De discussie over betaalde pleegzorg vertoont sterke overeenkomsten
met het debat in de vrouwenbeweging over het zogenaamde huisvrouwenloon,
dat eind jaren zeventig gevoerd werd, aldus Saskia Grotenhuis. Toentertijd
nam zij in die discussie een uitgesproken standpunt in: huisvrouwenloon
was uit den boze, het was de dood in de emancipatie-pot van vrouwen,
vrouwen zouden er nog afhankelijker van hun partner mee zijn en vastgepind
worden op de traditionele vrouwenrol. In grote lijnen staat zij nog
steeds achter dit standpunt. Betaling van pleegouderschap daarentegen
vindt zij veel minder problematisch. Zij doelt dan op een vergoeding
voor het werk of liever gezegd de zorg en een mogelijk gederfd inkomen,
en niet op een vergoeding van de directe kosten van het kind. Alle
aanleiding om na te gaan wat er zo 'anders' is aan pleegouderschap
vergeleken met 'gewoon' ouderschap, dat betaling voor het eerste wel
en voor het laatste niet bespreekbaar is voor haar.
'Gewoon anders'
'Gewoon anders' heette het themanummer van enige tijd geleden waarin
de tweeslachtigheid van het pleegouderschap zo goed werd weergegeven:
aan bijzondere kinderen een zo gewoon mogelijke leefsituatie bieden.
Pleegkinderen groeien niet op bij hun ouders en bevinden zich sowieso
al in een uitzonderlijke situatie. Tellen we daar de vaak vele extra
problemen van ouders zelf en tussen ouders en kinderen bij op dan
is duidelijk dat pleegkinderen 'gewoon anders' zijn. Hoe graag we
pleegkinderen ook een gewone gezinssituatie willen bieden, zonder
rekening te houden met hun uitzonderlijke situatie gaat het niet.
Het gevaar is echter groot dat we hierdoor een pleegkind in de eerste
plaats als een 'probleemkind' zien en dat we bovendien hiermee het
beeld oproepen dat alleen pleegkinderen problemen hebben en 'gewone'
kinderen niet. Het zijn overbekende en onoplosbare dilemma's: aandacht
vragen voor het ongewone loopt altijd het risico van een stigmatisering
van het anderszijn. Ze maken dat pleegouders waarschijnlijk iedere
mogelijkheid aangrijpen om het 'gewoon zijn' te benadrukken. En wat
is er dan meer voor de hand liggend dan geen betaling voor de zorg
en opvoeding te willen. Waar het 'ongewone' van het pleegkind niet
ontkend kan worden, zal het 'gewone' van de pleegzorg en pleegouder
zo veel mogelijk worden na gestreefd en benadrukt. Geen enkele ouder
wordt betaald voor de zorg en opvoeding van zijn kinderen, dus....
waarom pleegouders wel!
Verschillende reacties
Over betaalde pleegzorg zijn heel verschillende geluiden te horen.
Er is zowel sprake van een emotionele afwijzing van betaling (omdat
het gaat om een zelfgekozen opvoedingsrelatie) als een even emotionele
zucht van verlichting (vanwege de maatschappelijke erkenning van het
pleegouderschap). Vooralsnog lijkt een afwijzende houding de overhand
te hebben. Dat is misschien ook niet zo vreemd. Immers de pleegouders
van nu hebben zich beschikbaar gesteld uit idealisme en zijn bang
voor een vercommercialisering van de pleegzorg. En zij die in betaling
een zekere erkenning van hun werk zien, benadrukken in de eerste plaats
de noodzaak van ruimere vergoedingen en vooral extra geld voor zaken
als kinderopvang, een keer met vakantie of meer begeleiding van het
kind of henzelf. De reacties van beleidsmakers echter, die bang zijn
voor 'betaald idealisme', wantrouw ik eerlijk gezegd een beetje. Het
lijkt zo goedkoop, letterlijk en figuurlijk, als de overheid zich
zorgen gaat maken of betaling van de pleegouder hun idealisme en dus
hun liefdevolle zorg niet in weg gaat staan.
Betaald idealisme
Toch raakt de angst voor betaald idealisme blijkbaar een gevoelige
snaar. Het lijkt ongepast betaald te worden voor het zorgen voor een
kind, ook al is het niet je eigen kind. Pleegkinderen zijn immers
net als eigen kinderen een kwestie van vrije wil en eigen keuze. Een
dergelijke voorstelling van zaken is echter maar de helft van het
verhaal. Juist de afgelopen jaren wordt in toenemende mate benadrukt
dat pleegouders moeten beseffen dat hun pleegkinderen al ouders hebben.
Van pleegouders wordt verwacht dat ze hun pleegkinderen alle vertrouwen
en veiligheid bieden die ze nodig hebben en tegelijkertijd rekening
houden met het feit dat het kind altijd weer terug kan willen naar
zijn/haar ouders. De vanzelfsprekendheid van de band tussen ouders
en kinderen geldt niet voor pleegouders en pleegkinderen. Mijns inziens
ligt daarin een essentieel verschil tussen beide soorten ouderschap:
het pleegouderschap is herroepbaar in tegenstelling tot het ouderschap.
Daarmee is niet gezegd dat pleegouderschap minder stabiel zou zijn
of een minder vertrouwde relatie zou impliceren. Integendeel, het
pleegouderschap geeft juist stabiliteit en vertrouwen waar de ouders
het laten afweten. Pleegzorg betreft het overnemen van de zorgtaak
van anderen en is dus een kwestie van afspraken tussen meerdere partijen,
minimaal tussen ouders, pleegouders en voogdij-instellingen en als
het even kan betreft het ook een afspraak met het kind zelf. Pleegouderschap
kan niet zonder regelingen, afspraken en contracten en is per definitie
anders dan het 'gewone' ouderschap. Daarmee is niet gezegd dat het
pleegouderschap dus betaald zou moeten worden. Wel is daarmee gezegd
dat pleegouderschap een dusdanig ander ouderschapsarrangement is dan
het gewone ouderschap, dat betaald pleegouderschap niet automatisch
betaling van alle ouderschap impliceert.
De mogelijkheid van betaald pleegouderschap is mijns inziens gegeven
met het feit dat pleegouders een taak van anderen overnemen. Als zij
het niet zouden doen zou 'de maatschappij', lees de overheid of de
instelling voor hen moeten zorgen. Dat ze voor deze kinderen een zo
gewoon mogelijke gezinssituatie nastreven en als hun eigen kinderen
kunnen gaan beschouwen, doet niets af aan het feit dat het om een
specifieke opvoedingssituatie gaat. Pleegzorg is behalve zo gewoon
mogelijk opvoeden ook als een vorm van maatschappelijke dienstverlening
op te vatten. Op het moment dat de beschikbaarheid van mensen voor
deze diensten vermindert, omdat we van álle volwassenen in
principe beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt verwachten, moeten we
ons afvragen of we kunnen rekenen op een voldoende aanbod van pleegouders.
Arbeid en zorg is al een hele klus in het gewone ouderschap. Van de
pleegouder wordt minimaal extra tijd gevraagd voor overleg met de
betrokken instellingen, voogden en begeleiders. Maar iedere pleegouder
weet natuurlijk dat ook altijd extra zorg voor het kind geboden is.
Het gaat mij hier in de eerste plaats om de idee van betaalde pleegzorg.
Ik stel niet dat alle pleegzorg betaald moet worden en al helemaal
niet dat alle zorg een zelfde contact en betaling zou moeten krijgen.
Ieder pleegkind is anders en dus ook iedere pleegzorg. Waar de een
het meest gediend is met goede kinderopvang is de ander meer gebaat
met betaling om zelf voor een pleegkind te kunnen zorgen en weer een
ander met financiële steun en begeleiding bij verdere scholing
en beroepsopleidingen.
Waarom nu een discussie over betaling?
Zolang iedere pleegouder zich in de huidige situatie eerder gegeneerd
dan gesteund voelt als het gaat om financiële ondersteuning gaat,
lijkt een discussie over betaald pleegouderschap niet de eerste zorg
van de direct betrokkenen. Als de financiële ondersteuning niet
toereikend en ondoorzichtig is en ook nog eens een eindeloze bureaucratische
rompslomp met zich meebrengt, is het verbeteren van de bestaande situatie
door een reële onkostenvergoeding en een extra potje voor onvoorziene
uitgaven de eerste vereiste. Toch is er mijns inziens een drietal
redenen om het debat nu aan te gaan.
Tot slot
Hoewel ik in deze bijdrage een lans heb willen breken voor de principiële
mogelijkheid van betaalde pleegzorg, hoop ik tegelijkertijd dat de
discussies hierover niet blijven steken in principiële en emotionele
algemeenheden. De volgende stap zou moeten zijn het uitwerken van
concrete en creatieve voorstellen voor allerlei mogelijke vormen van
financiële en andersoortige ondersteuning. Daarvoor is het nodig
dat meer duidelijkheid verkregen wordt over wie dat gaat, waaraan
behoefte is, en op welk moment die ondersteuning is geboden. Ik hoop
dat in het lopende debat ruimte gemaakt zal worden voor nieuwe ideeën
en voorstellen om het pleegouderschap ook in de 21e eeuw veilig te
stellen.