|

|
artikel uit Mobiel 2, april 1999
Het grote
verschil
Ervaringsverhaal
Door Bert van Dintel
pleegvader
Pleegvader Bert vindt dat
er wezenlijke verschillen zijn tussen zijn pleegkind en
zijn geadopteerde dochter. Maar ook overeenkomsten, zoals
de angst om in de steek gelaten te worden. Toch lijkt het
of de problemen bij pleegkinderen groter en intenser
zijn. De bagage die het pleegkind meebrengt naar het
pleeggezin is vaak gevuld met veel negatieve
ervaringen.
'Het opvoeden van adoptiekinderen en
pleegkinderen is in principe niet verschillend van
elkaar'. Dit is een stelling die vaak naar voren wordt
gebracht. Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk, dat er
grote wezenlijke verschillen zijn.
Onze dochter kwam als tien maanden
oude baby in ons gezin. Op het moment, dat wij haar op
Schiphol voor het eerst in onze armen mochten houden, was
het ons kind. En wellicht al bij het zien van het
fotootje dat wij zo'n twee maanden van tevoren ontvingen.
Zowel mijn vrouw, mijn drie zoons als ik hebben er ook
nooit anders over gedacht. Ook de opa's en oma's dachten
en denken er net zo over. Toen mijn vader dement werd,
wilde hij toch altijd per se zijn kleine meidje zien. Hij
was soms kwaad, als we haar niet meebrachten. Ook de
opmerking: 'Je kunt wel zien, dat het een echte Wesenhage
is', spreekt boekdelen. Uiterlijk is het duidelijk
anders. Ook aan de hoeveelheden rijst, die zij van jongs
af aan kan verstouwen, merk je, dat er genetische of
erfelijke factoren zijn die niet uit onze familie
stammen.
Specifieke
gedragingen
Echte problemen hebben we met onze
dochter eigenlijk, ze is nu achttien, nooit gehad.
Misschien hebben we ook geluk gehad. Wel specifieke
gedragingen. Zo kende zij een enorme verlatingsangst. Ze
was heel lang heel bang om alleen te zijn. Niet zo vreemd
overigens, als je bedenkt, dat ze twee keer abrupt uit
haar omgeving is weggerukt. De eerste keer, toen haar
moeder haar achterliet in het kindertehuis. De tweede
keer toen ze uit het kindertehuis in het vliegtuig naar
Nederland werd gezet. Die tijd in het kindertehuis zou
een oorzaak voor hechtingsproblemen kunnen zijn. Wij
hebben dat nooit bij haar gemerkt. Door haar angst alleen
gelaten te worden, durfde ze jarenlang niet alleen te
slapen. Ze sliep beneden en bij ons op de kamer. Ondanks
de goede raad van familie en kennissen (laat haar maar
huilen, het is gewoon een dwingelandij) hebben we haar
pas op haar eigen kamer laten slapen, toen ze daar zelf
om vroeg. Als ze naar school gebracht werd, wilde ze
altijd precies weten wie haar weer op zou komen halen.
Dat mocht best iemand anders zijn, broer buurvrouw, als
ze het maar van tevoren wist.
Intensere problemen bij
pleegkinderen
De problemen waarvoor we gesteld
werden en worden met onze pleegkinderen zijn veel en veel
groter en intenser. Ook hier zijn er kinderen bij geweest
en nog met verlatingsangst. Echter, dat is veel
moeilijker te verhelpen. Wat doe je met het volgende
probleem: Karin 'Mag ik nu altijd bij jullie blijven',
'Ja hoor, Je mag altijd bij ons blijven'. 'Dus ik blijf
altijd bij jullie?' 'Ja hoor, je mag altijd bij ons
blijven'. 'Jawel, maar mama zegt, dat ik later, als het
beter met haar gaat, weer bij haar kan wonen'. 'Ja, dat
kan ook, als het weer echt goed is'. 'Papa zegt, dat
zoiets nooit gebeurt hoor, hij wil, dat wij bij jou
blijven, of bij hem, maar nooit bij haar'. En elk jaar
opnieuw is er de rechtszitting. Wordt de uithuisplaatsing
een jaar verlengt, ja of nee? Onze Karel, nu dertien,
woonde tot zijn tiende thuis. Zwak begaafd, maar een
meester in liegen en steeds een ander verantwoordelijk
stellen voor zijn daden tot voorwerpen aan toe. 'Hoe
komen al die puzzelstukjes op de grond?' 'Anita heeft ze
ook laten vallen hoor'. 'Hoe komt die scheur in je
broek?' 'Het prikkeldraad was zo scherp'. Tien jaar lang
heeft hij dat moeten doen om zich overeind te houden. De
eerste tijd vond hij het ontzettend moeilijk te
gehoorzamen. Hij vond ons maar slap. Hij was gewend slaag
te krijgen. Dat kreeg hij namelijk heel vaak. Evenals
zijn moeder. Hij sloeg haar ook. Evenals zijn kleine
zusje. Hij wist niet beter. Vooral het gezag van mijn
vrouw, lapte hij aan zijn laars. Moeder had bij hem thuis
niets in te brengen. Waarom zou je je daar dan druk om
maken? Een jaar lang hebben wij met hem de afspraak
gehad, dat hij alles aan mijn vrouw diende te vragen en
niet aan mij. Dat vond hij ontzettend moeilijk. Nu gaat
dat een heel stuk beter. Dit zijn slechts enkele
voorbeelden. Er zijn er legio.
