artikel uit Mobiel 6, december 1999

Kan een kind van zijn pleegouders erven?

thema: de dood voor ogen

zie ook: Pleegkinderen en de algemene nabestaandenwet (ANW)

Door: Mr. Annelies Jansen
kanididaat-notaris bij Schreurs & Van Duin notarissen in Hoorn

De hier gestelde vraag moet ontkennend worden beantwoord. In tegenstelling tot geadopteerde kinderen kan een pleegkind wegens het ontbreken van bloedverwantschap op grond van de wettelijke regels geen erfgenaam van een overleden pleegouder zijn, tenzij bij een testament daarvan wordt afgeweken.

Het erfrecht

Het erfrecht komt aan de orde bij overlijden. De wet bepaalt wie erfgenamen zijn. Indien geen testament is gemaakt, waarbij van de wettelijke vererving is afgeweken, zijn de erfgenamen: de echtgenoot (of geregistreerd partner) van de overledene en zijn of haar kinderen, ieder voor een evenredig gedeelte.
Indien de overledene niet gehuwd is en geen kinderen heeft dan zijn de ouders, broers en zusters, of kinderen van vooroverleden broers/zusters de erfgenamen, ieder voor een evenredig gedeelte. Ouders erven ieder minimaal 1/4 gedeelte en kinderen van vooroverleden broers/zusters erven tezamen het gedeelte dat hun vader of moeder van de overledene zouden hebben geërfd.

Testament

Volgens het erfrecht kan een pleegkind dus niet erven van pleegouders, maar pleegouders kunnen wel bij testament iets aan een pleegkind nalaten door het pleegkind (mede) tot erfgenaam te benoemen of een geldbedrag of andere zaken aan hem of haar te legateren.
Indien u eigen kinderen heeft dient u altijd rekening te houden met het minimale gedeelte waar uw eigen kinderen altijd recht op hebben (de zgn. legitieme portie). De grootte van de legitieme portie is afhankelijk van het aantal kinderen. Bij één kind is het 1/2e gedeelte, bij twee kinderen 2/3e gedeelte en bij drie of meer kinderen is het 3/4e gedeelte van wat zij zouden krijgen als er geen testament zou zijn geweest.
Indien u bijvoorbeeld bij uw overlijden een echtgenoot en 2 kinderen achterlaat, zou het erfdeel van de kinderen zonder testament 1/3e gedeelte bedragen. De legitieme portie bedraagt bij 2 kinderen 2/3e van 1/3e, ofwel 2/9e gedeelte per kind. Indien u uw pleegkind mede tot erfgenaam benoemt erft ieder 1/4e gedeelte. Dit is niet strijdig met de legitieme portie van uw eigen kinderen, aangezien 1/4e gedeelte groter is dan 2/9e gedeelte.
Naar verwachting zal in de loop van 2001 het wettelijk erfrecht ingrijpend gewijzigd worden. Nadat het nieuwe erfrecht in werking is getreden zal de legitieme portie van kinderen altijd de helft bedragen van hetgeen zij zonder testament zouden hebben geërfd, ongeacht het aantal kinderen.
Het meest voorkomende langstlevende testament, de ouderlijke boedelverdeling, is alleen geldig, indien u uw echtgenoot en uw eigen kinderen tot uw erfgenamen benoemt. Indien u wenst dat uw pleegkind ook iets van u erft, zou u bijvoorbeeld in uw testament kunnen opnemen dat aan het pleegkind gelegateerd wordt een bedrag gelijk aan het bedrag hetgeen hij of zij zou hebben verkregen indien uw pleegkind een eigen kind van u zou zijn. In uw testament kunt u vervolgens bepalen dat het gelegateerde bedrag evenals het erfdeel van uw eigen kinderen niet opeisbaar is, behalve in een aantal in het testament genoemde gevallen, bijvoorbeeld bij het overlijden van uw echtgenoot. Op deze wijze wordt een pleegkind gelijkgesteld aan een eigen kind.

Minderjarige pleegkinderen

Minderjarige kinderen staan altijd onder gezag. Het gezag wordt uitgeoefend door (één van) de ouders of door een door de rechter te benoemen voogd.
Deze ouders/voogden, ofwel de wettelijke vertegenwoordigers, voeren het bewind over het vermogen van de minderjarige kinderen.
Indien een pleegkind iets erft zal de wettelijke vertegenwoordiger gedurende de minderjarigheid van het pleegkind het bewind voeren over hetgeen krachtens erfrecht is verkregen. Indien dit niet wenselijk is kunt u in uw testament opnemen dat hetgeen het pleegkind van u zal verkrijgen onder bewind gesteld wordt. Er zal dan in dit testament door u een bewindvoerder benoemd dienen te worden. Het bewind kan levenslang of voor een bepaalde tijd worden ingesteld, bijvoorbeeld tot het bereiken van de 18-jarige leeftijd.
Indien de ouders van uw pleegkind het ouderlijk gezag over hem of haar uitoefenen dan zullen deze ouders het vruchtgenot hebben over het door uw pleegkind geërfde vermogen. Wenst u dit niet dat kan dit ouderlijk vruchtgenot bij testament uitgesloten worden. De ouders van het pleegkind hebben dan niet het vruchtgenot over hetgeen het pleegkind van u erft.

