Overal ter wereld zijn kinderen die niet bij
hun ouders kunnen opgroeien, en ieder land probeert daarvoor eigen
alternatieven te bieden. Pleegzorg is zo’n alternatief, en het
is het heel bijzonder en inspirerend om met mensen van over de hele
wereld ervaringen uit te wisselen over de zorg voor pleegkinderen.
Dat is het overheersende gevoel na afloop van de 11e Internationale
Pleegzorgconferentie die van 19 t/m 23 juli in Melbourne in Australië
werd gehouden.
Voor de eerste keer in het bestaan van de International Foster Care
Organisation (IFCO) werd de tweejaarlijkse internationale conferentie
op het zuidelijk halfrond gehouden.
Het thema 'Fostering the future' was ambitieus en de onderwerpen veelomvattend.
"Maar het belangrijkste wat ons hier samenbrengt is de zorg om
en voor kinderen", aldus Carolyn Biggs in haar welkomstwoord
namens de Aboriginals aan de conferentiebezoekers.
Vlieg je aan in het noorden van Australië,
dan duurt het zeker nog vijf uur voordat de stad Melbourne, in de
staat Victoria, beneden je opdoemt. De IFCO conferentie speelde zich
dit jaar af op het universiteitsterrein van deze stad. 750 deelnemers
uit 29 landen gaven daar acte de présence tijdens een lange
openingsceremonie met speeches, optredens en een kleurrijke vlaggenparade
van de deelnemende landen. Het leek wel een voorproefje van de Olympische
Spelen die volgend jaar in Australië gehouden zullen worden.
Victoria’s minister van Jeugdzaken Denis Napthine, opende de
conferentie. Hij is zelf jarenlang pleegouder geweest en draagt de
pleegzorg nog steeds een warm hart toe. Niet alleen zijn prominente
aanwezigheid op de conferentie bewees dat, maar ook het hartstochtelijke
pleidooi voor de pleegzorg in zijn openingsspeech.
En dat mag ook wel in een land waar het overheidsbeleid er sterk op
is gericht de residentiële zorg terug te dringen, ten gunste
van de pleegzorg. Dat men daarin heel ver gaat bewijst de beslissing
een aantal jaren geleden van de Australische overheid om met één
pennenstreek alle internaten in het hele land te sluiten, waardoor
er een enorme druk op de pleegzorg is ontstaan.
IFCO-presidente Gerry Mc Andrew ging in haar openingsbijdrage onder
meer in op de loftuitingen van de minister richting IFCO voor de inspanningen
om tot een internationale uitwisseling van onderzoek en ervaringen
in de pleegzorg te komen. 'In de tien jaar van haar bestaan heeft
de IFCO deze doelstelling zeker bereikt. We kunnen vaststellen dat
dit een belangrijke verworvenheid is voor de pleegzorg, overal ter
wereld', aldus Mc Andrew.
Een bewijs daarvan leverde Chris Gardner, werkzaam via Unicef in de
Oekraïne. Hij liet weten dat de IFCO conferentie in Hongarije
vorig jaar een grote stap voorwaarts heeft betekend voor de pleegzorg
in Rusland. In directe navolging werd in december een pleegzorgconferentie
georganiseerd waaraan alle Russische deelstaten deelnamen. 'De belangstelling
en waardering voor pleegzorg zijn hierdoor enorm toegenomen, en de
wetgeving rondom pleegzorg is in een stroomversnelling geraakt.'
Plaatsingen in familie- en sociale netwerken
De conferentiebezoekers konden een keuze maken
uit een enorm (vooral nationaal) aanbod van workshops, lezingen en
keynotes. In totaal 140 onderwerpen waren gegroepeerd rond een zestal
hoofdthema's. Het viel echter niet altijd mee de relatie tussen hoofdthema
en de aangekondigde onderwerpen te ontdekken, en dat leidde soms tot
verrassende ontdekkingen voor de work-shoppers.
Indigenous children', pleegzorg rondom inheemse
kinderen, was een van de hoofdthema's, en de Australiër dr. Mick
Dodson wijdde er zijn keynote aan.
In Australië zijn de kinderen van de inheemse bevolking, de Aboriginals,
oververtegenwoordigd in de Jeugdzorg. Dodson, zelf Aboriginal, heeft
een nationaal onderzoek geleid waarin onder meer gezocht is naar de
oorzaken van dit hoge aantal.
Jarenlang was het in Australië overheidsbeleid om kinderen uit
Aboriginal families weg te halen en in Australische (blanke) pleeggezinnen
te plaatsen. Dit beleid heeft diepe traumatische sporen nagelaten
in de Aboriginal gemeenschap. Sporen die van generatie op generatie
zijn overgegaan. Dodson bracht in zijn onderzoek de ervaringen van
deze 'stolen generations' in kaart en legde de mechanismen bloot die
ten grondslag liggen aan de achterstandspositie van deze kinderen.
