artikel uit Mobiel 5, oktober 1999

Vreemd Gedrag!?
Een seksueel misbruikt kind in je huis

Door Francien Lamers-Winkelman
orthopedagoge en psychomotorich therapeute te Aerdenhout & onderzoeker VU

tips

literatuur

 

Het is nog niet zo lang geleden dat pleegouders kinderen in hun gezin opnamen waarover zij zo goed als niets wisten. Mede omdat pleegouders zelf aan de bel trokken, is daar verandering in gekomen. Kennis over de achtergrond van het kind is noodzakelijk om het kind te kunnen helpen en als pleeggezin niet voor onverwachte problemen te komen staan. Dat geldt voor alle pleegkinderen, maar zeker als er sprake is van seksueel misbruik.
Informatie betekent niet alleen de mededeling dat het kind misbruikt is, maar ook door wie en alle omstandigheden daaromheen. Soms is het van te voren niet bekend, ook niet bij de plaatser. Het nalaten volledige informatie te verstrekken aan pleegouders betekent veel angst en verdriet en mogelijk afstevenen op een mislukking van de pleeggezinplaatsing.

Een vermoeden ontstaat

Soms is bij plaatsing niet bekend dat het kind is misbruikt en ontstaat het vermoeden tijdens de plaatsing, door gedragingen of opmerkingen van het kind. Die vermoedens worden opgeroepen door hoe het kind met zijn of haar lichaam omgaat, van heel uitdagend, haast 'verleidend', tot extreem angstig en preuts.
Als een vermoeden ontstaat, dan moet dit zo snel mogelijk besproken worden met de plaatsende instantie. Het kind hoeft niet misbruikt te zijn, het kan bijvoorbeeld ook gezien of gehoord hebben dat andere kinderen misbruikt werden of het kan porno op de televisie gezien hebben. Het is daarom belangrijk te onderzoeken wat de feiten zijn en op grond daarvan maatregelen te nemen om het kind eventueel te beschermen en te helpen. Het is echter niet altijd eenvoudig om seksueel misbruik boven tafel te krijgen.
Vaak wordt een vermoeden pas laat gemeld. Pleegouders (maar ook anderen als hulpverleners of docenten) denken dat zij volledig zeker moeten zijn voordat ze een vermoeden aankaarten. Soms zijn ze ook bang zelf preuts te worden gevonden, of zijn ze bang dat ze zelf beschuldigd zullen worden. Maar het is niet de taak van de pleegouder om 'bewijzen' te leveren. Een pleegouder rapporteert het seksueel bijzondere gedrag, geeft bijvoorbeeld aan dat een kind na een weekend bij de ouders overstuur is, een rode plasser heeft of obsessief masturbeert. Dit zijn geen 'bewijzen' voor seksueel misbruik, maar mogelijke 'signalen'.

De omgang met het kind

Misbruikte kinderen hebben vaak ook emotionele verwaarlozing meegemaakt en mishandeling. Deze kinderen zijn niet gewend aan liefde en aandacht, seksualiteit is soms het enige 'contact' dat ze kennen. Het kind heeft geleerd door seksuele handelingen aandacht te vragen. Het kent nauwelijks andere vormen van contact maken en heeft weinig gevoel van eigenwaarde, en een negatief zelfbeeld en lichaamsbeeld. Seksueel misbruikte kinderen hebben geleerd dat anderen over hun lichaam kunnen beschikken. Ze zijn in verwarring over relaties, lichaam, liefde en aandacht en hebben vaak ernstige emotionele stoornissen, zowel angst als agressie.
Omdat ze gewend zijn aandacht te krijgen door seksuele handelingen, brengen ze soms extreme seksuele gedragingen mee naar het pleeggezin. Seksuele handelingen die de meeste kinderen van dezelfde leeftijd (nog) niet kennen. Sommige kinderen vertonen dit seksuele of 'verleidelijke' gedrag in extreme mate, niet alleen naar pleegouders, maar ook naar andere kinderen of bezoek. Ze vertonen het op allerlei plaatsen, zowel thuis als op straat of op school. Hierdoor lopen ze het risico op nieuw misbruik omdat ze het lijken 'uit te lokken', maar ze stoten ook andere kinderen af. Zo vallen ze buiten de groep en raken nog verder geïsoleerd. Het 'verleidelijke' gedrag is niet zo bedoeld, het is gedrag waarmee ze geleerd hebben aandacht en 'liefde' te krijgen. Ze hebben nog niet geleerd dat mensen ook anders met elkaar kunnen omgaan en dat seks geen koopwaar is.
Seksueel provocerend gedrag kan in het pleeggezin ergernis oproepen en zorg over de andere kinderen. Wat leren die ervan, hoe gaan die er mee om. Het misbruikte kind kan de andere kinderen aanzetten tot vergaande seksuele spelletjes.
Maar seksueel misbruikte kinderen kunnen ook met angst reageren en preutsheid. Ze wijzen alle lichamelijk contact af en zijn bijvoorbeeld bang van douchen en de huisarts.


