artikel uit Mobiel 6, december 1999

Pleegouders over de dood
reacties op het thema

Door: pleegouders

VERLIES

Het leek wel of na de komst van ons derde pleegkind ons gezin met narigheid werd overspoeld. Twee maanden nadat Merel bij ons was komen wonen, werd bij mijn vader een onbehandelbare tumor in zijn rug geconstateerd; na een ziekbed van 14 dagen is hij overleden. Rosanne en Ruben, de andere pleegkinderen, en Merel hadden hun verlamde opa nog in het ziekenhuis bezocht en afscheid van hem genomen.
We hebben het er uitgebreid met hen over gehad of ze mee wilden naar de begrafenis. Die gesprekken leidden tot veel verdriet en tranen. Opa was gek op al zijn kleinkinderen en was altijd even belangstellend.
Ruben had opa nog zoveel willen vertellen. Hij besloot opa een brief te schrijven, die de pastor ook in de afscheidsdienst mocht gebruiken. Alleen oma, papa, mama en hij wisten van wie de brief was en dat is altijd 'ons geheim' gebleven. De brief zelf is in opa’s colbert, op de kant van zijn hart, gelegd.
Rosanne leek minder verdrietig. Ze leek ook boos op opa omdat hij de laatste tijd niets meer met haar deed. We hebben haar uitgelegd dat opa waarschijnlijk al langer last had van zijn ziekte en ook begon te dementeren. Tot onze verbazing koos Rosanne voor haar eerstvolgende spreekbeurt het onderwerp dementie. We hebben haar leerkracht ingeseind en deze heeft daar goed op ingespeeld.
Merel had opa nog maar een paar keer gezien, maar hij had haar toen wel goed laten merken hoe fijn hij het vond dat ze bij ons woonde. Ze geniet er nog steeds van als ze hoort hoe trots opa daar op was.
Na drie maanden, met nog meer narigheid, en nog een sterfgeval, kreeg ik een fikse hernia, en er volgde een ligkuur thuis. Rosanne was het meest van slag. Iets aan je rug hebben, kan doodgaan betekenen. Ook de anderen vertrouwden het niet helemaal. Je weet maar nooit.
Achteraf was het een zware periode: ik kreeg nauwelijks de kans om het verlies van mijn vader te verwerken. Ik had genoeg aan mijzelf en de kinderen, en dat wreekte zich een jaar later.
Ik ben in therapie gegaan, al vond ik dat een hele stap. Maar voor de kinderen was het een openbaring dat moeders en vaders ook wel eens in therapie moeten, omdat ze er in hun eentje niet uit kunnen komen. Ook vaders en moeders hebben soms hulp van buitenaf nodig bij het verwerken van een verlies, moeten soms leren hoe zij dat verdriet een plekje geven in hun leven.

L. Bank

TESTAMENT

Het heeft jaren geduurd voordat mijn vrouw en ik naar de notaris zijn gegaan om een testament op te laten maken. Dat had onder meer te maken met het feit dat we pleeggezin zijn geworden.
Als een pleegkind langdurig in je gezin blijft, breekt er een moment aan dat je je afvraagt of je dit kind ook mee wil laten delen in je nalatenschap. Die vraag kun je vanuit je gevoel beantwoorden, maar er komen ook een heleboel praktische zaken bij kijken. Voor je gevoel moet je de zekerheid hebben dat het pleegkind echt bij het gezin hoort. Zowel voor jezelf als voor de andere kinderen.
Dat gevoel had ik bij ons eerste pleegkind, later ook bij de tweede, en toen de derde echt was ingeburgerd hebben we de stap naar de notaris niet langer uitgesteld.
Wij kregen informatie van onze pleegzorgwerker, de teamleider, de juridisch adviseur van de Stichting Jeugdzorg, uit het Vademecum van de NVP, en via een artikel in een MOBIEL van jaren geleden.
Eigenlijk waren we maar op één vraag van de notaris niet voorbereid. Wat moest er geregeld worden in de situatie dat ons pleegkind eerder overlijdt dan mijn vrouw of ik, moeten dan haar kind(eren) in haar plaats komen of niet? Daar hebben we even over na moeten denken. Het bleek dat daar een clausule voor te maken is.
Wordt de erfenis eenmaal verdeeld, dan spelen de successierechten een rol. Pleegkinderen worden gelijkgesteld met de andere kinderen, als ze tenminste vijf jaar lang verzorgd en opgevoed zijn door de erflater. Om die termijn van vijf jaar te bewijzen blijkt een pleegcontract essentieel.

Naam en adres bij de redactie bekend

WEDUWE/PLEEGMOEDER

Eigenlijk was mijn man al wat ziek toen Harry van 8 weken bij ons kwam, zes jaar geleden. Hetzelfde jaar bleek dat hij kanker had en hem maar weinig tijd restte. Uiteindelijk duurde de periode van ziekenhuis in-en-uit, bestraling en thuis op bed liggen nog drieënhalf jaar. En al die tijd was 'onze' Harry er. Wat heeft mijn man van dit kind genoten! Harry ging mee naar het ziekenhuis, eerst in de maxi-cosy , later klom hij thuis op bed bij papa. We gingen samen fietsen als het wat beter ging of zaten buiten in het zonnetje. Harry en mijn man hadden een heel sterke band. Harry is ook zo'n lief en vrolijk joch, en hij had echt een positieve invloed op de ziekte van mijn man.
Toen mijn man stierf werd hij thuis opgebaard en Harry ging regelmatig bij hem kijken; hij nam daarbij ook het bezoek mee: 'Papa is dood, kom je kijken?' Hij is ook meegegaan naar de crematie en nam alles goed in zich op. Pas daarna kon hij zeggen: 'Ik moet huilen omdat papa dood is.' We praatten vaak over papa en huilden soms samen en nu was ik degene die steun aan Harry had. Hij gaf me de afleiding en de kracht om door te gaan.
Wat een zegen is dit pleegkind: wij helpen hem, maar hij heeft ons ook geholpen in deze moeilijke periode in ons leven.

Joke den Heyer