1.
Betaling past bij sommige
vormen van pleegzorg
2.
Erkenning, bejegening, (h)echte samenwerking, maar ....
salaris
De pleegzorg stond de afgelopen
maanden weer eens goed in de belangstelling na de
presentatie van het rapport van de Nederlandse Gezinsraad
over Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw. Bij de
totstandkoming hiervan zijn zowel pleegouders als
verschillende voorzieningen betrokken geweest. Samen met
de onderzoekers hoopt MOBIEL op een stevige discussie
over de inhoud, want het gaat tenslotte om de toekomst
van de pleegzorg. Hier de eerste opinies: van Voorziening
voor Pleegzorg en van een pleegouder. Vooralsnog zijn de
meningen verdeeld over de voorstellen in het
rapport.
1.
Betaling
past bij sommige vormen van pleegzorg
Door René de Bot
Directeur Centrum voor Pleegzorg
Rotterdam
'Nee mevrouw, de fiets is door de
gezinsvoogdijvereniging betaald, jammer dat hij nu alweer
kapot is, over twee jaar bent u pas aan de beurt voor een
nieuwe. En ook die moet dan tweedehands zijn.'
'Nee meneer die regeling voor extra
kleding geldt alleen bij de eerste uithuisplaatsing en
dit kind heeft daarvoor al een keer geld gekregen. Heeft
hij nauwelijks kleding? Dat is erg vervelend, zal ik het
voor u bij een fonds proberen?'
Je zult maar pleegouder zijn en dan
over zulke zaken moeten onderhandelen. Voel je je dan met
al je inzet voor de pleegzorg nog wel serieus genomen? Ik
beken wel kleur als ik dit artikel over betaald
pleegouderschap zo begin. Wat dat betreft komt het
rapport Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw van de
Nederlandse Gezinsraad (NGR) op een heel goed moment. Het
is overigens ook in andere opzichten een heel interessant
rapport geworden.
Interessante items uit het
rapport
In de publiciteit kreeg het rapport
wat eenzijdige aandacht. Daarbij ging het vooral om de
vraag of pleegouders in de toekomst voor hun werk betaald
moeten worden. Verwezen werd dan naar Zweden, waar de
pleegzorg zo geregeld is en waar geen tekort is aan
pleeggezinnen.
Maar zeker zo interessant is analyse
die gemaakt is van de huidige pleegouderpopulatie. We
wisten wel het een en ander over wie er nu pleegouder
zijn, maar dankzij het onderzoek van Robbroeckx e.a. ten
behoeve van deze discussienota is daarover veel meer
duidelijk worden: hoeveel zij gemiddeld verdienen,
hoeveel alleenstaande pleegouders er zijn, hoeveel
gezinnen meer dan twee pleegkinderen hebben, hoeveel
pleegmoeders werken, wat het opleidingsniveau van
pleegouders is. Opvallend is de informatie over het
percentage netwerkplaatsingen. Vaak wordt gesproken over
de grote vlucht die deze plaatsingen nemen, met name in
de Randstad. Uit dit onderzoek blijkt dat op dit moment
landelijk 24 % van de kinderen bij bekenden woont. Dat is
minder dan vermoed werd.
Als er geen bijzondere omstandigheden
zijn dan is de reguliere vergoeding zoals we die
momenteel in Nederland betalen dekkend voor de gewone
kosten. Dat is niet meer het geval als er sprake is van
veel vernieling, veel reiskosten vanwege familiecontact
of therapie of hoge kosten van het (speciaal) onderwijs.
Ook zo'n interessant gegeven uit dit
onderzoek: 25% van de pleegkinderen zit niet op een
gewone school, bij de rest van de bevolking gaat slechts
0,8% van de kinderen naar het speciale
onderwijs.
