artikel uit Mobiel 4, augustus 1999

Thema: Achttien jaar, pleegzorg klaar?

In de doolhof van de studiefinanciering

door: Michel Bosch
medewerker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening Limburg

zie ook: Taak van de plaatser

Voor elk pleegkind is de aanvraag voor studiefinanciering weer anders. Voor die aanvraag gelden allerlei regels, voorschriften en criteria, en dat ook nog eens gecombineerd met een pleegkindstatus maakt dat veel mensen er niets meer van snappen. Michel Bosch heeft de zaken genventariseerd en op een rijtje gezet..

Wie heeft recht op studiefinanciering?

Recht op studiefinanciering hebben jeugdigen die een hbo(hoger beroepsonderwijs) of woopleiding(wetenschappelijk onderwijs) volgen en tenminste 19 lesuren per week overdag naar school gaan of jongeren van 18 jaar die beroepsonderwijs volgen. De onderwijsvoorziening moet erkend zijn door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Ook jeugdigen die jonger zijn dan 18 jaar en een hbo of woopleiding volgen hebben recht op studiefinanciering.

De betreffende onderwijsinstellingen kunnen u hierover informatie verschaffen. Studenten van 18 jaar en ouder die voortgezet onderwijs (vbo, mavo, havo, vwo) of voortgezet speciaal onderwijs volgen hebben geen recht op studiefinanciering, zij kunnen een Tegemoetkoming Studiekosten Voortgezet Onderwijs 18+ aanvragen. Aanvraagformulieren voor Studiefinanciering en Tegemoetkoming Studiekosten Voortgezet Onderwijs kunt u krijgen bij de Informatie Beheer Groep, in Groningen, tel. 0505997755, en bij de meeste bibliotheken en steunpunten van de Informatie Beheer Groep in de regio.

Aanvraag

De aanvraag voor studiefinanciering kunt u het beste indienen drie maanden voordat het pleegkind 18 jaar wordt of, indien minderjarig, als de opleiding start. Als u de aanvraag indient voor een pleegkind moet u met het volgende rekening houden:

  • voor de Informatie Beheer Groep geldt dat ieder pleegkind als uitwonend wordt beschouwd;
  • iedere student moet een bank of girorekening hebben. De Informatie Beheer Groep maakt de toekenning aan de student over. Dat betekent dat, als uw pleegkind nog geen bank of girorekening heeft, er een geopend moet worden. Uw pleegkind moet zich bij de bank kunnen legitimeren, hiervoor is een geldig identiteitsbewijs nodig;
  • het recht op meeverzekering bij het ziekenfonds komt te vervallen. Alle studenten moeten zich particulier verzekeren. Als het pleegkind een bijbaantje heeft waarover de werkgever ziekenfondspremie inhoudt, kan het pleegkind zelfstandig bij het ziekenfonds verzekerd blijven. Als u als pleegouder uw pleegkind meeverzekerd heeft, moet u bij het ziekenfonds informeren of uw pleegkind van de ziekenfondskaart moet worden gehaald;
  • het pleegkind moet zich mogelijk verzekeren voor Wettelijke Aansprakelijkheid. Vanaf 18 jaar is iedereen hoofdelijk aansprakelijk, als er schade wordt aangericht. In een aantal gevallen is het pleegkind echter meeverzekerd tijdens het verblijf in het gezin. Het is aan te raden de polisvoorwaarden hierop na te kijken.

Ontvangst studiefinanciering en pleegvergoeding

Een student ontvangt voor het eerst studiefinanciering in het kwartaal nadat hij of zij 18 jaar is geworden, of wanneer de student de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, in het kwartaal nadat met de opleiding is gestart. Een pleegkind dat op 2 februari 18 jaar is geworden, ontvangt vanaf 1 april studiefinanciering. Uiteraard moet de Informatie Beheer Groep de aanvraag wel hebben goedgekeurd. Iedere student ontvangt hiervan een beschikking.

Afhankelijk van de volgende factoren ontvangen pleegouders nog een pleegvergoeding als pleegkinderen studiefinanciering krijgen:

  • de hulp moet gendiceerd zijn en de hulpverleners zijn van mening dat uw pleegkind nog moet worden begeleid. Volgens de wet op Jeugdhulpverlening moet deze indicatie elke zes maanden plaatsvinden. Als de hulpverlening niet meer gendiceerd is en uw pleegkind blijft toch bij u wonen, dan moet de met gezag belaste ouder een bijdrage leveren in de verzorging en opvoeding van uw pleegkind. Als dat niet mogelijk is, kan uw pleegkind bij de Sociale Deinst een uitkering aanvragen.
  • de hoogte van de studiefinanciering.

