|

|
artikel uit Mobiel 6, december 1999
'Hoor ik erbij?'
Rouwen als pleegkind
Vreemd Gedrag!?
Door: Drs. Riet Fiddelaers-Jaspers
Sociaal-pedagoge en werkzaam bij KPC Groep in 's-Hertogenbosch.
Wanneer kinderen iemand door de dood verliezen, is dat een ingrijpende
levensgebeurtenis. Pleegkinderen hebben twee gezinnen en hun rouwproces
is daardoor extra moeilijk. Het kan zijn dat het overlijden de aanleiding
is voor de pleeggezinplaatsing. Het kan ook zijn dat een pleegkind
al ergens anders woont wanneer iemand uit het oorspronkelijke gezin
overlijdt, of er overlijdt een naaste in het nieuwe gezin. Een gezin
waar iemand dood is gegaan, leunt zwaar op de kwaliteit van de onderlinge
relaties en juist die zijn zeer kwetsbaar bij het pleegkind.
Door een overlijden verandert een gezin fundamenteel. Er is een gat
gevallen en dat is, zeker de eerste tijd, intens voelbaar bij de alledaagse
dingen. Aan tafel is een lege plek, om zes uur komt papa niet meer
thuis, mama’s favoriete cd klinkt niet meer door het huis, de
badkamer is niet meer urenlang bezet. De dingen waar kinderen zich
vroeger aan ergerden, missen ze nu. Het gat dat is gevallen moet op
de een of andere manier worden gedicht. Andere gezinsleden nemen taken
over van de overledene en het relatiepatroon verandert. Dit kan bij
kinderen onzekerheid en angst oproepen.
Verlies van de wereld zoals hij was
Door het verlies van een partner of een kind komt de ouder in een,
meestal langdurig, rouwproces. Voor het kind, dat zelf een rouwproces
doormaakt, is dat extra moeilijk. Kinderen maken zich zorgen over
hun ouders en durven zelf hun gevoelens nauwelijks te tonen. Bang
hun ouders nog meer te belasten komen zij daarbij soms zelf tekort.
Kinderen vragen zich af of ze wel genoeg hun best hebben gedaan als
mama nog steeds moet huilen en papa soms om niks boos wordt.
De hele wereld om het kind heen verandert. Ze kunnen bovendien ervaren
dat mensen op de moeilijkste momenten in het leven heel anders reageren
dan ze hadden verwacht. Zoiets kan soms zo diep ingrijpen, dat het
vertrouwen ernstig wordt beschadigd. Maar er kan ook steun komen van
volwassenen of leeftijdgenoten van wie ze het niet verwachten. Zeker
voor jongeren is de steun van leeftijdgenoten uiterst belangrijk.
Bij het overlijden van een broer of zus ervaren kinderen wel eens
dat ze als overlevende minder belangrijk lijken te zijn. Ouders zijn
met zichzelf bezig en geven op een andere manier aandacht aan het
kind dan voorheen. Soms idealiseren ouders het overleden kind, waardoor
het overgebleven kind het gevoel heeft dat de overledene veel belangrijker
is, dat je 'dood moet gaan' om aandacht te krijgen. De veranderde
aandacht kan zich ook uiten in overdreven bezorgdheid. Kinderen begrijpen
dit, maar het kan hun ook bang maken zelf gevaar te lopen.
Wanneer het kind veel ruzie had met het overleden broertje of zusje
kan het emotioneel in de knoop raken en buitensporige schuldgevoelens
krijgen.
Jonge mensen kunnen twijfelen aan het recht van overleven met name
bij het overlijden van een leeftijdgenoot. Mogen zij nog wel bestaan
nu die ander dood is? Jongeren kunnen lange tijd met deze en andere
zingevingsvragen worstelen voordat zij een nieuw evenwicht vinden.
Het kan ook hun eigen wankele levenslust aantasten en hen dichter
bij zelfdodingsgedachten brengen.