Tips:

* Niet alle kinderen zijn seksueel misbruikt!
* Volg uw gevoel en meld wanneer u een vermoeden van seksueel misbruik hebt
* Wees duidelijk over seksuele regels
* Overtreed nooit de grenzen van het kind
* Leer het kind niet-seksuele vormen van contact

 

 

Wat het gedrag op kan roepen

De ervaringen van een kind kunnen door allerlei elementen opgeroepen worden. Als voorbeeld een vijfjarig jongetje in therapie. Bij aanmelding was niets bekend over seksueel misbruik. Hij was druk en nauwelijks te temperen. Toen hij het zo bont maakte dat de therapeute hem moest berispen, keek hij haar lachend en ondeugend aan en zei: 'Zal ik je kutje likken?' Dit was kennelijk zijn manier om volwassenen tevreden te stellen. Dit voorbeeld laat zien dat sommige situaties, handelingen of gebeurtenissen aan het misbruik herinneren en ongewenst gedrag bij het kind kan oproepen. Wat dit voorbeeld ook leert, is dat we in bepaalde situaties geconfronteerd kunnen worden met opmerkingen of handelingen van de kinderen die ons laten schrikken en waar we op dat moment geen antwoord op hebben. Oproepend zijn vooral momenten rondom slapen en baden. Het naar bed brengen door de pleegvader, hoe normaal ook, kan voor deze kinderen de herinnering aan het misbruik oproepen. Ook bepaalde etenswaren kunnen dat. Yoghurt bijvoorbeeld of eten dat lijkt op of ruikt naar sperma (champignons) kan, na oraal misbruik, aanleiding zijn tot braken, niet willen eten of ernstige eetstoornissen.
Normale gezinsactiviteiten kunnen voor het misbruikte kind een geheel andere betekenis hebben. Dat betekent dat reeds bij de kennismaking gezinsactiviteiten moeten worden bezien vanuit de optiek van het misbruikte kind. De zondagse stoeipartij met alle kinderen in het pleegouderlijk bed kan misschien niet doorgaan als het nieuwe kind altijd op zondag misbruikt werd in het bed van de ouders. Soms moeten gezinsactiviteiten en bepaalde regels tijdelijk veranderd worden. Tijdelijk omdat het juist de bedoeling van de pleeggezinplaatsing is dat het kind zich weer normaal gaat ontwikkelen.

Vertellen of niet vertellen

Pleegouders vragen zich vaak af wat ze de andere kinderen van het gezin moeten vertellen. Dat is afhankelijk van de gezinscultuur. Als u niet gewend bent iets te vertellen over het nieuwe kind, dan zou u dat ook bij dit kind niet moeten doen. Als het gewoonte is wel iets te vertellen, dan zou het als volgt kunnen: 'We krijgen een nieuw kind in huis. En dat kindje komt bij ons omdat er iemand was die aan haar plassertje zat. Daar werd dat kindje verdrietig van. Het kon er bijna niet meer van spelen. En daarom komt het nu bij ons, want wij doen dat niet. Het komt ook bij ons om weer te leren spelen'. Uiteraard moet zoiets aangepast worden aan de leeftijd van de kinderen. Het geeft ook een handvat om later, als het kind andere kinderen betrekt in vervelende seksuele spelletjes, uit te leggen waarom dit soort spel niet mag.
Het kan ook verteld worden als het kind er al is. Het voordeel hiervan is dat voor het misbruikte kind direct duidelijk is dat de regel geldt: in dit huis hebben we geen geheimen.

