artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2000

Endemol biedt op tv pleegkinderen aan

Een prachtkans!

Door: Drs. Sonja Nijon
directeur van Projectbureau Contro Corrente en gespecialiseerd in projecten met kinderen. Zij werkte van 1989 tot 1998 als landelijk voorlichter pleegzorg bij de Federatie Pleegzorg.

Endemol wil een tv-show maken over kinderen die een pleeggezin nodig hebben. En niemand staat enthousiast te klappen. Hoe is dit mogelijk? Nog maar een paar jaar geleden leurde redactielid Sonja Nijon (ze was toen landelijk voorlichter van de pleegzorg) langs menig omroep met het idee een TV show te maken rondom kinderen die een pleeggezin nodig hebben. 'Kom nog maar eens terug als je een paar ton meebrengt', was het antwoord. Nu biedt de grootste producent van TV-programma's de pleegzorg gratis prime-time aan, zelfs met een hele serie uitzendingen. De redactie vroeg Sonja Nijon om haar mening.

Dat juist een commerciële producent als Endemol – in navolging van de BBC – met deze plannen kwam schiet veel pleegouders en professionals kennelijk in het verkeerde keelgat. De reacties waren dan ook vooral verdedigend. ‘Pleegkinderen zijn geen zielige asieldieren die je in de uitverkoop kunt doen’, en ‘Ze willen geld verdienen aan de ellende van kinderen’. Het meest opmerkelijk vond ik de stelling: ‘Publiciteit is schadelijk voor een pleegkind’, afkomstig van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Pleegouders, in de Volkskrant. En hij vervolgt: ’Dat is uit onderzoek gebleken’. Publiciteit is mijn vak, en kinderen in de jeugdhulpverlening mijn specialisme. Welke bron heb ik gemist? Ik verbaas me over de bereidheid van een kwaliteitskrant als de Volkskrant om deze stellige conclusie zo maar neer te schrijven. Tijdgebrek? Luiheid om bronnen te raadplegen? Of willig om argumenten te verzamelen om het aanbod van Endemol in een – bij voorbaat – twijfelachtig daglicht te stellen? Want – laten we eerlijk zijn: in de wereld van de politiek correcte stellingname is producer Endemol een ongenode gast.

Gevoelige kwestie

Los van de vraag of Endemol er geld aan gaat verdienen – Endemol biedt de pleegzorg juist gratis zendtijd in tegenstelling tot de publieke omroep destijds – ligt de kwestie van publiciteit en pleegkinderen gevoelig en precair. In de tien jaar dat ik landelijk voorlichter voor de pleegzorg was heb ik meerdere campagnes opgezet om pleegzorg onder een breed publiek bekend te maken. Bij het maken van wervingsspots door de Stichting Ideële Reclame (SIRE), door Postbus 51, maar ook bij de productie van het muziek-theater Gilly, was er de noodzaak om pleegkinderen in beeld te brengen, met naam en toenaam. Heel af en toe was er een slechte samenwerking met de voorbereiders, maar meestal verliep het prima en kenmerkte de samenwerking zich door de wil van de redactie om zich te verdiepen in de specifieke situatie van pleegkinderen. We moesten altijd toestemming vragen aan de kinderen zelf, maar ook aan de hulpverleners, de pleegouders en de eigen ouders. Lukte dit niet, dan ging het niet door. Zo stond er bij de Postbus 51-campagne al een cameraploeg van het Jeugdjournaal op de stoep van een pleeggezin. Maar de hulpverlener was er op tegen. Hoe spijtig ook, dan kan het niet doorgaan. De hulpverlening gaat altijd voor. Ook als er ‘hijgerige’ media in het spel zijn.

Hoe ver moet je gaan?