Wanneer bovendien een uithuisplaatsing het gevolg is van het overlijden,
ontstaan extra verliezen. Het kind moet zijn kamer, vertrouwde leefomgeving,
school en vrienden achterlaten. Het kind verliest het gezin zoals
hij dat kende en weet niet hoe het er in een ander gezin aan toegaat.
Alle vastigheid verdwijnt. Voor het pleegkind betekent dit meestal
een uitgestelde rouw. Het verlate rouwproces is daarom voor de omgeving,
en vaak ook voor het kind zelf, niet altijd herkenbaar.
Sleutelfuncties
Bijna alle kinderen voelen zich het beste wanneer er zo weinig mogelijk
verandert in hun leven. Maar als er een ingrijpende gebeurtenis in
het leven van het kind plaatsvindt, zoals het overlijden van een naaste,
dan kan een volwassene een belangrijke rol hebben in het aanvaarden
en verwerken van die gebeurtenis. Drie sleutelfuncties daarbij zijn
van belang:
Zorg en continuïteit
Kinderen die het verlies van een naaste meemaken, zijn gebaat bij
zoveel mogelijk continuïteit en stabiliteit. Het vasthouden van
het dagelijkse ritme, bijvoorbeeld op vaste tijden eten, en ook de
dagelijkse gang naar school, bieden structuur. Hiermee geef je de
boodschap dat niet àlles is veranderd.
Kinderen hebben een emotioneel evenwichtige ouder nodig. Dat betekent
niet dat het kind je niet mag zien huilen, maar wel dat het kind de
boodschap krijgt dat je er ondanks je verdriet bovenop zal komen.
Goed met je eigen rouw omgaan en goed voor jezelf zorgen, is ook een
manier om er te zijn voor het kind.
Liefde en begrip
Kinderen leven ogenschijnlijk gewoon verder na een overlijden, gaan
naar school, spelen. Na verloop van tijd kunnen ze zich teruggetrokken
of juist lastig gaan gedragen. Ze hebben liefdevolle aandacht nodig,
maar krijgen dit niet omdat ze op hun gedrag worden aangesproken.
Dit is des te meer het geval wanneer er veel tijd verstreken is tussen
het verlies en de gedragsverandering. Ga ervan uit dat het kind zich
aan de regels houdt en gewoon meedoet, maar houd in de gaten wanneer
het nodig is om van de regels af te wijken. Wanneer het kind zich
lastig gedraagt, vraag dan naar de achtergronden van zijn gedrag in
plaats van te straffen. Een aai over de bol kan op dat moment van
zoveel betekenis zijn. Tot verrassing van veel volwassenen, loopt
het kind op school bovendien het risico gepest te worden door andere
kinderen met het overlijden.
Accepteren en delen van gevoelens
Met huilen geeft een kind uiting aan gevoelens van verdriet over
het verlies in zijn leven. Maar ook kwaadheid, agressie, jaloezie
en schuldgevoelens zijn gevoelens die bij het rouwproces kunnen horen.
Accepteer ook deze gevoelens en help het kind kwaadheid en agressie
te uiten zonder zichzelf of anderen schade te berokkenen. Praat over
schuldgevoelens zonder ze aan de kant te schuiven. 'Als ik mama beter
geholpen had, was ze niet ziek geworden'. Natuurlijk kan het kind
er niets aan doen dat mama doodging, maar kinderen denken vaak magisch
en bovendien helpen schuldgevoelens controle over de situatie uit
te oefenen. De magie zit daarin dat het kind veronderstelt dat dingen
gebeuren doordat het ze denkt. Vertel aan het kind dat nog nooit iemand
overleden is door boze gedachten van een ander.
Rouw is liefde
Het rouwen van kinderen is een worsteling met de onbegrijpelijke
dingen. Nooit hebben ze erbij stilgestaan dat iemand zomaar uit hun
leven kon verdwijnen. Ze hechten zich, sluiten vriendschap en plotseling
is die ander er niet meer. Tot een jaar of zeven beseffen ze niet
dat dit verlies onomkeerbaar is en dat de overledene nooit meer terug
zal komen. Tussen zes en acht is het verlies des te pijnlijker omdat
dit besef dan meestal wel aanwezig is.
