artikel uit Mobiel 5, oktober 1999

Buitenland
Ouders grote afwezige op pleegzorgconferentie 1999

Door Nelleke Visscher e.a.
redacteuren Mobiel

Overal ter wereld zijn kinderen die niet bij hun ouders kunnen opgroeien, en ieder land probeert daarvoor eigen alternatieven te bieden. Pleegzorg is zo’n alternatief, en het is het heel bijzonder en inspirerend om met mensen van over de hele wereld ervaringen uit te wisselen over de zorg voor pleegkinderen. Dat is het overheersende gevoel na afloop van de 11e Internationale Pleegzorgconferentie die van 19 t/m 23 juli in Melbourne in Australië werd gehouden.
Voor de eerste keer in het bestaan van de International Foster Care Organisation (IFCO) werd de tweejaarlijkse internationale conferentie op het zuidelijk halfrond gehouden.
Het thema 'Fostering the future' was ambitieus en de onderwerpen veelomvattend. "Maar het belangrijkste wat ons hier samenbrengt is de zorg om en voor kinderen", aldus Carolyn Biggs in haar welkomstwoord namens de Aboriginals aan de conferentiebezoekers.

Vlieg je aan in het noorden van Australië, dan duurt het zeker nog vijf uur voordat de stad Melbourne, in de staat Victoria, beneden je opdoemt. De IFCO conferentie speelde zich dit jaar af op het universiteitsterrein van deze stad. 750 deelnemers uit 29 landen gaven daar acte de présence tijdens een lange openingsceremonie met speeches, optredens en een kleurrijke vlaggenparade van de deelnemende landen. Het leek wel een voorproefje van de Olympische Spelen die volgend jaar in Australië gehouden zullen worden.
Victoria’s minister van Jeugdzaken Denis Napthine, opende de conferentie. Hij is zelf jarenlang pleegouder geweest en draagt de pleegzorg nog steeds een warm hart toe. Niet alleen zijn prominente aanwezigheid op de conferentie bewees dat, maar ook het hartstochtelijke pleidooi voor de pleegzorg in zijn openingsspeech.
En dat mag ook wel in een land waar het overheidsbeleid er sterk op is gericht de residentiële zorg terug te dringen, ten gunste van de pleegzorg. Dat men daarin heel ver gaat bewijst de beslissing een aantal jaren geleden van de Australische overheid om met één pennenstreek alle internaten in het hele land te sluiten, waardoor er een enorme druk op de pleegzorg is ontstaan.
IFCO-presidente Gerry Mc Andrew ging in haar openingsbijdrage onder meer in op de loftuitingen van de minister richting IFCO voor de inspanningen om tot een internationale uitwisseling van onderzoek en ervaringen in de pleegzorg te komen. 'In de tien jaar van haar bestaan heeft de IFCO deze doelstelling zeker bereikt. We kunnen vaststellen dat dit een belangrijke verworvenheid is voor de pleegzorg, overal ter wereld', aldus Mc Andrew.
Een bewijs daarvan leverde Chris Gardner, werkzaam via Unicef in de Oekraïne. Hij liet weten dat de IFCO conferentie in Hongarije vorig jaar een grote stap voorwaarts heeft betekend voor de pleegzorg in Rusland. In directe navolging werd in december een pleegzorgconferentie georganiseerd waaraan alle Russische deelstaten deelnamen. 'De belangstelling en waardering voor pleegzorg zijn hierdoor enorm toegenomen, en de wetgeving rondom pleegzorg is in een stroomversnelling geraakt.'

Plaatsingen in familie- en sociale netwerken

De conferentiebezoekers konden een keuze maken uit een enorm (vooral nationaal) aanbod van workshops, lezingen en keynotes. In totaal 140 onderwerpen waren gegroepeerd rond een zestal hoofdthema's. Het viel echter niet altijd mee de relatie tussen hoofdthema en de aangekondigde onderwerpen te ontdekken, en dat leidde soms tot verrassende ontdekkingen voor de work-shoppers.