Ik heb ontzettend vaak pleegouders gebeld met de vraag: ‘Wil en mag jullie pleegkind voor de buis?’ En telkens was ik me bewust van de overval die je op een gezin deed. De wereld van de TV is per definitie haastig, oppervlakkig, en meestal met een ander doel voor ogen dan het welzijn van een kind. Ook is er altijd een tegenstrijdigheid tussen de beslotenheid van het zo gewoon mogelijke gezinsleven, en de harde registratie en publieke openbaring van de levensgeschiedenis van een pleegkind. Hoezo privacy, als je met naam en toenaam op TV komt? Daar zal altijd rekening mee moeten worden gehouden, juist als bij de media de behoefte aanwezig is om te scoren met een uitzending over pleegkinderen. Soms omdat er een primeur te halen is. Soms omdat amusement het doel is. Overigens, op TV zal altijd de noodzaak om ook te entertainen meespelen. Op zich is daar niets op tegen, als het maar niet ten koste gaat van het welbevinden van een pleegkind.

In de media is de discussie over het programma van Endemol tot nog toe gedomineerd door argumenten die aantonen wat er mìs kan gaan. Natuurlijk kan het verkeerd gaan. Niets is honderd procent voorspelbaar, maar je kunt wel voorkomen dat je voor onverwachte verrassingen komt te staan. Voorkomen moet worden dat een kind vrijwel geen reacties ontvangt vanuit de kijkers, dat kinderen in de aanloop van zo’n programma worden afgewezen in een screentest. Of – als er per se met een screentest gewerkt moet worden – leg dit dan vooraf duidelijk uit aan de betrokkenen, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is, en eventueel in een vroeger stadium kan afhaken. Een goede voorbereiding is ook hier het halve werk. Ook aan de kant van de omroepen. Mijn ervaring is dat de publieke omroepen hierin vaak zorgvuldiger zijn dan de commerciële omroepen. Hoe grondig en zorgvuldig is Endemol? Dat is een zaak van overleg en goed onderhandelen voor de pleegzorg. En desnoods: de pleegzorg zou ook nu nog naar een andere omroep kunnen stappen. Niemand heeft een monopolie-positie in omroepland.

De noodzaak van TV-aandacht

Waarom is televisie aandacht zo essentieel voor de pleegzorg? Naar mijn mening omdat anders de instellingen geen nieuwe toestroom krijgen van aanmeldingen als pleeggezin. Pleegouders komen nu vaak uit de directe omgeving van het kind. De beste oplossing, daar is iedereen het zo langzamerhand wel over eens. Maar in minstens 40 procent van alle plaatsingen lukt dit niet. Dan moeten er ‘vreemde’ pleegouders worden gevonden, geworven, want die melden zich meestal niet vanzelf aan. In de nabije toekomst vreest de Nederlandse Gezinsraad(NGR) zelfs een teruglopend aanbod van pleegouders, omdat pleegouders moeite hebben om de zorg voor de kinderen met betaald werk te combineren. Toch is de inzet van pleegouders broodnodig. En TV-aandacht is hierbij een noodzakelijke voorwaarde. Kranten worden vaak gelezen, tijdschriften soms ook, maar om pleegzorg breed onder een groot publiek bekend te maken heeft de pleegzorg de televisie meer dan hard nodig. En natuurlijk is er de kloof tussen het ‘echte’ leven en de weergave daarvan in de media. Dit vat ik op als de permanente uitdaging, zeker, maar is het ook een reden om pleegkinderen niet in beeld te brengen?

Wat vinden kinderen er eigenlijk zelf van?

Toen in 1998 de pleegzorgcampagne rondom het theaterstuk ‘Gilly’ startte, boden uit het hele land pleegkinderen aan om de media te woord te staan. Niet uit ijdelheid, of om te blinken met hun hoofd op de buis. Nee, ze wilden andere kinderen in een soortgelijke situatie laten zien of weten dat er hoop is als hun ouders niet voor ze kunnen zorgen. ‘Ik wil andere kinderen laten zien dat het goed kan komen’, zei Maurice, een inmiddels volwassen pleegkind letterlijk. Hij was in twee keer beeld, bij Sonja Barend en Jos Brink. Van deze laatste bekendheid kreeg Maurice de kans zich aan te melden als cursist bij zijn theaterschool. Hoezo, publiciteit schadelijk? Veel schadelijker is het dat de noodzaak van nieuwe pleegouders niet of nauwelijks in de media aan de orde komt.

