Caspar is 11 jaar. Sinds een half jaar
woont hij weer thuis bij zijn moeder en stiefvader. Daarvoor woonde
hij twee jaar in een pleeggezin, bij de familie van Dam. Hij is blij
weer bij zijn moeder te zijn, maar bij Ton en Janny van Dam komt hij
ook nog graag. De eerste maanden na de terugplaatsing kon dat ook. Maar
geleidelijk aan werden, vooral door zijn stiefvader, nare opmerkingen
over die bezoekjes gemaakt. En nu is het zelfs zo ver gekomen dat moeder
en stiefvader hem verboden hebben nog langer bij zijn ex-pleeggezin
over de vloer te komen. Caspar is het daar niet mee eens. Hij gaat naar
de Kinderrechtswinkel om te vragen of er een mogelijkheid is om toch
nog bij Ton en Janny op bezoek te gaan.
Kinderen zijn niet langer afhankelijk van
volwassenen die voor hen opkomen en bescherming bieden, maar kunnen
tegenwoordig ook zelf het initiatief nemen om voor hun zaakjes op
te komen. Een belangrijke stimulans voor deze ontwikkeling is het,
in november 10 jaar geleden, door de Verenigde Naties (VN) aangenomen
Verdrag inzake de Rechten van het Kind (in 1995 door Nederland geratificeerd).
In het verlengde daarvan zijn in de afgelopen jaren in Nederland in
verschillende nieuwe wetsartikelen aan kinderen bepaalde rechten toegekend.
Kinderen kunnen daar gebruik van maken. Maar gebeurt dat ook? Of is
dat een te idealistische gedachte? Verkeren kinderen niet in een te
kwetsbare positie, vooral als ze met (gedwongen) hulpverlening te
maken hebben?
Kinderrechtswinkel
Over dat soort zaken sprak ik met Ingeborg
Galama, coördinator van de Kinderrechtswinkel in Amsterdam. Voordat
zij coördinator werd, heeft zij eerst een aantal jaren als vrijwilligster
bij de Kinderrechtswinkel gewerkt. Op grond van haar ervaring zegt
ze dat nog steeds heel veel zaken die kinderen aan gaan over hun hoofden
heen beslist worden. Soms vergeet men domweg met kinderen te praten.
Zij zitten vaak met allerlei heel terechte vragen waarop ze geen antwoord
krijgen. Al heel wat kinderen hebben de weg naar de Kinderrechtswinkel
weten te vinden: in 1998 werden meer dan 200 hulpvragen en bijna 600
informatievragen geregistreerd. De Kinderrechtswinkel geeft kinderen
informatie en advies bij problemen op juridisch gebied. Mocht het
tot een werkelijke rechtszaak komen dan kan van hieruit ook op deskundige
ondersteuning, begeleiding en rechtshulp gerekend worden.
Wie praat er met het kind?
De Wet op de Jeugdhulpverlening schrijft voor
dat er met de ouders en de minderjarige (zodra ze de leeftijd en het
vermogen hebben te begrijpen waar het over gaat) overlegd moet worden
over de totstandkoming van het hulpverleningsplan. De praktijk laat
zien dat kinderen daarbij nogal eens worden overgeslagen.
Bij een pleegzorgplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling
hebben de pleegouders een duidelijk aanspreekpunt in de vorm van de
pleegzorgwerker, de gezinsvoogd onderhoudt contact met de ouders,
maar wie praat er met het kind? Dat is minder duidelijk geregeld.
De afspraken die daarover moeten worden gemaakt, blijken in de praktijk
niet altijd voor alle partijen helder te zijn, met als gevolg dat
de aandacht voor kind er bij in schiet.
Kinderen willen uitleg
Ingeborg Galama constateert bij kinderen een
sterke behoefte aan uitleg en informatie. Contact opnemen met de Kinderrechtswinkel
betekent lang niet altijd dat er op rechtszaak wordt aangestuurd.
Wel kunnen kinderen precies te horen krijgen welke rechten ze hebben
en welke stappen nodig zijn om daar gebruik van te maken.
Caspar, uit ons voorbeeld, kan een brief naar de rechter schrijven.
De Kinderrechtswinkel zou Caspar kunnen helpen door een begeleidende
brief aan de rechtbank te zenden om aandacht te vragen voor zijn zaak.
Zelfs als kinderen het gelijk niet aan hun kant krijgen, dan nog kan
het idee er alles aan gedaan te hebben hun een positief gevoel bezorgen.
Zelf stappen ondernemen kan hun een gevoel van erkenning geven en
bijdragen aan een positief zelfbeeld.
Informatiefolders
De Kinderrechtswinkel besteedt veel werk aan
het uitbrengen van aantrekkelijk ogende folders, geschreven in een
taal die voor kinderen begrijpelijk is. De nieuwste folder gaat over
omgangsregelingen. Er is ook een folder die uitlegt wat een gezinsvoogd
voor iemand is en op welke manier die rekening moet houden met de
mening van het kind.
De folders en alle andere informatie die voor kinderen in het hulpverleningscircuit
van belang is moet natuurlijk zijn weg vinden naar de kinderen. Dat
gaat niet vanzelf. Vanuit de Kinderrechtswinkels ziet men hierin een
belangrijke taak weggelegd voor hulpverleners. Hoewel kinderen geheel
onafhankelijk hun hulp kunnen inroepen is toch in de eerste plaats
nodig dat ze op de hoogte zijn van waar ze met hun vragen terechtkunnen.
Hulpverleners kunnen daarbij, o.a. via de folders, een handje helpen.
Het werk van de Kinderrechtswinkels laat zien dat kinderen ertoe in
staat zijn om zelf op te komen voor hun rechten. Juist voor kinderen
die in een kwetsbare en afhankelijke positie verkeren liggen hier
kansen om serieus genomen te worden en zelfvertrouwen op te bouwen.
Met een zetje in de rug van bijvoorbeeld een hulpverlener, een leerkracht
of andere vertrouwenspersoon, kunnen kinderen er veel bij winnen als
ze ervaren hebben dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen.