artikel uit Mobiel 3, juni 1999

Toekomstscenario pleegzorg roept verschillende reacties op

1. Betaling past bij sommige vormen van pleegzorg

2. Erkenning, bejegening, (h)echte samenwerking, maar .... salaris

De pleegzorg stond de afgelopen maanden weer eens goed in de belangstelling na de presentatie van het rapport van de Nederlandse Gezinsraad over Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw. Bij de totstandkoming hiervan zijn zowel pleegouders als verschillende voorzieningen betrokken geweest. Samen met de onderzoekers hoopt MOBIEL op een stevige discussie over de inhoud, want het gaat tenslotte om de toekomst van de pleegzorg. Hier de eerste opinies: van Voorziening voor Pleegzorg en van een pleegouder. Vooralsnog zijn de meningen verdeeld over de voorstellen in het rapport.

1. Betaling past bij sommige vormen van pleegzorg

Door René de Bot
Directeur Centrum voor Pleegzorg Rotterdam

'Nee mevrouw, de fiets is door de gezinsvoogdijvereniging betaald, jammer dat hij nu alweer kapot is, over twee jaar bent u pas aan de beurt voor een nieuwe. En ook die moet dan tweedehands zijn.'

'Nee meneer die regeling voor extra kleding geldt alleen bij de eerste uithuisplaatsing en dit kind heeft daarvoor al een keer geld gekregen. Heeft hij nauwelijks kleding? Dat is erg vervelend, zal ik het voor u bij een fonds proberen?'

Je zult maar pleegouder zijn en dan over zulke zaken moeten onderhandelen. Voel je je dan met al je inzet voor de pleegzorg nog wel serieus genomen? Ik beken wel kleur als ik dit artikel over betaald pleegouderschap zo begin. Wat dat betreft komt het rapport Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw van de Nederlandse Gezinsraad (NGR) op een heel goed moment. Het is overigens ook in andere opzichten een heel interessant rapport geworden.

Interessante items uit het rapport

In de publiciteit kreeg het rapport wat eenzijdige aandacht. Daarbij ging het vooral om de vraag of pleegouders in de toekomst voor hun werk betaald moeten worden. Verwezen werd dan naar Zweden, waar de pleegzorg zo geregeld is en waar geen tekort is aan pleeggezinnen.

Maar zeker zo interessant is analyse die gemaakt is van de huidige pleegouderpopulatie. We wisten wel het een en ander over wie er nu pleegouder zijn, maar dankzij het onderzoek van Robbroeckx e.a. ten behoeve van deze discussienota is daarover veel meer duidelijk worden: hoeveel zij gemiddeld verdienen, hoeveel alleenstaande pleegouders er zijn, hoeveel gezinnen meer dan twee pleegkinderen hebben, hoeveel pleegmoeders werken, wat het opleidingsniveau van pleegouders is. Opvallend is de informatie over het percentage netwerkplaatsingen. Vaak wordt gesproken over de grote vlucht die deze plaatsingen nemen, met name in de Randstad. Uit dit onderzoek blijkt dat op dit moment landelijk 24 % van de kinderen bij bekenden woont. Dat is minder dan vermoed werd.

Als er geen bijzondere omstandigheden zijn dan is de reguliere vergoeding zoals we die momenteel in Nederland betalen dekkend voor de gewone kosten. Dat is niet meer het geval als er sprake is van veel vernieling, veel reiskosten vanwege familiecontact of therapie of hoge kosten van het (speciaal) onderwijs.

Ook zo'n interessant gegeven uit dit onderzoek: 25% van de pleegkinderen zit niet op een gewone school, bij de rest van de bevolking gaat slechts 0,8% van de kinderen naar het speciale onderwijs.

