artikel uit Mobiel 2, april 1999

Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw

Door Willemien Kronenberg en Nelleke Visscher
van de redactie van Mobiel

Onlangs publiceerde de Nederlandse Gezinsraad (NGR) de discussienota 'Arbeid en pleegzorg in de 21ste eeuw'. Het initiatief voor het opstellen van deze nota is geïnspireerd door een artikel in MOBIEL van april 1997 'De toekomst van het pleegouderschap'. Hierin werd bepleit dat de pleegzorg zich moet aansluiten bij het maatschappelijk debat over de plaats van 'zorg als sociaal probleem'. De NGR reageert met deze discussienota op deze stellingname door te onderzoeken in hoeverre de pleegzorg nog past in de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.

In de nota signaleren de onderzoekers een aantal maatschappelijke trends en leggen die naast de uitkomsten van een bijbehorend deelonderzoek door Luk Robbroeckx en Ilse Tamrouti- Makkink naar karakteristieken van een 'gemiddelde pleeggezin' anno 1999.

Maatschappelijke trends

Steeds meer vrouwen werken buitenshuis werken en de maatschappij raakt daar ook steeds meer op ingericht. Een sociale voorzieningen als de Algemene Nabestaanden Wet bijvoorbeeld is er op gericht dat vrouwen &endash geboren na een bepaald jaar en datum &endash na het overlijden van hun partner weer een eigen inkomen gaan verdienen.

Een andere trend is dat het steeds moeilijker wordt om voldoende pleeggezinnen te vinden. In 1995 waren er in 8000 gezinnen pleegkinderen geplaatst. Om een adequate opvang voor elk kind te hebben heb je echter een dubbele voorraad van 16000 gezinnen nodig, omdat niet elk kind past in elke gezin.

Robbroeckx en Tamrouti-Makkink zijn in hun onderzoek nagegaan hoeveel kinderen er in dat gemiddelde pleeggezin wonen, de leeftijden van de kinderen, of de pleegouders werken, wat ze hebben moeten laten om pleegouder te worden en of er verschillen zijn tussen pleegvaders en pleegmoeders.

In Nederland is 72 % van de ouders tweeverdiener. Bij pleegouders is &endash tot mijn verbazing &endash 54% tweeverdiener, al is niet terug te vinden hoeveel uur beide ouders werken. Duidelijke uitzondering zijn de crisispleegouders, daar is de combinatie kennelijk niet haalbaar.

Toen wij in 1995 de STAP-cursus deden werd ons expliciet verteld dat de combinatie werken-pleegouder niet voor beide partners haalbaar was. De kinderen hadden zoveel (trauma's) meegemaakt in hun leven dat ze nu de onverdeelde aandacht en zorg nodig hadden van tenminste één pleegouder. Nu wij een aantal jaren verder zijn, en 3 TGV kinderen hebben, ben ik blij als ik één vrije morgen per week heb om zelf in te vullen. Hoe doen al die collegamoeders dat in vredesnaam?

Pleegouderschap belemmert mensen in hun werk, vrije tijd en zorg. 49% van de moeders en 30% van de vaders heeft hier regelmatig mee te maken. Men moet eerder thuis zijn, voortdurend opvang regelen, minder uren werken of niet meer werken. Er is minder tijd over voor leuke dingen. Men kan minder dingen met de eigen partner ondernemen. Extra veel tijd in de zorgsfeer gaat vaak zitten in de opvang van het pleegkind en in een enkel geval boet de opvoedkwaliteit van het eigen kind in.

Opvallend is dat in gezinnen waar beide pleegouders fulltime werken gemiddeld iets meer (pleeg)kinderen zijn dan bij parttime werkende pleegouders. Een verklaring kan zijn, volgens de onderzoekers, dat een hoger gezamenlijk inkomen pleegzorg meer mogelijk maakt.

Wensen en voorstellen

Pleegouders willen veranderingen, dat is wel duidelijk. Men wil bijvoorbeeld een financiële vergoedingsmogelijkheid voor het inhuren van oppas. Ook wenst een ruime meerderheid van de pleegouders regelingen om flexibeler te kunnen werken, en wil men veranderingen in de belastingsfeer. De suggestie voor een snelle en accurate afhandeling van financiële regelingen en declaraties zou je daar nog aan toe kunnen voegen.

Een van de voorstellen waar de NGR-nota (opnieuw) mee komt is het betaalde pleegouderschap. De manier waarop de pleegzorg in Zweden wordt georganiseerd en betaald, zou een model kunnen zijn voor de Nederlandse pleegzorg.

Tot slot noemt de NGR-nota &endash heel voorzichtig &endash een aantal oplossingsrichtingen om pleegouders in de toekomst te blijven interesseren voor het pleegouderschap. Zo bepleit men:

  • zorgondersteuning aan pleegouders;
  • ondersteuningsmogelijkheden in levensloopkeuzes van pleegouders;
  • flexibilisering van de arbeid en
  • financiële compensatie voor inkomstenderving van pleegouders.
  • Die oplossingsrichtingen hadden wat mij betreft wel dringende aanbevelingen genoemd mogen worden.

    Want wil de pleegzorg overleven in de 21e eeuw dan zal zij concrete stappen moeten nemen om de negatieve bijwerkingen van de pleegzorg te minimaliseren. Pleegouderschap moet een aantrekkelijke optie zijn voor mensen die zich in willen zetten voor de zorg van anderen. Met deze nota krijgt die optie handen en voeten. Nu de uitwerking nog. Er valt ook in dit opzicht nog veel arbeid in de pleegzorg te doen.