Zo snel mogelijk terug naar de eigen familie, of in ieder geval werken
aan een goed contact met de eigen familie, zo luidde een van de aanbevelingen
uit het rapport. 'We can save ourselves, so give us a chance'.
Inmiddels zijn er over het hele land organisaties opgericht die zich
uitsluitend bezighouden met pleegzorg voor Aboriginal kinderen. Zij
werken met pleegzorgprogramma's die speciaal hiervoor ontwikkeld zijn.
Met andere pleegzorgorganisaties is afgesproken dat – als er
een pleeggezin wordt gezocht voor een Aboriginal kind – men eerst
altijd contact opneemt met deze gespecialiseerde organisaties. Het
streven is om een Aboriginal kind, in aansluiting met de cultuur van
de Aboriginals, altijd binnen de (uitgebreide) familie te plaatsen,
aldus Muriel Cadd vertegenwoordiger van de National Aboriginal and
Islander child Care Organisation.
In Nieuw-Zeeland is plaatsing in de familie
of het sociale netwerk van een kind de belangrijkste pleegzorgvorm.
In de 80'er jaren greep de overheid, niet uit idealisme maar vanwege
verslechterde economische omstandigheden, terug op deze vorm van pleegzorg.
Ze sloot aan bij de tradities en de gewoonten van de oorspronkelijke
bewoners van Nieuw-Zeeland, de Maori's . Uiteindelijk leidde dit tot
een ander, meer cultuureigen pleegzorgbeleid Een enorme toename van
het aantal familieplaatsingen was het gevolg. Jill Worrall uit Nieuw-Zeeland
wees op de verschillende voordelen van deze pleegzorgvorm: de kinderen
blijven in hetzelfde milieu, de continuïteit van zorg wordt meer
gewaarborgd etc. Toch waarschuwde zij ervoor om de negatieve effecten
niet te onderschatten. De verantwoordelijkheid voor de opvang van
pleegkinderen is in dit systeem soms misschien te veel komen te liggen
bij de familie. Ook kunnen familieplaatsingen een totale verandering
betekenen voor het bestaande familiesysteem, en niet altijd in positieve
zin.
Zij pleitte voor een internationaal praktijk protocol en hoopte dat
de aanwezigen op deze IFCO conferentie de gelegenheid te baat zouden
nemen om dit op te stellen.
Nieuwe en succesvolle initiatieven
Nieuwe initiatieven werden er natuurlijk ook
gepresenteerd. Onder het hoofdthema 'Todays Tough Issues', Moeilijke
Hedendaagse Problemen, werd een workshop gehouden over een zeer intensief
begeleidingsprogramma van risicovolle jongeren tussen de 13 en 18
jaar, die buiten de pleegzorg en buiten de residentiële opvang
vallen. Uitgangspunt van het programma is aansluiten bij wat de jongere
nodig heeft, en niet wat het systeem biedt. Veel van deze jongeren
hebben een verstoord hechtingsgedrag en juist hieraan werkt men. De
ervaring leert dat een herstelde hechting als bron van energie kan
gaan werken in het leven van de jongere. Een erg intensieve methode
(1:1) die helaas niet verder ontwikkeld wordt vanwege de hoge kosten.
Van een succesvol pleegzorgproject in Victoria
bij een vergelijkbare groep jongeren deden Jenny Cunnings (teamleider)
en Sue Sauer (pleegmoeder) verslag. Het uitgangspunt van de hier toegepaste
methode is dat de pleegouders die bij het project aangesloten zijn
over bepaalde kwaliteiten moeten beschikken. Zij moeten in staat zijn
de jongere gedurende een langere tijd in (terugkerende) moeilijke
periodes te kunnen blijven 'bereiken', hen te blijven helpen, en op
die manier uitplaatsing te voorkomen. De jongere heeft een geschiedenis
van meervoudige afwijzing, en deze plaatsing moet slagen. Door middel
van relatieopbouw gaan de pleegouders een verbintenis aan met de jongere
die onvoorwaardelijk is, ook nadat de jongere het pleeggezin heeft
verlaten.
Werving van pleegouders voor dit project gebeurt op zeer individuele
wijze. Bij de matching kijkt men onder meer naar specifieke vaardigheden
van de pleegouders en overeenkomsten qua interesse en persoonlijkheid.
De begeleiding en training is op maat gesneden en 24 uur per dag beschikbaar.
De betaling van de pleegouders (ong. f 675,- per week) ervaren de
pleegouders in overeenstemming met de zwaarte van de plaatsing.
Dat een goede realistische en intensieve voorlichting
over pleegzorg kan leiden tot een opvallende toename van het aantal
pleegouders bewees de kleine pleegzorgorganisatie Anglicare in Melbourne.
