Van de week reed ik met mijn pleegdochter
achterop op de fiets op een druk verkeersplein in onze stad. Ze kroop
dicht tegen me aan en zei - zonder een directe aanleiding - "natuurlijk
wil ik het liefst bij mama wonen, maar ik zou nooit bij jou weg willen."
Het is zomaar een opmerking, op een moment dat je eigenlijk niets terug
kunt zeggen want het verkeer raast aan alle kanten langs je heen. Een
pleegmoeder schrikt van zon opmerking, maar voelt zich er ook door
gestreeld.
Wij hebben altijd de overtuiging
gehad dat we de ouders van onze pleegkinderen hoog moeten houden.
Het zijn hun vader en moeder, en dat blijven ze. We zijn dus altijd
druk in de weer met dagboekjes, met fotoboeken, en het rapport gaat
pas terug naar school nadat moeder het gezien heeft. Toch levert de
verdeling van aandacht tussen ouders en pleegouders de nodige problemen
voor de kinderen op. Het eerste jaar was het nog wel helder.
Moederdagcadeautjes en knutseldingen van school gingen naar moeder.
Alles werd keurig bewaard tot het volgende bezoek. Moeder blij, kinderen
druk en moeder vergeet de spulletjes mee te nemen. Teleurstelling,
boosheid en medelijden waren de langskomende emoties, en een volgende
keer zorgde ik ervoor dat alles in de tas van moeder meeging.
Het jaar daarop werd het al wat moeilijker. De tweeling kreeg eerst
onenigheid over de bestemming van het cadeau. De een wilde het bewaren
voor moeder, maar de ander vond dat het voor mij was. Uiteindelijk
sloten ze een compromis: voor allebei een cadeau. Er moest dus nog
een cadeautje bij worden gekocht, en zo geschiedde. Toch beginnen
de loyaliteiten van broer en zuster wat uit elkaar te lopen, en het
verschil tussen moeder, mama en pleegmoeder is iets waar ze heel bewust
mee bezig zijn.
Toen we onlangs op verjaarsvisite bij mijn broer waren en de kleine
Bram met ieder nieuw cadeautje naar zijn moeder riep: "kijk mama,
wat een mooi cadeautje!" constateerde onze John van acht peinzend:
"wij hebben geen mama, maar een moeder. En natuurlijk hebben we jou
h", liet hij er toen min of meer geschrokken op volgen.
Op zon moment realiseer je je hoe ingewikkeld de wereld voor een
pleegkind in elkaar zit. Mijn man en ik zijn dan blij dat de pleegkinderen
ons gewoon bij onze voornaam noemen, dat houdt helder dat wij niet
van plan zijn de plaats van hun ouders in te willen nemen.
Loyaliteit, overal en altijd aanwezig
We komen de loyaliteit van de kinderen aan hun eigen
moeder elke dag wel een paar keer tegen. Het is in ons huis dan ook
een veelvoorkomend gespreksonderwerp.
Sharon wil haar haren lang laten groeien, want haar moeder heeft ook
van dat mooie, lange haar. John's heftige reactie op een opmerking
van een vriendje in de klas die zei dat hij een nepmoeder had: "Jij
bent geen nepmoeder, maar jij bent mijn Leontien." Sharon's wens om
ook eens iets pittigs te eten omdat haar moeder 'zoiets lekker pittigs'
heeft gegeten. Als ik dan vertel dat ik 'peperige' dingen niet zo
lekker vind, zucht ze: "o ja, dat is waar ook" en heeft er vervolgens
weer vrede mee.
Dat de spanningen tijdens het maandelijkse weekendbezoek van Sander
aan zijn moeder liggen, en niet alleen aan Sander wisten we. Eindeloos
zijn we aan het zoeken geweest hoe we die bezoeken voor allebei beter
konden laten verlopen. Maar de geringste negatieve opmerking over
zijn moeder bracht ons alleen maar verder van ons doel af. Dat laten
we dus wel uit ons hoofd. Maar een zoveelste poging om zijn onbehouwen
gedrag enigszins in te tomen lukte toch wonderwel na mijn opmerking:
"van wie je het hebt weet ik niet, maar zeker niet van je moeder.
Die zou zoiets nooit doen." Pang! Dat was een schot in de roos, en
het was grotendeels afgelopen. Je kunt het dus ook gebruiken.
Een van de moeilijkste momenten die ik me herinner was toen Sander
op een gegeven moment mij een afscheidszoen gaf, toen hij met zijn
moeder mee op weekend ging. Ik zag het gebeuren. Moeder verstrakte,
en Sander werd rood. Het gaf mijzelf ook een heel dubbel gevoel. Eindelijk
nam hij op een goede manier afscheid, zoals de verhouding tussen ons
voelde op dat moment, en nu kwam moeder weer zo in de knel. Gelukkig
heeft onze begeleider het direct opgepakt met moeder. Hij kon haar
uitleggen dat het eigenlijk een heel goed teken was omdat Sander zich
begon te hechten op de plek waar hij verder op zal groeien. Maar dat
maakte het niet minder verdrietig voor moeder.
Loyaliteit binnen het pleeggezin
Inmiddels zijn er ook onderlinge loyaliteitsgevoelens
ontstaan, omdat we nu eenmaal met z'n vijven in een huis wonen. Toen
de tweeling net naar school ging heeft Sander er angstvallig voor
gewaakt dat ze niet gepest werden, noch alleen op het schoolplein
stonden na schooltijd, en vooral niet de weg kwijt raakten in de school.
Bij Sharon merkte je de eerste uitingen op het gebied van kleding
en verzorging: "Wij zijn de enige vrouwen hier in huis, en mannen
kunnen echt geen paardenstaart maken!" riep ze verontwaardigd toen
mijn man een verwoede poging had gedaan haar paardenstaart op de juiste
plek te krijgen. En John heeft vanaf het allereerste nachtje logeren
zijn nieuw gekregen knuffel geadopteerd en nooit meer zonder deze
beer geslapen.
De tweeling kende al een natuurlijke loyaliteit naar elkaar toe, en
vooral Sharon kan als een tijgerin voor haar broertje opkomen. Sander
moest er dan ook erg aan wennen dat, als hij Sharon treiterde, John
meteen voor haar weer in de bres sprong. En als ik Sharon in het begin
ergens voor op haar kop gaf, had John meteen een pokkenhumeur, totdat
hij registreerde dat de lucht tussen Sharon en mij weer opgeklaard
was. Op dat moment was zijn humeur ook weer in orde.
Het voelt heel plezierig aan als kinderen zich gaan
hechten, zich gaan thuisvoelen en het gewone leven beginnen op te
pakken. Toch blijven er momenten die 'oh help' reacties bij pleegmoeders
teweegbrengen. Bijvoorbeeld als de kinderen boos zijn op hun moeder
en weigeren met hen te praten. Ik heb altijd gezegd dat ze van mij
niet hoefden, maar dat ze het zelf moeten zeggen aan hun ouders. Toch
blijft dat ingewikkeld en gevoelig.
Ondertussen komt John op de meest onverwachte momenten melden dat
ik de liefst van de hele wereld ben. Dat voelt verrukkelijk, maar
ik realiseer me altijd heel goed dat er ruimte moet blijven in onze
relatie, ruimte voor een moeder en een mama. Want met beiden moet
John verder in zijn leven.