In de doolhof
van de studiefinanciering
door: Michel Bosch
medewerker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening Limburg
zie ook: Taak van de plaatser
Voor elk pleegkind is de aanvraag voor studiefinanciering
weer anders. Voor die aanvraag gelden allerlei regels, voorschriften
en criteria, en dat ook nog eens gecombineerd met een pleegkindstatus
maakt dat veel mensen er niets meer van snappen. Michel Bosch heeft
de zaken genventariseerd en op een rijtje gezet..
Wie heeft recht op studiefinanciering?
Recht op studiefinanciering hebben
jeugdigen die een hbo(hoger beroepsonderwijs) of woopleiding(wetenschappelijk
onderwijs) volgen en tenminste 19 lesuren per week overdag naar school
gaan of jongeren van 18 jaar die beroepsonderwijs volgen. De onderwijsvoorziening
moet erkend zijn door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ook jeugdigen die jonger zijn dan 18 jaar en een hbo of woopleiding
volgen hebben recht op studiefinanciering.
De betreffende onderwijsinstellingen
kunnen u hierover informatie verschaffen. Studenten van 18 jaar en
ouder die voortgezet onderwijs (vbo, mavo, havo, vwo) of voortgezet
speciaal onderwijs volgen hebben geen recht op studiefinanciering,
zij kunnen een Tegemoetkoming Studiekosten Voortgezet Onderwijs 18+
aanvragen. Aanvraagformulieren voor Studiefinanciering en Tegemoetkoming
Studiekosten Voortgezet Onderwijs kunt u krijgen bij de Informatie
Beheer Groep, in Groningen, tel. 0505997755, en bij de meeste bibliotheken
en steunpunten van de Informatie Beheer Groep in de regio.
Aanvraag
De aanvraag voor studiefinanciering
kunt u het beste indienen drie maanden voordat het pleegkind 18 jaar
wordt of, indien minderjarig, als de opleiding start. Als u de aanvraag
indient voor een pleegkind moet u met het volgende rekening houden:
- voor de Informatie Beheer Groep
geldt dat ieder pleegkind als uitwonend wordt beschouwd;
- iedere student moet een bank
of girorekening hebben. De Informatie Beheer Groep maakt de toekenning
aan de student over. Dat betekent dat, als uw pleegkind nog geen
bank of girorekening heeft, er een geopend moet worden. Uw pleegkind
moet zich bij de bank kunnen legitimeren, hiervoor is een geldig
identiteitsbewijs nodig;
- het recht op meeverzekering bij
het ziekenfonds komt te vervallen. Alle studenten moeten zich particulier
verzekeren. Als het pleegkind een bijbaantje heeft waarover de werkgever
ziekenfondspremie inhoudt, kan het pleegkind zelfstandig bij het
ziekenfonds verzekerd blijven. Als u als pleegouder uw pleegkind
meeverzekerd heeft, moet u bij het ziekenfonds informeren of uw
pleegkind van de ziekenfondskaart moet worden gehaald;
- het pleegkind moet zich mogelijk
verzekeren voor Wettelijke Aansprakelijkheid. Vanaf 18 jaar is iedereen
hoofdelijk aansprakelijk, als er schade wordt aangericht. In een
aantal gevallen is het pleegkind echter meeverzekerd tijdens het
verblijf in het gezin. Het is aan te raden de polisvoorwaarden hierop
na te kijken.
Ontvangst studiefinanciering en pleegvergoeding
Een student ontvangt voor het eerst
studiefinanciering in het kwartaal nadat hij of zij 18 jaar is geworden,
of wanneer de student de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,
in het kwartaal nadat met de opleiding is gestart. Een pleegkind dat
op 2 februari 18 jaar is geworden, ontvangt vanaf 1 april studiefinanciering.
Uiteraard moet de Informatie Beheer Groep de aanvraag wel hebben goedgekeurd.
Iedere student ontvangt hiervan een beschikking.
Afhankelijk van de volgende factoren
ontvangen pleegouders nog een pleegvergoeding als pleegkinderen studiefinanciering
krijgen:
- de hulp moet gendiceerd zijn
en de hulpverleners zijn van mening dat uw pleegkind nog moet worden
begeleid. Volgens de wet op Jeugdhulpverlening moet deze indicatie
elke zes maanden plaatsvinden. Als de hulpverlening niet meer gendiceerd
is en uw pleegkind blijft toch bij u wonen, dan moet de met gezag
belaste ouder een bijdrage leveren in de verzorging en opvoeding
van uw pleegkind. Als dat niet mogelijk is, kan uw pleegkind bij
de Sociale Deinst een uitkering aanvragen.
- de hoogte van de studiefinanciering.
De hoogte van de studiefinanciering
is ook weer afhankelijk van verschillende factoren n.l.:
- ontvangt de student een aanvullende
beurs en/of lening?
