artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2000

FAMILIERAAD, FAMILIEBERAAD, EN DE VERWARRING

een reactie

Door: Dr. Luk M.H. Robbroeckx

In MOBIEL nr. 4 van 1999 verscheen een artikel van Lineke Joanknecht over de introductie van een nieuwe werkwijze in de pleegzorg, namelijk 'De familieraad'. Na lezing van het artikel sloeg bij mij de verwarring toe. De pleegzorg werkte toch al met een werkwijze waarin het 'familieberaad' een belangrijke rol vervult? Familieraad, Familieberaad, waar zit het verschil dan precies? Reden om alsnog kort op dit artikel in te gaan, zowel op de gebruikte naamgeving als op één van de belangrijkste kenmerken van deze werkwijze.

Het staat vast dat een grotere participatie van ouders in beslissingen rondom hulp aan hun kind in de nabije toekomst niet meer weg te denken zal zijn in de hulpverlening. Zeker als een mogelijke uithuisplaatsing aan de orde is, kan een plan dat door de ouders of de familie wordt gedragen en/of zelfs wordt geformuleerd, het begin zijn van een effectief proces, omdat iedereen gemotiveerd is en zich gemotiveerd voelt om het besluit/plan goed uit te voeren en tot een goed eind te laten lopen.
Wat dit betreft geeft Joanknecht een goed overzicht van hoe met een 'familieraad' kan worden gewerkt.

Toch heb ik een tweetal opmerkingen.

Vooreerst betreft het de naamgeving. De indruk wordt gewekt dat met de introductie van de term 'familieraad' iets heel nieuws wordt geïntroduceerd of iets heel anders wordt bedoeld dan wat we reeds enige tijd onder het begrip 'familieberaad' kennen. Dit laatste begrip lijkt al zo ingeburgerd, dat we ons de vraag moeten stellen of we met een nieuwe term voor een al eerder omschreven verschijnsel en methodiek worden geholpen (zie Ryburn en Portengen). Uit de definitiebeschrijving van Joanknecht is niets nieuws te halen wat al niet bekend is onder de naam 'familieberaad' bij mensen uit de pleegzorgwereld. Mijns inziens lijkt eerder spraakverwarring op te treden; een spraakverwarring die nog gevoed wordt door het feit dat tot vier keer toe in het artikel zelf ook het woord 'familieberaad' wordt gebruikt. Met een eenduidigheid van begrippen is iedereen gebaat.

Het tweede punt is inhoudelijk: de introductie van een coördinator in dit geheel. Alhoewel goed bedoeld (een zo onafhankelijk mogelijk persoon laten toezien op de belangen van de familie en ze desnoods ook verdedigen bij participerende instellingen), kan de onduidelijkheid met zo'n persoon alleen maar toenemen. Wie moet dat worden? Gelet op de 'eisen' dat deze persoon enerzijds qua achtergrond overeenkomt met de achtergrond van de familie’ en anderzijds over eigenschappen moet beschikken, als 'luistervermogen, organisatietalent, flexibiliteit en creativiteit, ervaring met groepen' lijkt mij een schaap met vijf poten gewenst. Maar bovendien: wat is zijn of haar status? Welke erkende bevoegdheden krijgt deze coördinator in het samenspel met een plaatser? Wat gebeurt er als men (andere instanties bijvoorbeeld) het niet eens is met de keuze van een coördinator? Neemt hij een taak op zich waarin door bestaande regelgeving al voorzien wordt door een plaatsende instantie of door de Raad voor de Kinderbescherming of zelfs de kinderrechter?
Wat te denken van een door de familie aan te stellen woordvoerder uit eigen kring? Of van een begeleider vanuit de plaatsende instelling of Bureau Jeugdzorg? Ook zij dienen het belang van een familie neutraal te behartigen. Met nog een nieuwe speler op het veld van de hulpverlening wordt voor een grote groep families de doolhof alleen maar groter. Of zit hierin het methodisch onderscheid met het familieberaad-denken? Als dat zo is (en dat mag), pleit ik voor een argumentatie over het pro of contra van deze coördinator versus andere constructies.

Men wil het bevoogdende karakter waarmee gezinnen worden benaderd, – iets wat in de hulpverlening nog wel eens meer gebeurt dan ons lief is – op deze wijze (terecht) voorkomen. De coördinator zou wel eens de nieuwe bevoogdende persoon kunnen worden.
Ere wie ere toekomt: durf de verantwoordelijkheid en zeggenschap bij het gezin en/of de familie te laten. Samen met de vertegenwoordiger van de plaatsende instelling kan dan aan het plan van de familie worden gewerkt. De familie nam hem immers in vertrouwen voor raad, begeleiding of hulp bij hun probleem. Even wennen en dan kan deze persoon deze methodiek even goed aanwenden.

Deze opmerkingen bij een goed artikel zijn bedoeld om elkaar te stimuleren en door wikken en wegen het geheel scherp te stellen. Het komt het effect van het (de) mijns inziens noodzakelijke ‘familie(be-)raad’ alleen maar ten goede. En laten we daarmee voortbouwen op de ervaringen die al een aantal jaar zijn opgedaan met familie(be-)raden.

Noten
Ryburn, M. Besluitvorming binnen de familie: Een model voor empowerment. In: L.M.H. Robbroeckx, et al., (red.). Familie- en sociale netwerkplaatsingen in de pleegzorg. Diemen, Federatie Pleegzorg, p. 11-29.
Portengen, R. & Neut, B. van der. Familie- en sociale netwerkplaatsingen, een nieuwe kijk op de pleegzorg; een cursus. Amsterdam, 1996.