In 1990 telde men 20 plaatsingen per maand, maar na een zeer strategische
publiciteitscampagne in de lokale media steeg dat aantal enorm. De
bedoeling van de intensieve campagne was pleegzorg in het bewustzijn
van de mensen te brengen. En zo te zien is men daar in geslaagd. In
1998 was het aantal plaatsingen gestegen tot 70 per maand. Niet gezegd
werd hoe het de pleegouders is vergaan.
Beschuldigd van seksueel misbruik
Als pleegouders beschuldigd worden van mishandeling
of seksueel misbruik is dat een ingrijpende traumatische gebeurtenis
voor alle betrokkenen. Stephen Nixon (Engeland) en Rosemarie Carbino
(USA) deden in een workshop verslag over de uitkomsten van een enquête
in 1994/95 onder pleegouders die van deze aantijgingen zijn beschuldigd.
Met de aanwezigen werd gediscussieerd over de gevolgen voor praktijk
en beleid.
Hoewel het bewustzijn rondom dit onderwerp binnen de centra voor pleegzorg
groeit, is er nog onvoldoende begrip en inzicht in de beleving en
ervaring van kinderen en pleegouders die hiermee te maken krijgen.
Ook is er te weinig kennis over de te volgen procedures vanuit de
instelling en de soms schadelijke effecten die deze procedures kunnen
hebben op pleeggezin en pleegkind. Vaak hebben pleegouders achteraf
het gevoel dat er onzorgvuldig met hen is omgesprongen. Gepleit werd
voor een protocol waarin de procedures en de rechten en plichten van
alle betrokkenen staan opgetekend. Bij de voorbereiding moeten deze
kwesties onder de aandacht van pleegouders worden gebracht en ook
in de begeleiding moet het een terugkerend onderwerp van gesprek zijn.
Ter afsluiting
Opvallend op deze conferentie was dat er geen
ouders van pleegkinderen aanwezig waren, dit in tegenstelling tot
vorig jaar in Hongarije. De aandacht voor en het praten met ouders
leek daar een doorbraak te zijn. De enkele workshop die hier aandacht
aan de positie van ouders besteedde bleef vaak steken in het klagen
van pleegouders over 'die moeilijke ouders'. In Nederland is de pleegzorg
toch veel meer bezig om juist de samenwerking met de ouders beter
gestalte te geven. Áls die samenwerking goed verloopt kan dat
een belangrijke bijdrage zijn aan het succes van de pleeggezinplaatsing.
Ook was het jammer dat het jeugdprogramma op deze IFCO grotendeels
gescheiden was van de rest van het conferentiegebeuren. Alleen bij
op de openings- en slotceremonie stonden de jongeren – om wie
het tenslotte allemaal gaat – letterlijk in de schijnwerpers.
In een videofilm met interviews met de aanwezige jongeren gaven zij
ook blijk van hun teleurstelling hierover. Onderling waren er goede
contacten gelegd, maar voor het overige voelden zij zich toch enigszins
op een zijspoor gezet op deze conferentie. Een gemiste kans!
Een laatste kritiekpuntje betreft de grote Australische inbreng van
de onderwerpen die gepresenteerd werden. Het merendeel was van dit
continent afkomstig, maar het zuidelijk halfrond is toch groter dan
'down under'?
|
Aandacht voor IFCO
wereldconferentie in 2001 in Nederland
Elk jaar houdt de International Foster Care Organisation (IFCO)
een pleegzorgconferentie. Het ene jaar een Europese conferentie,
het andere jaar een mondiale conferentie. Volgend jaar is
de Europese conferentie in augustus in Ierland (Cork), en
in 2001 organiseert Nederland de wereldconferentie. Thema
'Towards a fostercaring society' staat al vast, evenals de
data (van maandag 24 juli tot en met vrijdag 28 juli) en ook
de lokatie is bekend: De Koningshof in Veldhoven.
In Australië bracht Nederland de conferentie in 2001
alvast onder de aandacht van de aanwezigen. Er was een stand
ingericht waar men informatie kon krijgen, en er is zelfs
een speciale 'Dutch Evening' in het Abel Tasmanhuis in Melbourne
gehouden om de aandacht op deze volgende mondiale pleegzorgbijeenkomst
te vestigen. Een 'Dutch Evening' zoals wij die in Nederland
bijna niet meer kennen. Met een volksdansgroep in klederdracht,
met oeroude Hollandse liedjes, met polonaises en bitterballen.
MOBIEL volgt de voorbereidingen van dit belangrijke gebeuren
voor de pleegzorg op de voet, en zal er de komende tijd regelmatig
verslag van doen.
De conferentie in De Koningshof is vooral ook bedoeld voor
pleegouders, dus noteert u de gegevens in uw agenda!
Pleegouders die mee wil denken, mee willen helpen bij de voorbereidingen
of gewoon geïnteresseerd zijn kunnen zich wenden tot:
NIZW, IFCO 2001, Postbus 19152, 3501 DD
UTRECHT,
E-mail:
Website over IFCO 2001:
http://www.pleegzorg.nl/internationaal/ifco2001
|