artikel uit Mobiel 5, oktober 1999

'Aan de oever van de Schelde ...'

Door Luuk de Jong en Wilfried Meulenbergs
van Pleegzorg Zeeland en Pleegzorg Vlaanderen

Werken aan een betere pleegzorg met de hulp van Europa Eigenlijk is het een simpel verhaal, van pleegouders en pleegzorgwerkers die elkaar ontmoeten en ontdekken: 'Tjoh, dt ken ik ook, ik maak krek hetzelfde mee!' Want pleegzorg, hoe verscheiden ook in haar organisatie draait over heel de wereld om hetzelfde : mensen die zorgen voor elkaar, mensen die zorgen voor kinderen. En die mensen hebben overal ter wereld dezelfde zorg, ervaren dezelfde vreugde en pijn, hebben dezelfde gedrevenheid.
Als die pleegzorgers dan ook nog eens dezelfde taal spreken en bovendien een zelfde methodiek (STAP) hanteren ligt een samenwerking voor de hand. Een kleine twee jaar later staat er dan met steun van Europa een heus project op stapel.


Het was een beetje aftasten in het begin, maar al snel realiseerden de verkenners zich: hier zit muziek in! Er is gemeenschappelijk gebied, de grensregio van Zeeuws-Vlaanderen en het noorden van de Belgische provincies West- en Oost-Vlaanderen met een eigen karakter. Een landelijk gebied, over het algemeen dunbevolkt, met slechts enkele kleine stadjes, verspreid over een grote oppervlakte. Met relatief weinig pleeggezinnen, die niet zo veel gebruik maken van het vormingsaanbod dat vaak ver weg – soms hélemaal over de Schelde – wordt georganiseerd. Bijzonder voor deze streek is ook dat er een grens doorheen loopt, maar die grens betekent weinig: men beweegt vlot van het ene land naar het andere (markten, inkopen, school). Ook de streektaal overbrugt hier moeiteloos de staatkundige grens.

Hoe pakken we de samenwerking aan?

Wat stond ons eigenlijk in de weg om in deze regio pleeggezinnen beter te ondersteunen en de pleegzorg beter te promoten? Alleen, hoe moesten we dat aanpakken? Meteen dachten we aan uitwisseling en contacten tussen werkers uit beide landen. Zelfs 'jobrotatie' kwam ter sprake… maar dan waren we al flink aan het doordrammen…
In de praktijk bestond onze eerste samenwerking eruit dat we elkaars vormingsprogramma's promoten: de Nederlandse pleegouders werden uitgenodigd op de Belgische programma's, en omgekeerd. Dat was niet meteen een groot succes, integendeel. De drempel om een cursus te gaan volgen in het 'buitenland' bleek hier toch groter dan we ons konden voorstellen. Mondjesmaat maakten werkers en pleegouders de stap over de grens, maar kwamen wel telkens terug met prettige ervaringen, hetgeen ons weer aanmoedigde om door te gaan. Ook op het vlak van selectie probeerden we samen te werken: beide organisaties hadden moeite om hun programma's vol te krijgen, dus als we samen zouden werven lukte dat misschien wel …
Helaas, ook dat wilde niet zo goed lukken. Het enthousiasme van de initiatiefnemers was niet evenredig aan het bereikte resultaat.
Maar daar in het zuiden zijn het nogal 'doordouwers'. Het geringe succes van onze acties zette ons alleen maar aan om nòg grotere plannen te maken.

