De hier gestelde vraag moet ontkennend worden beantwoord. In tegenstelling
tot geadopteerde kinderen kan een pleegkind wegens het ontbreken van
bloedverwantschap op grond van de wettelijke regels geen erfgenaam
van een overleden pleegouder zijn, tenzij bij een testament daarvan
wordt afgeweken.
Het erfrecht
Het erfrecht komt aan de orde bij overlijden. De wet bepaalt wie
erfgenamen zijn. Indien geen testament is gemaakt, waarbij van de
wettelijke vererving is afgeweken, zijn de erfgenamen: de echtgenoot
(of geregistreerd partner) van de overledene en zijn of haar kinderen,
ieder voor een evenredig gedeelte.
Indien de overledene niet gehuwd is en geen kinderen heeft dan zijn
de ouders, broers en zusters, of kinderen van vooroverleden broers/zusters
de erfgenamen, ieder voor een evenredig gedeelte. Ouders erven ieder
minimaal 1/4 gedeelte en kinderen van vooroverleden broers/zusters
erven tezamen het gedeelte dat hun vader of moeder van de overledene
zouden hebben geërfd.
Testament
Volgens het erfrecht kan een pleegkind dus niet erven van pleegouders,
maar pleegouders kunnen wel bij testament iets aan een pleegkind nalaten
door het pleegkind (mede) tot erfgenaam te benoemen of een geldbedrag
of andere zaken aan hem of haar te legateren.
Indien u eigen kinderen heeft dient u altijd rekening te houden met
het minimale gedeelte waar uw eigen kinderen altijd recht op hebben
(de zgn. legitieme portie). De grootte van de legitieme portie is
afhankelijk van het aantal kinderen. Bij één kind is
het 1/2e gedeelte, bij twee kinderen 2/3e gedeelte en bij drie of
meer kinderen is het 3/4e gedeelte van wat zij zouden krijgen als
er geen testament zou zijn geweest.
Indien u bijvoorbeeld bij uw overlijden een echtgenoot en 2 kinderen
achterlaat, zou het erfdeel van de kinderen zonder testament 1/3e
gedeelte bedragen. De legitieme portie bedraagt bij 2 kinderen 2/3e
van 1/3e, ofwel 2/9e gedeelte per kind. Indien u uw pleegkind mede
tot erfgenaam benoemt erft ieder 1/4e gedeelte. Dit is niet strijdig
met de legitieme portie van uw eigen kinderen, aangezien 1/4e gedeelte
groter is dan 2/9e gedeelte.
Naar verwachting zal in de loop van 2001 het wettelijk erfrecht ingrijpend
gewijzigd worden. Nadat het nieuwe erfrecht in werking is getreden
zal de legitieme portie van kinderen altijd de helft bedragen van
hetgeen zij zonder testament zouden hebben geërfd, ongeacht het
aantal kinderen.
Het meest voorkomende langstlevende testament, de ouderlijke boedelverdeling,
is alleen geldig, indien u uw echtgenoot en uw eigen kinderen tot
uw erfgenamen benoemt. Indien u wenst dat uw pleegkind ook iets van
u erft, zou u bijvoorbeeld in uw testament kunnen opnemen dat aan
het pleegkind gelegateerd wordt een bedrag gelijk aan het bedrag hetgeen
hij of zij zou hebben verkregen indien uw pleegkind een eigen kind
van u zou zijn. In uw testament kunt u vervolgens bepalen dat het
gelegateerde bedrag evenals het erfdeel van uw eigen kinderen niet
opeisbaar is, behalve in een aantal in het testament genoemde gevallen,
bijvoorbeeld bij het overlijden van uw echtgenoot. Op deze wijze wordt
een pleegkind gelijkgesteld aan een eigen kind.
Minderjarige pleegkinderen
Minderjarige kinderen staan altijd onder gezag. Het gezag wordt uitgeoefend
door (één van) de ouders of door een door de rechter
te benoemen voogd.
Deze ouders/voogden, ofwel de wettelijke vertegenwoordigers, voeren
het bewind over het vermogen van de minderjarige kinderen.
Indien een pleegkind iets erft zal de wettelijke vertegenwoordiger
gedurende de minderjarigheid van het pleegkind het bewind voeren over
hetgeen krachtens erfrecht is verkregen. Indien dit niet wenselijk
is kunt u in uw testament opnemen dat hetgeen het pleegkind van u
zal verkrijgen onder bewind gesteld wordt. Er zal dan in dit testament
door u een bewindvoerder benoemd dienen te worden. Het bewind kan
levenslang of voor een bepaalde tijd worden ingesteld, bijvoorbeeld
tot het bereiken van de 18-jarige leeftijd.
Indien de ouders van uw pleegkind het ouderlijk gezag over hem of
haar uitoefenen dan zullen deze ouders het vruchtgenot hebben over
het door uw pleegkind geërfde vermogen. Wenst u dit niet dat
kan dit ouderlijk vruchtgenot bij testament uitgesloten worden. De
ouders van het pleegkind hebben dan niet het vruchtgenot over hetgeen
het pleegkind van u erft.
Successierechten
Er zijn successierechten verschuldigd over alles wat door vererving
wordt verkregen. Afhankelijk van de graad van bloedverwantschap bestaan
er verschillende vrijstellingen en tariefgroepen. Hoe verder verwijderd
de bloedverwantschap is, hoe hoger de successierechten.
