Pleegkinderen in de klas.
Met een ongewoon levensverhaal. Soms is dat verhaal wel
bekend, soms ook niet. De leerkrachten en klasgenootjes
leven vaak intens mee met de turbulente gebeurtenissen in
het leven van een pleegkind. Vanuit de klas komen ook
heel rechtstreekse vragen: ‘Hoezó zit jij dan
niet bij je echte vader en moeder?’ Een verslag van
twee leerkrachten die zich nauw betrokken voelden bij de
pleegkinderen in hun klas.
Jessie
“Net afgestudeerd en in mijn
eerste baan op de basisschool leerde ik de familie
Veerman kennen. De oudste van hun twee kinderen zat bij
mij in de klas. Tijdens een oudergesprek vertelden ze me
dat ze een pleegkindje zouden krijgen. De familie moest
op dat moment eerst nog door de molen van onderzoeken en
gesprekken, maar ik wist toen al dat zeker dit warme
gezin daar positief doorheen moest komen.
Ongeveer twee jaar daarna kwam Jessie.
En wat waren ze blij! Jessie was toen net twee jaar, en
zat dus nog niet op school. Maar ik zag haar wel al
regelmatig als ze haar broertjes naar school kwam
brengen. Na de Kerstvakantie kwam Jessie bij mij in de
klas. Met haar ouders had ik afgesproken dat we zo gewoon
mogelijk zouden doen. Ik zou de andere kinderen in de
klas niet van tevoren inlichten over Jessie’s
achtergronden, maar ik wilde er ook niet over liegen. Als
er kinderen met vragen kwamen, of Jessie zou er zelf iets
over vertellen, zou ik er eerlijk over zijn.
Voor de kinderen kwam Jessie als een gewoon nieuw meisje
in de klas en ze werd op die manier ook geaccepteerd. De
andere kinderen speelden meteen met haar, en hielpen haar
om alle nieuwe regeltjes en afspraken te leren. In het
begin was ze vrolijk en blij. Ze speelde heel leuk met de
andere kinderen, kreeg een vriendinnetje, en deed met
alle activiteiten goed mee.
Ze praatte nooit over haar eigen moeder, niet tegen mij
maar ook niet in haar spel tegen andere kinderen,
alhoewel ze heel goed wist hoe de situatie in elkaar zat.
Ze had een foto van haar eigen moeder en kreeg ook wel
kadootjes opgestuurd. Als ik daar iets over wilde weten,
moest ik dat echt gericht aan haar vragen. Alles ging
gewoon zijn gangetje. Totdat ik na een aantal weken een
eerste gesprekje had met haar pleegmoeder. Ik was over
het klassengebeuren heel positief. Maar van haar
pleegmoeder hoorde ik dat het thuis helemaal niet goed
ging. Verdrietig vertelde ze mij van alle problemen waar
ze eigenlijk al een aantal maanden mee kampten. Ik kon
mijn oren niet geloven. Hier in de klas ging het zo goed,
hier was ze zo lief. Hoe kon dit kindje dan thuis zoveel
problemen veroorzaken? Natuurlijk geloofde ik de
pleegmoeder, maar ik kon het me zo moeilijk voorstellen.
Op aanraden van moeder heb ik het boek: Justo, een
gekwetst kind, gelezen. Ik heb het in één
adem uitgelezen, en toen werd het mij allemaal een stuk
duidelijker.
Met Jessie was veel meer aan de hand.
In de weken daarna zag ik beter wat de pleegmoeder
bedoelde. Ik herkende dingen. Jessie onderging alles, in
plaats van dat ze echt vrolijk was. Ze hield de andere
kinderen op een zekere afstand en ook met mij kon ze niet
echt een band aangaan. Jessie miste gevoel of kon daar in
ieder geval niet mee omgaan. Thuis werden de problemen
met de dag erger. Het was schrijnend te moeten zien, dat
dit gezin, moest aanvaarden dat Jessie al hun liefde en
warmte niet kon oppakken. De pleegouders voelden het als
falen van zichzelf. Maar ik weet dat deze ouders meer dan
hun best gedaan hebben. Jessie had geen betere en lievere
pleegouders kunnen treffen.
Uiteindelijk is besloten Jessie in een leefgroep te
plaatsen. Van de ene op de andere dag verliet zij, vier
jaar oud, het gezin. Ik voelde me toen zo machteloos. De
kinderen in de klas wilden natuurlijk weten waar Jessie
was. Ze was ook zo plotseling vertrokken. Verhuisd? Nee,
want waarom woonden haar papa en mama dan nog hier? Ik
heb in een kringgesprek heel eerlijk aan de kinderen
verteld hoe de situatie in elkaar zat, en er kwamen
gelijk een heleboel vragen. Jessie was toen al weg, maar
op deze manier hebben we toch samen afscheid van haar
genomen.