Het BBC-programma

In Engeland is het pleegzorgbeleid iets anders dan bij ons. Daar kun je ten hoogste twee jaar in een tijdelijk pleeggezin wonen, waarna de voogdij de ouders definitief wordt ontnomen. Dit maakt de weg vrij voor een permanente plaatsing bij adoptieouders. Voor die groep pleegkinderen werft het BBC-programma pleeggezinnen.
Ik heb naar de BBC gekeken, en ik was aangenaam verrast. Mijn hart sprong open van de positieve, waardevolle aandacht voor pleegkinderen die uit dit programma spreekt. Ik zag beelden van een meisje in een pleeggezin. Pleegmoeder vertelde hoe haar pleegdochter de afgelopen twee jaar zich ontwikkelde tot een kind dat inmiddels een echt gezinsleven aankan. Haar pleegouders braken een lans voor haar. Als kijker voelde je iets van: zij hebben zich ingezet, dan kunnen wij toch ook wel iets doen. Verder was het programma zeer verantwoord, op het brave af. Het gaf een goed beeld van het leven in een pleeggezin. Wat is hier op tegen? Naar mijn mening niets, totaal niets. Ook in Nederland moet het mogelijk zijn de kwestie van het tekort aan pleeggezinnen op zo’n positieve, reële en hartverwarmende manier in beeld te brengen. Het programma wordt van dinsdag tot en met vrijdag om half 1 ‘s middags uitgezonden, en zal voornamelijk worden bekeken door mensen die tijd vrij hebben overdag. Een goed idee – want dat zijn juist ook de mensen die pleegkinderen op kunnen vangen.

Een Nederlandse versie?

In ons land beraadt de pleegzorg zich erover of ze zo’n programma gaan maken. Ik hoop dat de instellingen de kans met beide handen grijpen om pleegkinderen breder maatschappelijk bekend te maken. Ik hoop ook dat men er voor durft te kiezen juist de leuke, makkelijk te plaatsen kinderen in beeld te brengen, en niet de ‘zwaardere en moeilijk plaatsbare’ kinderen. Zoals kinderen met een handicap, een ziekte, of met zware trauma’s in hun voorgeschiedenis. Dat motiveert toch minder omdat deze opvang gewoon moeilijker is.
Laat de pleegzorg mensen enthousiasmeren, vanuit de mogelijkheden die TV biedt. Breng het mooie, aantrekkelijke van de pleegzorg in beeld. Toon dat het zin heeft om pleegkinderen op te vangen. Overleg vooraf met de kinderen en hun ouders of ze mee willen werken, bied het aan als één van de mogelijkheden om een pleeggezin te vinden. Roep mensen op om zich op te geven, en leid ze vervolgens zelf naar een voorbereidingsprocedure. Hier, en niet in de studio, vindt uiteindelijk de beslissing plaats. En misschien moet de pleegzorg zich in deze kwestie niet laten alleen maar laten leiden door eigen oordelen en smaak. Niet de pleegzorg moeten het leuk vinden, maar juist buitenstaanders. Als een uitgebalanceerd programma helpt om voldoende pleegouders te vinden, is deze uitdaging alleszins de moeite waard!

Eén ding moet me nog van het hart. Het verraste me om bij NOVA en in de Volkskrant de naam van de adoptiedeskundige professor R. Hoksbergen tegen te komen. Maar pleegzorg is iets heel anders dan adoptie! Hoe kan het dat er op momenten als deze er geen hoogleraar Pleegzorg beschikbaar is ? Al jaren gonst het van geruchten dat er een professoraat voor de pleegzorg komt. Maar wanneer wordt hij of zij op die post benoemd? Pleegzorg zorg ervoor zelf bij belangrijke discussies als deze te zijn, neem het heft in eigen handen en vaardig eigen deskundigen af! Om te beginnen naar Endemol.