Marianne is pleegmoeder en solliciteert
naar een baan als pleegzorgbegeleider. De opleiding heeft ze op kosten
van de Voorziening voor Pleegzorg gedaan. In de tijd dat ze moest studeren,
leverde de pleegzorg een gespecialiseerde oppas voor haar twee pleegkinderen.
Bij haar sollicitatie krijgt ze voorrang, want de praktijkervaring van
Marianne gaf de doorslag: ze krijgt een betaalde baan in de pleegzorg.
Toekomstmuziek of werkelijkheid?
Als het aan de Nederlandse Gezinsraad (NGR)
ligt krijgen alle pleegouders in Nederland binnenkort zon gouden
behandeling. Want, pleegouders zijn schaars, doen zinvol werk en besparen
de samenleving heel veel geld. Pleegouders moeten daarom in staat
worden gesteld om hun pleegkinderen te blijven opvangen. Op dit moment
is dat helaas niet het geval, zoals blijkt uit het verhaal van Brenda
(31): Toen ik besloot pleegmoeder te worden, gaf ik er een hele leuke
baan voor op. Ik vond dat ik een belangrijke maatschappelijke taak
op me nam, maar ik merkte dat ik er alleen maar op achteruitging.
Aan inkomsten, status, en aan waardering van mijn omgeving. Ik vind
het uitermate vreemd dat ik als pleegmoeder zo weinig meetel. Er is
toch een tekort aan pleegouders? Dan zou de maatschappij je inzet
toch extra moeten waarderen? Het is dat ik zie dat mijn pleegzoon
er zo op vooruitgaat, dat houdt me gaande. Maar of ik het anderen
zou aanraden, dat weet ik niet...
Inleveren
De last van het pleegouderschap rust momenteel te veel op de individuele
schouders van pleegouders. Veel pleegouders doen stapjes terug in
het aantal uren dat ze betaald werken, of in het aantal keren dat
ze uitgaan, of vrienden en familie zien. Dit inleveren en het zijn
vooral de moeders die dit doen - is eigenlijk te gek voor woorden,
maar pleegouders zijn geen klagers. Liefde voor een kind telt, niet
de guldens of de vrije tijd die je inlevert. Het levert hele goede
pleegouders op, maar: voor hoe lang nog? Nu al is twee op de drie
pleegouders 40 jaar of ouder. Mensen kiezen pas voor een pleegkind
als de combinatie van arbeid en zorg voor de eigen kinderen minder
nijpend is geworden. Maar het risico van vergrijzing ligt op de loer.
Het is van groot belang dat er ook steeds weer nieuwe pleegouders
bijkomen. Hoe aantrekkelijk is echter het pleegouderschap nog voor
jongere mensen?
Pleegkinderen zijn kwetsbare kinderen en vergen nog meer tijd en
aandacht dan gewone kinderen. Tijd die pleegouders niet automatisch
meer ter beschikking hebben. In steeds meer gezinnen (72% van alle
ouders en 54% van de pleegouders) hebben zowel de man als de vrouw
een betaalde baan. Het zal in de toekomst steeds minder haalbaar zijn
dat n van de partners thuis kan zijn voor de opvang van een pleegkind,
zonder dat er compensatie wordt gegeven voor gederfde inkomsten of
maatregelen worden ontwikkeld om arbeid en pleegzorg beter te combineren.
Zaken als wisselende werktijden, zorgverloven, maar ook betaling van
enkele vormen van pleegzorg worden als middelen gezien om het pleegouderschap
aantrekkelijker te maken.
Flexibel werken als pleegouder
Het recht op flexibele werktijden, deeltijdarbeid, en betaalde zorgverloven
zijn maatregelen die niet alleen voor pleegouders, maar voor de hele
bevolking in discussie zijn. Het belangrijkste obstakel bij het invoeren
van deze maatregelen, is dat het zo duur is. Men praat over miljarden
bij de invoering van betaald zorgverlof. Pleegouders vormen echter
maar een zeer kleine groep van het totaal van de bevolking. Een aantal
maatregelen die in de Kaderwet Arbeid en Zorg voor iedereen voorbereid
wordt, zou voor pleegouders al eerder beschikbaar kunnen komen.
In de pleegzorg kunnen deze nieuwe beleidsmaatregelen om arbeid en
zorg te combineren vrij snel, overzichtelijk en relatief goedkoop
uitgetest of zelfs direct ingevoerd worden. In de vorm van een grootschalig
veldexperiment kan de overheid geld beschikbaar stellen om pleegouders
verlof te geven of wisselende werktijden. De werkgever van een pleegouder
ontvangt hiervoor een aanmoedigingspremie. Gemotiveerde pleegouders
kunnen hun wensen kenbaar maken aan hun Voorziening voor Pleegzorg,
en samen met de werkgever naar een oplossing zoeken. Nog los van de
positieve gevolgen voor de betrokken pleegouders, biedt een dergelijk
experiment een unieke gelegenheid om onderzoek te doen naar de effecten
van deze maatregelen op de motivatie van bestaande- en de instroom
van nieuwe pleegouders.
