
jullie geonformeerd over zijn culturele achtergrond?
Ante: "Nee, wij hebben eigenlijk nooit veel informatie gekregen.
In het begin niet, en later ook niet. Wij wisten alleen dat Orhan
een verwaarloosd apatisch kindje van bijna twee was, afkomstig uit
een Marokkaanse familie waarvan toen alle kinderen uit huis geplaatst
waren. Zijn ouders waren _ en zijn nog steeds _ analfabeet. Dat was
zo'n beetje het enige wat wij wisten."
Het was wel gelijk duidelijk dat Orhan's ouders het absoluut oneens
waren met de OTS-uitspraak van de rechter. De eerste tijd mochten
de ouders niet weten waar Orhan woonde. Ouderbezoek vond toen plaats
op neutraal terrein, om de heftige emoties van de ouders in banen
te leiden."
Hoe verliep de plaatsing toen verder?
"Na de eerste periode van heftig verzet van de ouders kwam er
wat rust in de situatie. Dat duurde een jaar of drie. Jan: "We
hadden een goede gezinsvoogd en waren erin geslaagd een redelijke
verstandhouding met Orhan's ouders op te bouwen, binnen ieders mogelijkheden
wel te verstaan. Want als je elkaars taal niet verstaat en begrijpt,
verloopt de communicatie uiterst moeizaam. Maar naar ons idee was
iedereen 'tevreden'."
De komst van een andere gezinsvoogd bracht daar verandering in. Volkomen
onverwacht hadden de ouders wijziging van de gezinsvoogdij aangevraagd
en die werd toegewezen door de kinderrechter.
Deze nieuwe gezinsvoogd was van Marokkaanse afkomst. Voor de pleegouders
was dat geen probleem, integendeel: "Wij hadden het gevoel: dat
kan alleen maar positief zijn." Maar het liep anders. Binnen
een week was Orhan's behandelplan totaal gewijzigd, en de uitkomst
daarvan was dat er op korte termijn aan terugplaatsing gewerkt moest
worden. "Orhan vervreemdt teveel van zijn cultuur en moet zo
snel mogelijk terug naar zijn ouders. Zijn ouders kunnen de opvoeding
zonder problemen weer op zich nemen", zo luidde de conclusie.
"Daar stonden wij," weet Jan nog, "met ontzettend veel
vragen en met de belangrijkste vraag: kan Orhan een terugplaatsing
aan? Hij was al zo lang bij ons, sprak nauwelijks Marokkaans, had
hechtingsproblemen en nog een heleboel andere problemen."
De goede verstandhouding was grondig verstoord, en er brak een periode
aan van 'een gevecht om een kind' dat _ opnieuw _ eindigde voor de
rechtbank.
Wat vonden jullie van het argument dat Orhan zou vervreemden van
zijn eigen cultuur?
Ante en Jan zijn hierover duidelijk: "Wij zijn een Hollands
gezin en wij voeden hem inderdaad op als een Hollands kind. Wij hebben
twee eigen kinderen en vinden niet dat het hele gezin zich aan Orhan's
achtergrond moet aanpassen . Orhan gaat gewoon mee in het gezin: hij
eet varkensvlees, bidt een weesgegroetje, viert Kerstfeest en Sinterklaas.
Dat wil niet zeggen dat we geen aandacht besteden aan Orhans herkomst.
Als de situatie zich voordoet krijgt het aandacht; Orhan volgt bijvoorbeeld
Arabische lessen op school. Maar op dit moment heeft het geen prioriteit.
Misschien ook wel omdat Orhan zelf nu nog weinig geboeid is door zijn
Arabische achtergrond. Hij worstelt nog niet met zijn identiteit.
Maar als hij later vragen gaat stellen zullen wij daar zeker op ingaan
en hem over zijn eigen cultuur proberen te vertellen. We laten dat
gewoon maar op ons afkomen."
Is het anders om voor een alloch-toon pleegkind te zorgen?