De hoogte van de studiefinanciering is ook weer afhankelijk van verschillende factoren n.l.:

  • ontvangt de student een aanvullende beurs en/of lening?
  • de opleiding van de student
  • eigen inkomsten
  • de hoogte van de op grond van een recent gerechtelijk vonnis vastgestelde alimentatie van de ouder(s) of stiefouder ten behoeve van de student.
  • het inkomen van beide ouders afzonderlijk

Het bedrag dat aan studiefinanciering wordt ontvangen wordt wel in mindering gebracht op de pleegvergoeding, met uitzondering van het gedeelte dat bestemd is voor boeken, leermiddelen en de onderwijsbijdrage. Als het te ontvangen bedrag van de Informatie Beheer Groep hoger is dan de pleegvergoeding, voorziet uw pleegkind in zijn eigen inkomen. De Voorzieningen voor Pleegzorg vragen daarom de beschikking die uw pleegkind van de Informatie Beheer Groep ontvangt.

De hardheidsclausule

De Informatie Beheer Groep verlangt dat de ouders een bijdrage leveren in de kosten van het onderwijs van hun kind. In een aantal gevallen is dit niet mogelijk en kan een beroep gedaan worden op de hardheidsclausule. Dit is de bijdrage die, normaliter door de ouders moet worden betaald en nu in de vorm van een financile opslag bovenop de standaard basisbeurs door de Informatie Beheer Groep wordt vergoed. Bij de volgende omstandigheden kan hier een beroep op worden gedaan:

  • een of beide ouders is/zijn overleden;
  • een of beide ouders is/zijn ontheven of ontzet uit het ouderlijk gezag;
  • vader of moeder betaalt geen alimentatie, terwijl die wel is vastgesteld;
  • vader heeft het kind niet erkend;
  • de ouders zijn onvindbaar;
  • de ouders weigeren mee te werken aan de aanvraag voor een aanvullende beurs;
  • er bestaat een conflict met vader/moeder;
  • de jeugdige heeft vanaf zijn twaalfde jaar geen enkel contact meer met (n van) zijn ouders.

Per ouder moet worden nagegaan en aangetoond dat de ouder niet kan of wil bijdragen.

Ook voor het verkrijgen van de Tegemoetkoming Studiekosten Voortgezet Onderwijs 18+ bestaat een hardheidsclausule en wel in deze situaties:

  • als een of beide ouders is/zijn overleden;
  • als een of beide ouder is/zijn ontheven uit het ouderlijk gezag;
  • als de betrokkene door de wetgever onbedoeld wordt benadeeld.

Wanneer ouders weigeren mee te werken aan de financile bijdrage kan de student dit via het formulier TSouder kenbaar maken. De directe kosten(boeken, lesgeld) kunnen dan op verzoek van de student worden toegekend als rentedragende lening. Naast het verzoek moet een verklaring worden meegezonden, dat de ouders weigeren bij te dragen in de studiekosten. Deze verklaring moet door de student en de schooldecaan wordt ondertekend.
Bij de Informatie Beheer Groep zijn speciale formulieren verkrijgbaar voor studenten die een beroep op de hardheidsclausule willen doen. In alle hier beschreven situaties geldt: mocht u vragen hebben, hulp nodig hebben bij het invullen van de aanvragen of anderszins, u kunt te allen tijde de Informatie Beheer Groep, de regionale steunpunten hiervan, of de plaatsende instelling van uw pleegkind om advies vragen.


Taak van de plaatser

Het initiatief en de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing, en ook voor verlengde hulpverlening berust bij de plaatser. Samen met het pleegkind, het pleeggezin en de gezinsbegeleider geeft hij hier vorm aan.

De taak van de plaatser na het 18e levensjaar wordt in de wet op de Jeugdhulpverlening als volgt omschreven: De uitvoerder moet aan het einde van zijn taak in een rapport verantwoording afleggen aan alle betrokkenen. In dat rapport moet staan wat zijn activiteiten waren met betrekking tot de jongere. Voor de jeugdige zelf kan zon rapport namelijk belangrijk zijn uit het oogpunt van informatie over zijn verleden.

In het geval van een onder toezichtstelling zegt de Wet dat de plaatser een eindrapport moet maken als toevoeging aan het hulpverleningsplan. De protocollen schrijven verder voor dat er een eindgesprek moet worden gehouden, en dat de jongere moet worden genformeerd over zijn rechten met betrekking tot inzage in het dossier.

Ook zegt de Wet dat hulp na het 18e levensjaar een taak is van de gezinsvoogdijinstelling. Er wordt echter niet expliciet gezegd dat men verplicht is tot het bieden van nazorg. Als die nazorg wel wordt geboden, moet de aard en duur in overleg met de jongere schriftelijk worden vastgelegd.

Een recent onderzoek van de Inspectie Jeugdhulpverlening heeft aangetoond dat voogdijinstellingen in de praktijk nauwelijks nazorg bieden..