Tien kinderportretjes aan de muur, allemaal
pleegkinderen? 'Ja, leuk hè, dat zijn al onze pleegkinderen'.
Marina Smits en haar man hebben al heel wat jaren pleegkinderen in
huis gehad, maar na het vertrek van de laatste twee hadden ze zoiets
van 'dit nooit meer'. De perspectiefbiedende plaatsing was –
na veel getouwtrek – voortijdig geëindigd in een terugplaatsing
naar het ouderlijk huis.
Toch begon het na een maand of vier met z’n tweeën weer
te kriebelen; ze misten de gezelligheid en de drukte van kinderen
om zich heen.
De Voorziening voor Pleegzorg stelde een observatieplaatsing voor
een half jaar voor. Een goed voorstel vonden ze, waar ze zich niet
gelijk zo helemaal in hoefden te storten. Zo kwam 'een klein meisje
met een levensgrote geschiedenis in hun leven.
"Voordat Chantal (4) bij ons kwam wonen had ze samen met haar
zusje in een crisisopvanggezin gezeten. Voor deze pleegouders was
het hun eerste plaatsing, en ze waren inmiddels aan het eind van hun
latijn.
Chantal en haar zusje bleken totaal ontgrensde kinderen te zijn. Grenzenloos
en respectloos, naar elkaar en naar anderen toe. Grenzenloos in de
zin van: niet weten dat ieder mens een eigen persoonlijkheid heeft,
er geen idee van hebben dat ieder mens grenzen heeft waar een ander
niet over heen mag gaan, onbekend zijn met de leefregel dat een ander
jouw grenzen moet respecteren, en dat jij dat omgekeerd ook moet doen.
Een eigen ik, een eigen persoonlijkheid, hadden ze niet. Ze waren
volledig in elkaar vergroeid.
Dit beeld hadden de crisispleegouders en de plaatsende instantie aan
die eerste opvang overgehouden. Maar wat er nou precies aan de hand
was met deze kinderen had men in deze eerste opvang niet kunnen ontdekken.
Wel was er een vermoeden van seksueel misbruik. Besloten werd tot
een gescheiden observatieplaatsing van de zusjes, een zgn. PIOPplaatsing.
Bij een PIOPplaatsing krijgen de pleegouders de opdracht – gedurende
een afgebakende periode – vooral goed te kijken naar de mogelijkheden
van het kind waarvoor zij gaan zorgen.
In ons geval betekende dat echter dat we nauwelijks zijn voorbereid
op de problematiek die Chantal met zich meebracht.
Opvallend gedrag
Chantal kwam in de vakantie. Wat gelijk al opviel was dat ze vaak
naar de wc ging en daar heel lang bleef zitten. In het begin vroeg
ik wel aan haar 'wat doe je?' en dan zei ze: 'ik doe niks' of 'dat
weet ik niet wat ik doe'. Het was zo opvallend dat ik na een tijdje
af en toe ging kijken, en dan zat ze altijd met haar handje tussen
haar benen. Ze zat echt te masturberen.
Het viel ook op dat ze graag in bed wilde liggen, met hele grote lappen
of een knuffelpopje tussen haar beentjes, en dan was het wegwezen,
een beetje masturberen en vervolgens in slaap vallen.
Na een week of twee kreeg ik een eerste bevestiging van mijn vermoeden.
Ze vertelde toen dat ze thuis altijd, samen met haar zusje op een
grote beer lagen en 'dan gingen papa en mama aan onze billen frunniken
en dan moesten wij lachen'. Niks geheimzinnigs aan, vond ze kennelijk,
maar meer iets van: 'dit hadden wij met elkaar, dit vonden wij samen
leuk'.
Ik ben er toen niet op ingegaan omdat ik dacht 'mijn hemel wat overkomt
ons', maar heb het eerst besproken met onze begeleider. Die had zoiets
van 'kijk maar wat er verder uitkomt'.
