artikel uit Mobiel 3, juni 1999

Ongewone levensverhalen in de klas

door Dirk de Man en Saskia Houtman
onderwijzers

Pleegkinderen in de klas. Met een ongewoon levensverhaal. Soms is dat verhaal wel bekend, soms ook niet. De leerkrachten en klasgenootjes leven vaak intens mee met de turbulente gebeurtenissen in het leven van een pleegkind. Vanuit de klas komen ook heel rechtstreekse vragen: ‘Hoezó zit jij dan niet bij je echte vader en moeder?’ Een verslag van twee leerkrachten die zich nauw betrokken voelden bij de pleegkinderen in hun klas.

Jessie

“Net afgestudeerd en in mijn eerste baan op de basisschool leerde ik de familie Veerman kennen. De oudste van hun twee kinderen zat bij mij in de klas. Tijdens een oudergesprek vertelden ze me dat ze een pleegkindje zouden krijgen. De familie moest op dat moment eerst nog door de molen van onderzoeken en gesprekken, maar ik wist toen al dat zeker dit warme gezin daar positief doorheen moest komen.

Ongeveer twee jaar daarna kwam Jessie. En wat waren ze blij! Jessie was toen net twee jaar, en zat dus nog niet op school. Maar ik zag haar wel al regelmatig als ze haar broertjes naar school kwam brengen. Na de Kerstvakantie kwam Jessie bij mij in de klas. Met haar ouders had ik afgesproken dat we zo gewoon mogelijk zouden doen. Ik zou de andere kinderen in de klas niet van tevoren inlichten over Jessie’s achtergronden, maar ik wilde er ook niet over liegen. Als er kinderen met vragen kwamen, of Jessie zou er zelf iets over vertellen, zou ik er eerlijk over zijn.
Voor de kinderen kwam Jessie als een gewoon nieuw meisje in de klas en ze werd op die manier ook geaccepteerd. De andere kinderen speelden meteen met haar, en hielpen haar om alle nieuwe regeltjes en afspraken te leren. In het begin was ze vrolijk en blij. Ze speelde heel leuk met de andere kinderen, kreeg een vriendinnetje, en deed met alle activiteiten goed mee.
Ze praatte nooit over haar eigen moeder, niet tegen mij maar ook niet in haar spel tegen andere kinderen, alhoewel ze heel goed wist hoe de situatie in elkaar zat. Ze had een foto van haar eigen moeder en kreeg ook wel kadootjes opgestuurd. Als ik daar iets over wilde weten, moest ik dat echt gericht aan haar vragen. Alles ging gewoon zijn gangetje. Totdat ik na een aantal weken een eerste gesprekje had met haar pleegmoeder. Ik was over het klassengebeuren heel positief. Maar van haar pleegmoeder hoorde ik dat het thuis helemaal niet goed ging. Verdrietig vertelde ze mij van alle problemen waar ze eigenlijk al een aantal maanden mee kampten. Ik kon mijn oren niet geloven. Hier in de klas ging het zo goed, hier was ze zo lief. Hoe kon dit kindje dan thuis zoveel problemen veroorzaken? Natuurlijk geloofde ik de pleegmoeder, maar ik kon het me zo moeilijk voorstellen. Op aanraden van moeder heb ik het boek: Justo, een gekwetst kind, gelezen. Ik heb het in één adem uitgelezen, en toen werd het mij allemaal een stuk duidelijker.

Met Jessie was veel meer aan de hand. In de weken daarna zag ik beter wat de pleegmoeder bedoelde. Ik herkende dingen. Jessie onderging alles, in plaats van dat ze echt vrolijk was. Ze hield de andere kinderen op een zekere afstand en ook met mij kon ze niet echt een band aangaan. Jessie miste gevoel of kon daar in ieder geval niet mee omgaan. Thuis werden de problemen met de dag erger. Het was schrijnend te moeten zien, dat dit gezin, moest aanvaarden dat Jessie al hun liefde en warmte niet kon oppakken. De pleegouders voelden het als falen van zichzelf. Maar ik weet dat deze ouders meer dan hun best gedaan hebben. Jessie had geen betere en lievere pleegouders kunnen treffen.
Uiteindelijk is besloten Jessie in een leefgroep te plaatsen. Van de ene op de andere dag verliet zij, vier jaar oud, het gezin. Ik voelde me toen zo machteloos. De kinderen in de klas wilden natuurlijk weten waar Jessie was. Ze was ook zo plotseling vertrokken. Verhuisd? Nee, want waarom woonden haar papa en mama dan nog hier? Ik heb in een kringgesprek heel eerlijk aan de kinderen verteld hoe de situatie in elkaar zat, en er kwamen gelijk een heleboel vragen. Jessie was toen al weg, maar op deze manier hebben we toch samen afscheid van haar genomen.
Ik heb me er wel over verbaasd hoe gemeen een onwetend de omgeving kan worden. De roddels en boze opmerkingen waren niet van de lucht. Dat moet verschrikkelijk pijnlijk zijn geweest voor dit pleeggezin. Ik heb een gedichtje laten maken, door mijn tante, voor deze kanjers van ouders. Om ze zo toch te laten voelen hoe ik me hierbij voel.”

