artikel uit Mobiel 3, juni 1999

Betaald pleegouderschap is goedkoop

- Financiële aspecten van pleegzorg in Zweden

door Ineke Exel
redacteur Mobiel

In de nabije toekomst dreigt er een tekort aan pleegouders. Een van de oorzaken is dat steeds meer mensen buitenshuis werken en minder tijd en ruimte over hebben voor kinderen-in-een-probleemsituatie. Zweden kent al veel langer een hoge arbeidsparticipatie. Kinderopvang in gastgezinnen is er dan ook - meer dan in Nederland - volledig cultureel ingebed. Toch bestaat ook daar het dilemma van het vinden van voldoende pleegouders. Het loont de moeite om te kijken hoe men er in slaagt dit probleem op te vangen. Het onlangs verschenen onderzoeksrapport van de Nederlandse Gezinsraad 'Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw' geeft daar de gelegenheid toe door in de bijlagen een beschrijving van de Zweedse situatie op te nemen. In het hiernavolgende artikel zijn de meest in oogspringende financiële aspecten samengevat.

In Zweden zijn veel overheidstaken gedecentraliseerd, zo ook de jeugdzorg. Elke gemeente is verantwoordelijk voor het welzijn en de veiligheid van al z'n inwoners. Sommige gemeentes hebben bepaalde aspecten van de pleegzorg, bijvoorbeeld het werven en selecteren van hun pleegouders, uitbesteed aan regionale instellingen. Maar de begeleiding van kind en pleegouders is weer een taak van een gemeentelijke maatschappelijk werker. Zweden kent zowel een vrijwillige als een justitiële uithuisplaatsing. Kinderen die om verschillende redenen niet meer thuis kunnen wonen: omdat er tekortkomingen zijn, omdat de jeugdige zelf zich aan bepaalde risico's blootstelt (drugs-/drankmisbruik, prostitutie, e.d.) of omdat acuut ingrijpen noodzakelijk is. Men probeert de jongere zo snel mogelijk weer thuis te plaatsen: van de 15.500 kinderen die in 1997 uit huis waren geplaatst, vielen eind 1997 4.500 kinderen niet meer onder deze regelingen. Meer dan driekwart van alle kinderen wordt in een pleeggezin ondergebracht, de rest in een (klein) gemeentelijk opvang- of behandeltehuis of in een kinderpsychiatrische kliniek.

Financiële regelingen voor pleegkinderen

De vergoeding voor een pleegkind wordt vastgesteld op basis van de algemene, elk jaar te indexeren, levensstandaard. Dit 'kind-bedrag' bestaat uit drie componenten.

Voor levensonderhoud (eten, drinken, kleren, speelgoed, etc.) wordt voor een kind tot 13 jaar 80% van de levensstandaard betaald, en voor een jongere tussen 13 en 18 95% daarvan.

Voor elk pleegkind wordt 25% van de levensstandaard uitgekeerd als 'plaats' vergoeding voor de extra kamer, energie, slijtage, etc.

Daarnaast wordt er per kind bekeken welke extra behoeften dit kind heeft vanuit sociaal, medisch of pedagogisch gezichtspunt. Zo vallen reiskosten naar de ouders hieronder, maar ook bijvoorbeeld de kosten van het mee-eten van de ouders als die op bezoek komen. Als kinderopvang voor het kind nodig is, wordt die ook vergoed. Bovendien kijkt men naar de levensstijl van het pleeggezin. Een paardrijles of een skivakantie kan in de onkostenvergoeding worden opgenomen om het pleegkind niet anders te behandelen dan een eigen kind. Meestal bedraagt de vergoeding 120-130% van de levensstandaard. De vergoedingen zijn belasting-neutraal, tenzij ze meer dan 150, resp. 170% bedragen.

In rond Nederlands: de levensstandaard was in 1998 in Zweden 3.035 SK* per maand (ong.ƒ 760,&endash). De onkostenvergoeding eindigt op de dag dat het kind uit het pleeggezin vertrekt.

Financiële regelingen voor de pleegouder(s)

De Zweedse maatschappij beschouwt pleegouderschap niet alleen als een waardevolle maatschappelijk bijdrage en een idealistische taak, er wordt ook compensatie gegeven voor gederfde inkomsten gedurende de periode dat men voor een pleegkind zorgt.

Dat is als volgt geregeld. Een van de pleegouders wordt verondersteld een deel van de werktijd thuis te zijn om het kind op te voeden. Hiertegenover staan een inkomensvergoeding gerelateerd aan de bijzondere psychische, sociale of medische kenmerken van het kind. De plaatsende maatschappelijk werker zal tijdens het voorstellen van het kind de arbeidsintensiviteit uitdrukken in een percentage van de levensstandaard, en dat kan variëren tussen de 100 en 225%, in geld uitgedrukt is dat tussen de ƒ 760,&endash en ƒ 1.710,&endash. Hiervoor 'koopt' de gemeente een plaats in een gezin en kan men eisen stellen aan de tijd die pleegouders beschikbaar hebben voor hun pleegkind. Anderzijds kunnen (ervaren) pleegouders eisen stellen en besluiten niet onder de bovengrens te gaan zitten. Als permanente aanwezigheid van een van de pleegouders noodzakelijk is, kan de gemeente het salaris volledig vergoeden. Voor pleegouders die een uitkering hebben, wordt de uitkering overgenomen en veelal verhoogd.