Betaling aan pleegouders
De NGR acht het ook van belang dat opnieuw bezien wordt of in Nederland
voor enkele vormen van pleegzorg het betaald pleegouderschap moet
worden ingevoerd. Met name voor de crisisopvang, de zorg voor getraumatiseerde
en zieke kinderen, en de opvang voor zeer jonge kinderen is de combinatie
van arbeid en pleegzorg extra moeilijk. De overheid zou op kleine
schaal kunnen experimenteren met betaalde vormen van pleegzorg, en
dit laten begeleiden door wetenschappelijk onderzoek naar het effect
hiervan. Leidt betaling inderdaad tot tevreden pleegouders en minder
voortijdige afbrekingen, langere inzet van pleegouders en minder lange
wachttijden voor pleegkinderen? Maar: hoe staan pleegouders hier zelf
tegenover?
Uit het onderzoek van de NGR blijkt dat de helft van de pleegouders
geen behoefte heeft aan betaling. Komt dat omdat geld een taboe is
voor pleegouders? Of vraagt dat een soort zakelijkheid waar pleegouders
een hekel aan hebben? Een andere oplossing is de invoering van een
pakket aantrekkelijke fiscale maatregelen, die samenhangen met het
opvangen van een pleegkind. Nadeel hiervan is dat vrijwel alleen de
inkomenspositie van het moment zelf benvloed wordt. Er wordt niets
voor de toekomst opgebouwd. Daarom pleit de NGR ervoor om fiscale
maatregelen te combineren met pensioenopbouw voor pleegouders, waarbij
de premie door de overheid wordt betaald en een lijfrente, waarbij
de premie ook door de overheid wordt betaald.
Loopbaan voor pleegouders
Mieke is 54 jaar en pleegmoeder. Ze zegt: Ik heb als pleegmoeder
ruim 15 jaar pleegkinderen opgevangen. Nu wil ik afbouwen en meer
tijd voor mijn kleinkinderen vrijmaken. Toen ik dit vertelde aan de
pleegzorg, kreeg ik een bloemetje en een bedankje. Maar eigenlijk
is dat raar. Want ik wil best minder ervaren pleegouders af en toe
een hart onder de riem steken. Of soms een weekend een pleegkind in
huis hebben. Het is nu alles of niets, lijkt het wel. Daar moet toch
een tussenweg in te bewandelen zijn?
Inderdaad, de pleegzorg kan veel meer doorstroomkansen bieden aan
pleegouders. Bijvoorbeeld door naast gewone pleeggezinnen het senior-pleegouderschap
in te voeren. Senioren kunnen tegen betaling de startende pleegouders
begeleiden. De begeleidingstaken kunnen goed vastgelegd worden in
een arbeidsverhouding met de Voorziening voor Pleegzorg. Ook kunnen
opleidingsinstituten (HBO en MBO) de ervaring van pleegouders met
een certificaat erkennen, bijvoorbeeld door het mee te laten tellen
als deel van een praktijkstage. Met een dergelijk certificaat kan
een pleegouder in versneld tempo een sociaal pedagogische opleiding
afronden. De voorzieningen kunnen afspreken voor welke banen een pleegouder
voorrang kan krijgen bij sollicitaties, mits in bezit van de benodigde
diplomas. Ook kunnen ze pleegouders in staat stellen hun studie te
volgen, door gespecialiseerde oppas te bieden voor de tijd die aan
de studie moet worden besteed. Bijvoorbeeld door een ervaren pleegouder
als oppas de kans te geven tegen betaling iets nieuws te gaan doen.
De mogelijkheden zijn talloos en zijn in te passen in een modern personeelsbeleid
voor pleegouders. Te denken valt aan een landelijke aandachts-functionaris,
die pleegouders kunnen bellen als ze betaald werk of een studie willen
gaan doen, of gewoon hun ervaring in willen zetten. Op het thuisfront
kunnen zorgtaken worden verminderd, door ze uit te besteden aan professionele
kinderverzorgers. Deze zorgondersteuning moet men op maat aan kunnen
vragen - voor kortere of langere duur, en is te vergelijken met professionele
gezinsverzorging, zoals die nu in nijpende gevallen door de thuiszorg
wordt aangeboden.
Hoe nu verder?
In het rapport van de NGR zijn veel creatieve ideen aangereikt.
Feit is echter wel dat de praktijk deze ideen moet gaan uitwerken
en toepassen. Ik denk dat zoiets alleen kan als pleegouders en professionals
bereid zijn een stevige lobby te voeren naar de overheid, werkgevers
en opleidingsinstituten.
Gezien de klachten bij de Voorzieningen voor Pleegzorg over hoge werkdruk
en het weinige geld is het risico reel dat het rapport, ondanks alle
complimenten, toch in een la verdwijnt. Ik doe dan ook een dringende
oproep aan pleegouders, beleidmakers en werkgevers - ook die in de
pleegzorg! - om tijd vrij te maken en zichzelf de vraag te stellen:
Wat kan ik vanuit mijn positie doen om de pleegzorg aantrekkelijker
te maken?