De tariefgroepen kennen een zogenaamd schijvensysteem. Hoe hoger de
verkrijging, hoe hoger het tarief. Het tarief van echtgenoten, ongehuwd
samenwoners die meer dan
5 jaar met elkaar samenwonen en kinderen bedraagt minimaal 5% en maximaal
27%. Voor ouders, broers en zusters bedraagt het tarief minimaal 26%
en maximaal 53%.
Kinderen ouder dan 23 jaar hebben (voor het belastingjaar 2000) een
vrijstelling van ƒ16.788 mits zij niet meer dan ƒ.50.363
verkrijgen. Kinderen jonger dan 23 jaar hebben een vrijstelling van
ƒ.8.394 voor elk jaar dat zij jonger zijn dan 23 jaar, met een
minimum van ƒ16.788.
Voor de toepassing van de Successiewet wordt een pleegkind met eigen
kinderen gelijkgesteld, indien vóór het bereiken van
de 21-jarige leeftijd dan wel het tijdstip waarop zij vóór
die datum in het huwelijk zijn getreden, gedurende ten minste vijf
jaar uitsluitend door pleegouder(s) als eigen kind zijn onderhouden
en opgevoed.
Testament van het pleegkind
Indien een pleegkind komt te overlijden zonder een testament gemaakt
te hebben dan zullen ook voor hem of haar de regels van wettelijke
vererving van toepassing zijn. Indien hij of zij niet gehuwd is en/of
geen kinderen nalaat, dan zullen zijn of haar ouders, broers en/of
zusters van hem of haar erven, ieder voor een gelijk gedeelte, waarbij
ouders ieder minimaal 1/4e gedeelte zullen erven.
Indien het pleegkind het niet wenselijk vindt dat de hiervoorbedoelde
wettelijke vererving plaats zal vinden, kan hij of zij een testament
opmaken, waarbij een van de wet afwijkende regeling kan worden getroffen.
Iedereen die ouder is dan 16 jaar kan een testament maken.
Indien uw pleegkind overlijdt als hij of zij jonger is dan 16 jaar
zal dus altijd de wettelijke vererving plaatsvinden
Indien u naar aanleiding van het vorenstaande overweegt een testament
op te maken of uw testament wenst te wijzigen kunt u zich altijd tot
een notaris wenden. Een oriënterend gesprek is veelal gratis.
Voor algemene vragen kunt u ook terecht bij de Notaristelefoon:
iedere werkdag van 9.00 tot 14.00 uur, tel. 0900 – 3469393 (50
cent per minuut). Tevens kunt u voor algemene informatie terecht bij
de homepage van het
notariaat op internet.
|
PLEEGKINDEREN EN DE ALGEMENE NABESTAANDEN WET (ANW)
De ANW is een volksverzekering. In
het algemeen heeft iedereen die in Nederland woont, ongeacht
de nationaliteit, recht op een Anw-uitkering. Er moet uiteraard
wel premie door de werkgever of de uitkerende instantie zijn
afgedragen.
Een jeugdige heeft recht op de nabestaanden-uitkering in de
volgende situaties:
- Als de vader overlijdt en zijn eigen
kinderen door zijn overlijden ouderloos zijn geworden;
- Als een ongehuwde man overlijdt en zijn kinderen op de dag
van zijn overlijden ouderloos zijn geworden;
- Als de moeder overlijdt en haar eigen kinderen door haar
overlijden ouderloos zijn geworden;
- Als een ongehuwde vrouw overlijdt en haar kinderen op de
dag van haar overlijden ouderloos zijn geworden.
Een jeugdige kan slechts op grond van
één overlijden een nabestaanden-uitkering ontvangen.
De nabestaanden-uitkering eindigt in
principe als de jeugdige de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.
Daarna krijgt de jeugdige vanaf 16 jaar tot de leeftijd van
21 jaar, een verklaring van de Sociale Verzekerings Bank.
Deze verklaring moet door school en de wettelijk vertegenwoordiger
worden ondertekend. Via deze verklaring geeft de school en
de wettelijk vertegenwoordiger aan, dat de jeugdige recht
heeft op de uitkering. Ook jeugdigen van 16 tot en met 18
jaar, die door ziekte of gebreken niet kunnen werken of slechts
gedeeltelijk kunnen werken, kunnen een Anw-uitkering ontvangen.
Als pleegouders een nabestaanden-uitkering voor hun pleegkind
ontvangen en tevens een pleegvergoeding van een Voorziening
voor Pleegzorg, dan moet volgens de Wet op de jeugdhulpverlening
de uitkering in het geheel worden afgedragen.
Wanneeer van een kind, dat niet gehuwd
is en niet samenwoont, één van beide ouders
is overleden, is dat kind een halfwees en heeft het recht
op een halfwezenuitkering. Het gaat hierbij om de ouders van
een eigen kind. Dus niet om de ouders van een aangehuwd kind
of een pleegkind. De ouder heeft echter geen recht op deze
uitkering wanneer zijn kind in een pleeggezin of bij een ander
natuurlijk persoon is geplaatst. Indien een ouder meerdere
halfwezen verzorgt bestaat éénmaal recht op
een halfwezenuitkering.
Als pleegouders een halfwezenuitkering voor hun pleegkind
ontvangen en tevens een pleegvergoeding van een Voorziening
voor Pleegzorg, dan moet volgens de Wet op de jeugdhulpverlening
de uitkering in het geheel worden afgedragen.
De Algemene nabestaanden wet wordt uitgevoerd door de De Sociale
VerzekeringsBank. Een aanvraagformulier moet naar het districtskantoor
waaronder de woonplaats van de jeugdige valt worden gestuurd.
De wettelijk vertegenwoordiger moet de uitkering aanvragen.
|