Bij crisisopvang kan een pleeggezin
midden in de nacht gevraagd worden een kind op te nemen,
vaak zonder veel informatie en nog vaker zonder veel
eigen spullen. Er zijn pleegzorgprojecten waarbij
kinderen met heel ernstige persoonlijke problematiek
opgenomen worden. Er zijn pleegouders die bereid zijn een
kind met een ernstige lichamelijke of geestelijke
handicap op te nemen. Een speciale groep pleegouders is
beschikbaar voor drugsbaby's die in pleeggezinnen
afkicken. Ik beschouw dat als vormen van professioneel
werk, uitgevoerd door gewone mensen in een gewoon
woonhuis.
Pleegzorg is dat opvoeden of
is dat hulpverlenen?
Ander onderzoek dat op dit moment door
professor Hermans e.a. wordt uitgevoerd zal ons in de
komende tijd bij die discussie verder helpen. Mijn
opvatting is dat geen enkele pleegouder geld moet
toeleggen op de pleegzorgtaak. Mijn opvatting is ook dat
een deel (hoe groot weet ik nog niet) van de pleegzorg
geen gewoon opvoeden is, maar zo bewust bezig is met de
opvoeding, dat van begeleiding en soms zelfs van
behandeling sprake is. Daar past een betaling als
professional heel goed bij. Dan kunnen ook professionele
eisen gesteld worden aan die hulpverlener.
'Dus u bent voorstander van de
betaalde liefde' werd mij door een interviewer in de mond
gelegd, toen mij om commentaar werd gevraagd op dit
rapport.
Waar het kind niet in staat is
dankjewel te zeggen, wil ik dat vanuit het Centrum voor
Pleegzorg graag doen met goede service en eigenlijk ook
wel met wat guldens. Ik denk dat pleegouders hun taak
langer kunnen volhouden als zij zich gewaardeerd
weten.
Financiering van een duurdere
pleegzorg
Vorige ministers en
staatssecretarissen waren er zeker van dat 'goed zorgen
voor' en 'betaald worden' elkaar uitsluiten. Gelukkig is
de huidige staatssecretaris genuanceerder in haar
reactie. Wij zullen graag met haar verder praten over dit
rapport, want duidelijk is dat pleegzorg duurder wordt
van vernieuwingen zoals betaald pleegouderschap.
En dat extra geld zal dan wel van die
staatssecretaris moeten komen. Misschien kunnen we
intussen wel proberen iets aan die fietsenkwestie te
doen, want daar blijf ik mij voor schamen.
2. Erkenning,
bejegening, (h)echte samenwerking, maar ....
salaris?
door Peter Zevenhuizen
Pleegvader
'Gezinsraad wil
salaris voor pleegouders' kopt een aantal dagbladen na
het verschijnen van de nota 'Arbeid en pleegzorg in de
21-ste eeuw'. De pers houdt van extremen, zo ook nu. De
meest vergaande mogelijkheid om pleegzorg aantrekkelijker
te maken wordt uit de nota gelicht. Wel jammer is dat de
discussie in de media zich bijna uitsluitend toespitst op
dit item. De publieke opinie wordt hiermee opnieuw op het
verkeerde been gezet, zo van: 'ze doen het toch voor het
geld.'
Terwijl er eerst nog
zoveel andere belemmeringen, die de pleegzorg voor
pleegouders onnodig zwaar en dus onaantrekkelijk maken,
vallen op te ruimen.
Dit doet niets af aan
het uitstekende rapport van de Nationale Gezinsraad. Als
pleegouder vind ik dit een uitgelezen moment om de
discussie over de positie van de pleegouders aan te gaan.
Met name ook omdat er gelijktijdig een bredere
maatschappelijke discussie loopt over zorgverlof, naar
aanleiding van de nota 'Zorg en Arbeid' van
staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken. De overheid
raakt in de knel met enerzijds de eis dat steeds meer
vrouwen aan het arbeidsproces moeten deelnemen, en
anderzijds de noodzaak om de oplopende kosten van de
'verzorgende staat' terug te dringen, cq. af te wentelen
op de particuliere- en mantelzorg.
De Gezinsraad vraagt
zich terecht af of er in de nabije toekomst nog voldoende
pleegouders te vinden zullen zijn. Er is nu al een
chronisch tekort aan pleegzorgadressen om aan de vraag,
maar ook aan een verantwoorde matching, te voldoen.