Seksuele voorlichting

Het open praten over het misbruik opent ook de weg naar seksuele voorlichting. Misbruikte kinderen lijken wel veel van seks te weten, maar ze weten meestal weinig en hebben veel foute ideeën. Ze praten er niet over en zijn daarom lang na het misbruik bang voor 'de baby in de buik'. Ze zijn bang dat het 'eruit floept' en hebben er buikpijn van. Ze hebben geen idee van de positieve aspecten van seksualiteit. Ze moeten leren dat een aai over de bol prettig is en niet tot seks leidt. Ze weten niet hoe ze hun grenzen kunnen en mogen bewaren en hebben het nodig grenzen gesteld te krijgen en grenzen te mogen stellen. Maak een 'verleidend' kind duidelijk dat dit ongewenst is en risico's heeft; maak een angstig kind duidelijk dat je zijn of haar grenzen respecteert.
Grensoverschrijdend gedrag mag en kan niet getolereerd worden, maar het is moeilijk om de juiste toon te vinden. Als voorbeeld een mogelijke reactie op het in het kruis grijpen. U pakt het handje van het kind en zegt 'Ik vind dat niet prettig, je mag me ook gewoon een handje geven'. Benadrukt wordt (door het ik) dat onze grens is overschreden maar dat het kind toch lief is. Het kind wordt geleerd dat er andere vormen van contact zijn. Consequent de grenzen van kinderen respecteren en het voorleven, leert het kind uiteindelijk vertrouwen en respect.

Openlijk masturberen

Misbruikte kinderen kunnen soms ongeremd en openlijk excessief masturberen; in de kamer of op school bijvoorbeeld. Het is gedrag dat niet makkelijk is af te leren. Toch moet het kind leren dat dit soort handelingen privé zijn en niet openlijk kunnen gebeuren. Pleegouders moeten, vanaf het eerste begin, het kind consequent leren dat masturberen alleen in een privé-omgeving moet gebeuren zoals op de eigen slaapkamer. Het zal niet makkelijk zijn om het kind steeds als het masturbeert naar de eigen kamer te sturen, zeker niet bij een jong kind. Toch is dat noodzakelijk. Een alternatief is om een vervangende 'bevrediging' aan te brengen in de zin van het kind troosten of wiegen.

Therapie of niet?

De meeste seksueel misbruikte kinderen behoeven enige tijd therapie. Nu is dat niet eenvoudig want therapeuten die misbruikte kinderen kunnen behandelen, zijn niet dik gezaaid. Een gebrek aan kennis over de gevolgen zorgt er bovendien voor dat sommige therapeuten niet in de gaten hebben hoe ernstig de problematiek is en zijn latere gevolgen. Het kind vergeet niet vanzelf wat er is gebeurd, ook al merk je een tijdlang niets.
Misbruikte kinderen kunnen zowel jongens als meisjes zijn. Grotere jongens hebben vaak de neiging het misbruik te ontkennen omdat het niet strookt met het beeld omtrent mannelijkheid: 'Je laat je als jongen toch zeker niet misbruiken.' Daarnaast zijn ze vaak bang dat ze het misbruik hebben uitgelokt omdat ze 'iets homofiels' hebben uitgestraald, omdat het meestal om mannelijke misbruikers gaat. Angst omtrent hun seksuele identiteit en krampachtig proberen te bewijzen dat ze 'echte mannen' zijn, kan leiden tot agressief of seksueel misbruikend gedrag.
Hulp voor misbruikte kinderen hoeft niet altijd langdurig te zijn. Een korte groepstherapie van zo'n 15 sessies, met andere misbruikte kinderen, kan al veel ellende voorkomen en verhelpen.

