inclusief:
Huisarts
en tandarts, hoe zit dat?
“Ons oudste pleegkind, Sander was bij zijn komst een
hele drukke jongen met een meer dan gemiddelde
intelligentie. Negen jaar en al aan de derde basisschool
toe, met tot nu toe alleen maar negatieve ervaringen door
het vele pesten op al die vorige scholen.” In het
begin hielden twee zaken hem dan ook erg bezig: zijn
angst voor pesten en de loyaliteit naar zijn moeder. Hij
koos ervoor om zelf - heel kort - zijn verhaal te
vertellen op school, aan onze huisarts en bij de
tandarts. In de klas vertelde hij waarom hij niet bij
zijn moeder kon wonen: “zijn moeder was ziek en kon
niet voor hem zorgen.” Voor de school en de
leerlingen was dit voldoende informatie voor de start. Om
de beurt kwamen alle klasgenoten bij ons spelen, en dat
was voor hem vaak ook het moment om wat uitgebreider te
vertellen dat ik zijn pleegmoeder was, en dat zijn echte
moeder ergens anders woonde. Hij heeft ook zelf
georganiseerd dat zijn moeder de verschillende
leerkrachten in de loop der tijd een keer heeft ontmoet,
evenals sommige vriendjes. Hij liep wel eens klem als
mensen hem in de stad tegenkwamen met zijn eigen moeder.
Dan draaide hij soms een mooi verhaal in elkaar tot groot
verdriet van zijn
moeder.
De
tweeling komt eraan!
In de voorbereidingsperiode
voordat de tweeling kwam, heeft Sander zijn klas en het
hoofd van de school bijna wekelijks op de hoogte
gehouden, over wat hij nu al wist over John en Sharon en
wanneer ze voor het eerst kwamen kijken. Op de dag dat
wij alleen de school van buiten gingen bekijken met de
tweeling heeft Sander zowel zijn eigen meester als de juf
van groep 3 uit hun vergadering naar buiten gehaald om
alvast kennis te komen maken. De eerste weken op de
nieuwe school was Sander ook heel beschermend voor John
en Sharon. Hij bleef in de buurt, zorgde dat er niet
gepest werd en dat er geen rare vragen gesteld werden. De
tweeling beschouwde hem op school dan ook snel als grote
broer, maar als mensen dat tegen Sander zeiden, dan mocht
dat niet. “Nee het zijn geen broer en zus, maar ze
wonen wel bij ons.”
John’s
eigen verhaal
De school kreeg dus
informeel al heel wat te horen, aangevuld door een korte
schets van het leven van de tweeling en een
schooloverdracht. Na een week of twee heeft ook John (6
jaar) zelf zijn klas verteld dat zijn zus en hij bij een
pleeggezin woonden, omdat hun moeder aan een spulletje
verslaafd was. “Je weet wel, dat is dan de baas over
haar en daarom kan zij niet voor ons zorgen.” De juf
was hier een beetje ontdaan over, maar had het maar laten
gebeuren. De klas had van alles gevraagd en samen hadden
ze antwoorden gegeven. Aan het schoolhek vertelde hij dit
als elk ander schoolverhaal. “Dat was toch wel goed
hè?”
Nooit
meer naar gym
Als pleegouders maak je
keuzes in wat je wel of niet vertelt over de geschiedenis
van je pleegkind, en ook de pleegkinderen zelf doen dat.
Toch kan je daarmee soms voor heftige situaties komen te
staan. Zo kwam na een maand of drie Sharon opeens huilend
uit school. Thuis vertelde ze totaal overstuur dat ze
nooit meer naar gym ging want de (grote)meisjes van groep
5 trokken aan elkaars onderbroeken (Zij zat in een
combinatieklas) Op mijn vraag of ze het aan de juf had
verteld snikte ze hevig dat die er toch niets van
begreep. Dat was ik wel met haar eens, want die had vast
niet meegemaakt “dat ze sex met je deden die je niet
wilde”. Toen ik die middag de juf dan ook aanschoot
en vertelde wat er was gebeurd schrok ze verschrikkelijk,
want ze had het incident uit de gymles natuurlijk niet in
verband gebracht met wat ze wel terloops van ons had
gehoord over Sharons geschiedenis. Ze heeft groep 5 heel
erg op hun kop gegeven en gelukkig leverde dat Sharon
weer voldoende veiligheid op.
Zijn dat
pleegkinderen??
