artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2000FAMILIERAAD, FAMILIEBERAAD, EN DE VERWARRINGeen reactieDoor: Dr. Luk M.H. Robbroeckx
Het staat vast dat een grotere participatie van ouders in beslissingen
rondom hulp aan hun kind in de nabije toekomst niet meer weg te denken
zal zijn in de hulpverlening. Zeker als een mogelijke uithuisplaatsing
aan de orde is, kan een plan dat door de ouders of de familie wordt
gedragen en/of zelfs wordt geformuleerd, het begin zijn van een effectief
proces, omdat iedereen gemotiveerd is en zich gemotiveerd voelt om het
besluit/plan goed uit te voeren en tot een goed eind te laten lopen.
Toch heb ik een tweetal opmerkingen. Vooreerst betreft het de naamgeving. De indruk wordt gewekt dat met de introductie van de term 'familieraad' iets heel nieuws wordt geïntroduceerd of iets heel anders wordt bedoeld dan wat we reeds enige tijd onder het begrip 'familieberaad' kennen. Dit laatste begrip lijkt al zo ingeburgerd, dat we ons de vraag moeten stellen of we met een nieuwe term voor een al eerder omschreven verschijnsel en methodiek worden geholpen (zie Ryburn en Portengen). Uit de definitiebeschrijving van Joanknecht is niets nieuws te halen wat al niet bekend is onder de naam 'familieberaad' bij mensen uit de pleegzorgwereld. Mijns inziens lijkt eerder spraakverwarring op te treden; een spraakverwarring die nog gevoed wordt door het feit dat tot vier keer toe in het artikel zelf ook het woord 'familieberaad' wordt gebruikt. Met een eenduidigheid van begrippen is iedereen gebaat. Het tweede punt is inhoudelijk: de introductie van een coördinator
in dit geheel. Alhoewel goed bedoeld (een zo onafhankelijk mogelijk
persoon laten toezien op de belangen van de familie en ze desnoods ook
verdedigen bij participerende instellingen), kan de onduidelijkheid
met zo'n persoon alleen maar toenemen. Wie moet dat worden? Gelet op
de 'eisen' dat deze persoon enerzijds qua achtergrond overeenkomt met
de achtergrond van de familie’ en anderzijds over eigenschappen
moet beschikken, als 'luistervermogen, organisatietalent, flexibiliteit
en creativiteit, ervaring met groepen' lijkt mij een schaap met vijf
poten gewenst. Maar bovendien: wat is zijn of haar status? Welke erkende
bevoegdheden krijgt deze coördinator in het samenspel met een plaatser?
Wat gebeurt er als men (andere instanties bijvoorbeeld) het niet eens
is met de keuze van een coördinator? Neemt hij een taak op zich
waarin door bestaande regelgeving al voorzien wordt door een plaatsende
instantie of door de Raad voor de Kinderbescherming of zelfs de kinderrechter? Men wil het bevoogdende karakter waarmee gezinnen worden benaderd,
– iets wat in de hulpverlening nog wel eens meer gebeurt dan ons
lief is – op deze wijze (terecht) voorkomen. De coördinator
zou wel eens de nieuwe bevoogdende persoon kunnen worden. Deze opmerkingen bij een goed artikel zijn bedoeld om elkaar te stimuleren en door wikken en wegen het geheel scherp te stellen. Het komt het effect van het (de) mijns inziens noodzakelijke ‘familie(be-)raad’ alleen maar ten goede. En laten we daarmee voortbouwen op de ervaringen die al een aantal jaar zijn opgedaan met familie(be-)raden. Noten
|