Liefde en rouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een kind
zich hecht en van iemand gaat houden, betekent het dat hij ook ooit
zal rouwen. In het rouwproces vindt de verwerking van het verlies
plaats en krijgt de gebeurtenis uiteindelijk een plek.
Bij dreigend verlies komen de meest uitgesproken vormen van hechting
tot uiting zoals vastklampen, huilen, woedeuitbarstingen. Wanneer
dit niet helpt en het verlies werkelijk wordt, kunnen reacties als
terugtrekken, apathie en wanhoop volgen.
Het rouwproces is een genezingsproces. Het verdriet heeft een negatieve
invloed op de gezondheid en het welbevinden van het kind. Het raakt
uit balans, maar het proces is nodig om weer tot geestelijk evenwicht
te komen. Hoeveel tijd hiervoor nodig is, verschilt per kind.
Wanneer kinderen te maken krijgen met meerdere traumatische verliezen,
kunnen ze gedrag gaan vertonen waarbij ze proberen de pijn van het
verlies te voorkomen. Sommige kinderen willen geen contact meer maken
en trekken zich terug, isoleren zichzelf. Ze onthechten zich en gaan
geen banden meer aan. Ze besluiten niet meer te voelen. Professionele
hulp is dan nodig.
Kinderen zijn bang om te vergeten hoe de overleden persoon er uit
zag, rook en hoe zijn of haar stem klonk. Je kunt hen helpen met een
schatkistje te maken om hun herinneringen te bewaren. Zeker voor jongere
kinderen is het belangrijk om een plek te hebben waarin spulletjes
van en voor de overledene zitten, met de geur van de overledene. Een
andere mogelijkheid is een herinneringsboek maken. Daarvoor kun je
een schetsboek nemen of een bestaand herinneringsboek als 'Ik zal
je nooit vergeten'.
Helpen om problematische rouw te voorkomen
Je kunt kinderen in een rouwsituatie het beste helpen door het kind
goed te informeren, uit te leggen en zoveel mogelijk bij de gebeurtenissen
rondom het overlijden te betrekken. Kinderen willen begrijpen, en
dat begrijpen is onderdeel van het rouwproces.
Geef daarom antwoord op de vragen maar vertel ook dingen waar het
kind niet naar vraagt. Heel concreet bijvoorbeeld, wat het kan verwachten
in het rouwcentrum. 'Papa ziet er een beetje anders uit dan toen hij
nog leefde. Hij ligt in een kist, is bleker, hij kan niet meer bewegen
en hij voelt heel koud aan.' Wees op alles voorbereid. Omdat jonge
kinderen zintuiglijk zijn ingesteld, willen ze zien, voelen en ruiken.
Ze kunnen vragen stellen die volwassenen in verlegenheid brengen.
‘Waarom heeft oma schoenen aan? Ze hoeft toch niet meer te lopen?
Hoe lang moet mama in de oven?’
Gebruik geen omfloerst taalgebruik om het 'zachter' te maken. Slapen
is niet hetzelfde als dood zijn en geeft onnodige verwarring. Kinderen
willen soms niet meer gaan slapen uit angst nooit meer wakker te worden.
Als je dingen voor kinderen achterhoudt, gaan ze invullen wat ze niet
weten. Ze voelen de spanning aan, dat er iets niet klopt en dat levert
angst op, die in de volwassenheid nog voelbaar is.
Betrek kinderen ook zoveel mogelijk bij de begrafenisrituelen. Laat
hen meepraten over de rouwbrief of die zelf ontwerpen. Hoe moet de
kist er uit zien, welke kleren krijgt de overledene aan, welke bloemen
komen op de kist te liggen? Ook kunnen ze, als ze dat willen, helpen
bij de laatste verzorging, tekeningen maken om bij de overledene te
leggen, helpen bij het sluiten van de kist en een rol krijgen in de
afscheidsdienst. Hierdoor voelen ze zich serieus genomen en kunnen
door actief te zijn hun machteloosheid en angst bestrijden.
