Werken aan een betere pleegzorg met
de hulp van Europa Eigenlijk is het een simpel verhaal, van pleegouders
en pleegzorgwerkers die elkaar ontmoeten en ontdekken: 'Tjoh, dt ken
ik ook, ik maak krek hetzelfde mee!' Want pleegzorg, hoe verscheiden
ook in haar organisatie draait over heel de wereld om hetzelfde : mensen
die zorgen voor elkaar, mensen die zorgen voor kinderen. En die mensen
hebben overal ter wereld dezelfde zorg, ervaren dezelfde vreugde en
pijn, hebben dezelfde gedrevenheid.
Als die pleegzorgers dan ook nog eens dezelfde taal spreken en bovendien
een zelfde methodiek (STAP) hanteren ligt een samenwerking voor de hand.
Een kleine twee jaar later staat er dan met steun van Europa een
heus project op stapel.
Het was een beetje aftasten in het begin, maar al snel realiseerden
de verkenners zich: hier zit muziek in! Er is gemeenschappelijk gebied,
de grensregio van Zeeuws-Vlaanderen en het noorden van de Belgische
provincies West- en Oost-Vlaanderen met een eigen karakter. Een landelijk
gebied, over het algemeen dunbevolkt, met slechts enkele kleine stadjes,
verspreid over een grote oppervlakte. Met relatief weinig pleeggezinnen,
die niet zo veel gebruik maken van het vormingsaanbod dat vaak ver
weg – soms hélemaal over de Schelde – wordt georganiseerd.
Bijzonder voor deze streek is ook dat er een grens doorheen loopt,
maar die grens betekent weinig: men beweegt vlot van het ene land
naar het andere (markten, inkopen, school). Ook de streektaal overbrugt
hier moeiteloos de staatkundige grens.
Hoe pakken we de samenwerking aan?
Wat stond ons eigenlijk in de weg om in deze
regio pleeggezinnen beter te ondersteunen en de pleegzorg beter te
promoten? Alleen, hoe moesten we dat aanpakken? Meteen dachten we
aan uitwisseling en contacten tussen werkers uit beide landen. Zelfs
'jobrotatie' kwam ter sprake… maar dan waren we al flink aan
het doordrammen…
In de praktijk bestond onze eerste samenwerking eruit dat we elkaars
vormingsprogramma's promoten: de Nederlandse pleegouders werden uitgenodigd
op de Belgische programma's, en omgekeerd. Dat was niet meteen een
groot succes, integendeel. De drempel om een cursus te gaan volgen
in het 'buitenland' bleek hier toch groter dan we ons konden voorstellen.
Mondjesmaat maakten werkers en pleegouders de stap over de grens,
maar kwamen wel telkens terug met prettige ervaringen, hetgeen ons
weer aanmoedigde om door te gaan. Ook op het vlak van selectie probeerden
we samen te werken: beide organisaties hadden moeite om hun programma's
vol te krijgen, dus als we samen zouden werven lukte dat misschien
wel …
Helaas, ook dat wilde niet zo goed lukken. Het enthousiasme van de
initiatiefnemers was niet evenredig aan het bereikte resultaat.
Maar daar in het zuiden zijn het nogal 'doordouwers'. Het geringe
succes van onze acties zette ons alleen maar aan om nòg grotere
plannen te maken.
Met Europa in zee
Àls we enige kans op succes wilden hebben,
moesten we de zaak grondiger aanpakken en over meer middelen kunnen
beschikken. Dus gingen we op zoek naar extra centen. En zo kwamen
na we wat gezoek in de provinciale subsidiekanalen terecht bij een
regelgeving die op onze maat was geschreven: het 'People-to-people'-project
van het Europese INTERREG II programma, regio Scheldemond. Dit project
heeft tot doel 'het bevorderen van grensoverschrijdende acties tussen
burgers in de Regio Scheldemond' en 'een voorwaardenscheppende rol
gaan vervullen naar een duurzame grensoverschrijdende samenwerking'.