Met Europa in zee

Àls we enige kans op succes wilden hebben, moesten we de zaak grondiger aanpakken en over meer middelen kunnen beschikken. Dus gingen we op zoek naar extra centen. En zo kwamen na we wat gezoek in de provinciale subsidiekanalen terecht bij een regelgeving die op onze maat was geschreven: het 'People-to-people'-project van het Europese INTERREG II programma, regio Scheldemond. Dit project heeft tot doel 'het bevorderen van grensoverschrijdende acties tussen burgers in de Regio Scheldemond' en 'een voorwaardenscheppende rol gaan vervullen naar een duurzame grensoverschrijdende samenwerking'. Nou, dàt waren wij toch precies aan het proberen !
Inhoudelijk hadden we dan ook geen enkele moeite om de mensen van Euregio voor de interregionale pleegzorgzaak te winnen. Integendeel: deze mensen waren meteen bijzonder enthousiast dat een zo zinvol, en vooral reeds effectief werkend project, bij hen kwam aankloppen. Administratief hadden we iets meer moeite om te voldoen aan de voorwaarden voor subsidiëring. Het samenwerkingsverband moest een officiële structuur krijgen, de partners moesten zich (schriftelijk) verbinden voor hun aandeel, een secretariaat moest op poten gezet, formulieren ingevuld, een begroting opgemaakt, de projectplanning uitgeschreven etc.
Maar het werk loonde: net voor de zomer kregen we de definitieve subsidietoezegging voor ons project 'Pleegzorg zonder grenzen'. We krijgen 25.000 ECU (ruim 50.000 gulden), maar dienen daar zelf evenveel ECU naast te leggen (elke partner van het project neemt 5.000 ECU voor zijn rekening). Een smak geld voor het goede doel !

Grootse plannen

In feite geeft deze injectie vanuit Euregio – en de bundeling van middelen door de verschillende organisaties – ons de mogelijkheid om onze voorzichtig begonnen samenwerking grondig uit te bouwen. Daarbij hebben we concreet de volgende actiedoelen:

  • Werving en selectie van aspirant-pleegouders: we plannen een professioneel opgezette campagne met als doel de inschrijving van 60 nieuwe kandidaten voor het STAP-selectieprogramma.
  • Verbetering van de beeldvorming rond pleegzorg: hieraan willen we werken in het kader van dezelfde campagne.
  • Deskundigheidsbevordering van pleegouders: we organiseren verder onze ondersteuningsprogramma's en nodigen hierop pleegouders van beide nationaliteiten uit.
  • Deskundigheidsbevordering van professionele begeleiders: hierbij willen we de nadruk leggen op de grensoverschrijdende uitwisseling qua organisatieontwikkeling en methodisch werken.

Dit klinkt allemaal nogal ambitieus – en dat is het ook – maar we mikken graag hoog. We willen er alles voor doen om deze doelstellingen te realiseren met de middelen die we nu, eigenlijk een beetje onverwacht, krijgen.

Aktie!

Natuurlijk wordt er wat afvergaderd, en er worden ook heel wat kilometers over en weer gereden (en gevaren) tussen Gent, Brugge, Terneuzen en Middelburg. Maar dan kan ook niet anders, en het is bovendien zinvol. De medewerkers van de projectgroep leren zo vanzelf elkaars manier van werken kennen, en dat is stimulerend en inspirerend voor de samenwerking.
Maar ook aan activiteiten heeft het tot nog toe niet ontbroken. In september j.l. vond in Gent een studiedag plaats voor alle pleegzorgbegeleiders van de projectpartners. Nederlandse en Belgische begeleiders discussieerden met mw. dr. Tony Weterings (Universiteit van Leiden) rond het thema 'Bestaanszekerheid voor pleegkinderen'. Daarnaast werd er ook actief gewerkt aan verschillende casussen. Het was een dag voor inhoudelijke verdieping en wederzijdse ontmoeting.

Eind oktober kwamen we voor het eerst in de 'openbaarheid' als 'Pleegzorg zonder Grenzen'. In de Burgerzaal van Sas-van-Gent (Nederlandse grensgemeente middenin ons gemeenschappelijk werkgebied) ondertekenden de directeurs van de partnerorganisaties in aanwezigheid van de provinciale overheden en de internationale pers het (reeds lang overeengekomen) samenwerkingsprotocol. Dit was tegelijk de eerste lancering van de verschillende acties die in de toekomst zullen plaatsvinden.
De wervingscampagne zelf is nog in volle voorbereiding. Omdat we die professioneel willen aanpakken (en daartoe nu de middelen hebben) hebben we een communicatiebureau in de arm genomen. Deze mensen beginnen met een marktonderzoek en zullen daarna in overleg met ons de campagne op poten zetten. Voor de uitwerking daarvan werken we dan weer samen met Gentse specialisten in grafische vormgeving.
Maar voor het zover is, hoort u nog van ons. Intussen kunnen we u maa réén ding aanraden: kijk eens over uw grenzen!