artikel uit Mobiel 2, april/mei 2000

Omgaan met 'werelden van verschil'

thema: kleurrijke pleegzorg, 10 jaar later

Door: Nelleke Visscher
hoofdredacteur

De familie de Vree heeft een meer dan gemiddelde belangstelling voor de Arabische cultuur. Ze lezen erover, kijken regelmatig naar een televisie programma over Turkije of Marokko, en ook aan tafel komt het onderwerp nogal eens ter sprake. Toch krijgen hun allochtone pleegkinderen een Hollandse opvoeding. "Onze pleegkinderen groeien nou eenmaal op in een Nederlandse maatschappij," zeggen Ante en Jan de Vree, "en wij brengen ze onze waarden en normen bij. Wij denken dat we hen daar het meeste mee helpen." Een vraaggesprek over de grenzen van verschillende leefwerelden, en hoe pleegouders daar hun weg in proberen te vinden.

Toen Ante en Jan de Vree zich tien jaar geleden voorbereidden op het pleegouderschap is de mogelijkheid van plaatsing van allochtone kinderen wel aan de orde geweest. "Niet heel erg nadrukkelijk, maar het kwam in ieder geval ter sprake", herinneren zij zich. Toentertijd hadden zij daarover al wel enige gedachten gevormd en hun opvatting is sindsdien niet veranderd: "ieder kind is bij ons welkom, afkomst maakt niet uit, maar het kind groeit wel op in een Nederlands gezin, met een Nederlands broertje en zusje."
De Afrikaans/Nederlandse Leila deed haar intrede in het gezin. Leila bleef maar kort: na een jaar kon zij weer bij haar moeder gaan wonen. Daarna kwam Orhan, rechtstreeks vanuit de rechtbank. Zijn Marok-kaanse ouders bleven vol onbegrip achter in de rechtszaal nadat de rechter de OTS had uitgesproken. Orhan woont nu al zo'n zes jaar in het pleeggezin.

We gaan terug naar het begin: werden jullie ook voorbereid op een eventuele plaatsing van allochtone kinderen in jullie gezin?

Ante: "Dat is al zo lang geleden, ik weet het niet precies meer. Ik herinner me alleen dat we aan de hand van verschillende stappen tijdens de voorbereidingscursus keuzes maakten voor welke vorm van pleegzorg wij het meest geschikt waren, welk type kind, en welke leeftijd het beste binnen ons gezin zou passen. Wat ons betreft was ieder kind welkom in ons gezin."
Betekende de komst van Orhan wel een specifieke voorbereiding, werden jullie geonformeerd over zijn culturele achtergrond?
Ante: "Nee, wij hebben eigenlijk nooit veel informatie gekregen. In het begin niet, en later ook niet. Wij wisten alleen dat Orhan een verwaarloosd apatisch kindje van bijna twee was, afkomstig uit een Marokkaanse familie waarvan toen alle kinderen uit huis geplaatst waren. Zijn ouders waren _ en zijn nog steeds _ analfabeet. Dat was zo'n beetje het enige wat wij wisten."
Het was wel gelijk duidelijk dat Orhan's ouders het absoluut oneens waren met de OTS-uitspraak van de rechter. De eerste tijd mochten de ouders niet weten waar Orhan woonde. Ouderbezoek vond toen plaats op neutraal terrein, om de heftige emoties van de ouders in banen te leiden."

Hoe verliep de plaatsing toen verder?

"Na de eerste periode van heftig verzet van de ouders kwam er wat rust in de situatie. Dat duurde een jaar of drie. Jan: "We hadden een goede gezinsvoogd en waren erin geslaagd een redelijke verstandhouding met Orhan's ouders op te bouwen, binnen ieders mogelijkheden wel te verstaan. Want als je elkaars taal niet verstaat en begrijpt, verloopt de communicatie uiterst moeizaam. Maar naar ons idee was iedereen 'tevreden'."
De komst van een andere gezinsvoogd bracht daar verandering in. Volkomen onverwacht hadden de ouders wijziging van de gezinsvoogdij aangevraagd en die werd toegewezen door de kinderrechter.
Deze nieuwe gezinsvoogd was van Marokkaanse afkomst. Voor de pleegouders was dat geen probleem, integendeel: "Wij hadden het gevoel: dat kan alleen maar positief zijn." Maar het liep anders. Binnen een week was Orhan's behandelplan totaal gewijzigd, en de uitkomst daarvan was dat er op korte termijn aan terugplaatsing gewerkt moest worden. "Orhan vervreemdt teveel van zijn cultuur en moet zo snel mogelijk terug naar zijn ouders. Zijn ouders kunnen de opvoeding zonder problemen weer op zich nemen", zo luidde de conclusie.
"Daar stonden wij," weet Jan nog, "met ontzettend veel vragen en met de belangrijkste vraag: kan Orhan een terugplaatsing aan? Hij was al zo lang bij ons, sprak nauwelijks Marokkaans, had hechtingsproblemen en nog een heleboel andere problemen."
De goede verstandhouding was grondig verstoord, en er brak een periode aan van 'een gevecht om een kind' dat _ opnieuw _ eindigde voor de rechtbank.

