Op haar
bruiloft zal iedereen er zijn
interview: Kees Vreeburg
zie ook: Mogelijkheden tot
verlengde hulpverlening
"Bijna tien jaar heeft onze pleegdochter Loes
bij ons gewoond. Van haar tiende tot haar negentiende. Toen wilde
ze het huis uit, net zoals onze andere kinderen op die leeftijd. En
ergens waren we daar wel blij mee. We dachten, als het misgaat kunnen
we nog wat voor haar doen tenminste. Of de voogd kan ingrijpen. Toen
stond je namelijk tot aan je 21ste onder voogdij."
Aan het woord zijn Bep en Wim Overbeeke, allebei 79 jaar. Loes is
nu 39 en staat al 20 jaar op eigen benen. Over een paar weken gaat
ze trouwen.
"Loes kwam bij ons wonen vanuit een tehuis in Rotterdam.
Daar woonde ze omdat haar ouders niet goed voor haar en haar zus konden
zorgen. Vader was meestal op reis voor het werk en moeder was nog
heel jong. Ze ging s'avonds uit en liet de kinderen alleen. Ze liepen
soms s'nachts op straat. Haar n jaar oudere zus zorgde voor haar.
Het ging mis toen ze bij het haren wassen kokend water over het hoofd
van Loes gooide. Toen is de ouders het gezag ontnomen.
Wij wilden graag een pleegkind in huis en reageerden daarom op een
advertentie. Na een behoorlijke tijd wachten toen draaiden de molens
ook al traag kwam ze dan eindelijk bij ons wonen. Ze was toen tien.
Een bescheiden, kwetsbaar meisje, met een emotionele achterstand.
Ze ging naar het speciaal onderwijs. We hebben in al die jaren zeker
ook moeilijke momenten gehad. Een paar keer dreigde het mis te gaan
en moesten we er echt de schouders opnieuw onder zetten. "Je bent
zo anders", zeiden we een keer tegen haar. "Ja maar ik heet ook anders",
was toen haar antwoord. Zowel zij als wij hebben er hard voor geknokt
al die tijd. We hebben veel respect voor elkaar gekregen."
Op kamers
"Toen wilde ze het huis uit, net als onze andere
kinderen. Eerst woonde ze een tijdje alleen, en na een poosje ging
ze samenwonen. We hadden regelmatig contact, maar liepen de deur niet
plat bij elkaar. Net zomin als we dat bij onze eigen kinderen doen.
Het leek goed te gaan. Ze werkte, hield haar huis netjes en we waren
trots op haar. Maar opeens liep ze weg, bij haar vriend vandaan. Ze
zocht hulp bij onze zoon die haar adviseerde niet meer terug te gaan.
En toen stond ze op straat. Gelukkig heeft haar stiefvader haar aan
een woning kunnen helpen. Al die tijd waren de contacten met haar
ouders die gescheiden waren en inmiddels nieuwe partners hadden
goed gebleven.
Wij wisten niet dat de relatie met haar vriend niet goed was. Ze schaamde
zich om erover te praten. Hierna heeft ze nog een relatie gehad die
ook geen stand hield. Loes zag en ziet er nog steeds heel goed uit,
maar is erg kwetsbaar. En ze is ook bang om alleen te komen te staan.
In zekere zin is ze dus een makkelijke prooi voor mannen die het niet
goed met haar voor hebben. Ze is niet weerbaar genoeg. En hoewel we
elkaar regelmatig zagen op verjaardagen van de familie kregen we toch
haar problemen niet te horen. Natuurlijk hadden we wel zo onze zorgen
en vermoedens, dat het niet echt goed ging, maar het leek wel of ze
ons er niet mee wilde lastigvallen.
Over een paar weken gaat ze trouwen
Ze heeft nu al weer een jaar of drie een vriend.
Een verlegen, bescheiden man. Aardig, en een heel ander type dan die
andere twee. Ze is goede maatjes met hem. Loes heeft veel geleerd
vanaf het moment dat zij op eigen benen ging staan. Maar dat geldt
voor iedereen, en bovendien leert ieder mens zijn hele leven. Straks,
op de bruiloft, zal iedereen er zijn. Haar ouders, haar oma, haar
zus, haar stiefouders, onze kinderen en wij. Van haar vader heeft
ze een prachtige trouwjurk gekregen."
Mogelijkheden tot
verlengde hulpverlening
Wil een pleegkind in aanmerking komen
voor verlengde hulpverlening, dan moet de aanvraag hiervoor
tijdig opgestart worden, bij voorkeur al vroeg in het 17e
levensjaar.
In de Wet op de jeugdhulpverlening staan hierover interessante
bepalingen (art.1,1e lid, onder b)
Een jeugdige is een persoon die de meerderjarigheidsleeftijd,
doch nog niet de leeftijd van 23 jaren heeft bereikt, en voor
wie voortzetting van uithuisplaatsing noodzakelijk is, of
voor wie, na beindiging van een uithuisplaatsing minder dan
een half jaar tevoren, plaatsing in een voorziening van residentile
hulpverlening of in een pleeggezin noodzakelijk is.
In de leeswijzer bij deze wet staat
op blz. A2:
Een jeugdige van 18 jaar of ouder kan in aanmerking komen
voor jeugdhulpverlening als het Wetboek van Strafrecht is
toegepast of als sprake is van voortzetting of hervatting
(binnen een half jaar) van hulp in een residentile voorziening
of in een pleeggezin. Tevens zal een wetsvoorstel worden ingediend
dat de mogelijkheden tot hulpverlening aanzienlijk uitbreidt.
Het voorziet in voortzetting en hervatting (tot een half jaar
na beindiging van de hulp) van jeugdhulpverlening voor 18
tot 23 jarigen. 1823 jarigen kunnen tevens starten met ambulante
hulp of hulp door een vo orziening van crisisopvang. Ook starten
met residentile of semiresidentile hulp is mogelijk, mits
het jeugdhulpadviesteam in de regio daartoe heeft geadviseerd.
Tot dusver de wet; de praktijk wijst
echter anders uit. Veel is niet geregeld, en alleen een voortvarende
instelling komt met mogelijkheden en voorstellen. Verder speelt
nog de bereidheid van de voorzieningen een rol, en die schijnt
per regio zeer verschillend te zijn.
|