|

|
artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2000
Voortdurend balanceren op het randje
Ervaringsverhaal
Door: Nelleke Visscher
hoofdredacteur
"Mijn pleegzoon is een zwerver, die nog net niet zwerft",
zegt pleegmoeder Digna, "en het is voor ons een lange weg geweest
om hem los te laten." Chris is inmiddels volwassen, een eenzame
man met weinig vrienden, zonder eigen huis, geen inkomen, met veel
schulden, en met de diagnose ‘borderline’. Verdriet en onmacht
klinken door in haar verhaal over het leven van Chris. Hoe heeft het
zover kunnen komen? Jarenlang heeft ze voor hem gezorgd en terugkijkend
zegt ze zich schuldig te voelen, naar haar eigen kinderen en ook naar
haar andere pleegkinderen.
"In de tien jaar dat Chris bij ons gewoond heeft is hij te dominant
aanwezig geweest met zijn problematiek, en dat is ten koste gegaan van
de andere kinderen", vindt ze achteraf.
Chris kwam als jongetje van zeven vanuit een kindertehuis bij Digna
en haar man terecht. Zelf waren ze toen eind twintig, en ze vormden
met hun eigen kind en de andere pleegkinderen een groot gezin.
"Een hele verantwoordelijkheid als je nog zo jong bent", geeft
ze nu toe, en misschien was het wel een te zware opgave. Maar wat doe
je als pleegzorg je na aan het hart ligt en er weer een beroep op je
wordt gedaan?
Chris kwam dus. Hij was een groot, fors kind en alleen al zijn aanblik
gaf te kennen dat hij, zo jong als hij was, het heel moeilijk had in
het leventje.
Op zijn zevende had hij al een behoorlijke portie ellende achter de
rug. Hij groeide op in een gewelddadige omgeving, waar seksuele intimidatie
en mishandeling schering en inslag waren. Over die gebeurtenissen in
zijn vroege jeugd heeft hij zich altijd verschrikkelijk onmachtig over
gevoeld. "Geen wonder dat hij vol ingehouden woede zat, en die
woede kon je ook echt aan hem zien", zegt Digna.
Toen hij vijf was kon moeder de situatie thuis niet meer verdragen en
liet zij Chris in een kindertehuis achter, zonder afscheid van hem te
nemen. Het moet een hele schok voor het kleine jongetje zijn geweest
toen duidelijk werd dat zij hem niet meer op kwam halen en dat hij naar
een pleeggezin zou gaan. Chris voelde zich in de steek gelaten, en hij
is heel lang op zoek gebleven naar zijn moeder.
Maar moeder wilde geen contact meer, ook niet toen in Chris’ pubertijd
zijn verlangen om meer te weten over zijn moeder en zijn afkomst bijna
een obsessie voor hem werd. "Via de voogdes hebben we geprobeerd
afspraken met moeder te maken", vertelt Digna, maar moeder wilde
of mocht niet van haar toenmalige partner."
Een veilige wereld creëren
De eerste jaren in het pleeggezin waren moeilijk. Chris’angst
om in de steek gelaten te worden uitte zich op alle mogelijke manieren.
Digna herinnert zich dat nog heel goed. "Hij wilde ons allemaal
voortdurend om zich heen hebben, achtervolgde mijn man en mij waar we
maar gingen, kwam ‘s nachts veel uit bed, en wilde niet buiten
spelen. Je kon ook heel goed aan hem merken dat hij in zijn ouderlijk
huis hardhandig was aangepakt, hij was bang gemaakt voor het donker,
voor de WC. Alles om hem heen was één grote bedreiging."
Digna en haar man leerden hem in die eerste periode ‘dat de wereld
zonder onze directe nabijheid toch veilig was’. En dat kostte ongelooflijk
veel moeite, want aan de ene kant was Chris voortdurend op zoek naar
nabijheid, en aan de andere kant kon hij er absoluut niet tegen als
die nabijheid te dicht bij hem kwam. "Wij moesten echt leren daar
mee om te gaan en in dat opzicht niet een te groot beroep op hem te
doen", aldus Digna.
Na verloop van tijd kwam er toch een zekere rust over de jongen, en
Digna weet nog dat zij het gevoel had aardig zicht te hebben ontwikkeld
op Chris zijn gevoelens en zijn gedrag.
"In zeker zin", zegt zij nu, "zijn de jaren tot de pubertijd
zijn beste jaren bij ons geweest."
De problemen komen terug
Chris ging naar de middelbare school en kwam in de pubertijd. De problemen
uit de eerste periode in het pleeggezin kwamen terug, en in een verhevigde
mate.
Zijn gedrag veranderde, hij was somber en eenzaam en had weinig vriendjes.
