Kiezen voor pleegzorg is nodig. Kinderen die niet bij hun ouders
kunnen opgroeien krijgen daarmee de kans in een zo gewoon mogelijke
situatie groot te worden. Het pleeggezin stelt zijn huis en leven
voor het pleegkind open en gáát er vervolgens voor.
Die houding blijkt ook nodig te zijn. Want pleegzorg is leuk en kan
veel toevoegen aan je leven, maar vergt óók veel energie,
aandacht en doorzettingsvermogen. Stilstaan bij dit onderwerp in MOBIEL
levert voor de ervaren pleegouder misschien niet veel nieuws op, maar
voor veel recente pleegouders is het prettig om eens te lezen waarom
mensen voor pleegzorg kiezen en hoe ze later op hun keuze terugkijken*.
Waarom kiezen mensen voor pleegkinderen? Dat kan om uiteenlopende
redenen zijn. Mensen zijn tevreden met het aantal eigen kinderen,
maar vinden dat zij er qua energie, ruimte, liefde en aandacht, best
voor meer kinderen kunnen zorgen. Kinderloosheid en kinderwensen spelen
een rol, en soms wil men graag ‘wat vrouwlijkspul naast alle
jongetjes die hier rondlopen’ en andersom: ‘voor onze meiden
is het goed dat er ook een jongen bij loopt’.
Ook argumenten als uitdaging, een tevreden gevoel willen hebben aan
het eind van de werkdag, en `kinderen gewoon leuk vinden’, bepalen
de keuze voor pleegzorg.
Maar waarom dan juist pleegzorg? Het valt op dat veel pleegouders
van huis uit al op een of ander manier in aanraking zijn geweest met
pleegkinderen. Men had vroeger weekend kinderen, kwam veel over de
vloer bij Jeugddorp de Glind, of er was thuis altijd discussie over
wel of niet pleegkinderen. Ook direct hulp willen en kunnen bieden
is een belangrijk motief.
De afwegingen
De informatie over pleegzorg komt grotendeels bij de organisaties
voor pleegzorg vandaan, aangevuld met wat vrienden, kennissen en familie
er al over wisten.
Vervolgens begon het grote afwegen. De STAP cursus was daar soms belangrijk
bij. Zo besloten sommige pleegouders pas na de cursus dat zij iets
te bieden hadden aan pleegkinderen. Door de aangedragen onderwerpen,
voorbeelden en onderlinge gesprekken raakten zij ervan overtuigd dat
ze pedagogisch voldoende in huis hadden om andermans kinderen op te
voeden . Ook de aandacht die besteed werd aan de kwaliteit van de
relatie tussen de pleegouders ervaren zij achteraf als waardevol,
omdat gebleken is dat een relatie behoorlijk stressbestendig moet
zijn.
Natuurlijk waren er ook praktische afwegingen als: de ruimte in huis,
het aantal slaapkamers, past iedereen nog in de auto, is de onkostenvergoeding
kostendekkend, wat gaat de belasting doen en moeten er aanpassingen
komen in de werkuren van de pleegouders?
Mening en positie van eigen kinderen
De mening en positie van de eigen kinderen is belangrijk bij de keuze
voor pleegzorg, en de soort opvang die het gezin wilde bieden. Ouders
met jonge kinderen legden de keuzevraag meestal niet expliciet voor
aan hun kinderen. De ouders beslisten, net als bij de startkeuze in
het allereerste begin. Wel werden meningen gepeild, en leeftijd en
geslacht kwamen dan het meest ter sprake. Zijn de eigen kinderen ouder,
dan hebben ze een duidelijke stem in de beslissing om aan pleegzorg
te beginnen, of er mee door te gaan. Bij een positieve keuze is het
opvallend dat deze kinderen vaak een eigen rol spelen in de opvang
en begeleiding van het nieuwe kind in het gezin.
In alle gevallen heeft men samen met de pleegzorgbegeleider heel zorgvuldig
gekeken of de eigen kinderen geen schade zullen ondervinden van een
eventuele plaatsing. Bij een bijplaatsing werd goed geluisterd naar
opmerkingen als ‘de volgende keer wil ik niet weer iemand die
alles van mijn kamer pikt’.
‘Het is heel belangrijk om ervan overtuigd te zijn en blijven
dat je eigen kinderen geen schade ondervinden van een plaatsing. Bij
voorkeur moeten ze er ook nog wat van opsteken’, aldus een aantal
pleegouders die wel zegt ooit érg dicht bij het punt van stoppen
te zijn geweest. Als de ruzies in het gezin het stadium bereiken waarop
één van de eigen kinderen stelt ‘hij weg of ik
weg’ moet je voor je eigen kind kiezen, ook al is dat met de
nodige moeite.
Duidelijk is dat pleegouders er heel goed over nadenken of de veiligheid,
behoefte aan aandacht en steun voor hun kinderen voldoende gegarandeerd
zijn.
De rol van pleegkinderen
Ook de pleegkinderen die al in het gezin zijn speelden een belangrijke
rol in de afwegingen of er nog iemand bij kan.
