In de nabije toekomst
dreigt er een tekort aan pleegouders. Een van de oorzaken
is dat steeds meer mensen buitenshuis werken en minder
tijd en ruimte over hebben voor
kinderen-in-een-probleemsituatie. Zweden kent al veel
langer een hoge arbeidsparticipatie. Kinderopvang in
gastgezinnen is er dan ook - meer dan in Nederland -
volledig cultureel ingebed. Toch bestaat ook daar het
dilemma van het vinden van voldoende pleegouders. Het
loont de moeite om te kijken hoe men er in slaagt dit
probleem op te vangen. Het onlangs verschenen
onderzoeksrapport van de Nederlandse Gezinsraad 'Arbeid
en pleegzorg in de 21e eeuw' geeft daar de gelegenheid
toe door in de bijlagen een beschrijving van de Zweedse
situatie op te nemen. In het hiernavolgende artikel zijn
de meest in oogspringende financiële aspecten
samengevat.
In Zweden zijn veel overheidstaken
gedecentraliseerd, zo ook de jeugdzorg. Elke gemeente is
verantwoordelijk voor het welzijn en de veiligheid van al
z'n inwoners. Sommige gemeentes hebben bepaalde aspecten
van de pleegzorg, bijvoorbeeld het werven en selecteren
van hun pleegouders, uitbesteed aan regionale
instellingen. Maar de begeleiding van kind en pleegouders
is weer een taak van een gemeentelijke maatschappelijk
werker. Zweden kent zowel een vrijwillige als een
justitiële uithuisplaatsing. Kinderen die om
verschillende redenen niet meer thuis kunnen wonen: omdat
er tekortkomingen zijn, omdat de jeugdige zelf zich aan
bepaalde risico's blootstelt (drugs-/drankmisbruik,
prostitutie, e.d.) of omdat acuut ingrijpen noodzakelijk
is. Men probeert de jongere zo snel mogelijk weer thuis
te plaatsen: van de 15.500 kinderen die in 1997 uit huis
waren geplaatst, vielen eind 1997 4.500 kinderen niet
meer onder deze regelingen. Meer dan driekwart van alle
kinderen wordt in een pleeggezin ondergebracht, de rest
in een (klein) gemeentelijk opvang- of behandeltehuis of
in een kinderpsychiatrische kliniek.
Financiële regelingen
voor pleegkinderen
De vergoeding voor een pleegkind wordt
vastgesteld op basis van de algemene, elk jaar te
indexeren, levensstandaard. Dit 'kind-bedrag' bestaat uit
drie componenten.
Voor levensonderhoud (eten, drinken,
kleren, speelgoed, etc.) wordt voor een kind tot 13 jaar
80% van de levensstandaard betaald, en voor een jongere
tussen 13 en 18 95% daarvan.
Voor elk pleegkind wordt 25% van de
levensstandaard uitgekeerd als 'plaats' vergoeding voor
de extra kamer, energie, slijtage, etc.
Daarnaast wordt er per kind bekeken
welke extra behoeften dit kind heeft vanuit sociaal,
medisch of pedagogisch gezichtspunt. Zo vallen reiskosten
naar de ouders hieronder, maar ook bijvoorbeeld de kosten
van het mee-eten van de ouders als die op bezoek komen.
Als kinderopvang voor het kind nodig is, wordt die ook
vergoed. Bovendien kijkt men naar de levensstijl van het
pleeggezin. Een paardrijles of een skivakantie kan in de
onkostenvergoeding worden opgenomen om het pleegkind niet
anders te behandelen dan een eigen kind. Meestal bedraagt
de vergoeding 120-130% van de levensstandaard. De
vergoedingen zijn belasting-neutraal, tenzij ze meer dan
150, resp. 170% bedragen.
In rond Nederlands: de levensstandaard
was in 1998 in Zweden 3.035 SK* per maand (ong.ƒ
760,&endash). De onkostenvergoeding eindigt op de dag
dat het kind uit het pleeggezin vertrekt.
Financiële regelingen
voor de pleegouder(s)
De Zweedse maatschappij beschouwt
pleegouderschap niet alleen als een waardevolle
maatschappelijk bijdrage en een idealistische taak, er
wordt ook compensatie gegeven voor gederfde inkomsten
gedurende de periode dat men voor een pleegkind zorgt.
Dat is als volgt geregeld. Een van de
pleegouders wordt verondersteld een deel van de werktijd
thuis te zijn om het kind op te voeden. Hiertegenover
staan een inkomensvergoeding gerelateerd aan de
bijzondere psychische, sociale of medische kenmerken van
het kind. De plaatsende maatschappelijk werker zal
tijdens het voorstellen van het kind de
arbeidsintensiviteit uitdrukken in een percentage van de
levensstandaard, en dat kan variëren tussen de 100
en 225%, in geld uitgedrukt is dat tussen de ƒ
760,&endash en ƒ 1.710,&endash. Hiervoor 'koopt'
de gemeente een plaats in een gezin en kan men eisen
stellen aan de tijd die pleegouders beschikbaar hebben
voor hun pleegkind. Anderzijds kunnen (ervaren)
pleegouders eisen stellen en besluiten niet onder de
bovengrens te gaan zitten. Als permanente aanwezigheid
van een van de pleegouders noodzakelijk is, kan de
gemeente het salaris volledig vergoeden. Voor pleegouders
die een uitkering hebben, wordt de uitkering overgenomen
en veelal verhoogd.