De dood en pleegkinderen
De dood kan in een gezin met zowel eigen als pleegkinderen gevoelig
liggen. Praat daar open over en probeer de gevoeligheden te achterhalen,
waarbij de eigen kinderen de rol krijgen die hen toebehoort, en de
pleegkinderen zich niet buitengesloten voelen.
Het pleegkind zal misschien bang zijn uit het gezin gestoten te worden
en er niet echt bij te horen, wanneer het om een verlies in het pleeggezin
gaat.
Wanneer een ouder in het oorspronkelijke gezin van het pleegkind is
overleden, kan het verdriet om de uithuisplaatsing een nieuwe dimensie
aannemen en de verlatenheid acuut worden gevoeld. Het pleegkind kan
dubbel rouwen: om de overledene en om zijn status van pleegkind.
Als (pleeg)kinderen geen afscheid willen nemen van de overledene is
het nooit goed ze te dwingen. Vanwege het grote belang, en omdat de
gebeurtenissen nooit overgedaan kunnen worden, is het toch goed na
te gaan waar het probleem zit. Vaak is het gebrek aan informatie.
Afscheid nemen van iemand die dood is, rouwen en weer opnieuw hechting
aangaan, is voor alle kinderen moeilijk. Voor pleegkinderen kan het
extra moeilijk zijn vanwege de verliezen die zij op die momenten in
het quadraat kunnen ervaren.
De auteur heeft diverse publicaties over rouw bij kinderen en adolescenten
geschreven. Op dit moment werkt ze aan een dissertatie over rouw bij
adolescenten.
|
Literatuur
Ouders:
Fiddelaers-Jaspers, R. Jong Verlies.
Kampen, Kok Lyra, 1993.
Fiddelaers-Jaspers, R. & J. Fiddelaers. De meest gestelde
vragen over kinderen en de dood. Heeze, Stichting In de Wolken,
1988.
Keirse, M. Helpen bij verlies en verdriet. Tielt, Lannoo,
1997.
Kinderen tot
12 jaar:
Dongen, Ingrid van. Dag papa in de
hemel. Utrecht, De bonte bever, 1998.
Essen, Ineke van. Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan
je denk. Als je vader of moeder is doodgegaan. Utrecht, De
Bonte Bever, 1999.
Fiddelaers-Jaspers, R. Als iemand doodgaat, wat jij wilt weten
over doodgaan, begraven en cremeren. Heeze, Stichting In de
Wolken, 1996.
Fiddelaers-Jaspers, R. Ik zal je nooit vergeten, mijn boek
met herinneringen. Heeze, Stichting In de Wolken, 1996.
Hagen, H. Stilte a.u.b. ik denk aan kip, Amsterdam, Van Goor,
1995.
Kranendonk, Anke. Van huilen krijg je dorst. Rotterdam, Lemniscaat,
1993.
Velthuijs, M. Kikker en het vogeltje. Amsterdam, Leopold,
1991.
Kinderen vanaf
12 jaar:
Cazemier, Caja. Te snel . Houten, Van
Holkema & Warendorf/Unieboek bv.
Lieshout, T. van. Gebr. Amsterdam, De Boekerij/Van Goor, 1996.
Lindell, Unni. De zuigzoen. Rotterdam, Lemniscaat, 1996.
Manders, Hans. Bestemming onbekend. Amsterdam, Ploegsma, 1997.
Park, Barbara. Zonder Mick.Tielt, Lannoo.
Pohl, P. en K. Gieth.Ik mis je, ik mis je! Amsterdam: Querido,
1998.
Reef, Odiel . Alles is voor altijd anders. Amsterdam, Sjaloom,
1998.
|
|