Deskundige begeleiding in dit opzicht is er nooit geweest, terwijl
ik al heel gauw heb geroepen dat er gespecialiseerde hulp en ondersteuning
moest komen. Het is er gewoon niet van gekomen, misschien omdat het
een PIOP-plaatsing was.
Ondertussen bleef Chantal bijna dwangmatig naar de WC gaan. Ik had
het er wel met haar over gehad dat 'je billen niet zijn om mee te
spelen', maar vond het zelf tamelijk ingewikkeld om haar het een en
ander op dit gebied duidelijk te maken, zonder dat je vervalt in de
beperkte functie van plassen en poepen.
Op een dag nodigde ze me bijna uit met een 'moet je eens voelen wat
ik daar een heel zacht plekje heb'. Ik heb haar toen uitgelegd: 'dat
ga ik niet doen, want dat plekje is van jou'. Ik wilde haar het plekje
niet afnemen, maar haar wel duidelijk maken dat je niet de hele dag
met je billen speelt. Kinderen hebben speelgoed om mee te spelen.
Omdat ze ontzettend veel bleef plassen zijn we toch maar eens naar
de huisarts gegaan. Ze bleek een behoorlijke blaasontsteking te hebben,
en het viel de huisarts toen ook op dat ze van die rode, vervellende,
billen had. Hij sprak hetzelfde vermoeden uit als wij al hadden.
Hoe ga je er mee om?
Toen wij eenmaal wisten wat er aan de hand was met Chantal hebben
mijn man en ik het er veel over gehad of we onze manier van leven,
ons gedrag, moesten aanpassen. Wij hebben toen besloten dat niet te
doen. Wij hadden het idee: hoe gewoner hoe beter, en op deze manier
kan ze zien dat je bij je ouders in bed kunt liggen, met je ouders
onder de douche kunt gaan, zonder dat het een seksuele lading heeft.
Wij hebben ook niet veel met haar gepraat over haar ervaringen, alleen
als ze er zelf over begon.
Voor pleegouders is het wel moeilijk te ontdekken hoe je met een kind
met deze problematiek moet omgaan. In het begin dacht ik er heel erg
over na, maar daarna liet ik me leiden door wat ik zag, en wat het
kind bij me opriep. Toen ging het eigenlijk een beetje vanzelf.
Chantal kende bijvoorbeeld haar lichaam totaal niet. Zij was alleen
vertrouwd met dat ene stukje van haar lichaam, de rest stond buiten
spel. Wij hebben haar veel laten voelen wat er allemaal nog meer aan
haar lijfje zat, haar haar lichamelijkheid laten beleven, in de hoop
dat ze ook haar grenzen zou gaan voelen.
Heel veel koesteren en knuffelen, om maar te gaan ontdekken: 'goh,
ik heb een lijf!' Na twee of drie maanden merkten we dat ze genoot
van de koestering en van die ontdekking. Op dat moment is het masturberen
ook veel minder geworden, al gebruikte ze het nog wel als ze zich
niet prettig voelde.
Ze had ook nauwelijks een zelfbeeld, praatte nooit in de 'ik-vorm',
tekende nog helemaal niks, en kraste alleen maar, terwijl ze toch
al vier was.
Maar die ontwikkelingen gingen snel: al na een paar weken merkte je
dat zich een bewustzijn ging ontwikkelen, en ook haar creativiteit
spatte eruit. Ik heb nog nooit een kind gezien wat zo tekent, zo bouwt
etc. prachtig!. We hebben bouwwerken van haar op de foto gezet, zo
mooi, en dat voor een kind van vier jaar! Dat heeft naar mijn idee
ook te maken met 'het grenzenloos zijn'.
Creativiteit is toch een zoeken naar mogelijkheden om jezelf uit te
drukken. Op het moment dat Chantal ging ontdekken wie ze was, kwam
ook haar enorme creativiteit naar buiten, een creativiteit zonder
grenzen. Het is maar een vermoeden van mij, maar ik denk dat ze die
creativiteit voor zichzelf heeft gehouden. Toen ze zich leerde zich
uit te drukken zette ze die prachtige bagage ook neer.