Behalve over inkomensvergoeding kunnen
ook over andere financiële zaken afspraken worden
gemaakt, bijvoorbeeld over het vergoeden van rente over
een lening die moet worden getroffen voor een eventuele
verbouwing van het huis.
De inkomstenvergoeding eindigt
één tot drie maanden na het vertrek van het
pleegkind.
Beroepspleegouders
Landelijk zijn er 150-200
contractpleeggezinnen die ruim 300 pleegkinderen
verzorgen. Het contract wordt gesloten tussen een
pleegzorgorganisatie en een - veelal ervaren -
pleeggezin, waarvan een van de ouders fulltime
beschikbaar is. Vaak worden deze gezinnen gebruikt voor
crisisplaatsingen of voor kinderen met bijzondere
problemen. De zorg voor twee kinderen geldt als een
fulltime baan, bij drie of vier pleegkinderen, werkt ook
de andere partner thuis.
Het systeem van onkostenvergoeding per
kind is gelijk; de inkomensvergoeding varieert van 225%
tot 298% van de levensstandaard. 298% van de
levensstandaard staat gelijk aan 13 maanden salaris van
een groepswerker in een kindertehuis. De 'plaats'
vergoeding wordt altijd uitgekeerd voor het aantal
kinderen waarvoor een pleeggezin beschikbaar is.
Contractpleeggezinnen krijgen
regelmatig ondersteuning, cursussen en intervisie
aangeboden.
(Beroeps-)pleegouders zijn niet in
loondienst van een gemeente maar hebben een
dienstverleningsovereenkomst. De gemeente betaalt 38% aan
sociale lasten en pensioenpremies.
Alternatieven
Naast pleeggezinnen kent Zweden nog
een aantal andere opvangmogelijkheden voor kinderen in
probleemsituaties. Die mogelijkheden variëren van
ondersteuning waardoor het kind gewoon thuis kan blijven
wonen, tot opvang- en behandeltehuizen.
In 1997 hadden bijna 12.500 kinderen
en jongeren een zogenaamde contactpersoon. Dat is iemand
die, tegen een kleine vergoeding, deze kinderen begeleidt
en extra steun geeft omdat het thuis niet lekker
loopt.
Een contactfamilie geeft net iets meer
steun, in de vorm van weekend- of vakantiepleegzorg. Men
heeft een contract met de gemeente en ontvangt vast 1.300
SK plus een dagvergoeding van 75 SK voor elke dag die het
kind in het gezin verblijft.
Ook bestaan er opvanghuizen
voor:
- jonge kinderen met hun ouder(s). Na
een acute uithuisplaatsing worden hier de perspectieven
onderzocht. Per kind en ouder kost dit 1.810 SK per
dag.
- schoolgaande kinderen. Maximaal 20
kinderen (zonder ouders) verblijven hier in groepen van 4
à 5, onder begeleiding van groepsleiding. Per kind
per dag kost dit 1.920 SK.
- opvang- en behandelhuizen voor
jongeren. Jongeren worden in kleine groepen, 4 à
6, opgevangen en/of behandeld. Kosten: 2.600 SK per dag
per jongere.
De 'Blijf van mijn lijf'huizen hebben
een kapaciteit van 6 kinderen, en kosten 1.260 SK per dag
per kind.
Tot slot zijn er voor de
kinderpsychiatrie landelijk ongeveer 360 bedden
beschikbaar. Prijs: tussen 3.450 en 6.910 SK per kind per
dag.
Zweedse systeem ook in
Nederland?
Pleegzorg is goedkoop! Zelfs in het
'dure' Zweedse systeem van
vergoedingen-voor-van-alles-en-nog-wat is pleegzorg
goedkoop! Per dag kost een gemiddeld Zweeds pleegkind,
inclusief alle vergoedingen en de beroepspleegzorg, 370
SK (ƒ 92,50). Een plaats in een residentiële
voorziening kost 1.770 SK (ƒ 442,50).
Moeten de Nederlandse pleegouders nu
de invoering van een soortgelijk systeem gaan eisen?
Worden Nederlandse pleegouders niet schromelijk
ondergewaardeerd en uitgebuit? Wordt het niet eens tijd
voor een echte pleegouderstaking?
Die discussie moeten de Nederlandse
pleegouders momenteel voeren. Dat kan met het Zweedse
model in het achterhoofd. Maar het moet dan wel een
discussie zijn met inachtneming van de verschillende
aspecten die het pleegouderschap aantrekkelijker kunnen
maken. Zeker, die discussie moet gaan over een adequate
vergoeding voor de pleegzorg en de inkomstenderving van
de pleegouders gedurende de pleegzorgperiode, maar ook
over de erkenning van de positie van pleegouders, de
erkenning van hun deskundigheid en hun
inzetmogelijkheden.
Want de financiële kant is
één aspect van pleegzorg, maar pleegzorg is
zoveel meer!