Ondertussen heeft de
tweeling groep 3 voor de tweede keer gedaan en zijn ze
voor hun klasgenoten net zo gewoon als de rest van de
klas. Af en toe komen we dan tot de conclusie dat de
mensen om ons heen niet eens weten dat ze pleegkind zijn.
Ouders die opeens aan mij vragen waar Sharon en John
eigenlijk geboren zijn. Ze zien donker, maar ze zijn
gewoon in Amsterdam geboren “in het ziekenhuis
toch?” vullen ze dan zelf aan. Ook klasgenoten
vragen af en toe maar eens hoe dat nu zit. Jullie hebben
een wit broertje en een witte moeder. Hoe ziet je vader
er dan uit? Daar is het antwoord helder. Die is dood.
Sander heb ik anderhalf
jaar iedere dag naar school gebracht, voornamelijk omdat
hij dat nog niet zelf durfde. De wachtende moeders hebben
in die periode heel wat van de contactontwikkeling
meebeleefd. De agressie, de boosheid, het impulsieve en
ongereguleerde gedrag van Sander en zijn grote ongetemde
enthousiasme aan het hek, maar ook in de klas, gaven
regelmatig aanleiding tot vragen, opmerkingen en
bemoeienissen. Ik heb ervoor gekozen om regelmatig wat te
vertellen, temeer daar hij ook heel angstig was en het
lang duurde (bijna een jaar) voor hij zelf bij vriendjes
kon spelen. Het voordeel was dat je dus ook kon vragen of
klasgenoten dat soort dingen ook deden thuis, of mensen
hun kind daar niet wat oud voor vonden en hoe ze dingen
aanpakten. Tenslotte zaten wij van de ene op de andere
dag met een jongen in huis waarvan we negen jaar
gezamenlijke geschiedenis misten.
Intussen is Sander 12 en
gaat na de zomervakantie naar de middelbare school. Bij
het invullen van de formulieren hebben we gezamenlijk de
stand van zaken opgemaakt over wat de nieuwe school wel
en niet moet weten. Ze krijgen wel te horen dat hij niet
bij zijn moeder woont en met zijn mentor zullen we
geregeld contact hebben over gedrag en schoolvorderingen.
Maar verder hoeven ze niets te weten. Daar zijn we het
over eens.
|
HUISARTS EN
TANDARTS; HOE ZIT DAT?
Wij hebben alle kinderen in de
eerste 6 weken mee naar de huisarts genomen
om kennis te maken. Hij beschikte over de
dossiers van de vorige huisartsen.
Op het moment dat er bij een van onze
kinderen een ingrijpende maatregel genomen
moest worden (kleine operatie) is het in 6
weken tijd niet gelukt om van de voogdes een
getekende toestemming te verkrijgen. Noch de
huisarts noch het ziekenhuis vonden dat een
probleem.
Wel is toen, mede op aandringen van de TGV,
extra serieus onderzoek gedaan in het
ziekenhuis, omdat er geen informatie was over
erfelijke aandoeningen of
ziektegeschiedenissen in de familie.
Bij de schoolarts was het nog een hele klus
om vorige consultatiebureau- en
schoolartsinformatie boven water te halen. Er
werd daar ook gedetailleerd naar
ziektegeschiedenissen en traumatische
ervaringen gevraagd. Bij de tandarts speelden
alleen al of niet gesaneerd zijn en de
eventuele financiële gevolgen daarvan
een rol.
Formeel zijn
pleegouders gebonden aan hetgeen de wet
regelt over de geneeskundige
behandelingsovereenkomst en die luidt als
volgt:
1. ‘Een minderjarige die de leeftijd
van 16 jaren heeft bereikt, is bekwaam tot
het aangaan van een behandelingsovereenkomst
ten behoeve van zichzelf, alsmede tot het
verrichten van rechtshandelingen die met de
overeenkomst onmiddellijk verband
houden.’(art.447)
2. ‘Tot 12 jaar wordt de minderjarige
vertegenwoordigd door zijn ouders of zijn
voogd, van 12 tot en met 15 is in beginsel de
toestemming van ouders en de minderjarige
vereist.’
3. ‘De toestemming van de wettelijke
vertegenwoordigers is niet nodig als meteen
ingrijpen kennelijk nodig is om ernstig
nadeel te voorkomen.’
4. ‘De toestemming wordt
verondersteld als de verrichtingen niet
ingrijpend van aard zijn.’
|