Indigenous children', pleegzorg rondom inheemse kinderen, was een van de hoofdthema's, en de Australiër dr. Mick Dodson wijdde er zijn keynote aan.
In Australië zijn de kinderen van de inheemse bevolking, de Aboriginals, oververtegenwoordigd in de Jeugdzorg. Dodson, zelf Aboriginal, heeft een nationaal onderzoek geleid waarin onder meer gezocht is naar de oorzaken van dit hoge aantal.
Jarenlang was het in Australië overheidsbeleid om kinderen uit Aboriginal families weg te halen en in Australische (blanke) pleeggezinnen te plaatsen. Dit beleid heeft diepe traumatische sporen nagelaten in de Aboriginal gemeenschap. Sporen die van generatie op generatie zijn overgegaan. Dodson bracht in zijn onderzoek de ervaringen van deze 'stolen generations' in kaart en legde de mechanismen bloot die ten grondslag liggen aan de achterstandspositie van deze kinderen. Zo snel mogelijk terug naar de eigen familie, of in ieder geval werken aan een goed contact met de eigen familie, zo luidde een van de aanbevelingen uit het rapport. 'We can save ourselves, so give us a chance'.
Inmiddels zijn er over het hele land organisaties opgericht die zich uitsluitend bezighouden met pleegzorg voor Aboriginal kinderen. Zij werken met pleegzorgprogramma's die speciaal hiervoor ontwikkeld zijn. Met andere pleegzorgorganisaties is afgesproken dat – als er een pleeggezin wordt gezocht voor een Aboriginal kind – men eerst altijd contact opneemt met deze gespecialiseerde organisaties. Het streven is om een Aboriginal kind, in aansluiting met de cultuur van de Aboriginals, altijd binnen de (uitgebreide) familie te plaatsen, aldus Muriel Cadd vertegenwoordiger van de National Aboriginal and Islander child Care Organisation.

In Nieuw-Zeeland is plaatsing in de familie of het sociale netwerk van een kind de belangrijkste pleegzorgvorm. In de 80'er jaren greep de overheid, niet uit idealisme maar vanwege verslechterde economische omstandigheden, terug op deze vorm van pleegzorg. Ze sloot aan bij de tradities en de gewoonten van de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland, de Maori's . Uiteindelijk leidde dit tot een ander, meer cultuureigen pleegzorgbeleid Een enorme toename van het aantal familieplaatsingen was het gevolg. Jill Worrall uit Nieuw-Zeeland wees op de verschillende voordelen van deze pleegzorgvorm: de kinderen blijven in hetzelfde milieu, de continuïteit van zorg wordt meer gewaarborgd etc. Toch waarschuwde zij ervoor om de negatieve effecten niet te onderschatten. De verantwoordelijkheid voor de opvang van pleegkinderen is in dit systeem soms misschien te veel komen te liggen bij de familie. Ook kunnen familieplaatsingen een totale verandering betekenen voor het bestaande familiesysteem, en niet altijd in positieve zin.
Zij pleitte voor een internationaal praktijk protocol en hoopte dat de aanwezigen op deze IFCO conferentie de gelegenheid te baat zouden nemen om dit op te stellen.

Nieuwe en succesvolle initiatieven

Nieuwe initiatieven werden er natuurlijk ook gepresenteerd. Onder het hoofdthema 'Todays Tough Issues', Moeilijke Hedendaagse Problemen, werd een workshop gehouden over een zeer intensief begeleidingsprogramma van risicovolle jongeren tussen de 13 en 18 jaar, die buiten de pleegzorg en buiten de residentiële opvang vallen. Uitgangspunt van het programma is aansluiten bij wat de jongere nodig heeft, en niet wat het systeem biedt. Veel van deze jongeren hebben een verstoord hechtingsgedrag en juist hieraan werkt men. De ervaring leert dat een herstelde hechting als bron van energie kan gaan werken in het leven van de jongere. Een erg intensieve methode (1:1) die helaas niet verder ontwikkeld wordt vanwege de hoge kosten.

Van een succesvol pleegzorgproject in Victoria bij een vergelijkbare groep jongeren deden Jenny Cunnings (teamleider) en Sue Sauer (pleegmoeder) verslag. Het uitgangspunt van de hier toegepaste methode is dat de pleegouders die bij het project aangesloten zijn over bepaalde kwaliteiten moeten beschikken. Zij moeten in staat zijn de jongere gedurende een langere tijd in (terugkerende) moeilijke periodes te kunnen blijven 'bereiken', hen te blijven helpen, en op die manier uitplaatsing te voorkomen. De jongere heeft een geschiedenis van meervoudige afwijzing, en deze plaatsing moet slagen. Door middel van relatieopbouw gaan de pleegouders een verbintenis aan met de jongere die onvoorwaardelijk is, ook nadat de jongere het pleeggezin heeft verlaten.
Werving van pleegouders voor dit project gebeurt op zeer individuele wijze. Bij de matching kijkt men onder meer naar specifieke vaardigheden van de pleegouders en overeenkomsten qua interesse en persoonlijkheid. De begeleiding en training is op maat gesneden en 24 uur per dag beschikbaar. De betaling van de pleegouders (ong. f 675,- per week) ervaren de pleegouders in overeenstemming met de zwaarte van de plaatsing.

Dat een goede realistische en intensieve voorlichting over pleegzorg kan leiden tot een opvallende toename van het aantal pleegouders bewees de kleine pleegzorgorganisatie Anglicare in Melbourne.
In 1990 telde men 20 plaatsingen per maand, maar na een zeer strategische publiciteitscampagne in de lokale media steeg dat aantal enorm. De bedoeling van de intensieve campagne was pleegzorg in het bewustzijn van de mensen te brengen. En zo te zien is men daar in geslaagd. In 1998 was het aantal plaatsingen gestegen tot 70 per maand. Niet gezegd werd hoe het de pleegouders is vergaan.

