artikel uit Mobiel 4, augustus 1999

Thema: Achttien jaar, pleegzorg klaar?

Op haar bruiloft zal iedereen er zijn

interview: Kees Vreeburg

zie ook: Mogelijkheden tot verlengde hulpverlening

"Bijna tien jaar heeft onze pleegdochter Loes bij ons gewoond. Van haar tiende tot haar negentiende. Toen wilde ze het huis uit, net zoals onze andere kinderen op die leeftijd. En ergens waren we daar wel blij mee. We dachten, als het misgaat kunnen we nog wat voor haar doen tenminste. Of de voogd kan ingrijpen. Toen stond je namelijk tot aan je 21ste onder voogdij."
Aan het woord zijn Bep en Wim Overbeeke, allebei 79 jaar. Loes is nu 39 en staat al 20 jaar op eigen benen. Over een paar weken gaat ze trouwen.

"Loes kwam bij ons wonen vanuit een tehuis in Rotterdam. Daar woonde ze omdat haar ouders niet goed voor haar en haar zus konden zorgen. Vader was meestal op reis voor het werk en moeder was nog heel jong. Ze ging s'avonds uit en liet de kinderen alleen. Ze liepen soms s'nachts op straat. Haar n jaar oudere zus zorgde voor haar. Het ging mis toen ze bij het haren wassen kokend water over het hoofd van Loes gooide. Toen is de ouders het gezag ontnomen.
Wij wilden graag een pleegkind in huis en reageerden daarom op een advertentie. Na een behoorlijke tijd wachten toen draaiden de molens ook al traag kwam ze dan eindelijk bij ons wonen. Ze was toen tien. Een bescheiden, kwetsbaar meisje, met een emotionele achterstand. Ze ging naar het speciaal onderwijs. We hebben in al die jaren zeker ook moeilijke momenten gehad. Een paar keer dreigde het mis te gaan en moesten we er echt de schouders opnieuw onder zetten. "Je bent zo anders", zeiden we een keer tegen haar. "Ja maar ik heet ook anders", was toen haar antwoord. Zowel zij als wij hebben er hard voor geknokt al die tijd. We hebben veel respect voor elkaar gekregen."

Op kamers

"Toen wilde ze het huis uit, net als onze andere kinderen. Eerst woonde ze een tijdje alleen, en na een poosje ging ze samenwonen. We hadden regelmatig contact, maar liepen de deur niet plat bij elkaar. Net zomin als we dat bij onze eigen kinderen doen.
Het leek goed te gaan. Ze werkte, hield haar huis netjes en we waren trots op haar. Maar opeens liep ze weg, bij haar vriend vandaan. Ze zocht hulp bij onze zoon die haar adviseerde niet meer terug te gaan. En toen stond ze op straat. Gelukkig heeft haar stiefvader haar aan een woning kunnen helpen. Al die tijd waren de contacten met haar ouders die gescheiden waren en inmiddels nieuwe partners hadden goed gebleven.
Wij wisten niet dat de relatie met haar vriend niet goed was. Ze schaamde zich om erover te praten. Hierna heeft ze nog een relatie gehad die ook geen stand hield. Loes zag en ziet er nog steeds heel goed uit, maar is erg kwetsbaar. En ze is ook bang om alleen te komen te staan. In zekere zin is ze dus een makkelijke prooi voor mannen die het niet goed met haar voor hebben. Ze is niet weerbaar genoeg. En hoewel we elkaar regelmatig zagen op verjaardagen van de familie kregen we toch haar problemen niet te horen. Natuurlijk hadden we wel zo onze zorgen en vermoedens, dat het niet echt goed ging, maar het leek wel of ze ons er niet mee wilde lastigvallen.

Over een paar weken gaat ze trouwen

Ze heeft nu al weer een jaar of drie een vriend. Een verlegen, bescheiden man. Aardig, en een heel ander type dan die andere twee. Ze is goede maatjes met hem. Loes heeft veel geleerd vanaf het moment dat zij op eigen benen ging staan. Maar dat geldt voor iedereen, en bovendien leert ieder mens zijn hele leven. Straks, op de bruiloft, zal iedereen er zijn. Haar ouders, haar oma, haar zus, haar stiefouders, onze kinderen en wij. Van haar vader heeft ze een prachtige trouwjurk gekregen."


Mogelijkheden tot verlengde hulpverlening

Wil een pleegkind in aanmerking komen voor verlengde hulpverlening, dan moet de aanvraag hiervoor tijdig opgestart worden, bij voorkeur al vroeg in het 17e levensjaar.
In de Wet op de jeugdhulpverlening staan hierover interessante bepalingen (art.1,1e lid, onder b)
Een jeugdige is een persoon die de meerderjarigheidsleeftijd, doch nog niet de leeftijd van 23 jaren heeft bereikt, en voor wie voortzetting van uithuisplaatsing noodzakelijk is, of voor wie, na beindiging van een uithuisplaatsing minder dan een half jaar tevoren, plaatsing in een voorziening van residentile hulpverlening of in een pleeggezin noodzakelijk is.

In de leeswijzer bij deze wet staat op blz. A2:
Een jeugdige van 18 jaar of ouder kan in aanmerking komen voor jeugdhulpverlening als het Wetboek van Strafrecht is toegepast of als sprake is van voortzetting of hervatting (binnen een half jaar) van hulp in een residentile voorziening of in een pleeggezin. Tevens zal een wetsvoorstel worden ingediend dat de mogelijkheden tot hulpverlening aanzienlijk uitbreidt. Het voorziet in voortzetting en hervatting (tot een half jaar na beindiging van de hulp) van jeugdhulpverlening voor 18 tot 23 jarigen. 1823 jarigen kunnen tevens starten met ambulante hulp of hulp door een vo orziening van crisisopvang. Ook starten met residentile of semiresidentile hulp is mogelijk, mits het jeugdhulpadviesteam in de regio daartoe heeft geadviseerd.

Tot dusver de wet; de praktijk wijst echter anders uit. Veel is niet geregeld, en alleen een voortvarende instelling komt met mogelijkheden en voorstellen. Verder speelt nog de bereidheid van de voorzieningen een rol, en die schijnt per regio zeer verschillend te zijn.