Behalve over inkomensvergoeding kunnen ook over andere financiële zaken afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over het vergoeden van rente over een lening die moet worden getroffen voor een eventuele verbouwing van het huis.

De inkomstenvergoeding eindigt één tot drie maanden na het vertrek van het pleegkind.

Beroepspleegouders

Landelijk zijn er 150-200 contractpleeggezinnen die ruim 300 pleegkinderen verzorgen. Het contract wordt gesloten tussen een pleegzorgorganisatie en een - veelal ervaren - pleeggezin, waarvan een van de ouders fulltime beschikbaar is. Vaak worden deze gezinnen gebruikt voor crisisplaatsingen of voor kinderen met bijzondere problemen. De zorg voor twee kinderen geldt als een fulltime baan, bij drie of vier pleegkinderen, werkt ook de andere partner thuis.

Het systeem van onkostenvergoeding per kind is gelijk; de inkomensvergoeding varieert van 225% tot 298% van de levensstandaard. 298% van de levensstandaard staat gelijk aan 13 maanden salaris van een groepswerker in een kindertehuis. De 'plaats' vergoeding wordt altijd uitgekeerd voor het aantal kinderen waarvoor een pleeggezin beschikbaar is.

Contractpleeggezinnen krijgen regelmatig ondersteuning, cursussen en intervisie aangeboden.

(Beroeps-)pleegouders zijn niet in loondienst van een gemeente maar hebben een dienstverleningsovereenkomst. De gemeente betaalt 38% aan sociale lasten en pensioenpremies.

Alternatieven

Naast pleeggezinnen kent Zweden nog een aantal andere opvangmogelijkheden voor kinderen in probleemsituaties. Die mogelijkheden variëren van ondersteuning waardoor het kind gewoon thuis kan blijven wonen, tot opvang- en behandeltehuizen.

In 1997 hadden bijna 12.500 kinderen en jongeren een zogenaamde contactpersoon. Dat is iemand die, tegen een kleine vergoeding, deze kinderen begeleidt en extra steun geeft omdat het thuis niet lekker loopt.

Een contactfamilie geeft net iets meer steun, in de vorm van weekend- of vakantiepleegzorg. Men heeft een contract met de gemeente en ontvangt vast 1.300 SK plus een dagvergoeding van 75 SK voor elke dag die het kind in het gezin verblijft.

Ook bestaan er opvanghuizen voor:

- jonge kinderen met hun ouder(s). Na een acute uithuisplaatsing worden hier de perspectieven onderzocht. Per kind en ouder kost dit 1.810 SK per dag.

- schoolgaande kinderen. Maximaal 20 kinderen (zonder ouders) verblijven hier in groepen van 4 à 5, onder begeleiding van groepsleiding. Per kind per dag kost dit 1.920 SK.

- opvang- en behandelhuizen voor jongeren. Jongeren worden in kleine groepen, 4 à 6, opgevangen en/of behandeld. Kosten: 2.600 SK per dag per jongere.

De 'Blijf van mijn lijf'huizen hebben een kapaciteit van 6 kinderen, en kosten 1.260 SK per dag per kind.

Tot slot zijn er voor de kinderpsychiatrie landelijk ongeveer 360 bedden beschikbaar. Prijs: tussen 3.450 en 6.910 SK per kind per dag.

Zweedse systeem ook in Nederland?

Pleegzorg is goedkoop! Zelfs in het 'dure' Zweedse systeem van vergoedingen-voor-van-alles-en-nog-wat is pleegzorg goedkoop! Per dag kost een gemiddeld Zweeds pleegkind, inclusief alle vergoedingen en de beroepspleegzorg, 370 SK (ƒ 92,50). Een plaats in een residentiële voorziening kost 1.770 SK (ƒ 442,50).

Moeten de Nederlandse pleegouders nu de invoering van een soortgelijk systeem gaan eisen? Worden Nederlandse pleegouders niet schromelijk ondergewaardeerd en uitgebuit? Wordt het niet eens tijd voor een echte pleegouderstaking?

Die discussie moeten de Nederlandse pleegouders momenteel voeren. Dat kan met het Zweedse model in het achterhoofd. Maar het moet dan wel een discussie zijn met inachtneming van de verschillende aspecten die het pleegouderschap aantrekkelijker kunnen maken. Zeker, die discussie moet gaan over een adequate vergoeding voor de pleegzorg en de inkomstenderving van de pleegouders gedurende de pleegzorgperiode, maar ook over de erkenning van de positie van pleegouders, de erkenning van hun deskundigheid en hun inzetmogelijkheden.

Want de financiële kant is één aspect van pleegzorg, maar pleegzorg is zoveel meer!