Ik heb me er wel over verbaasd hoe gemeen een onwetend de
omgeving kan worden. De roddels en boze opmerkingen waren
niet van de lucht. Dat moet verschrikkelijk pijnlijk zijn
geweest voor dit pleeggezin. Ik heb een gedichtje laten
maken, door mijn tante, voor deze kanjers van ouders. Om
ze zo toch te laten voelen hoe ik me hierbij
voel.”
Saskia Houtman, juf van
Jessie
Pim en
Tom
“Van twee kinderen in mijn klas,
heb ik heel intens meegemaakt wat het voor ze betekende
om in een pleeggezin te worden geplaatst. De aanleiding
tot uithuisplaatsing was, dat de gescheiden moeder de
opvoeding van haar vier kinderen niet meer zag zitten, en
een einde aan haar leven wilde maken. Gelukkig voor het
gezin is deze poging mislukt, maar er moest op stel en
sprong toch iets worden georganiseerd door de familie.
Allereerst werden de vier kinderen onder hen
verdeeld.
Voor de twee zoons, een tweeling, was
deze oplossing maar voor korte duur. Onderling was er
zoveel onbegrip en jaloezie dat ze niet langer in
één gezin konden verblijven, en van elkaar
gescheiden werden ondergebracht in pleeggezinnen. Met
taxi’s gingen ze naar school, na schooltijd naar een
opvangtehuis en later in de avond naar hun pleeggezinnen.
Regelmatig was er tussen de pleeggezinnen en mij
telefonisch contact. Ik vertelde dan hoe de dag of de
week op school voor de jongens was verlopen en de
pleegouders speelden daar met vragen op in. Beide jongens
gaven in de klas geen noemenswaardige problemen op leer-
en opvoedkundig gebied. De rol die ik ‘speelde’
was die van de vertrouwenspersoon. We hadden met z’n
drieën een bijzondere band. Deels was ik een vriend,
een vader en een persoon die ons ‘geheim’
kende. Dat laatste werd nog versterkt, nadat ik ze bij
hun pleeggezinnen had bezocht. De jongens voelden
duidelijk dat ik met hen meeleefde en ook deelgenoot
wilde zijn van hun ellendige situatie. Heel vaak heb ik
tijdens de les naast hen gezeten om een bewogen situatie
te bespreken, en elke keer vonden ze het prettig als het
gesprekje er was geweest. Vaak lieten beiden dat merken
door met me te willen stoeien of onverwachts op weg naar
de gym boven op mijn rug te willen klimmen.
Toen moeder zich sterk genoeg voelde
om de kinderen gefaseerd weer in huis te nemen, deed zich
nog een emotioneel moment voor. Pim mocht eerder terug
naar zijn moeder dan zijn broer. ’s Morgens kwamen
beiden op het schoolplein aanlopen; de één
jubelend omdat hij de nacht thuis had doorgebracht en de
ander duidelijk bedrukt. Na met één gefeest
te hebben, liep ik meteen naar de ander toe. Een kort
zinnetje van ‘Wat jij nu meemaakt vind ik echt klote
voor je, maar vind je het goed dat we er dadelijk in de
klas samen verder over praten’ luchtte zo op dat ook
zijn gezicht weer begon te glimlachen. Op dit moment is
het hele gezin in therapie. Of ze allebei weer bij mij in
de klas terugkomen is nog een vraag. Kwestie van
vergoeding voor vervoer. Alle drie hopen we het van harte
en ook de klas wacht in spanning af.
De kinderen uit de klas hebben de
situatie weliswaar vanuit de zijlijn, maar toch ook heel
intensief mee beleefd. Het leek mij een goed idee om een
paar lessen aan pleegzorg te besteden en daarbij kwam het
lespakket van de laatste Pleegzorgcampagne heel goed bij
van pas. Onderdeel van mijn lessen was dat de kinderen
korte verhaaltjes over pleegkinderen en pleegzorg moesten
schrijven. Een aantal uitspraken hieruit illustreert dit
artikel. De citaten geven hun gevoel en verwondering weer
over de situatie waarin hun klasgenootjes Pim en
Tom verkeerde
Dirk de Man, Onderwijzer van Pim
en Tom