Bij crisisopvang kan een pleeggezin midden in de nacht gevraagd worden een kind op te nemen, vaak zonder veel informatie en nog vaker zonder veel eigen spullen. Er zijn pleegzorgprojecten waarbij kinderen met heel ernstige persoonlijke problematiek opgenomen worden. Er zijn pleegouders die bereid zijn een kind met een ernstige lichamelijke of geestelijke handicap op te nemen. Een speciale groep pleegouders is beschikbaar voor drugsbaby's die in pleeggezinnen afkicken. Ik beschouw dat als vormen van professioneel werk, uitgevoerd door gewone mensen in een gewoon woonhuis.

Pleegzorg is dat opvoeden of is dat hulpverlenen?

Ander onderzoek dat op dit moment door professor Hermans e.a. wordt uitgevoerd zal ons in de komende tijd bij die discussie verder helpen. Mijn opvatting is dat geen enkele pleegouder geld moet toeleggen op de pleegzorgtaak. Mijn opvatting is ook dat een deel (hoe groot weet ik nog niet) van de pleegzorg geen gewoon opvoeden is, maar zo bewust bezig is met de opvoeding, dat van begeleiding en soms zelfs van behandeling sprake is. Daar past een betaling als professional heel goed bij. Dan kunnen ook professionele eisen gesteld worden aan die hulpverlener.

'Dus u bent voorstander van de betaalde liefde' werd mij door een interviewer in de mond gelegd, toen mij om commentaar werd gevraagd op dit rapport.

Waar het kind niet in staat is dankjewel te zeggen, wil ik dat vanuit het Centrum voor Pleegzorg graag doen met goede service en eigenlijk ook wel met wat guldens. Ik denk dat pleegouders hun taak langer kunnen volhouden als zij zich gewaardeerd weten.

Financiering van een duurdere pleegzorg

Vorige ministers en staatssecretarissen waren er zeker van dat 'goed zorgen voor' en 'betaald worden' elkaar uitsluiten. Gelukkig is de huidige staatssecretaris genuanceerder in haar reactie. Wij zullen graag met haar verder praten over dit rapport, want duidelijk is dat pleegzorg duurder wordt van vernieuwingen zoals betaald pleegouderschap.

En dat extra geld zal dan wel van die staatssecretaris moeten komen. Misschien kunnen we intussen wel proberen iets aan die fietsenkwestie te doen, want daar blijf ik mij voor schamen.

2. Erkenning, bejegening, (h)echte samenwerking, maar .... salaris?

door Peter Zevenhuizen
Pleegvader

'Gezinsraad wil salaris voor pleegouders' kopt een aantal dagbladen na het verschijnen van de nota 'Arbeid en pleegzorg in de 21-ste eeuw'. De pers houdt van extremen, zo ook nu. De meest vergaande mogelijkheid om pleegzorg aantrekkelijker te maken wordt uit de nota gelicht. Wel jammer is dat de discussie in de media zich bijna uitsluitend toespitst op dit item. De publieke opinie wordt hiermee opnieuw op het verkeerde been gezet, zo van: 'ze doen het toch voor het geld.'

Terwijl er eerst nog zoveel andere belemmeringen, die de pleegzorg voor pleegouders onnodig zwaar en dus onaantrekkelijk maken, vallen op te ruimen.

Dit doet niets af aan het uitstekende rapport van de Nationale Gezinsraad. Als pleegouder vind ik dit een uitgelezen moment om de discussie over de positie van de pleegouders aan te gaan. Met name ook omdat er gelijktijdig een bredere maatschappelijke discussie loopt over zorgverlof, naar aanleiding van de nota 'Zorg en Arbeid' van staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken. De overheid raakt in de knel met enerzijds de eis dat steeds meer vrouwen aan het arbeidsproces moeten deelnemen, en anderzijds de noodzaak om de oplopende kosten van de 'verzorgende staat' terug te dringen, cq. af te wentelen op de particuliere- en mantelzorg.

De Gezinsraad vraagt zich terecht af of er in de nabije toekomst nog voldoende pleegouders te vinden zullen zijn. Er is nu al een chronisch tekort aan pleegzorgadressen om aan de vraag, maar ook aan een verantwoorde matching, te voldoen.

