artikel uit Mobiel 5, oktober 1999

Rechten van kinderen

Door Siemen Spinder
docent Hogeschool van Amsterdam

Caspar is 11 jaar. Sinds een half jaar woont hij weer thuis bij zijn moeder en stiefvader. Daarvoor woonde hij twee jaar in een pleeggezin, bij de familie van Dam. Hij is blij weer bij zijn moeder te zijn, maar bij Ton en Janny van Dam komt hij ook nog graag. De eerste maanden na de terugplaatsing kon dat ook. Maar geleidelijk aan werden, vooral door zijn stiefvader, nare opmerkingen over die bezoekjes gemaakt. En nu is het zelfs zo ver gekomen dat moeder en stiefvader hem verboden hebben nog langer bij zijn ex-pleeggezin over de vloer te komen. Caspar is het daar niet mee eens. Hij gaat naar de Kinderrechtswinkel om te vragen of er een mogelijkheid is om toch nog bij Ton en Janny op bezoek te gaan.

Kinderen zijn niet langer afhankelijk van volwassenen die voor hen opkomen en bescherming bieden, maar kunnen tegenwoordig ook zelf het initiatief nemen om voor hun zaakjes op te komen. Een belangrijke stimulans voor deze ontwikkeling is het, in november 10 jaar geleden, door de Verenigde Naties (VN) aangenomen Verdrag inzake de Rechten van het Kind (in 1995 door Nederland geratificeerd). In het verlengde daarvan zijn in de afgelopen jaren in Nederland in verschillende nieuwe wetsartikelen aan kinderen bepaalde rechten toegekend. Kinderen kunnen daar gebruik van maken. Maar gebeurt dat ook? Of is dat een te idealistische gedachte? Verkeren kinderen niet in een te kwetsbare positie, vooral als ze met (gedwongen) hulpverlening te maken hebben?

Kinderrechtswinkel

Over dat soort zaken sprak ik met Ingeborg Galama, coördinator van de Kinderrechtswinkel in Amsterdam. Voordat zij coördinator werd, heeft zij eerst een aantal jaren als vrijwilligster bij de Kinderrechtswinkel gewerkt. Op grond van haar ervaring zegt ze dat nog steeds heel veel zaken die kinderen aan gaan over hun hoofden heen beslist worden. Soms vergeet men domweg met kinderen te praten. Zij zitten vaak met allerlei heel terechte vragen waarop ze geen antwoord krijgen. Al heel wat kinderen hebben de weg naar de Kinderrechtswinkel weten te vinden: in 1998 werden meer dan 200 hulpvragen en bijna 600 informatievragen geregistreerd. De Kinderrechtswinkel geeft kinderen informatie en advies bij problemen op juridisch gebied. Mocht het tot een werkelijke rechtszaak komen dan kan van hieruit ook op deskundige ondersteuning, begeleiding en rechtshulp gerekend worden.

Wie praat er met het kind?

De Wet op de Jeugdhulpverlening schrijft voor dat er met de ouders en de minderjarige (zodra ze de leeftijd en het vermogen hebben te begrijpen waar het over gaat) overlegd moet worden over de totstandkoming van het hulpverleningsplan. De praktijk laat zien dat kinderen daarbij nogal eens worden overgeslagen.
Bij een pleegzorgplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling hebben de pleegouders een duidelijk aanspreekpunt in de vorm van de pleegzorgwerker, de gezinsvoogd onderhoudt contact met de ouders, maar wie praat er met het kind? Dat is minder duidelijk geregeld. De afspraken die daarover moeten worden gemaakt, blijken in de praktijk niet altijd voor alle partijen helder te zijn, met als gevolg dat de aandacht voor kind er bij in schiet.

Kinderen willen uitleg

Ingeborg Galama constateert bij kinderen een sterke behoefte aan uitleg en informatie. Contact opnemen met de Kinderrechtswinkel betekent lang niet altijd dat er op rechtszaak wordt aangestuurd. Wel kunnen kinderen precies te horen krijgen welke rechten ze hebben en welke stappen nodig zijn om daar gebruik van te maken.
Caspar, uit ons voorbeeld, kan een brief naar de rechter schrijven. De Kinderrechtswinkel zou Caspar kunnen helpen door een begeleidende brief aan de rechtbank te zenden om aandacht te vragen voor zijn zaak.
Zelfs als kinderen het gelijk niet aan hun kant krijgen, dan nog kan het idee er alles aan gedaan te hebben hun een positief gevoel bezorgen. Zelf stappen ondernemen kan hun een gevoel van erkenning geven en bijdragen aan een positief zelfbeeld.

Informatiefolders

De Kinderrechtswinkel besteedt veel werk aan het uitbrengen van aantrekkelijk ogende folders, geschreven in een taal die voor kinderen begrijpelijk is. De nieuwste folder gaat over omgangsregelingen. Er is ook een folder die uitlegt wat een gezinsvoogd voor iemand is en op welke manier die rekening moet houden met de mening van het kind.
De folders en alle andere informatie die voor kinderen in het hulpverleningscircuit van belang is moet natuurlijk zijn weg vinden naar de kinderen. Dat gaat niet vanzelf. Vanuit de Kinderrechtswinkels ziet men hierin een belangrijke taak weggelegd voor hulpverleners. Hoewel kinderen geheel onafhankelijk hun hulp kunnen inroepen is toch in de eerste plaats nodig dat ze op de hoogte zijn van waar ze met hun vragen terechtkunnen. Hulpverleners kunnen daarbij, o.a. via de folders, een handje helpen.
Het werk van de Kinderrechtswinkels laat zien dat kinderen ertoe in staat zijn om zelf op te komen voor hun rechten. Juist voor kinderen die in een kwetsbare en afhankelijke positie verkeren liggen hier kansen om serieus genomen te worden en zelfvertrouwen op te bouwen. Met een zetje in de rug van bijvoorbeeld een hulpverlener, een leerkracht of andere vertrouwenspersoon, kunnen kinderen er veel bij winnen als ze ervaren hebben dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen.