Voor 18+ers
is een aparte aanpak nodig
interview: Jan Timmer
Corrie Snelder is duidelijk over pleegzorg
na het 18e levensjaar: "18+ers, het is een groep die ik graag begeleid,
maar waar ook een aparte aanpak voor nodig is". Als zeer ervaren pleegmoeder,
die al 15 jaar pubers begeleidt, kan ze het ook wel een beetje weten.
Dik over de 150 heeft ze zien komen en gaan. Ook na hun vertrek, en
in volgende levensfasen, blijft zij soms betrokken bij het leven van
haar pleegkinderen. Tijdens ons gesprek heeft ze steeds een half oor
voor de telefoon. En van haar vroegere pleegdochters krijgt een baby
en wil dolgraag dat Corrie bij de bevalling is.
"Ja, in mijn gezin komen 18jarigen nogal eens voor.
Ze arriveren meestal tussen hun 15e en 17e jaar. In eerste instantie
is de bedoeling van de plaatsing niet altijd duidelijk. Vaak komen
ze uit een crisissituatie. Soms is het een langdurige plaatsing, maar
blijken ze toch snel een ander perspectief nodig te hebben. Soms komen
ze voor n nacht en zitten ze er na drie jaar nog. En soms hebben
ze na hun 18e nog steeds de zorg van een pleeggezin nodig.
Die achttienplussers is een behoorlijk zelfstandige leeftijdsgroep.
Je kunt ze op hun verantwoordelijkheden aanspreken. Ze hebben ook
niet dag en nacht de zorg van de pleegouders nodig. Je kunt op een
volwassen, gelijkwaardig niveau, een gesprek met ze voeren. Ze kunnen
verantwoordelijkheden voor het gezin meedragen. Zo nu en dan vangen
we, in een crisissituatie, een heel jong kindje op. Dan vormt de groep
ineens een sterke eenheid en is het eigenlijk een aantal weken groot
feest bij ons.
Dat de jongeren op hun 18e nog in een pleeggezin zitten is een wederzijdse
keuze. Zelf zie je perspectief en hebt daar bovendien nog de zelfgekozen
medewerking van de kinderen bij. Je hoeft de jongere nog niet los
te laten en ze willen zelf ook nog niet losgelaten worden. Zij zijn
duidelijk nog niet in staat op eigen benen te staan. Dat is bij de
aanvraag voor verlenging ook met hun instemming zo geformuleerd.
Meerderjarigheid en zelfstandigheid
Zo rond hun 17e sluit zich een ontwikkelingsfase
af. Mijn ervaring als pleegouder zegt me dat omstreeks die leeftijd
het gezagsprobleem verandert. Meestal zijn ze door de moeilijke puberteitsjaren
heen en is het gezagsprobleem eigenlijk niet of nauwelijks meer aan
de orde. Al realiseer ik me natuurlijk heel goed dat het voor ieder
kind anders kan liggen.
Meerderjarigheid en zelfstandigheid zijn echter niet binnen dezelfde
termen te vangen. Zeker bij pleegkinderen is het van belang te onderkennen
dat een geforceerde zelfstandigheid brokken op kan gaan leveren. Ze
hebben door hun gehandicapte opvoeding toch al vaak een schizofrene
ontwikkeling doorgemaakt. Vaak moesten ze in hun leven overlevingsstrategien
ontwikkelen die niet bij hun leeftijd pasten. In een gezin waar ze
een gewoon kind mogen zijn zie je een snelle gezondere ontwikkelingsgang
en een gedeeltelijk herstel van de handicaps die ze hebben opgelopen.
Dat kost wel tijd en is zeker niet altijd op een geplande leeftijd
afgerond.
Want 18+ers zijn dan wel voor de wet volwassen, maar de werkelijkheid
leert soms anders. Ze overschatten bijvoorbeeld hun draagkracht nogal
eens. En als ze dan brokken maken, zijn die vaak niet zo gemakkelijk
te lijmen. Bovendien laten ze zich moeilijker helpen. Je moet ze op
hun eigen blaren laten zitten, en dat is moeilijk om aan te zien.
Voor pleegouders geldt dat deze groep vaak een groter beroep doet
op je inzichten. Dat is boeiend, en soms ook vermoeiend. Maar het
is wel een groep pleegkinderen die ik graag begeleid, en waar ook
een aparte aanpak voor nodig is.
Bofferds in Drenthe
Hier in Drenthe is een ruime mogelijkheid om de periode
van pleegzorg over de 18jarige leeftijd heen te tillen. Dat is een
goede zaak, vind ik. De aanvraag wordt meestal gehonoreerd en de zorg
gaat na toekenning onverminderd voort. Er is geen duidelijke breuk.
Over de begeleiding ben ik hier ook dik tevreden. Die loopt hier na
het 18e levensjaar gewoon door. De redenen waarom een verlenging wordt
aangevraagd bespreekt de pleegzorgwerker met het pleegkind en de pleegouders
heel zorgvuldig, en daarbij wordt de inbreng van het kind duidelijk
gehoord. Deze gang van zaken geeft mij de moed om ook kinderen van
zeventien jaar onder mijn hoede te nemen. Was dat anders, dan zou
ik me er niet meer aan wagen, want zodra ze in mijn huis zijn, vallen
ze onder mijn verantwoordelijkheid. Als ik ze niet binnen de pleegzorg
in mijn gezin zou kunnen opnemen, dan zou ik ernstig in de problemen
kunnen komen en dat risico zou ik niet nemen.
Financile zaken ingewikkeld
Wat betreft de praktische zaken zijn vooral de financin
ingewikkeld. Zowel voor het pleeggezin als voor het kind. Zodra pleegkinderen
een eigen inkomen hebben moeten ze (terecht) meebetalen in de onderhoudskosten.
Daar zijn bepaalde formules voor bedacht, maar die worden landelijk
niet eenduidig toegepast. Bovendien zijn die regels behoorlijk ondoorzichtig.
Studiefinanciering bijvoorbeeld is zon ingewikkelde zaak. Wat dat
betreft heeft de overheid weinig kennis van de problemen van pleegkinderen.
Ze passen de hardheidsclausule onverbiddelijk toe. Gelukkig is dat
niet overal zo, onze voorziening wil niet dat wij financile risicos
lopen. Bij het ontbreken van inkomen van de kinderen zijn de kosten
voor hun rekening. Via de NVP heb ik wel begrepen dat Drenthe een
gunstig voorbeeld is in haar zorg voor 18jarigen. Kennelijk zijn
de 18plussers in Drenthe bofferds."
De gezinsbegeleider heeft geen vastomlijnde
taken in de ondersteuning. Veel hangt af van de eigen inbreng
en taakopvatting. In de Financile Wegwijzer van de Drentse
Pleegzorgvoorziening bijvoorbeeld staat er het volgende over:
Het komt voor dat uw pleegkind na zijn meerderjarigheid nog
een tijdje bij u blijft wonen. In principe valt het dan niet
meer onder de subsidiebepalingen van de instelling. Er is
meestal sprake van loon, studiefinanciering of een uitkering.
Regelingen sluiten niet altijd perfect op elkaar aan. Een
financile overbruggingsregeling is soms nodig. De instelling
zal u helpen wanneer er zich problemen voordoen. In de praktijk
kan de gezinsbegeleider bijvoorbeeld ook actief zijn door
voor te stellen via de S.P.D of het FAC opname in een kamertrainingscentrum
te regelen.
|