Allemaal werknemers van Thuiszorg Nederland BV?

Het is goed dat er nu een brede maatschappelijke discussie op gang komt over de vraag 'wie de- vroeger vaak vrijwillige- zorg voor de naaste op zich neemt nu iedereen zich op de arbeidsmarkt begeeft?' Een volgende vraag is of degenen die bereid zijn die zorg op zich te nemen allemaal werknemers van de Thuiszorg Nederland BV moeten worden, die onder de arbeidsvoorwaarden van een CAO een product leveren. Is dat het voorland van de pleegzorg?

Hoe kun je pleegkinderen een zo gewoon mogelijk huiselijk leven in je eigen huis bieden als je je aan allerlei voorschriften en regels, vastgelegd in een CAO, moet houden? Dat wordt of een verkrampte situatie of de regels worden niet nageleefd.

Ik pleit wel voor de financiële compensatiemogelijkheden volgens het Zweedse model waar de NGR-nota regelmatig naar verwijst. Een uitgebreide beschrijving van dat model is als bijlage in het rapport opgenomen. Pleegouders zijn in Zweden niet in dienst van een instelling, maar men heeft een dienstverlenings-overeenkomst met de gemeente. Met die gemeente wordt ook een contract opgesteld per geplaatst kind, en afhankelijk van de 'zwaarte categorie' waarin het kind valt krijgen de pleegouders een onkostenvergoeding en een compensatie voor de gederfde inkomsten aan arbeid die men kwijt is aan de inzet voor het kind. Zo'n systeem heeft veruit mijn voorkeur. Het heeft zoveel voordelen boven de knellende band van een dienstbetrekking en een onmogelijke CAO. Men kan per plaatsing de zwaarte en de tijdsinvestering bekijken. Men heeft veel meer vrijheid om een eigen gezinsleven te leven, samen met de (pleeg)kinderen, binnen de afspraken van het contract.

Erkenning dringender zaak

Mijns inziens is de erkenning van pleegouders een nog dringender en belangrijker zaak.

Het zou toch een vreemde en onmogelijke situatie zijn als de overheid pleegouders inkomsten zou geven, terwijl pleegouders in de wet nog steeds cliënten worden genoemd? Dat moet eerst veranderen naar op zijn minst 'vrijwillige medewerkers' of 'partners' in de hulpverlening. De erkenning van pleegouders als uitvoerenden van de opvoeding zal ook juridisch geregeld moeten worden.

Erkenning en gelijkschakeling in rechten en plichten van pleegouders bij alle overheids-en semi-overheidsinstellingen, als belastingdiensten, sociale diensten e.d. Dìt moet de overheid zo snel mogelijk realiseren! De plaatsende en begeleidende instellingen en voorzieningen zouden voor wat betreft de erkenning van het partner zijn en de bejegening van pleegouders nog veel goeds kunnen doen. Het is toch van de gekke, dat ik acht jaar voor een pleegkind zorg, en nu nog niet het halfjaarlijks rapport over hem in handen krijg. Nee, het wordt voorgelezen door de dame van de voogdij-instelling uit Noord-Holland. Dat is toch niet van deze tijd? Gebrek aan vertrouwen in pleegouders? Twijfel aan hun deskundigheid om dat rapport te kunnen lezen? Zo zijn er nog tal van (kleine) dingen te noemen, waar pleegouders zich behoorlijk aan kunnen ergeren, omdat ze blijkbaar door allang achterhaalde regels niet serieus worden genomen. Erkenning van hun ervaring en inbreng, zodanig dat er werkelijke samenwerking komt, motiveert de nu bestaande en de te werven pleegouders méér dan de geldelijke regelingen. Deze laatste voorwaarden zullen er veel meer voor zorgen dat er genoeg pleegouders zijn en blijven, ook in de toekomst!