artikel uit Mobiel 6, december 1999

Discussie over betaald pleegouderschap vraagt om
creatieve en concrete voorstellen

Door: Saskia Grotenhuis
Werkzaam bij de Faculteit Pedagogische en Onderwijswetenschappen, Universiteit van Amsterdam

De discussie over betaalde pleegzorg vertoont sterke overeenkomsten met het debat in de vrouwenbeweging over het zogenaamde huisvrouwenloon, dat eind jaren zeventig gevoerd werd, aldus Saskia Grotenhuis. Toentertijd nam zij in die discussie een uitgesproken standpunt in: huisvrouwenloon was uit den boze, het was de dood in de emancipatie-pot van vrouwen, vrouwen zouden er nog afhankelijker van hun partner mee zijn en vastgepind worden op de traditionele vrouwenrol. In grote lijnen staat zij nog steeds achter dit standpunt. Betaling van pleegouderschap daarentegen vindt zij veel minder problematisch. Zij doelt dan op een vergoeding voor het werk of liever gezegd de zorg en een mogelijk gederfd inkomen, en niet op een vergoeding van de directe kosten van het kind. Alle aanleiding om na te gaan wat er zo 'anders' is aan pleegouderschap vergeleken met 'gewoon' ouderschap, dat betaling voor het eerste wel en voor het laatste niet bespreekbaar is voor haar.

'Gewoon anders'

'Gewoon anders' heette het themanummer van enige tijd geleden waarin de tweeslachtigheid van het pleegouderschap zo goed werd weergegeven: aan bijzondere kinderen een zo gewoon mogelijke leefsituatie bieden. Pleegkinderen groeien niet op bij hun ouders en bevinden zich sowieso al in een uitzonderlijke situatie. Tellen we daar de vaak vele extra problemen van ouders zelf en tussen ouders en kinderen bij op dan is duidelijk dat pleegkinderen 'gewoon anders' zijn. Hoe graag we pleegkinderen ook een gewone gezinssituatie willen bieden, zonder rekening te houden met hun uitzonderlijke situatie gaat het niet. Het gevaar is echter groot dat we hierdoor een pleegkind in de eerste plaats als een 'probleemkind' zien en dat we bovendien hiermee het beeld oproepen dat alleen pleegkinderen problemen hebben en 'gewone' kinderen niet. Het zijn overbekende en onoplosbare dilemma's: aandacht vragen voor het ongewone loopt altijd het risico van een stigmatisering van het anderszijn. Ze maken dat pleegouders waarschijnlijk iedere mogelijkheid aangrijpen om het 'gewoon zijn' te benadrukken. En wat is er dan meer voor de hand liggend dan geen betaling voor de zorg en opvoeding te willen. Waar het 'ongewone' van het pleegkind niet ontkend kan worden, zal het 'gewone' van de pleegzorg en pleegouder zo veel mogelijk worden na gestreefd en benadrukt. Geen enkele ouder wordt betaald voor de zorg en opvoeding van zijn kinderen, dus.... waarom pleegouders wel!

Verschillende reacties

Over betaalde pleegzorg zijn heel verschillende geluiden te horen. Er is zowel sprake van een emotionele afwijzing van betaling (omdat het gaat om een zelfgekozen opvoedingsrelatie) als een even emotionele zucht van verlichting (vanwege de maatschappelijke erkenning van het pleegouderschap). Vooralsnog lijkt een afwijzende houding de overhand te hebben. Dat is misschien ook niet zo vreemd. Immers de pleegouders van nu hebben zich beschikbaar gesteld uit idealisme en zijn bang voor een vercommercialisering van de pleegzorg. En zij die in betaling een zekere erkenning van hun werk zien, benadrukken in de eerste plaats de noodzaak van ruimere vergoedingen en vooral extra geld voor zaken als kinderopvang, een keer met vakantie of meer begeleiding van het kind of henzelf. De reacties van beleidsmakers echter, die bang zijn voor 'betaald idealisme', wantrouw ik eerlijk gezegd een beetje. Het lijkt zo goedkoop, letterlijk en figuurlijk, als de overheid zich zorgen gaat maken of betaling van de pleegouder hun idealisme en dus hun liefdevolle zorg niet in weg gaat staan.