Nou, dàt waren wij toch precies aan het proberen !
Inhoudelijk hadden we dan ook geen enkele moeite om de mensen van
Euregio voor de interregionale pleegzorgzaak te winnen. Integendeel:
deze mensen waren meteen bijzonder enthousiast dat een zo zinvol,
en vooral reeds effectief werkend project, bij hen kwam aankloppen.
Administratief hadden we iets meer moeite om te voldoen aan de voorwaarden
voor subsidiëring. Het samenwerkingsverband moest een officiële
structuur krijgen, de partners moesten zich (schriftelijk) verbinden
voor hun aandeel, een secretariaat moest op poten gezet, formulieren
ingevuld, een begroting opgemaakt, de projectplanning uitgeschreven
etc.
Maar het werk loonde: net voor de zomer kregen we de definitieve subsidietoezegging
voor ons project 'Pleegzorg zonder grenzen'. We krijgen 25.000 ECU
(ruim 50.000 gulden), maar dienen daar zelf evenveel ECU naast te
leggen (elke partner van het project neemt 5.000 ECU voor zijn rekening).
Een smak geld voor het goede doel !
Grootse plannen
In feite geeft deze injectie vanuit Euregio
– en de bundeling van middelen door de verschillende organisaties
– ons de mogelijkheid om onze voorzichtig begonnen samenwerking
grondig uit te bouwen. Daarbij hebben we concreet de volgende actiedoelen:
Dit klinkt allemaal nogal ambitieus –
en dat is het ook – maar we mikken graag hoog. We willen er alles
voor doen om deze doelstellingen te realiseren met de middelen die
we nu, eigenlijk een beetje onverwacht, krijgen.
Aktie!
Natuurlijk wordt er wat afvergaderd, en er
worden ook heel wat kilometers over en weer gereden (en gevaren) tussen
Gent, Brugge, Terneuzen en Middelburg. Maar dan kan ook niet anders,
en het is bovendien zinvol. De medewerkers van de projectgroep leren
zo vanzelf elkaars manier van werken kennen, en dat is stimulerend
en inspirerend voor de samenwerking.
Maar ook aan activiteiten heeft het tot nog toe niet ontbroken. In
september j.l. vond in Gent een studiedag plaats voor alle pleegzorgbegeleiders
van de projectpartners. Nederlandse en Belgische begeleiders discussieerden
met mw. dr. Tony Weterings (Universiteit van Leiden) rond het thema
'Bestaanszekerheid voor pleegkinderen'. Daarnaast werd er ook actief
gewerkt aan verschillende casussen. Het was een dag voor inhoudelijke
verdieping en wederzijdse ontmoeting.
Eind oktober kwamen we voor het eerst in de
'openbaarheid' als 'Pleegzorg zonder Grenzen'. In de Burgerzaal van
Sas-van-Gent (Nederlandse grensgemeente middenin ons gemeenschappelijk
werkgebied) ondertekenden de directeurs van de partnerorganisaties
in aanwezigheid van de provinciale overheden en de internationale
pers het (reeds lang overeengekomen) samenwerkingsprotocol. Dit was
tegelijk de eerste lancering van de verschillende acties die in de
toekomst zullen plaatsvinden.
De wervingscampagne zelf is nog in volle voorbereiding. Omdat we die
professioneel willen aanpakken (en daartoe nu de middelen hebben)
hebben we een communicatiebureau in de arm genomen. Deze mensen beginnen
met een marktonderzoek en zullen daarna in overleg met ons de campagne
op poten zetten. Voor de uitwerking daarvan werken we dan weer samen
met Gentse specialisten in grafische vormgeving.
Maar voor het zover is, hoort u nog van ons. Intussen kunnen we u
maa réén ding aanraden: kijk eens over uw grenzen!