'De plaatsende instelling': als
aanvulling moet worden genoemd dat de gezinsvoogd ook
contact met kind en ouders moet onderhouden, en indien
noodzakelijk, ook met bijvoorbeeld de school.
Tot slot is het goed te bedenken dat
in de pleegzorg ieder vanuit zijn eigen visie bezig is
het kind of de jongere te helpen. Dat kan misschien niet
anders dan tot verschil in aanpak leiden.
Positie van kind verslechterd
door wetswijziging
door: (naam en adres bij de
redactie bekend)
Onze wetgeving werkt
mee aan incest, verwaarlozing, geestelijke en
lichamelijke mishandeling, van kinderen en ouders! Als
pleegvader met elf jaar ervaring en 27 plaatsingen ben ik
ook geschrokken en heb ik m'n ervaringen op een rijtje
gezet.
Toen we elf jaar geleden met de
pleegzorg begonnen, werden we na een aantal gesprekken
gescreend en je was pleegouder. Pleegouders die te maken
hadden met veel plaatsende instanties en hun
maatschappelijk werkers. Door reorganisaties is de
pleegzorg zichtbaar verbeterd. Minder instanties en een
goed voorbereidingsplan, dit om mislukte plaatsingen te
voorkomen.
Toen er in 1995 een wetswijziging
plaatsvond, is mijns inziens de positie van het kind
verslechterd. Zo is het ons meerdere malen overkomen dat
kleine kinderen bij ons worden geplaatst en na ongeveer
drie maanden teruggeplaatst, terwijl er afschuwelijke
dingen met ze gebeurd zijn. De plaatser zegt: 'Ik weet
dat er aan de thuissituatie niets is veranderd en dat het
op korte termijn weer misgaat. Maar wij moeten de ouders
een kans geven'. Zelfs langdurig geplaatste kinderen
worden aan een steeds terugkerende 'laatste kans'
blootgesteld. Ik vind dit geestelijke mishandeling. Als
de wet vindt dat ouders nog een kans moeten krijgen, moet
dit ook in het belang van het kind zijn.
De wet moet in dit opzicht duidelijk
zijn en er moet op grond van de ervaringen tot nu toe een
doeltreffend plan worden gemaakt. Als na professionele
hulp kinderen toch uit huis worden geplaatst, is dit voor
zowel kinderen als ouders traumatisch en moet tot het
uiterste beperkt blijven. Een terugplaatsing naar de
ouders kan alleen plaatsvinden als dit in het belang van
het kind en de ouders is.
Er zijn nu eenmaal situaties waarin
ouders tegen zichzelf moeten worden beschermd in hun
onmacht om kinderen op te voeden.