Successierechten

Er zijn successierechten verschuldigd over alles wat door vererving wordt verkregen. Afhankelijk van de graad van bloedverwantschap bestaan er verschillende vrijstellingen en tariefgroepen. Hoe verder verwijderd de bloedverwantschap is, hoe hoger de successierechten.
De tariefgroepen kennen een zogenaamd schijvensysteem. Hoe hoger de verkrijging, hoe hoger het tarief. Het tarief van echtgenoten, ongehuwd samenwoners die meer dan
5 jaar met elkaar samenwonen en kinderen bedraagt minimaal 5% en maximaal 27%. Voor ouders, broers en zusters bedraagt het tarief minimaal 26% en maximaal 53%.
Kinderen ouder dan 23 jaar hebben (voor het belastingjaar 2000) een vrijstelling van ƒ16.788 mits zij niet meer dan ƒ.50.363 verkrijgen. Kinderen jonger dan 23 jaar hebben een vrijstelling van ƒ.8.394 voor elk jaar dat zij jonger zijn dan 23 jaar, met een minimum van ƒ16.788.
Voor de toepassing van de Successiewet wordt een pleegkind met eigen kinderen gelijkgesteld, indien vóór het bereiken van de 21-jarige leeftijd dan wel het tijdstip waarop zij vóór die datum in het huwelijk zijn getreden, gedurende ten minste vijf jaar uitsluitend door pleegouder(s) als eigen kind zijn onderhouden en opgevoed.

Testament van het pleegkind

Indien een pleegkind komt te overlijden zonder een testament gemaakt te hebben dan zullen ook voor hem of haar de regels van wettelijke vererving van toepassing zijn. Indien hij of zij niet gehuwd is en/of geen kinderen nalaat, dan zullen zijn of haar ouders, broers en/of zusters van hem of haar erven, ieder voor een gelijk gedeelte, waarbij ouders ieder minimaal 1/4e gedeelte zullen erven.
Indien het pleegkind het niet wenselijk vindt dat de hiervoorbedoelde wettelijke vererving plaats zal vinden, kan hij of zij een testament opmaken, waarbij een van de wet afwijkende regeling kan worden getroffen. Iedereen die ouder is dan 16 jaar kan een testament maken.
Indien uw pleegkind overlijdt als hij of zij jonger is dan 16 jaar zal dus altijd de wettelijke vererving plaatsvinden
Indien u naar aanleiding van het vorenstaande overweegt een testament op te maken of uw testament wenst te wijzigen kunt u zich altijd tot een notaris wenden. Een oriënterend gesprek is veelal gratis.

Voor algemene vragen kunt u ook terecht bij de Notaristelefoon: iedere werkdag van 9.00 tot 14.00 uur, tel. 0900 – 3469393 (50 cent per minuut). Tevens kunt u voor algemene informatie terecht bij de homepage van het notariaat op internet.


PLEEGKINDEREN EN DE ALGEMENE NABESTAANDEN WET (ANW)

De ANW is een volksverzekering. In het algemeen heeft iedereen die in Nederland woont, ongeacht de nationaliteit, recht op een Anw-uitkering. Er moet uiteraard wel premie door de werkgever of de uitkerende instantie zijn afgedragen.
Een jeugdige heeft recht op de nabestaanden-uitkering in de volgende situaties:

- Als de vader overlijdt en zijn eigen kinderen door zijn overlijden ouderloos zijn geworden;
- Als een ongehuwde man overlijdt en zijn kinderen op de dag van zijn overlijden ouderloos zijn geworden;
- Als de moeder overlijdt en haar eigen kinderen door haar overlijden ouderloos zijn geworden;
- Als een ongehuwde vrouw overlijdt en haar kinderen op de dag van haar overlijden ouderloos zijn geworden.

Een jeugdige kan slechts op grond van één overlijden een nabestaanden-uitkering ontvangen.

De nabestaanden-uitkering eindigt in principe als de jeugdige de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Daarna krijgt de jeugdige vanaf 16 jaar tot de leeftijd van 21 jaar, een verklaring van de Sociale Verzekerings Bank. Deze verklaring moet door school en de wettelijk vertegenwoordiger worden ondertekend. Via deze verklaring geeft de school en de wettelijk vertegenwoordiger aan, dat de jeugdige recht heeft op de uitkering. Ook jeugdigen van 16 tot en met 18 jaar, die door ziekte of gebreken niet kunnen werken of slechts gedeeltelijk kunnen werken, kunnen een Anw-uitkering ontvangen.
Als pleegouders een nabestaanden-uitkering voor hun pleegkind ontvangen en tevens een pleegvergoeding van een Voorziening voor Pleegzorg, dan moet volgens de Wet op de jeugdhulpverlening de uitkering in het geheel worden afgedragen.

Wanneeer van een kind, dat niet gehuwd is en niet samenwoont, één van beide ouders is overleden, is dat kind een halfwees en heeft het recht op een halfwezenuitkering. Het gaat hierbij om de ouders van een eigen kind. Dus niet om de ouders van een aangehuwd kind of een pleegkind. De ouder heeft echter geen recht op deze uitkering wanneer zijn kind in een pleeggezin of bij een ander natuurlijk persoon is geplaatst. Indien een ouder meerdere halfwezen verzorgt bestaat éénmaal recht op een halfwezenuitkering.
Als pleegouders een halfwezenuitkering voor hun pleegkind ontvangen en tevens een pleegvergoeding van een Voorziening voor Pleegzorg, dan moet volgens de Wet op de jeugdhulpverlening de uitkering in het geheel worden afgedragen.
De Algemene nabestaanden wet wordt uitgevoerd door de De Sociale VerzekeringsBank. Een aanvraagformulier moet naar het districtskantoor waaronder de woonplaats van de jeugdige valt worden gestuurd. De wettelijk vertegenwoordiger moet de uitkering aanvragen.