Wat vonden jullie van het argument dat Orhan zou vervreemden van zijn eigen cultuur?

Ante en Jan zijn hierover duidelijk: "Wij zijn een Hollands gezin en wij voeden hem inderdaad op als een Hollands kind. Wij hebben twee eigen kinderen en vinden niet dat het hele gezin zich aan Orhan's achtergrond moet aanpassen . Orhan gaat gewoon mee in het gezin: hij eet varkensvlees, bidt een weesgegroetje, viert Kerstfeest en Sinterklaas.
Dat wil niet zeggen dat we geen aandacht besteden aan Orhans herkomst. Als de situatie zich voordoet krijgt het aandacht; Orhan volgt bijvoorbeeld Arabische lessen op school. Maar op dit moment heeft het geen prioriteit. Misschien ook wel omdat Orhan zelf nu nog weinig geboeid is door zijn Arabische achtergrond. Hij worstelt nog niet met zijn identiteit. Maar als hij later vragen gaat stellen zullen wij daar zeker op ingaan en hem over zijn eigen cultuur proberen te vertellen. We laten dat gewoon maar op ons afkomen."

Is het anders om voor een alloch-toon pleegkind te zorgen?

"Dat weet ik eigenlijk niet", zegt Ante, "want wij hebben alleen maar allochtone pleegkinderen gehad. Je krijgt wel reacties als: 'hee, zeker een adoptiekindje?', en het is ook voorgekomen dat ik een foto van onze drie kinderen liet zien en er gevraagd werd: 'waar is de derde?'. Maar het opvoeden is niet anders dan bij onze eigen kinderen."
Het belangrijkste verschil zit volgens Ante en Jan in de relatie met de ouders en de normen en waarden die de ouders hun kinderen graag bijgebracht willen hebben.
Veel Marokkaanse mensen hebben grote moeite met de Nederlandse manier van opvoeden. Ante: "Onze ervaring is dat de ouders geen begrip kunnen opbrengen voor onze manier van opvoeden. Het is voor hen eigenlijk onaanvaardbaar dat hun kinderen in een Nederlands gezin terechtkomen. Ze worden er door de eigen gemeenschap ook op aangekeken."
Waar mogelijk proberen de pleegouders rekening te houden met de andere opvattingen en gewoonten van Orhan's familie.
Gezondheid, ziekte, eten en drinken, dat zijn belangrijke dingen weten ze. "Orhan gezond? Orhan niet ziek?", luidt ook steevast de openingszin van het wekelijkse telefoongesprek met zijn ouders. Hij gaat met nette kleren op ouderbezoek omdat zijn ouders dat op prijs stellen. Niet in tuinbroek, maar als een kleine volwassene gaat hij er samen met Jan naar toe. Ooit ging Ante in haar eentje mee, maar daar voelde de hele familie zich ongemakkelijk bij. "Dat doen we dus niet meer," zeggen Ante en Jan.

Wat is het grootste struikelblok in de onderlinge relaties geweest volgens jullie?

Niet een, maar een aantal flinke struikelblokken zijn Ante en Jan de Vree de afgelopen jaren tegengekomen. Ante somt ze op: "het taalprobleem, de slechte begeleiding van de ouders, en misschien heeft de gemeenschappelijke culturele achtergrond van ouders en gezinsvoogd in ons geval eerder een probleem gecre‘erd, dan dat het bij heeft gedragen aan een beter wederzijds begrip. Beiden behoren tot dezelfde geloofsgemeenschap, kwamen elkaar daar ook tegen. Wij denken dat de gezinsvoogd zich tussen twee vuren heeft voelen staan juist vanwege die gemeenschappelijke achtergrond. De onafhankelijkheid kwam in het geding."
Een groter probleem ligt volgens de pleegouders in "het onvermogen om te kunnen communiceren met Orhan's ouders, de onmogelijkheid om _ door de taalbarrière _ een gewoon gesprek aan te gaan. We zijn er daardoor niet in geslaagd hun grote wantrouwen weg te nemen."
"Wij hebben eindeloos om een tolk gevraagd," zegt Ante, "maar daar was nooit geld voor. Zelfs niet toen we opnieuw met elkaar voor de rechter stonden. Dat is toch onvoorstelbaar, want het had in onze situatie enorm veel misverstanden kunnen voorkomen. Bij toeval kwam er een keer een tante mee op ouderbezoek en zij fungeerde toen als tolk. Dat was voor iedereen een verademing."
En misschien was alles anders gelopen als de ouders van Orhan beter waren begeleid. "Zijn ouders hebben zich nooit neer kunnen leggen bij de uithuisplaatsing van hun kind. En het belang van Orhan is hier lange tijd aan ondergeschikt geweest," vindt Ante. "Orhan's ouders moeten goed uitgelegd krijgen waar hun betekenis ligt voor hem. Als ze begrijpen dat ook wij handelen in zijn belang en dat we een aantal dingen gezamenlijk kunnen doen, is de situatie voor hen misschien gemakkelijker te accepteren."