artikel uit Mobiel 5, oktober 1999

Vreemd Gedrag!?
Chantal, een grenzenloos kind

Door Nelleke Visscher
hoofdredacteur Mobiel

Tien kinderportretjes aan de muur, allemaal pleegkinderen? 'Ja, leuk hè, dat zijn al onze pleegkinderen'. Marina Smits en haar man hebben al heel wat jaren pleegkinderen in huis gehad, maar na het vertrek van de laatste twee hadden ze zoiets van 'dit nooit meer'. De perspectiefbiedende plaatsing was – na veel getouwtrek – voortijdig geëindigd in een terugplaatsing naar het ouderlijk huis.
Toch begon het na een maand of vier met z’n tweeën weer te kriebelen; ze misten de gezelligheid en de drukte van kinderen om zich heen.
De Voorziening voor Pleegzorg stelde een observatieplaatsing voor een half jaar voor. Een goed voorstel vonden ze, waar ze zich niet gelijk zo helemaal in hoefden te storten. Zo kwam 'een klein meisje met een levensgrote geschiedenis in hun leven.

"Voordat Chantal (4) bij ons kwam wonen had ze samen met haar zusje in een crisisopvanggezin gezeten. Voor deze pleegouders was het hun eerste plaatsing, en ze waren inmiddels aan het eind van hun latijn.
Chantal en haar zusje bleken totaal ontgrensde kinderen te zijn. Grenzenloos en respectloos, naar elkaar en naar anderen toe. Grenzenloos in de zin van: niet weten dat ieder mens een eigen persoonlijkheid heeft, er geen idee van hebben dat ieder mens grenzen heeft waar een ander niet over heen mag gaan, onbekend zijn met de leefregel dat een ander jouw grenzen moet respecteren, en dat jij dat omgekeerd ook moet doen.
Een eigen ik, een eigen persoonlijkheid, hadden ze niet. Ze waren volledig in elkaar vergroeid.
Dit beeld hadden de crisispleegouders en de plaatsende instantie aan die eerste opvang overgehouden. Maar wat er nou precies aan de hand was met deze kinderen had men in deze eerste opvang niet kunnen ontdekken. Wel was er een vermoeden van seksueel misbruik. Besloten werd tot een gescheiden observatieplaatsing van de zusjes, een zgn. PIOPplaatsing.
Bij een PIOPplaatsing krijgen de pleegouders de opdracht – gedurende een afgebakende periode – vooral goed te kijken naar de mogelijkheden van het kind waarvoor zij gaan zorgen.
In ons geval betekende dat echter dat we nauwelijks zijn voorbereid op de problematiek die Chantal met zich meebracht.

Opvallend gedrag

Chantal kwam in de vakantie. Wat gelijk al opviel was dat ze vaak naar de wc ging en daar heel lang bleef zitten. In het begin vroeg ik wel aan haar 'wat doe je?' en dan zei ze: 'ik doe niks' of 'dat weet ik niet wat ik doe'. Het was zo opvallend dat ik na een tijdje af en toe ging kijken, en dan zat ze altijd met haar handje tussen haar benen. Ze zat echt te masturberen.
Het viel ook op dat ze graag in bed wilde liggen, met hele grote lappen of een knuffelpopje tussen haar beentjes, en dan was het wegwezen, een beetje masturberen en vervolgens in slaap vallen.
Na een week of twee kreeg ik een eerste bevestiging van mijn vermoeden. Ze vertelde toen dat ze thuis altijd, samen met haar zusje op een grote beer lagen en 'dan gingen papa en mama aan onze billen frunniken en dan moesten wij lachen'. Niks geheimzinnigs aan, vond ze kennelijk, maar meer iets van: 'dit hadden wij met elkaar, dit vonden wij samen leuk'.
Ik ben er toen niet op ingegaan omdat ik dacht 'mijn hemel wat overkomt ons', maar heb het eerst besproken met onze begeleider. Die had zoiets van 'kijk maar wat er verder uitkomt'.
Deskundige begeleiding in dit opzicht is er nooit geweest, terwijl ik al heel gauw heb geroepen dat er gespecialiseerde hulp en ondersteuning moest komen. Het is er gewoon niet van gekomen, misschien omdat het een PIOP-plaatsing was.
Ondertussen bleef Chantal bijna dwangmatig naar de WC gaan. Ik had het er wel met haar over gehad dat 'je billen niet zijn om mee te spelen', maar vond het zelf tamelijk ingewikkeld om haar het een en ander op dit gebied duidelijk te maken, zonder dat je vervalt in de beperkte functie van plassen en poepen.
Op een dag nodigde ze me bijna uit met een 'moet je eens voelen wat ik daar een heel zacht plekje heb'. Ik heb haar toen uitgelegd: 'dat ga ik niet doen, want dat plekje is van jou'. Ik wilde haar het plekje niet afnemen, maar haar wel duidelijk maken dat je niet de hele dag met je billen speelt. Kinderen hebben speelgoed om mee te spelen.
Omdat ze ontzettend veel bleef plassen zijn we toch maar eens naar de huisarts gegaan. Ze bleek een behoorlijke blaasontsteking te hebben, en het viel de huisarts toen ook op dat ze van die rode, vervellende, billen had. Hij sprak hetzelfde vermoeden uit als wij al hadden.

Hoe ga je er mee om?

