artikel uit Mobiel 6, december 1999

'M'n moeder stierf toen ik acht was'

thema: de dood voor ogen

Door: Sonja Nijon
redacteur Mobiel

Die dag dat Bella het hoorde. Ze weet het nog precies. Ze kwam thuis van een vriendinnetje, waar ze net per ongeluk een paar flippo's had gepikt. Toen ze binnenkwam, zag ze haar voogd in de woonkamer zitten. Ze schrok. 'Ik heb niets gedaan,' zei ze meteen.

Haar pleegouders Ellen en Guus waren niet boos. 'We moeten je iets vertellen,' zeiden ze.
'En toen zeiden ze wat er was gebeurd,' zegt Bella. 'Eerst huilde ik gewoon omdat ik zielig kon zijn. Later niet meer. Toen miste ik mijn moeder.'
Bella laat een foto zien van haar moeder. Een mooie, jonge vrouw. De foto hangt op haar kamer. Ze kijkt er veel naar. Dan fantaseert ze hoe het zou zijn als ze bij haar moeder woonde, als gewoon kind.
Haar moeder was verslaafd aan sterke drank. Die ene dag heeft ze de verkeerde drank gedronken. Schoonmaakmiddel. Misschien was het een ongeluk. 'Als ik toen bij haar was geweest,' zegt Bella, 'had ik haar wel tegen kunnen houden.' Maar juist in die tijd zag ze haar moeder niet zo veel. 'En opeens is ze dan dood, is ze er niet meer. Dat voelt zo raar.'
Samen met haar pleegouders zijn ze een bezoek gaan brengen aan haar moeders kamer. Bella mocht kleren uitzoeken, en heeft een paar spullen meegenomen. Een mooi beeldje, en de make-up van haar moeder. Ook mocht ze het fotomapje van haar moeder houden. Ze bladert er door heen. Op bijna elke bladzij staat Bella. Eerst een klein meisje met schattige krulletjes, op 't laatste blad een leuk meisje van acht in een mooie jurk. Ze laat een briefje zien met een gedicht van haar moeder. Het gaat over pijn en verdriet, omdat haar moeder Bella niet zelf kon verzorgen. In de laatste regel staat: 'Zorg goed voor mijn lieve Bella.'
Toen ze dood was, mocht Bella haar moeder niet meer in de kist zien. Niemand mocht dat. 'Ze vertelden dat het beter was, omdat ik dan mijn moeder mooier zou onthouden. Maar ik had haar toch wel willen zien,' zegt ze. Op de begrafenis mochten de vier belangrijkste mensen een kaarsje aansteken. Bella: 'Ik vond het heel moeilijk. Ik kon er niet goed bij en mijn hand niet stil houden. Toen heeft iemand me opgetild, en heb ik het kaarsje zelf aangestoken.' Op het graf heeft Bella bloembollen geplant. Die komen nu elk voorjaar op. 'En elke keer als ik bij haar graf kom, leg ik een steentje bij haar neer. Dan kun je zien hoe veel keer ik ben geweest.'
Alleen haar beste vriendin weet alles wat er is gebeurd. Ze is voorzichtig, want de andere kinderen pestten haar ermee. 'Ze scholden me uit voor 'weeskind' en riepen 'ga jij maar naar 't weeshuis toe'. En ook: 'Ik sla je voor je kop! Kun je lekker naast je moeder liggen!' Maar nu is het pesten gestopt en wil ik er in de klas best iets over vertellen. Een spreekbeurt houden of zo. Want soms stelt het je gerust als je het hele verhaal aan iemand kwijt kan.'
Uit de map met papieren vist haar pleegvader de rouwkaart op. 'Wie kan voelen wat jij hebt doorstaan,' leest Bella hardop. 'Dat wil ik overschrijven, want die woorden staan ook op haar graf,' zegt Bella.' Dan heb ik iets dat ook altijd bij haar is.'