artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2000
Campagne 'KINDEREN' slaat aan
Pleegzorg helpt meer kinderen
Door: Janette Reukers
Voorlichter van het Bureau Landelijke Voorlichting Pleegzorg
De campagne ‘Kinderen’ gericht op het werven van nieuwe
pleegouders slaat goed aan bij het Nederlandse publiek. In het eerste
campagnejaar hebben circa 7000 belangstellenden een informatiepakket
aangevraagd over pleegzorg en pleegouderschap. Ruim 2300 nieuwe pleegouders
hebben zich in het afgelopen jaar aangemeld. Hierdoor is het gelukt
om in 1998 aanzienlijk meer kinderen in een pleeggezin te plaatsen
dan voorgaande jaren: 3790 kinderen vonden het afgelopen jaar voor
korte of langere tijd een plekje bij pleegouders. Dat is een toename
van het aantal plaatsingen met 39% in vergelijking met voorgaande
jaren.
De campagne beoogde in het eerst jaar 7500 informatievragen en 1600
aanmeldingen van pleegouders te genereren. De campagne is gestart in
februari 1998. In de periode februari 1998 tot februari 1999 hebben
6825 belangstellenden een informatiepakket over pleegzorg aangevraagd.
Hiermee is de eerste campagnedoelstelling voor ruim 90% gerealiseerd.
Met de aanmelding van 2317 nieuwe pleegouders in 1998 is de tweede doelstelling
ruimschoots gehaald. Het rendement is zelfs 45% hoger dan gepland. En
met deze forse toename van aangemelde pleegouders is het gelukt aanzienlijk
meer kinderen te helpen binnen de pleegzorg.
Deeltijdpleegzorg blijkt groeimarkt
De grootste groei betreft de deeltijdpleegzorg. Het gaat dan vooral
om opvang van pleegkinderen in de weekeinden en vakanties. Hier vallen
twee maatschappelijke ontwikkelingen samen. Door de veranderende taakverdeling
van betaalde arbeid buitenshuis en de zorgtaken binnenshuis kiezen minder
mensen voor fulltime pleegouderschap. Aan de andere kant komt er in
de jeugdzorg meer aandacht voor preventie. Met deeltijd pleegzorg kunnen
ouders worden ontlast en kan een definitieve uithuisplaatsing worden
voorkomen. In het afgelopen jaar is de deeltijd pleegzorg toegenomen
tot 14% van de totale pleegzorg. Dit percentage is verdubbeld sinds
1996.
Intensieve pleegzorg blijft knelpunt
Alle betrokkenen zijn blij met deze positieve resultaten, maar er is
(nog) geen reden om tevreden achterover te leunen. Er blijft het tekort
aan pleegouders voor de intensievere vormen van pleegzorg bestaan. Dat
betreft zowel kortdurende als langdurende opvang van kinderen die veel
hebben meegemaakt, extra zorg en aandacht vragen en kinderen met een
handicap. Slechts 85% van de pleegzorgcapaciteit (door de overheid toegestane
aantal pleegkinderen) kon in 1998 worden benut door dit tekort aan pleegouders.
Voorzichtig beginnen
De massamediale benadering zoals die in deze campagne gehanteerd is,
houdt een aantal risicofactoren in. Er wordt een breed emotioneel appel
op de samenleving gedaan: ‘geef pleegkinderen een toekomst.’
Er wordt massaal gereageerd op deze oproep, want wie wil nìet
een kind knuffelen, aandacht geven, een verhaaltje voorlezen, lekker
instoppen, zorgen dat het voor het donker binnen is?
Echter, je huis openstellen voor een kind van een ander is nogal wat
anders. Aspirant-pleegouders hebben daarom de neiging om niet teveel
onzekerheid tegelijkertijd aan te willen gaan. Ze kiezen vaak voor ‘zo
licht en zo jong mogelijk’: voor jonge kinderen waarmee niet teveel
mee aan de hand is en waarbij de contacten met de eigen ouders niet
te problematisch zijn. Dat staat haaks op de tendens dat de hulpvraag
van pleegkinderen steeds problematischer, ingewikkelder en zwaarder
wordt. Het beleid in de jeugdzorg is er op gericht niet zo snel uithuis
te plaatsen. Kinderen blijven hierdoor langer thuis wonen. Ouders worden
ondersteund met preventieve programma´s zoals Families First.
Wanneer uithuisplaatsing uiteindelijk toch niet te vermijden is heeft
een kind al heel veel meegemaakt. Daarbij komt dat pleegzorg dan wordt
ingezet als tijdelijke oplossing gericht op terugplaatsing naar huis.