Zoals zoveel pubers had hij het moeilijk met zijn uiterlijk. Hij was
emotioneel enorm onstabiel, werd impulsief en reageerde zijn agressieve
gevoelens op zijn directe omgeving af. Hij was onbetrouwbaar, loog en
strooide fantastische en stoere verhalen in het rond. "Dat liegen
was een soort overlevingsstrategie voor hem, zo heb ik dat althans ervaren",
legt Digna uit. "Ik denk dat hij zijn eigen leven zo moeilijk vond,
het besef van zijn afkomst. De werkelijk van zijn leven, die realiteit
was te ingewikkeld voor hem en hij vluchtte dan in een soort fantasie
wereld."
Wel praatte hij tamelijk open met zijn pleegouders over zijn gevoelens,
zijn angsten en zijn gewelddadige fantasieën naar zijn eigen ouders
toe. Hij vertelde hen dat hij fantaseerde over zelfmoord. Digna: "Hij
kon die negatieve gevoelens en ervaringen in zijn leven heel goed onder
woorden brengen, maar zijn problemen met het leven regen zich aaneen,
stapelden zich op, en in een steeds sneller tempo."
Gezien Chris’ ervaringen in zijn vroege jeugd kon je er bijna op
gaan zitten wachten dat hij ook met zijn seksualiteit in de knoei zou
komen. Hij snapte niets van seksualiteit, voor hem was het een met angst
beladen gebeuren, ontdaan van ieder plezier. En die negatieve benadering
uitte hij ook in het gezin. De situatie werd onhoudbaar toen Chris zijn
seksuele gevoelens op een van de andere kinderen in het gezin ging richten.
Digna en haar man vertrouwden de situatie thuis niet meer. Beurtelings
zorgden ze ervoor er altijd te zijn als Chris met een van de anderen
kinderen thuis was. Die werden ook bang voor hem en het hele gezinsleven
kwam onder zware druk te staan. "Door zijn gedrag werd het voor
ons steeds moeilijker een gewoon gezinsleven te hebben, het werd echt
onhoudbaar voor iedereen", herinnert Digna zich.
Diagnose ‘borderline’
Chris was inmiddels van school af gegaan en in overleg met de hulpverlening
werd besloten hem in een orthopedagogisch behandelcentrum onder te brengen.
Het begin van een schier eindeloze tocht langs diverse behandelcentra
en therapieën. Uiteindelijk is op zijn 22e door het RIAGG de diagnose
‘borderline’ gesteld.
Voor zijn pleegouders was dit in zekere zin een opluchting. Zij hadden
het gevoel hiermee een naam te krijgen voor de continue problematiek
van hun pleegzoon.
Zij beseffen nu dat ze zich moeten neerleggen bij het feit dat er misschien
nooit stabiliteit in het leven van Chris zal zijn. Chris neemt geen
verantwoordelijkheid voor zijn leven. Hij wil het wel, maar kan het
niet. Hij is vol goede wil om zijn zaken goed te regelen of te laten
regelen, maar vergeet vervolgens de afspraken die hierover zijn gemaakt.
Ook de noodzaak van therapie ziet hij wel in, maar na 2 sessies houdt
hij het toch voor gezien. Hij schaamt zich rot als zijn pleegouders
zijn belabberde leefsituatie zien, wil er alles aan doen om dit op orde
te krijgen, maar komt vervolgens niet tot actie. Digna herkent ook hier
weer ‘dat proces van aantrekken en afstoten, het loopt als een
rode draad door zijn leven’.
Schuldgevoelens
Chris woont nu voorlopig in een crisiscentrum. Digna heeft hem er zelf
heen gebracht. "Ik heb het afschuwelijk gevonden dat ik hem uiteindelijk
daar heen moest brengen, maar ik kan hem niet meer thuis hebben, ook
niet een nachtje."
Ze geeft aan zich schuldig over de geschiedenis te voelen. "Mijn
kinderen verwijten ons dat we te lang zijn doorgegaan met Chris. Zijn
problemen zijn te dominant geweest in ons gezin, en daar voelen zij
zich terecht boos over. Ze vinden dat we meer rekening hadden moeten
houden met het effect van de problematiek van Chris op hun eigen ontwikkeling."
Wat rest is het verdrietige gevoel ‘dat het is, zoals het is’.
Digna denkt nog maar heel weinig voor Chris te kunnen betekenen in zijn
leven. Het enige is ‘dat hij weet dat er mensen zijn op de wereld
voor wie het uitmaakt hoe het met hem gaat. Hij weet wat hij aan ons
heeft.’
Chris waardeert dat, en hij laat dat ook wel merken in de contacten
die ze nog met elkaar hebben.
Contacten binnen zekere grenzen, en niet meer met Chris als deel van
het gezin, want dat gaat niet meer.
|