artikel uit Mobiel 4, augustus 1999

Thema: Achttien jaar, pleegzorg klaar?

Terugblikken

door: Roderick Habchi en Mar-li Wingens
resp. ex-pleegkind en pleegmoeder

Hoe kijken pleegkinderen terug op een plaatsing? Nemen zij in hun verdere leven wat van de levensfilosofie van hun pleegouders mee? Het zijn vragen die iedere pleegouder zich stelt. Natuurlijk geven onderstaande stukken alleen de ervaringen van dit expleegkind en deze pleegmoeder weer. Maar tussen de regels door lees je dat warmte en betrokkenheid de fundamenten vormen voor een relatie waarin respect de boventoon voert...

Jongeren, in welke leef en woonvorm dan ook die 18 worden werden wettelijk volwassen. Degenen die bij pleegouders wonen zullen op kamers moeten. Al bij al vijandige omstandigheden. Dit laatste klinkt paradoxaal, want u als pleegouder probeert juist een rustige veilige haven voor uw pleegkind te creren. U geeft het kind eten, een bed en begeleidt eventueel de schooltijd.
Vanuit het perspectief van het kind ziet het er vaak zo uit: vreemd eten, een vreemd bed, vreemde mensen. School is altijd al een uitlaadklep voor frustraties geweest, dus nu ook maar weer, binnenkort moet je toch weer weg en op liefde zit je al helemaal niet te wachten.
Een introvert en sociaal beschadigd kind geeft deze ruwe schets te zien. Maar toch meent de auteur, die zelf pleegkind is geweest, dat het een goede een weergave is. Toen mij werd gevraagd iets te schrijven over mijn pleegzorg tijd kwam het bovenstaande eerst in mijn gedachten.
In mijn geval is ging het iets minder op, ik was geen kind meer, en ik woonde maar twee maanden bij mijn pleegmoeder. Ik at er, sliep er en van daaruit kon ik naar mijn werk gaan. Hiermee hield volgens mij het pleegouder zijn op.
Maar de aandacht van mijn pleegmoeder Marli hield hiermee niet op. Consequent hamerde ze op mijn sociale onvolkomenheden. Mijn wereldbeeld werd door haar onder de loep genomen en bekritiseerd. Ik kan niet zeggen dat ze zoete broodjes bakte. Gelukkig niet, want achteraf beschouwd gaf zij mij wat meer ruggengraat, gaf zij mij kracht om mijn leven verder in te richten.
Zelfs nu, na negen jaar, is onze manier van omgaan met elkaar nog hetzelfde: gezellig, betrokken, maar verkoop geen onzin, en laat het niet van n kant komen. Marli deed wat haar gevoel haar ingaf, en bij mij werkte dat constructief. Mijn ogen werden naar de toekomst gekeerd.

Het is al weer negen jaar geleden dat Roderick(Rody) ongeveer twee maanden bij mij en mijn zoon heeft gewoond. Rody werd in die periode 18 jaar en ging zelfstandig wonen, een kamer moest gevonden worden. Dat lukte. Ik hield mijn hart vast. Maar Rody overleefde op zijn manier alle moeilijkheden. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan zijn intelligentie, n aan zijn eerlijkheid.
Hij drinkt niet, gebruikt geen drugs (nou ja, af en toe een jointje). Hij is wel onrustig, leeft op het scherp van de snede, stort zich in onzekere avonturen en heeft soms drie baantjes tegelijk. Hij heeft een tomeloze energie die hij op die manier uitleeft. Hij geeft zich dan voor korte tijd totaal en ziet ieder baantje als een leerproces. Na enkele maanden houdt hij het voor gezien. Vooral geen vastigheid voor Rody, niet in werk, niet in relaties. Hij voelt zich snel gevangen. Een vaste baan? Vergeet het maar. Het is hem al diverse keren aangeboden, maar dan is hij binnen een week verdwenen. Een kamer, met een bed en een stoel in een kraakpand, is genoeg.
Soms hoor ik maanden niets van hem, en dan staat hij ineens voor de deur. Vol enthousiaste verhalen, soms een beetje triest, soms een gesprek waar de stukken vanaf vliegen. Rody vraagt waar hij behoefte aan heeft, troost, liefde, aandacht (knuffel me eens even). Rody praat snel, hij is goed van de tongriem gesneden, intelligent, lief, betrouwbaar, en van de andere kant ongrijpbaar soms, ongeduldig, en een btje vreemd.
Rody leeft niet volgens de norm, maar het is zijn manier. Ik heb vertrouwen in hem. Rody redt zich wel.