Onze pleegzoon Mike kwam acht jaar geleden ernstig gehandicapt ter
wereld. De eerste anderhalf jaar van zijn leventje bracht hij in het
ziekenhuis door. Mike's ouders zijn nooit in staat geweest om voor
hem te zorgen en hem op te voeden, en als hummeltje van anderhalf
kwam hij in ons gezin. Artsen en voogdij-instelling hebben ons indertijd
goed geïnformeerd over zijn ziektebeeld en levensverwachting:
wij wisten dat hij veel zorg nodig had en niet zo oud zou kunnen worden.
Voor ons een reden om zijn leven zo positief mogelijk in te vullen,
maar ook een mogelijk afscheid van Mike onder te ogen zien. Wij willen
graag een afscheid waarin ouders en pleegouders gezamenlijk een plek
krijgen. Met de gezinsvoogd hebben we onze ideeën daarover in
een protocol neergelegd.
Mike's ouders zijn in zijn leven weinig in beeld geweest. Zelf hebben
wij ze pas ontmoet toen hij al een tijdje bij ons woonde. De voogdij-instelling
heeft in het begin van de plaatsing wel een kennismakingsafspraak
voorgesteld, maar zijn ouders wilden dat toen niet, en ook in de jaren
dat Mike nu bij ons woont is er altijd weinig contact met hen geweest.
Onze pleegzoon ligt veel in het ziekenhuis. Bij iedere ziekenhuisopname
brengt de gezinsvoogd de ouders daarvan op de hoogte en in acute situaties
proberen wij de ouders zelf in te lichten. Telkens weer hopen wij
voor Mike dat ze zullen reageren op onze alarmerende berichten, een
kaartje sturen of zoiets, maar ze laten eigenlijk nooit iets van zich
horen.
Een jaar geleden ging het erg slecht met Mike en hij werd acuut naar
het ziekenhuis gebracht. De dood en het afscheid kwamen opeens heel
dichtbij. Omdat wij weten dat Mike niet oud kan worden en wij op een
vroeg moment afscheid van hem zullen moeten nemen, hebben wij in de
loop der jaren over een eventueel afscheid al wel onze gedachten gevormd.
Mike is een kind van vier ouders, en mocht hij komen te overlijden
dan zullen wij hem gezamenlijk naar zijn laatste rustplaats brengen.
Het was een spannende en ook verwarrende periode. Er moest ook veel
worden geregeld en daarbij kwamen allerlei onduidelijkheden naar voren.
Zo bleek het bijvoorbeeld niet duidelijk of de voogdij-instelling
de begrafenis op zich zou nemen en of zij voor Mike een begrafenisverzekering
hadden afgesloten. Veel erger vonden wij de mededeling van onze pleegzorgwerker
dat als Mike zou komen te overlijden de wettelijke verplichting van
de voogdij-instelling vervalt, en de ouders formeel weer de verantwoordelijkheid
krijgen voor hun overleden kind. Dit bericht schokte ons enorm en
eerlijk gezegd riep het ook heel veel angst bij ons op. Angst dat
wij misschien niet op een warme, waardige manier afscheid zouden kunnen
nemen van onze pleegzoon. Een jongen waar we intens veel van houden.
Wij hebben onze zorgen en angst hierover voorgelegd aan onze pleegzorgwerker.
In overleg met de gezinsvoogd is toen besloten een protocol op te
stellen waarin ouders én pleegouders aan kunnen geven hoe ze
de begrafenis en de afscheidsrituelen samen willen gaan invullen.
Met het op schrift stellen hiervan heb je de mogelijkheid om beide
ouderparen van te voren te laten nadenken over hoe zij het afscheid
willen vormgeven. Het maakt beide ouderparen verantwoordelijk om gezamenlijk
goed afscheid te nemen van degene die hun lief is.
Mike's ouders hadden zich tot dan toe nooit gerealiseerd hoe ziek
Mike eigenlijk is. Pas toen de gezinsvoogd het voorstel van het protocol
en hun rechten en plichten rondom een eventueel overlijden van Mike
met hen besprak, drong de ernst van zijn situatie tot hen door en
stemden zij – zij het moeizaam – in met het opstellen van
het protocol.
We hebben nu goede afspraken met elkaar kunnen maken, al blijven er
religieuze verschillen. Daarin moeten we elkaar respecteren, en dat
gebeurt ook wel.
Het is echt heel ingrijpend om met elkaar de kleur van de grafkist
van je kind te bespreken, af te spreken wat er op de rouwkaart zal
komen te staan, welke bloemen er zullen zijn, en hoe de rouwdienst
zal worden gehouden.
Mike's ouders willen graag dat Mike nog wordt gedoopt volgens hun
eigen religie. Wij hebben voorgesteld er een oecumenische doopdienst
van te maken omdat hun voorganger geen nederlands spreekt en Mike
niets van deze kerkdienst zal begrijpen. Bovendien kent Mike de priester
van onze parochie goed, wij willen hem er dan ook graag bij hebben.
Er is één belangrijk punt waar we het nog niet over
eens zijn met elkaar. Wij willen ons pleegkind thuis opgebaard hebben
en daarbij zijn de ouders en familie welkom. Mike's ouders willen
heel graag een nachtwake zonder ons. Hierover moeten we nog eens van
gedachten wisselen.
Een protocol met ouders maken is ons emotioneel zwaar gevallen, maar
het heeft ook zeer verhelderend gewerkt. Ondanks de angst die het
aanvankelijk bij ons opriep, zijn we nu toch heel blij dat we er voor
hebben gekozen. Het protocol geeft ons een gevoel van rust.
Als wij er in slagen op deze manier samen te werken met zijn ouders
is dat voor zijn ouders en voor ons als pleegouders een positief iets
om op terug te kijken. Misschien kunnen wij elkaar dan ook beter begrijpen.
|
VOOGDIJ-INSTELLINGEN EN DE DOOD VAN
EEN PLEEGKIND
Een steekproef onder voogdij-instellingen
met de vraag naar 'regels' bij het overlijden van een pleegkind
laat zien dat er geen eenduidige regels worden gehanteerd.
Sommige instellingen hebben ervaringen met zo'n situatie,
en hebben naar bevind van zaken gehandeld. Naar aanleiding
daarvan heeft men toen niet de behoefte gevoeld daar b.v.
een protocol voor te moeten opstellen. Wel merkte men soms
dat pleegouders zich in zo’n situatie wat snel laten
wegdrukken. Nadrukkelijk werd gesteld dat pleegouders die
dit meemaken goed moeten worden begeleid.
Vanuit het ministerie van Justitie is er een 'minimum'-regeling,
waarin alleen het noodzakelijkste is geregeld. Hier kunnen
pleegouders en instelling op terugvallen als er bijvoorbeeld
geen overlijdensverzekering is afgesloten. Maar wie bepaalt
op welke manier, waar een kind wordt begraven of gecremeerd,
wie bij de plechtigheid wordt uitgenodigd en wie welke rol
heeft, wordt per geval afgesproken.
Een aantal ondervraagden gaf aan dat eigen instelling zeker
hier de aandacht aan moet besteden. 'Maar het is wel een heel
moeilijke materie die niet makkelijk in een standaardregeling
is te vangen'.
|