Een voorbeeld: Het gezin van Veen bestaat uit vader, moeder, zoon
Hugo van 13 en pleegzoon Jaap van tien. Vanaf het begin van de plaatsing
van Jaap hebben de pleegouders zich voorgenomen om, als het goed gaat
met Jaap en Hugo, er nog een pleegkind bij te laten plaatsen. Beide
jongens weten dat en de tijd is aangebroken om het proces op gang
te brengen. Met de begeleider wordt geïnventariseerd welke voor-
en nadelen er voor de jongens zitten aan een bijplaatsing. Er is ruimte
in huis, qua energie en qua emoties. Voor Hugo zou het goed zijn als
Jaap wat minder op hem is gericht. Hugo begint te puberen en wil graag
meer met eigen vrienden optrekken. Voor Jaap, die aardig in het gezin
is ingegroeid, zou het goed zijn om te ontdekken dat hij niet de enige
op deze wereld is die het zo ‘slecht’ heeft getroffen om
in een pleeggezin te moeten wonen. Met een jonger broertje of zusje
kan hij bovendien wat in leeftijd zakken, en nog een tijdje echt kind
zijn. Nu wil hij steeds met de groten meedoen en dat redt hij eigenlijk
niet. Nog meer argumenten passeren de revue en men besluit dat een
kind van een jaar of 7 à 8 welkom is. Deze conclusie wordt
nog eens met de jongens besproken, en ook zij zouden het leuk vinden
als er iemand bijkomt, liefst een meisje.
Na verloop van tijd komt Bianca kennismaken, 7 jaar, ziet er schattig
uit en heeft in het kinderhuis goed geleerd haar mondje te roeren.
Van de ene op de andere dag is de relatieve rust in het huis verdwenen.
Alles wordt onderzocht, geleend en geprobeerd. Het toetsenbord van
decomputer heeft opeens plakkende toetsen, de stiften hebben allemaal
ingedeukte punten en oeps de doos met elektronica onderdelen ligt
in het caviahok. De jongens beginnen te mopperen, pleegmoeder wordt
doodmoe en iedereen vraag zich af of de afwegingen wel goed gemaakt
zijn. Vooral Hugo lijkt het er moeilijk mee te hebben.
Met vereende krachten en drie crisissen verder is er een manier gevonden
om allemaal te overleven in huis, en begint zich een nieuw evenwicht
af te tekenen. Hugo vlucht niet meer naar boven of naar buiten, Jaap
kan samen met Bianca met Lego spelen en leert haar stevige muurtjes
te bouwen en Bianca heeft haar eigen speelplek gekregen. Daar is zij
de baas met de bijbehorende afspraken. Pleegmoeder kan weer rustig
koken en pleegvader zorgt dat hij ‘s avonds wisselend met Jaap
en Hugo een uurtje wat samen doet. Jaap vatte de periode als
volgt kernachtig samen: "Toen ze er net was vond ik het maar
een trut, met al dat drukke gedoe, maar nu snap ik het wel. Zij wist
ook niet hoe je in een gezin moest wonen, net als ik toen ik kwam.
Er was niet eens ruzie hier".
De keuzemogelijkheid van het pleegkind
Onze informatie komt voornamelijk uit pleeggezinnen met jonge pleegkinderen.
Maar vier pleegkinderen hebben de leeftijd, om en nabij de negen jaar,
om antwoord te geven op de vraag of zij zelf naar een pleeggezin wilden,
en wat ze nu van de situatie vinden. Wisselend, denken ze over de
keuze voor een pleeggezin: ‘Stom vond ik het, maar eigenlijk
wel beter, want ik zit nu op een goede school’ en ‘ik heb
nu eindelijk vrienden’ of ‘Leuk, omdat ik nu eindelijk een
vaste plaats heb’, maar ook: ‘Niet leuk, ik wil naar huis!’.
Van te voren kregen ze van de maatschappelijk werker te horen dat
ze naar een pleeggezin zouden gaan, en het merendeel ging eerst kennis
maken of logeren in het aanstaande pleeggezin. Waar letten pleegkinderen
dan op? ‘Nou of ze aardig waren, die mensen’, en ‘hoe
ongeveer de regels waren’, en ‘of het een leuke buurt was’.
Nu ze er wonen zijn drie van de vier kinderen tevreden. ‘Het
is er meestal leuk’, ‘ik voel me veilig’, ‘het
is gezellig’ en ‘het is thuis’ schrijven ze. En het
moet ze ook van het hart dat ‘je echt niet zielig bent als je
in een pleeggezin woont, want dat wordt wel eens gedacht’.
De mening van familie en vrienden
Bij de eerste plannen van de aanstaande pleegouders waren er in de
directe omgeving vaak grote verschillen in reactie: van afwijzend,
afwachtend, tot ‘wat goed van jullie’.
In de uiteindelijke keuze voor pleegzorg speelde de mening van familie
of vrienden echter nergens een doorslaggevende rol. Toch is duidelijk
dat de houding van de directe omgeving van een pleeggezin door de
pleegouders als belangrijk wordt ervaren. Zij kunnen immers heel veel
betekenen bij ondersteuning en bemoediging, bij opvang, als een oppas
nodig is, of als het even niet loopt zoals je zou willen, kortom situaties
die zich in elk pleeggezin regelmatig voor doen.
Als de kinderen er eenmaal waren raakte de familie er meestal snel
aan gewend. Men leerde hen kennen en waarderen als het om langer blijvende
kinderen ging, en ze keken op den duur niet meer op van ‘altijd
wel een kind erbij in het gezin’ in een crisisopvanggezin. Ook
de grootouders speelden hun partij mee. In gezinnen waar kinderen
langer woonden werden zij vaak ook opa en oma voor de pleegkinderen,
maar het is ook voorgekomen dat de grootouders de pleegkinderen alleen
maar gedoogden.
Toekomstperspectief
De toekomst voor de pleegzorg ziet er zonnig(er) uit als het aan
deze pleeggezinnen ligt. De eigen kinderen uit het gezin geven aan
later ook pleegkinderen te willen en ook de pleegkinderen hebben deze
plannen. Dat geeft de mens moed. We zijn op de goede weg als de keuze
voor pleegzorg voor zowel kinderen als pleegkinderen dit toekomstperspectief
heeft.
Voor de voorbereiding van dit artikel is deze vraag voorgelegd
aan pleeggezinnen uit Gouda en omgeving.