Dit alles vraagt veel van de inzet van pleegouders.
Werven versus wachten
De discrepantie tussen ‘vraag en aanbod’ in de pleegzorg
groeit. Er zijn voldoende pleegouders beschikbaar voor relatief lichte
vormen van opvang. Sommige van deze aspirant-pleegouders wachten zelfs
al geruime tijd op een plaatsing, omdat er in de categorie waarvoor
zij zich hebben opgegeven geen pleegkind is. Voor deze wachtende aspirant-pleegouders
is het niet altijd even logisch dat er toch nog steeds vraag is naar
nieuwe pleegouders en er nog steeds wordt gesproken van een tekort aan
pleegouders. Het geven van goede informatie en voorlichting over de
reden van het wachten kan negatieve gevoelens en wrevel voorkomen.
We moeten zeker reclame blijven maken zodat het fenomeen ‘pleegzorg’
bekend is bij het grote publiek. Hiermee wordt ook de maatschappelijk
acceptatie van pleegzorg vergroot. Daarnaast is er dringend behoefte
aan andere voorlichtingsactiviteiten.
Klantenbinding
De pleegzorg heeft zich na haar laatste wervingscampagne bezonnen op
een nieuwe aanpak. Extra aandacht zal uit moeten gaan naar het ‘binnen
houden’ van de nieuw geworven pleegouders. De eerste stappen op
weg naar een nieuwe aanpak worden nu gezet, waarbij de gedachten ook
uitgaan naar een meer marketinggerichte werkwijze met een actievere
en meer persoonlijke benadering, gericht op alle soorten pleegouders,
gedurende hun gehele pleegzorgloopbaan. De belangstelling in het werkveld
voor een nieuwe aanpak van de voorlichting in de pleegzorg is veelbelovend.
Wanneer de Voorzieningen voor Pleegzorg actiever en intensiever contact
met hun (aspirant) pleegouders onderhouden, kan dat een positief effect
op de beeldvorming van pleegzorg hebben. Knelpunten en onvrede worden
eerder gesignaleerd.
De verwachting is bovendien dat pleegouders door een actievere en meer
persoonlijke aanpak meer betrokken raken bij de pleegzorg en het werk
van de voorziening. Met deze klantenbinding blijven pleegouders zich
mogelijk langer en vaker inzetten voor de pleegzorg. Zo kan ook vormgegeven
worden aan de pleegoudercarrière: pleegouders met een relatief
lichte vorm van pleegzorg ervaring op laten doen en vervolgens door
laten groeien naar meer intensieve vormen van pleegouderschap. We investeren
op dit moment veel (zowel qua inzet van personeel als financieel) in
het werven en voorbereiden van pleegouders. Het is zonde wanneer deze
goed voorbereide pleegouders voortijdig afhaken. Hier is winst te halen,
wanneer pleegouders zich na een eerste pleegzorgervaring opnieuw beschikbaar
stellen.
TABEL 1: PLEEGZORGCIJFERS 1988 – 1998
Aanmeldingen van pleegouders, aanvragen en plaatsingen van pleegkinderen
Pleegouders Pleegkinderen
Belangstellenden die aanmeldingen aanvragen voor plaatsingen
een informatiepakket pleegouders een pleeggezin
hebben aangevraagd
1988 6461 1494 4752 2432
1989 7503 1383 4766 2484
1990 5012 1375 4913 2584
1991 4251 1206 5204 2424
1992 4857 1650 5658 2583
1993 4721 1435 6182 2506
1994 5471 1620 5165 2261
1995 4259 1516 4059 1912
1996 3866 1498 4950 2918
1997 3800 1616 5721 2730
1998 6185 2317 6875 3793
TABEL 2: PLEEGZORGCIJFERS 1996 – 1998
Plaatsingen naar soort opvang
Plaatsingen naar soort pleegzorg 1996 1997 1998
Vakantie/weekendopvang 7% 8% 14%
korte & tijdelijke opvang 53% 54% 52%
langdurende plaatsing 40% 38% 34%
100% 100% 100%
Grafiek 1
Het aantal kinderen waarvoor jaarlijks een pleeggezin wordt aangevraagd
bij de
Stichting Pleegzorg Nederland wordt aangemeld en het aantal kinderen
dat
daadwerkelijk geplaatst kan worden over de jaren 1988-1998
GRAFIEK 2
Aantal mensen dat informatie over pleegzorg aanvraagt en het
aantal mensen dat zich aanmeldt als pleeggezin: 1988-1998
|