Betaald idealisme

Toch raakt de angst voor betaald idealisme blijkbaar een gevoelige snaar. Het lijkt ongepast betaald te worden voor het zorgen voor een kind, ook al is het niet je eigen kind. Pleegkinderen zijn immers net als eigen kinderen een kwestie van vrije wil en eigen keuze. Een dergelijke voorstelling van zaken is echter maar de helft van het verhaal. Juist de afgelopen jaren wordt in toenemende mate benadrukt dat pleegouders moeten beseffen dat hun pleegkinderen al ouders hebben. Van pleegouders wordt verwacht dat ze hun pleegkinderen alle vertrouwen en veiligheid bieden die ze nodig hebben en tegelijkertijd rekening houden met het feit dat het kind altijd weer terug kan willen naar zijn/haar ouders. De vanzelfsprekendheid van de band tussen ouders en kinderen geldt niet voor pleegouders en pleegkinderen. Mijns inziens ligt daarin een essentieel verschil tussen beide soorten ouderschap: het pleegouderschap is herroepbaar in tegenstelling tot het ouderschap. Daarmee is niet gezegd dat pleegouderschap minder stabiel zou zijn of een minder vertrouwde relatie zou impliceren. Integendeel, het pleegouderschap geeft juist stabiliteit en vertrouwen waar de ouders het laten afweten. Pleegzorg betreft het overnemen van de zorgtaak van anderen en is dus een kwestie van afspraken tussen meerdere partijen, minimaal tussen ouders, pleegouders en voogdij-instellingen en als het even kan betreft het ook een afspraak met het kind zelf. Pleegouderschap kan niet zonder regelingen, afspraken en contracten en is per definitie anders dan het 'gewone' ouderschap. Daarmee is niet gezegd dat het pleegouderschap dus betaald zou moeten worden. Wel is daarmee gezegd dat pleegouderschap een dusdanig ander ouderschapsarrangement is dan het gewone ouderschap, dat betaald pleegouderschap niet automatisch betaling van alle ouderschap impliceert.
De mogelijkheid van betaald pleegouderschap is mijns inziens gegeven met het feit dat pleegouders een taak van anderen overnemen. Als zij het niet zouden doen zou 'de maatschappij', lees de overheid of de instelling voor hen moeten zorgen. Dat ze voor deze kinderen een zo gewoon mogelijke gezinssituatie nastreven en als hun eigen kinderen kunnen gaan beschouwen, doet niets af aan het feit dat het om een specifieke opvoedingssituatie gaat. Pleegzorg is behalve zo gewoon mogelijk opvoeden ook als een vorm van maatschappelijke dienstverlening op te vatten. Op het moment dat de beschikbaarheid van mensen voor deze diensten vermindert, omdat we van álle volwassenen in principe beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt verwachten, moeten we ons afvragen of we kunnen rekenen op een voldoende aanbod van pleegouders. Arbeid en zorg is al een hele klus in het gewone ouderschap. Van de pleegouder wordt minimaal extra tijd gevraagd voor overleg met de betrokken instellingen, voogden en begeleiders. Maar iedere pleegouder weet natuurlijk dat ook altijd extra zorg voor het kind geboden is.
Het gaat mij hier in de eerste plaats om de idee van betaalde pleegzorg. Ik stel niet dat alle pleegzorg betaald moet worden en al helemaal niet dat alle zorg een zelfde contact en betaling zou moeten krijgen. Ieder pleegkind is anders en dus ook iedere pleegzorg. Waar de een het meest gediend is met goede kinderopvang is de ander meer gebaat met betaling om zelf voor een pleegkind te kunnen zorgen en weer een ander met financiële steun en begeleiding bij verdere scholing en beroepsopleidingen.

Waarom nu een discussie over betaling?

Zolang iedere pleegouder zich in de huidige situatie eerder gegeneerd dan gesteund voelt als het gaat om financiële ondersteuning gaat, lijkt een discussie over betaald pleegouderschap niet de eerste zorg van de direct betrokkenen. Als de financiële ondersteuning niet toereikend en ondoorzichtig is en ook nog eens een eindeloze bureaucratische rompslomp met zich meebrengt, is het verbeteren van de bestaande situatie door een reële onkostenvergoeding en een extra potje voor onvoorziene uitgaven de eerste vereiste. Toch is er mijns inziens een drietal redenen om het debat nu aan te gaan.

  • In de eerste plaats is er in de samenleving van alles gaande rond de betekenis en waardering voor allerlei zorgtaken en de combinatie van arbeid en zorg. Kinderopvang en zorg voor zieken en ouderen zijn voorbeelden van geprofessionaliseerde zorg en van een groeiende marktwaarde van de zorg. Of we het nu leuk vinden of niet, we ontkomen niet aan een verdere discussie over de vraag voor welke zorg we wel en niet willen betalen en betaald willen worden. In de mantelzorg worden voorzichtig de eerste voorstellen voor betaling gedaan als blijkt dat de zorginstellingen zelf niet aan de vraag kunnen voldoen. De pleegzorg moet voor zichzelf een plaats opeisen in deze discussie.
  • In de tweede plaats is er alle reden tot bezorgdheid over het dalend aanbod van pleegouders. Ook al hoeft het niet voor de huidige pleegouders, dat betekent niet dat een betaling voor bepaalde vormen van pleegouderschap, fiscale maatregelen en de pensioenregelingen niet een nieuwe impuls zouden kunnen geven in het werven van nieuwe pleegouders.
  • Betaling van zorg vereist een minimale duidelijkheid over wat die zorg wel en niet omvat. Discussies over de verdere professionalisering van de pleegzorg zijn dan ook gebaat bij meer helderheid over de eisen die aan het pleegouderschap worden gesteld maar evenzeer over wat pleegouders zelf aan begeleiding, ondersteuning en regelingen nodig vinden. Het uitvoeren van de hulpverleningsplannen en het volgen van cursussen maakt pleegouders tot deskundigen in het opvoeden van een specifieke groep kinderen. Het is deze deskundigheid en ervaring waarvoor ouders betaald kunnen worden maar waarvoor ze ook certificaten zouden kunnen ontvangen waarmee ze door kunnen stromen naar andere beroepsgroepen of opleidingen in de pedagogische zorg.

Tot slot

Hoewel ik in deze bijdrage een lans heb willen breken voor de principiële mogelijkheid van betaalde pleegzorg, hoop ik tegelijkertijd dat de discussies hierover niet blijven steken in principiële en emotionele algemeenheden. De volgende stap zou moeten zijn het uitwerken van concrete en creatieve voorstellen voor allerlei mogelijke vormen van financiële en andersoortige ondersteuning. Daarvoor is het nodig dat meer duidelijkheid verkregen wordt over wie dat gaat, waaraan behoefte is, en op welk moment die ondersteuning is geboden. Ik hoop dat in het lopende debat ruimte gemaakt zal worden voor nieuwe ideeën en voorstellen om het pleegouderschap ook in de 21e eeuw veilig te stellen.