Allemaal werknemers van
Thuiszorg Nederland BV?
Het is goed dat er nu
een brede maatschappelijke discussie op gang komt over de
vraag 'wie de- vroeger vaak vrijwillige- zorg voor de
naaste op zich neemt nu iedereen zich op de arbeidsmarkt
begeeft?' Een volgende vraag is of degenen die bereid
zijn die zorg op zich te nemen allemaal werknemers van de
Thuiszorg Nederland BV moeten worden, die onder de
arbeidsvoorwaarden van een CAO een product leveren. Is
dat het voorland van de pleegzorg?
Hoe kun je
pleegkinderen een zo gewoon mogelijk huiselijk leven in
je eigen huis bieden als je je aan allerlei voorschriften
en regels, vastgelegd in een CAO, moet houden? Dat wordt
of een verkrampte situatie of de regels worden niet
nageleefd.
Ik pleit wel voor de
financiële compensatiemogelijkheden volgens het
Zweedse model waar de NGR-nota regelmatig naar verwijst.
Een uitgebreide beschrijving van dat model is als bijlage
in het rapport opgenomen. Pleegouders zijn in Zweden niet
in dienst van een instelling, maar men heeft een
dienstverlenings-overeenkomst met de gemeente. Met die
gemeente wordt ook een contract opgesteld per geplaatst
kind, en afhankelijk van de 'zwaarte categorie' waarin
het kind valt krijgen de pleegouders een
onkostenvergoeding en een compensatie voor de gederfde
inkomsten aan arbeid die men kwijt is aan de inzet voor
het kind. Zo'n systeem heeft veruit mijn voorkeur. Het
heeft zoveel voordelen boven de knellende band van een
dienstbetrekking en een onmogelijke CAO. Men kan per
plaatsing de zwaarte en de tijdsinvestering bekijken. Men
heeft veel meer vrijheid om een eigen gezinsleven te
leven, samen met de (pleeg)kinderen, binnen de afspraken
van het contract.
Erkenning dringender
zaak
Mijns inziens is de
erkenning van pleegouders een nog dringender en
belangrijker zaak.
Het zou toch een
vreemde en onmogelijke situatie zijn als de overheid
pleegouders inkomsten zou geven, terwijl pleegouders in
de wet nog steeds cliënten worden genoemd? Dat moet
eerst veranderen naar op zijn minst 'vrijwillige
medewerkers' of 'partners' in de hulpverlening. De
erkenning van pleegouders als uitvoerenden van de
opvoeding zal ook juridisch geregeld moeten
worden.
Erkenning en
gelijkschakeling in rechten en plichten van pleegouders
bij alle overheids-en semi-overheidsinstellingen, als
belastingdiensten, sociale diensten e.d. Dìt moet
de overheid zo snel mogelijk realiseren! De plaatsende en
begeleidende instellingen en voorzieningen zouden voor
wat betreft de erkenning van het partner zijn en de
bejegening van pleegouders nog veel goeds kunnen doen.
Het is toch van de gekke, dat ik acht jaar voor een
pleegkind zorg, en nu nog niet het halfjaarlijks rapport
over hem in handen krijg. Nee, het wordt voorgelezen door
de dame van de voogdij-instelling uit Noord-Holland. Dat
is toch niet van deze tijd? Gebrek aan vertrouwen in
pleegouders? Twijfel aan hun deskundigheid om dat rapport
te kunnen lezen? Zo zijn er nog tal van (kleine) dingen
te noemen, waar pleegouders zich behoorlijk aan kunnen
ergeren, omdat ze blijkbaar door allang achterhaalde
regels niet serieus worden genomen. Erkenning van hun
ervaring en inbreng, zodanig dat er werkelijke
samenwerking komt, motiveert de nu bestaande en de te
werven pleegouders méér dan de geldelijke
regelingen. Deze laatste voorwaarden zullen er veel meer
voor zorgen dat er genoeg pleegouders zijn en blijven,
ook in de toekomst!