Toen wij eenmaal wisten wat er aan de hand was met Chantal hebben mijn man en ik het er veel over gehad of we onze manier van leven, ons gedrag, moesten aanpassen. Wij hebben toen besloten dat niet te doen. Wij hadden het idee: hoe gewoner hoe beter, en op deze manier kan ze zien dat je bij je ouders in bed kunt liggen, met je ouders onder de douche kunt gaan, zonder dat het een seksuele lading heeft. Wij hebben ook niet veel met haar gepraat over haar ervaringen, alleen als ze er zelf over begon.
Voor pleegouders is het wel moeilijk te ontdekken hoe je met een kind met deze problematiek moet omgaan. In het begin dacht ik er heel erg over na, maar daarna liet ik me leiden door wat ik zag, en wat het kind bij me opriep. Toen ging het eigenlijk een beetje vanzelf.
Chantal kende bijvoorbeeld haar lichaam totaal niet. Zij was alleen vertrouwd met dat ene stukje van haar lichaam, de rest stond buiten spel. Wij hebben haar veel laten voelen wat er allemaal nog meer aan haar lijfje zat, haar haar lichamelijkheid laten beleven, in de hoop dat ze ook haar grenzen zou gaan voelen.
Heel veel koesteren en knuffelen, om maar te gaan ontdekken: 'goh, ik heb een lijf!' Na twee of drie maanden merkten we dat ze genoot van de koestering en van die ontdekking. Op dat moment is het masturberen ook veel minder geworden, al gebruikte ze het nog wel als ze zich niet prettig voelde.
Ze had ook nauwelijks een zelfbeeld, praatte nooit in de 'ik-vorm', tekende nog helemaal niks, en kraste alleen maar, terwijl ze toch al vier was.
Maar die ontwikkelingen gingen snel: al na een paar weken merkte je dat zich een bewustzijn ging ontwikkelen, en ook haar creativiteit spatte eruit. Ik heb nog nooit een kind gezien wat zo tekent, zo bouwt etc. prachtig!. We hebben bouwwerken van haar op de foto gezet, zo mooi, en dat voor een kind van vier jaar! Dat heeft naar mijn idee ook te maken met 'het grenzenloos zijn'.
Creativiteit is toch een zoeken naar mogelijkheden om jezelf uit te drukken. Op het moment dat Chantal ging ontdekken wie ze was, kwam ook haar enorme creativiteit naar buiten, een creativiteit zonder grenzen. Het is maar een vermoeden van mij, maar ik denk dat ze die creativiteit voor zichzelf heeft gehouden. Toen ze zich leerde zich uit te drukken zette ze die prachtige bagage ook neer.

Ankerpunt

In het contact met Chantal was er – zeker in het begin – geen enkele wederkerigheid. Ze wilde wel ontvangen, maar ze had jou niets te bieden. Ze had ook weinig vitaliteit in zich. Als je haar optilde voelde ze heel slap aan, en in affectief opzicht gedroeg ze zich bijna plichtmatig. Haar gedrag had iets aangeleerds, klopte niet met wat ze voelde, en het leek wel of ze van niemand kon houden.
Ik denk ook niet dat ze zich aan ons heeft gehecht. Wij zijn een heel belangrijk ankerpunt voor haar geweest, maar hechting? Ze heeft geroken aan wat hechting is en ik hoop dat het beklijft. Maar ik ben wel bang dat ze van de ene situatie in de ander 'ploft', en dat haar lot zal zijn dat ze zich in haar leven niet of nauwelijks kan hechten.

Bezoekregeling

Chantal ging in het begin 1 u in de vier weken bij haar ouders op bezoek, later werd dat opgevoerd tot 1 u in de 14 dagen. Ik was daar niet echt gelukkig mee, omdat ik de situatie thuis absoluut niet vertrouwde. Bij een gezamenlijk bezoek met vader aan de Voorziening voor Pleegzorg vertoonde ze bovendien gedrag wat mijn ernstig zorgen baarde: ze ging wijdbeens voor hem liggen en bood zich als het ware aan hem aan. Dit gedrag hadden wij bij ons thuis nooit gezien. Ik was er helemaal naar van, en gaf mijn verontrusting daarover aan in een telefoongesprek met haar voogd. De voogd was bij dat bezoek aanwezig geweest, maar had niets opgemerkt. 'Hadden we het eigenlijk wel over hetzelfde bezoek?', vroeg ik haar toen. Later bevestigde ze dat Chantal moeilijk naar haar ouders terug kon.

Terug naar huis??

Op een gegeven moment hoorden wij dat er toch aan terugplaatsing werd gewerkt. De ouders kregen na een rechtszaak een nieuwe voogd toegewezen en – terwijl er al een TGV-advies van het RIAGG lag – de hele zaak zou opnieuw worden onderzocht. Dat advies is in afwachting van de uitslag van de hernieuwde onderzoeken wel gevolgd. Chantal woont op dit moment in een pleeggezin met langdurige TGV-begeleiding, maar wij denken dat ze uiteindelijk weer teruggaat naar haar ouders.
Eerlijk gezegd hadden wij zelf een hernieuwde plaatsing van Chantal niet aangedurfd, hoe pijnlijk we dat ook voor haar vonden. Maar wij weten heel goed: dit is niet wat wij willen, wij hebben meer te bieden dan wat dit kind kan opnemen. Bij een kind met een problematiek als Chantal blijf je altijd vechten tegen haar grenzen.
In het algemeen denk ik dat het grootste probleem voor een pleegkind is 'het perspectiefloos zijn'. Dat gedoe met die ouders, iedere keer weer evalueren, iedere keer weer uitspraken. Een kind moet weten: 'ik groei hier op of ik groei daar op'. Prima rechten van ouders, en uiteraard mogen ze contact onderhouden met hun kind, maar als ouders hun plichten niet (kunnen) nakomen, dan worden hun rechten ook ingeperkt. Ik begrijp dat dit een groot dilemma is voor de pleegzorg, maar toch vind ik dat de wet in dit opzicht moet veranderen.
Ik heb het aan dit kind heel duidelijk gezien: ze zit in een gat, weet niet waar ze aan toe is. Het is een droevig toekomstperspectief."