"Dat weet ik eigenlijk niet", zegt Ante, "want wij
hebben alleen maar allochtone pleegkinderen gehad. Je krijgt wel reacties
als: 'hee, zeker een adoptiekindje?', en het is ook voorgekomen dat
ik een foto van onze drie kinderen liet zien en er gevraagd werd:
'waar is de derde?'. Maar het opvoeden is niet anders dan bij onze
eigen kinderen."
Het belangrijkste verschil zit volgens Ante en Jan in de relatie met
de ouders en de normen en waarden die de ouders hun kinderen graag
bijgebracht willen hebben.
Veel Marokkaanse mensen hebben grote moeite met de Nederlandse manier
van opvoeden. Ante: "Onze ervaring is dat de ouders geen begrip
kunnen opbrengen voor onze manier van opvoeden. Het is voor hen eigenlijk
onaanvaardbaar dat hun kinderen in een Nederlands gezin terechtkomen.
Ze worden er door de eigen gemeenschap ook op aangekeken."
Waar mogelijk proberen de pleegouders rekening te houden met de andere
opvattingen en gewoonten van Orhan's familie.
Gezondheid, ziekte, eten en drinken, dat zijn belangrijke dingen weten
ze. "Orhan gezond? Orhan niet ziek?", luidt ook steevast
de openingszin van het wekelijkse telefoongesprek met zijn ouders.
Hij gaat met nette kleren op ouderbezoek omdat zijn ouders dat op
prijs stellen. Niet in tuinbroek, maar als een kleine volwassene gaat
hij er samen met Jan naar toe. Ooit ging Ante in haar eentje mee,
maar daar voelde de hele familie zich ongemakkelijk bij. "Dat
doen we dus niet meer," zeggen Ante en Jan.
Wat is het grootste struikelblok in de onderlinge relaties geweest
volgens jullie?
Niet een, maar een aantal flinke struikelblokken zijn Ante en Jan
de Vree de afgelopen jaren tegengekomen. Ante somt ze op: "het
taalprobleem, de slechte begeleiding van de ouders, en misschien heeft
de gemeenschappelijke culturele achtergrond van ouders en gezinsvoogd
in ons geval eerder een probleem gecre‘erd, dan dat het bij heeft
gedragen aan een beter wederzijds begrip. Beiden behoren tot dezelfde
geloofsgemeenschap, kwamen elkaar daar ook tegen. Wij denken dat de
gezinsvoogd zich tussen twee vuren heeft voelen staan juist vanwege
die gemeenschappelijke achtergrond. De onafhankelijkheid kwam in het
geding."
Een groter probleem ligt volgens de pleegouders in "het onvermogen
om te kunnen communiceren met Orhan's ouders, de onmogelijkheid om
_ door de taalbarrière _ een gewoon gesprek aan te gaan. We
zijn er daardoor niet in geslaagd hun grote wantrouwen weg te nemen."
"Wij hebben eindeloos om een tolk gevraagd," zegt Ante,
"maar daar was nooit geld voor. Zelfs niet toen we opnieuw met
elkaar voor de rechter stonden. Dat is toch onvoorstelbaar, want het
had in onze situatie enorm veel misverstanden kunnen voorkomen. Bij
toeval kwam er een keer een tante mee op ouderbezoek en zij fungeerde
toen als tolk. Dat was voor iedereen een verademing."
En misschien was alles anders gelopen als de ouders van Orhan beter
waren begeleid. "Zijn ouders hebben zich nooit neer kunnen leggen
bij de uithuisplaatsing van hun kind. En het belang van Orhan is hier
lange tijd aan ondergeschikt geweest," vindt Ante. "Orhan's
ouders moeten goed uitgelegd krijgen waar hun betekenis ligt voor
hem. Als ze begrijpen dat ook wij handelen in zijn belang en dat we
een aantal dingen gezamenlijk kunnen doen, is de situatie voor hen
misschien gemakkelijker te accepteren."