Ankerpunt
In het contact met Chantal was er – zeker in het begin –
geen enkele wederkerigheid. Ze wilde wel ontvangen, maar ze had jou
niets te bieden. Ze had ook weinig vitaliteit in zich. Als je haar
optilde voelde ze heel slap aan, en in affectief opzicht gedroeg ze
zich bijna plichtmatig. Haar gedrag had iets aangeleerds, klopte niet
met wat ze voelde, en het leek wel of ze van niemand kon houden.
Ik denk ook niet dat ze zich aan ons heeft gehecht. Wij zijn een heel
belangrijk ankerpunt voor haar geweest, maar hechting? Ze heeft geroken
aan wat hechting is en ik hoop dat het beklijft. Maar ik ben wel bang
dat ze van de ene situatie in de ander 'ploft', en dat haar lot zal
zijn dat ze zich in haar leven niet of nauwelijks kan hechten.
Bezoekregeling
Chantal ging in het begin 1 u in de vier weken bij haar ouders op
bezoek, later werd dat opgevoerd tot 1 u in de 14 dagen. Ik was daar
niet echt gelukkig mee, omdat ik de situatie thuis absoluut niet vertrouwde.
Bij een gezamenlijk bezoek met vader aan de Voorziening voor Pleegzorg
vertoonde ze bovendien gedrag wat mijn ernstig zorgen baarde: ze ging
wijdbeens voor hem liggen en bood zich als het ware aan hem aan. Dit
gedrag hadden wij bij ons thuis nooit gezien. Ik was er helemaal naar
van, en gaf mijn verontrusting daarover aan in een telefoongesprek
met haar voogd. De voogd was bij dat bezoek aanwezig geweest, maar
had niets opgemerkt. 'Hadden we het eigenlijk wel over hetzelfde bezoek?',
vroeg ik haar toen. Later bevestigde ze dat Chantal moeilijk naar
haar ouders terug kon.
Terug naar huis??
Op een gegeven moment hoorden wij dat er toch aan terugplaatsing
werd gewerkt. De ouders kregen na een rechtszaak een nieuwe voogd
toegewezen en – terwijl er al een TGV-advies van het RIAGG lag
– de hele zaak zou opnieuw worden onderzocht. Dat advies is in
afwachting van de uitslag van de hernieuwde onderzoeken wel gevolgd.
Chantal woont op dit moment in een pleeggezin met langdurige TGV-begeleiding,
maar wij denken dat ze uiteindelijk weer teruggaat naar haar ouders.
Eerlijk gezegd hadden wij zelf een hernieuwde plaatsing van Chantal
niet aangedurfd, hoe pijnlijk we dat ook voor haar vonden. Maar wij
weten heel goed: dit is niet wat wij willen, wij hebben meer te bieden
dan wat dit kind kan opnemen. Bij een kind met een problematiek als
Chantal blijf je altijd vechten tegen haar grenzen.
In het algemeen denk ik dat het grootste probleem voor een pleegkind
is 'het perspectiefloos zijn'. Dat gedoe met die ouders, iedere keer
weer evalueren, iedere keer weer uitspraken. Een kind moet weten:
'ik groei hier op of ik groei daar op'. Prima rechten van ouders,
en uiteraard mogen ze contact onderhouden met hun kind, maar als ouders
hun plichten niet (kunnen) nakomen, dan worden hun rechten ook ingeperkt.
Ik begrijp dat dit een groot dilemma is voor de pleegzorg, maar toch
vind ik dat de wet in dit opzicht moet veranderen.
Ik heb het aan dit kind heel duidelijk gezien: ze zit in een gat,
weet niet waar ze aan toe is. Het is een droevig toekomstperspectief."