- de opleiding van de student
- eigen inkomsten
- de hoogte van de op grond van
een recent gerechtelijk vonnis vastgestelde alimentatie van de ouder(s)
of stiefouder ten behoeve van de student.
- het inkomen van beide ouders afzonderlijk
Het bedrag dat aan studiefinanciering
wordt ontvangen wordt wel in mindering gebracht op de pleegvergoeding,
met uitzondering van het gedeelte dat bestemd is voor boeken, leermiddelen
en de onderwijsbijdrage. Als het te ontvangen bedrag van de Informatie
Beheer Groep hoger is dan de pleegvergoeding, voorziet uw pleegkind
in zijn eigen inkomen. De Voorzieningen voor Pleegzorg vragen daarom
de beschikking die uw pleegkind van de Informatie Beheer Groep ontvangt.
De hardheidsclausule
De Informatie Beheer Groep verlangt
dat de ouders een bijdrage leveren in de kosten van het onderwijs
van hun kind. In een aantal gevallen is dit niet mogelijk en kan een
beroep gedaan worden op de hardheidsclausule. Dit is de bijdrage die,
normaliter door de ouders moet worden betaald en nu in de vorm van
een financile opslag bovenop de standaard basisbeurs door de Informatie
Beheer Groep wordt vergoed. Bij de volgende omstandigheden kan hier
een beroep op worden gedaan:
- een of beide ouders is/zijn overleden;
- een of beide ouders is/zijn ontheven
of ontzet uit het ouderlijk gezag;
- vader of moeder betaalt geen alimentatie,
terwijl die wel is vastgesteld;
- vader heeft het kind niet erkend;
- de ouders zijn onvindbaar;
- de ouders weigeren mee te werken
aan de aanvraag voor een aanvullende beurs;
- er bestaat een conflict met vader/moeder;
- de jeugdige heeft vanaf zijn twaalfde
jaar geen enkel contact meer met (n van) zijn ouders.
Per ouder moet worden nagegaan en
aangetoond dat de ouder niet kan of wil bijdragen.
Ook voor het verkrijgen van de Tegemoetkoming
Studiekosten Voortgezet Onderwijs 18+ bestaat een hardheidsclausule
en wel in deze situaties:
- als een of beide ouders is/zijn
overleden;
- als een of beide ouder is/zijn
ontheven uit het ouderlijk gezag;
- als de betrokkene door de wetgever
onbedoeld wordt benadeeld.
Wanneer ouders weigeren mee te werken
aan de financile bijdrage kan de student dit via het formulier TSouder
kenbaar maken. De directe kosten(boeken, lesgeld) kunnen dan op verzoek
van de student worden toegekend als rentedragende lening. Naast het
verzoek moet een verklaring worden meegezonden, dat de ouders weigeren
bij te dragen in de studiekosten. Deze verklaring moet door de student
en de schooldecaan wordt ondertekend.
Bij de Informatie Beheer Groep zijn speciale formulieren verkrijgbaar
voor studenten die een beroep op de hardheidsclausule willen doen.
In alle hier beschreven situaties geldt: mocht u vragen hebben, hulp
nodig hebben bij het invullen van de aanvragen of anderszins, u kunt
te allen tijde de Informatie Beheer Groep, de regionale steunpunten
hiervan, of de plaatsende instelling van uw pleegkind om advies vragen.
Taak van de plaatser
Het initiatief en de eindverantwoordelijkheid
voor plaatsing, en ook voor verlengde hulpverlening berust
bij de plaatser. Samen met het pleegkind, het pleeggezin en
de gezinsbegeleider geeft hij hier vorm aan.
De taak van de plaatser na het 18e
levensjaar wordt in de wet op de Jeugdhulpverlening als volgt
omschreven: De uitvoerder moet aan het einde van zijn taak
in een rapport verantwoording afleggen aan alle betrokkenen.
In dat rapport moet staan wat zijn activiteiten waren met
betrekking tot de jongere. Voor de jeugdige zelf kan zon
rapport namelijk belangrijk zijn uit het oogpunt van informatie
over zijn verleden.
In het geval van een onder toezichtstelling
zegt de Wet dat de plaatser een eindrapport moet maken als
toevoeging aan het hulpverleningsplan. De protocollen schrijven
verder voor dat er een eindgesprek moet worden gehouden, en
dat de jongere moet worden genformeerd over zijn rechten
met betrekking tot inzage in het dossier.
Ook zegt de Wet dat hulp na het 18e
levensjaar een taak is van de gezinsvoogdijinstelling. Er
wordt echter niet expliciet gezegd dat men verplicht is tot
het bieden van nazorg. Als die nazorg wel wordt geboden, moet
de aard en duur in overleg met de jongere schriftelijk worden
vastgelegd.
Een recent onderzoek van de Inspectie
Jeugdhulpverlening heeft aangetoond dat voogdijinstellingen
in de praktijk nauwelijks nazorg bieden..
|