Pleegkind brengt negatieve
geschiedenis mee
Pleegkinderen komen bij je thuis met
reeds een hele geschiedenis in hun bagage. Vaak een
negatieve geschiedenis, want er is nooit een positieve
reden waarom je niet bij je ouders blijft. Dat is een
voldongen feit, dat je niet kunt veranderen. Een
pleegkind wordt nooit je eigen kind. De voogd, de
gezinsbegeleider, de rechter ook zorgt daar wel voor.
Bovendien, uitzonderingen daargelaten,
is het de bedoeling, dat pleegkinderen weer naar hun
eigen ouders en familie teruggaan. Daar moet aan gewerkt
worden.
Het grootste verschil ligt echter
hierin: je houdt van een pleegkind alsof het je eigen
kind is. Een adoptiefkind is je kind.
|
HECHTEN EN
LOSLATEN
VIDEOFILM: VERTROUWEN
IN ADOPTIE
Truus Bakker-van Zeil (orthopedagoge/
psychotherapeute) maakte in 1994 samen met Ton
Wolswijk de videofilm 'Zie je mij?' over
hechting in adoptiegezinnen. De discussies die
naar aanleiding van deze film in adoptie- en
pleeggezinnen ontstonden legden de behoefte aan
meer informatie bloot over de aanpak van
problemen bij adoptie.
Vanuit deze behoefte is onlangs een tweede
videofilm gemaakt, waarin dieper wordt ingegaan
op de achtergronden van deze problemen.
Of je nu 'gewoon' ouder bent, adoptieouder of
pleegouder, er zijn veel herkenningspunten in
deze videofilm die situaties-van-alledag tijdens
de opvoeding van een adoptiekind toont. Een
begeleidende brochure geeft een theoretisch
kader, zodat de ouder alert kan zijn op
valkuilen in de opvoeding.
"Ik denk dat hij iets heeft gehad van:
"'Goed, als dit voor altijd is, dan zullen we
eens kijken of dit klopt'." zegt de moeder van
Istvan (7, uit Hongarije). Je ziet haar kracht
en haar inzicht: ze ziet in haar schoppende
knulletje een jongetje dat heel lang niet gezien
is en dus ruimte en tijd nodig heeft om
gevoelens van onmacht en woede een plaats te
geven. Ze heeft begrip voor zijn verdriet, maar
gaat er niet in mee, blijft de volwassene die
hem vanuit liefde, warmte, maar ook met verstand
probeert te ondersteunen. "De maatschappelijk
werker heeft ons door inzicht te geven geleerd
ook in de moeilijke periode van ons kind te
blijven houden."
"Ik zal wel een heel vervelend, lelijk
baby'tje zijn geweest, dus ik moet er nu voor
zorgen dat ik wel leuk en lief ben", zo
verwoordt Minke (24, uit Korea) haar &endash
onbewuste &endash minderwaardigheidsgevoelens
in de eerste periode in Nederland. Ze is het
oudste adoptiekind dat in de film optreedt en ze
praat als enige zonder haar ouders over haar
situatie. Haar gevoel van ontheemd-zijn werd
lange tijd gevoed door het idee dat als ze
eenmaal haar natuurlijke zusje goed zou leren
kennen, alles wel goed zou komen. Haar
teleurstelling daarover en de daarop volgende
therapie hebben haar een groter gevoel van
eigenheid kunnen geven, ze voelt zichzelf nu een
volwassen vrouw.
Irene (19, uit Colombia) is het huis
uitgegaan toen ze 15 was. Met vallen en opstaan,
en heel voorzichtig, is er weer contact ontstaan
tussen haar en haar ouders.
Cleo van anderhalf is slechts enkele maanden
geleden uit China gekomen. Haar moeder verwoordt
de tegenstrijdigheid tussen enerzijds haar
dochter helpen zich te hechten en anderzijds
haar dochter helpen zich losser van haar
opvoeders te laten bewegen, zoals elke peuter
doet.
Er zijn veel situaties die zich wellicht wat
feller openbaren in een adoptie-situatie, maar
veel pleegouders zullen diverse gevoelens van
zowel de kinderen als de adoptie-ouders
herkennen. Zij kunnen dus ook baat hebben bij de
video en de brochure, die grotendeels is
gebaseerd op de leer van Nagy. Hierin wordt
uiteengezet dat een gebrek in de opvoeding van
de ouder op een bepaalde manier kan doorwerken
in de opvoeding van het kind. Als je je ervan
bewust bent welk 'teveel' of welk 'te weinig'
bij jou speelt, kun je proberen op dat punt
alert te zijn in de opvoeding van je kind. Een
ouder moet, zeker bij een kind uit een onzekere
situatie, dat kind laten merken dat er aandacht
en zorg is, dat het kind als persoon wordt
gezien, erkend en gewaardeerd.
De video is te koop bij
Metropolisfilm, tel 030-2342130, of te huur bij
het Trimbosinstituut, tel
030-2971113.(I.E)
|
|