Beschuldigd van seksueel misbruik

Als pleegouders beschuldigd worden van mishandeling of seksueel misbruik is dat een ingrijpende traumatische gebeurtenis voor alle betrokkenen. Stephen Nixon (Engeland) en Rosemarie Carbino (USA) deden in een workshop verslag over de uitkomsten van een enquête in 1994/95 onder pleegouders die van deze aantijgingen zijn beschuldigd. Met de aanwezigen werd gediscussieerd over de gevolgen voor praktijk en beleid.
Hoewel het bewustzijn rondom dit onderwerp binnen de centra voor pleegzorg groeit, is er nog onvoldoende begrip en inzicht in de beleving en ervaring van kinderen en pleegouders die hiermee te maken krijgen. Ook is er te weinig kennis over de te volgen procedures vanuit de instelling en de soms schadelijke effecten die deze procedures kunnen hebben op pleeggezin en pleegkind. Vaak hebben pleegouders achteraf het gevoel dat er onzorgvuldig met hen is omgesprongen. Gepleit werd voor een protocol waarin de procedures en de rechten en plichten van alle betrokkenen staan opgetekend. Bij de voorbereiding moeten deze kwesties onder de aandacht van pleegouders worden gebracht en ook in de begeleiding moet het een terugkerend onderwerp van gesprek zijn.

Ter afsluiting

Opvallend op deze conferentie was dat er geen ouders van pleegkinderen aanwezig waren, dit in tegenstelling tot vorig jaar in Hongarije. De aandacht voor en het praten met ouders leek daar een doorbraak te zijn. De enkele workshop die hier aandacht aan de positie van ouders besteedde bleef vaak steken in het klagen van pleegouders over 'die moeilijke ouders'. In Nederland is de pleegzorg toch veel meer bezig om juist de samenwerking met de ouders beter gestalte te geven. Áls die samenwerking goed verloopt kan dat een belangrijke bijdrage zijn aan het succes van de pleeggezinplaatsing.
Ook was het jammer dat het jeugdprogramma op deze IFCO grotendeels gescheiden was van de rest van het conferentiegebeuren. Alleen bij op de openings- en slotceremonie stonden de jongeren – om wie het tenslotte allemaal gaat – letterlijk in de schijnwerpers. In een videofilm met interviews met de aanwezige jongeren gaven zij ook blijk van hun teleurstelling hierover. Onderling waren er goede contacten gelegd, maar voor het overige voelden zij zich toch enigszins op een zijspoor gezet op deze conferentie. Een gemiste kans!
Een laatste kritiekpuntje betreft de grote Australische inbreng van de onderwerpen die gepresenteerd werden. Het merendeel was van dit continent afkomstig, maar het zuidelijk halfrond is toch groter dan 'down under'?

 

Aandacht voor IFCO wereldconferentie in 2001 in Nederland


Elk jaar houdt de International Foster Care Organisation (IFCO) een pleegzorgconferentie. Het ene jaar een Europese conferentie, het andere jaar een mondiale conferentie. Volgend jaar is de Europese conferentie in augustus in Ierland (Cork), en in 2001 organiseert Nederland de wereldconferentie. Thema 'Towards a fostercaring society' staat al vast, evenals de data (van maandag 24 juli tot en met vrijdag 28 juli) en ook de lokatie is bekend: De Koningshof in Veldhoven.
In Australië bracht Nederland de conferentie in 2001 alvast onder de aandacht van de aanwezigen. Er was een stand ingericht waar men informatie kon krijgen, en er is zelfs een speciale 'Dutch Evening' in het Abel Tasmanhuis in Melbourne gehouden om de aandacht op deze volgende mondiale pleegzorgbijeenkomst te vestigen. Een 'Dutch Evening' zoals wij die in Nederland bijna niet meer kennen. Met een volksdansgroep in klederdracht, met oeroude Hollandse liedjes, met polonaises en bitterballen.
MOBIEL volgt de voorbereidingen van dit belangrijke gebeuren voor de pleegzorg op de voet, en zal er de komende tijd regelmatig verslag van doen.
De conferentie in De Koningshof is vooral ook bedoeld voor pleegouders, dus noteert u de gegevens in uw agenda!
Pleegouders die mee wil denken, mee willen helpen bij de voorbereidingen of gewoon geïnteresseerd zijn kunnen zich wenden tot:


NIZW, IFCO 2001, Postbus 19152, 3501 DD UTRECHT,
E-mail:


Website over IFCO 2001: http://www.pleegzorg.nl/internationaal/ifco2001