Houkje (53) en IJsbrand (55) Cnossen
uit Bolsward hebben twintig jaar lang zeker 45 pleegkinderen in huis
gehad. En nog steeds woont er een pleegkind bij hen, Aimee van 14. Toch
hebben de pleegouders besloten geen nieuwe pleegkinderen meer aan te
nemen. Houkje zegt dat ze deze beslissing hebben genomen omdat ze allebei
het gevoel kregen: 'Het moet afgelopen zijn. Na zoveel jaren pleegzorg
is het mooi geweest. We worden ouder en de problematiek is zo anders.
Onze ervaring is dat tegenwoordig veel pleegkinderen in de puberjaren
drugs en drank gebruiken. Ik pas twee dagen per week op mijn drie kleinkinderen
en ik wil niet dat ze met dit soort problemen in aanraking komen.'
Vroeger hoefde je als aspirant-pleegouder geen voorbereidende cursus
te volgen. Er vond een gesprek plaats waarin over de gezinssamenstelling
werd gesproken en waarom de aspiranten voor pleegzorg kozen. Vervolgens
werd er een profiel gemaakt van het gezin, op één A4.
Teruglezend zien we het profiel van een gemiddeld Nederlands gezin:
drie dochtertjes, vader IJsbrand werkt in een fabriek, en moeder Houkje
zorgt voor de kinderen.
Desgevraagd vertelt Houkje dat ze in al die jaren aan bijna alle vormen
van pleegzorg hebben gedaan: netwerk-, TGV- , langdurige- en vooral
aan crisispleegzorg. De meeste kinderen, pubers, kwamen aanvankelijk
voor een crisisopvang, maar bleven vaak langer.
'Op deze manier kregen wij een groot pleeggezin. Dat is zo gegroeid.
Ik vind het makkelijker. In een groot gezin voeden de kinderen elkaar
wat meer op. Ook is een groot gezin beter als er bijvoorbeeld een
kind tussen zit met extreme problemen. Ik zou anders stapeldol worden
omdat ik geneigd zou zijn alle aandacht op dat kind te richten.'
Houkje zei het al: pleegkinderen zijn in al die jaren erg veranderd.
'Als ze hier komen is dat meestal hun laatste opvangmogelijkheid in
een gewoon gezin. De problematiek van deze kinderen is vaak enorm,
soms zijn het dan ook hele moeilijke kinderen. Ze hebben steeds meer
redenen om weg te lopen, zijn boos omdat ze niet uit mogen of geen
drugs mogen gebruiken. Willen geen gezag erkennen: ze kunnen absoluut
niet velen dat er iemand boven hen staat'.
Begeleiding: gestructureerder, maar minder
spontaan
De begeleiding is in de loop der tijd 'veel
gestructureerder geworden', aldus Houkje. 'Er zijn veel meer regels
gekomen en de begeleiders besteden tegenwoordig erg veel tijd aan
het rapporteren over de pleegkinderen'.
Vóór 1994 had elk kind een begeleider, die alles deed.
Er kwam een telefoontje met de vraag of Houkje een pleegkind kon opvangen
en zo ja, dan kwam er een kind. Maar een jaar of vijf geleden is er
veel veranderd. Als er iets is, moet dat eerst voorgelegd worden aan
de pleegzorgbegeleider. De begeleider gaat vervolgens met de kwestie
naar de plaatser. Het antwoord van de plaatser gaat weer terug naar
de begeleider, die het weer doorgeeft aan de pleegouders. Houkje:
'Zo’n manier van werken geeft veel oponthoud, en daarom hou ik
me er ook niet altijd aan.'
De spontaniteit is verdwenen. 'Dat gestructureerde ligt me niet zo.
Er is nooit meer een verrassing. Vroeger kregen we wel eens een telefoontje:
"We zoeken een plek voor een hele moeilijke puber". Bleek
dat toch een leuk kind te zijn! We hebben ook wel eens een punkmeisje
in huis gehad. Ze had altijd en overal van die 'kistjes' aan. Haar
ouders waren gelovige mensen, ze schaamden zich voor hun dochter,
en vonden haar veel te lawaaierig. De verstandhouding thuis verslechterde
zo dat het meisje haar biezen pakte en wegliep. Een leuke meid hoor',
glimlacht Houkje.
Een verrijkt leven met pleegkinderen
Terugblikkend op een leven met pleegkinderen
vindt pleegmoeder Houkje dat het hun leven zeker heeft verrijkt. 'Ik
zal het straks beslist missen. De gezelligheid, de drukte, het gekakel
van al die kinderen om je heen. Het was ook zo leuk om te zien dat
een pleegkind meestal beter wegging dan dat het kwam.'
En hun eigen kinderen, wat hebben die er nou van gevonden? Altijd
pleegkinderen in huis? Volgens Houkje hebben hun dochters altijd positief
tegenover pleegzorg gestaan: 'anders had we het nooit zo lang volgehouden.
En we weten zeker dat ook onze pleegkinderen hebben bijgedragen aan
wat mijn kinderen nu zijn: volwassen met een hoop mensenkennis en
doordrongen van de wetenschap dat het niet in alle gezinnen zo goed
gaat als thuis.'