De bezoekregeling

Ten slotte de bezoekregeling. Kan een kind dat door één van de ouders is misbruikt toch een weekeinde naar deze ouders? Ik meen van niet zolang niet absoluut duidelijk is dat het misbruik definitief gestopt is. Beloften leveren geen gedragsverandering op en dat is een voorwaarde. Het kind moet beschermd zijn. Soms wordt aangenomen dat het kind veilig is als het niet blijft slapen, maar veel kinderen worden op klaarlichte dag misbruikt. Hoewel kinderen loyaal zijn naar hun ouders, moeten zeker misbruikte kinderen ook leren loyaal te zijn naar zichzelf, respect te hebben voor de ouders, maar er ook om kunnen rouwen dat die ouders hun ouderschap niet waarmaken.
Pleegkinderen kunnen leren dat er, naast de eigen ouders, nog andere ouders zijn die hen willen helpen op te groeien. Ze mogen en moeten ondervinden dat zij het waard zijn dat pleegouders van hen houden. Pleegouders kunnen het kind uitleggen dat het begrepen wordt in zijn of haar verdriet om het verlies van de eigen ouder en zij kunnen het kind uitleggen dat de eigen ouders (nog) niet in staat zijn/waren het kind dat gene te geven waarop ieder kind recht heeft: liefde, warmte en ontwikkelingskansen.
Seksueel misbruikte kinderen brengen veel zorg met zich mee, voor alle betrokkenen. Toch zijn ook deze kinderen in staat te groeien en zich te herstellen. Voorwaarde is, dat niet alleen de seksuele gedragingen onder controle worden gebracht, maar dat ook de emotionele verwaarlozing behandeld wordt. Seksueel misbruikte kinderen zijn óók gewone kinderen die hunkeren naar liefde, warmte, aandacht en ontwikkelingskansen.

 

Wilt u nog eens wat nalezen over dit onderwerp, dan kunt u kiezen uit de literatuurlijst die voor u is samengesteld.
Een van de auteurs die regelmatig over dit onderwerp publiceert is Martine Delfos. Zij schreef een serie boekjes over seksuele voorlichting voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool en het begin van de middelbare school én ouders/opvoeders. Onlangs verscheen het zesde boekje van de serie met als onderwerp seksueel misbruik. Titel: 'Dat nare gevoel', seksuele voorlichting over seksueel misbruik .
Helder, zonder iets te verbloemen en met de juiste woorden, wordt kort en krachtig uitgelegd wat seksueel misbruik inhoudt en de gevoelens die het misbruik kunnen oproepen. En vooral hoe kinderen misbruik kunnen stoppen.
Het boekje is uitgegeven door Trude van Waarden Produkties en kost f 15,-.
ISBN 90 75564260.

Overige literatuur:

Botte, M.F. & P. Lemaître. Kaatje cactusbloem en haar egel, wiemij aanraakt krijgt een prik. België, Reemst/Standaard.

Delfos, Martine. Blijf van me af! Over seksueel misbruik bij meisjes. 2e druk 1996, Bussum, Trude van Waarden Produkties, ISBN 9063861133.

Delfos, Martine. Blijf van me af! Over seksueel misbruik bij jongens. 2e druk 1996, Bussum, Trude van Waarden Produkties, ISBN 9063861141 (van 6 tot 12 jaar).

Delfos, Martine. Het is niet leuk! Over seksueel misbruik van kinderen door kinderen. 2e druk 1996, Bussum, Trude van Waarden Produkties, ISBN 906386115X (van 6 tot 12 jaar).

Delfos, Martine F . De ontwikkeling van intimiteit. Een ontwikkelingspsychologisch model gekoppeld aan een model van de gevolgen van seksueel misbruik. Tijdschrift voor Seksuologie, 1994 18.

Delfos, Martine F. Intimiteit en pleegzorg: aantrekken en afstoten. Mobiel, jrg. 22, 1995 4, blz 6-7.

Hindman, Jan. Een pakkend boek...Voor kleine en grote mensen. Groningen, Reco Multi Media ISBN 90 76457018.

Meier, Katrin & Anette Bley. Knuffel heeft zorgen: een prentenboek over seksueel misbruik. Antwerpen/Rotterdam, C.de Vries-Brouwers; ISBN 90 53413340.