Saskia Houtman, juf van Jessie

Pim en Tom

“Van twee kinderen in mijn klas, heb ik heel intens meegemaakt wat het voor ze betekende om in een pleeggezin te worden geplaatst. De aanleiding tot uithuisplaatsing was, dat de gescheiden moeder de opvoeding van haar vier kinderen niet meer zag zitten, en een einde aan haar leven wilde maken. Gelukkig voor het gezin is deze poging mislukt, maar er moest op stel en sprong toch iets worden georganiseerd door de familie. Allereerst werden de vier kinderen onder hen verdeeld.

Voor de twee zoons, een tweeling, was deze oplossing maar voor korte duur. Onderling was er zoveel onbegrip en jaloezie dat ze niet langer in één gezin konden verblijven, en van elkaar gescheiden werden ondergebracht in pleeggezinnen. Met taxi’s gingen ze naar school, na schooltijd naar een opvangtehuis en later in de avond naar hun pleeggezinnen. Regelmatig was er tussen de pleeggezinnen en mij telefonisch contact. Ik vertelde dan hoe de dag of de week op school voor de jongens was verlopen en de pleegouders speelden daar met vragen op in. Beide jongens gaven in de klas geen noemenswaardige problemen op leer- en opvoedkundig gebied. De rol die ik ‘speelde’ was die van de vertrouwenspersoon. We hadden met z’n drieën een bijzondere band. Deels was ik een vriend, een vader en een persoon die ons ‘geheim’ kende. Dat laatste werd nog versterkt, nadat ik ze bij hun pleeggezinnen had bezocht. De jongens voelden duidelijk dat ik met hen meeleefde en ook deelgenoot wilde zijn van hun ellendige situatie. Heel vaak heb ik tijdens de les naast hen gezeten om een bewogen situatie te bespreken, en elke keer vonden ze het prettig als het gesprekje er was geweest. Vaak lieten beiden dat merken door met me te willen stoeien of onverwachts op weg naar de gym boven op mijn rug te willen klimmen.

Toen moeder zich sterk genoeg voelde om de kinderen gefaseerd weer in huis te nemen, deed zich nog een emotioneel moment voor. Pim mocht eerder terug naar zijn moeder dan zijn broer. ’s Morgens kwamen beiden op het schoolplein aanlopen; de één jubelend omdat hij de nacht thuis had doorgebracht en de ander duidelijk bedrukt. Na met één gefeest te hebben, liep ik meteen naar de ander toe. Een kort zinnetje van ‘Wat jij nu meemaakt vind ik echt klote voor je, maar vind je het goed dat we er dadelijk in de klas samen verder over praten’ luchtte zo op dat ook zijn gezicht weer begon te glimlachen. Op dit moment is het hele gezin in therapie. Of ze allebei weer bij mij in de klas terugkomen is nog een vraag. Kwestie van vergoeding voor vervoer. Alle drie hopen we het van harte en ook de klas wacht in spanning af.

De kinderen uit de klas hebben de situatie weliswaar vanuit de zijlijn, maar toch ook heel intensief mee beleefd. Het leek mij een goed idee om een paar lessen aan pleegzorg te besteden en daarbij kwam het lespakket van de laatste Pleegzorgcampagne heel goed bij van pas. Onderdeel van mijn lessen was dat de kinderen korte verhaaltjes over pleegkinderen en pleegzorg moesten schrijven. Een aantal uitspraken hieruit illustreert dit artikel. De citaten geven hun gevoel en verwondering weer over de situatie waarin hun klasgenootjes Pim en Tom verkeerde

Dirk de Man, Onderwijzer van Pim en Tom