De campagne 'Kinderen' -
met als aandachttrekker het theaterstuk Gilly! - heeft
volgens het landelijk Bureau Pleegzorg in 1998 zoveel
respons opgeleverd, dat een nieuwe wervingsimpuls op dit
moment niet nodig is. Een opvallende constatering, omdat
er nog steeds veel kinderen op een pleeggezin wachten dat
niet beschikbaar is. Is het tekort aan pleegouders
daadwerkelijk opgeheven door succesvolle campagnes, of is
er sprake van een gebrek aan goede organisatie en durf om
hoger te willen mikken in de pleegzorg? Want: volgens
welke maatstaf zijn er geen nieuwe pleegouders meer
nodig?
De constatering dat er op dit moment
geen nieuwe wervingsimpuls nodig is, staat haaks op het
rapport van de Nederlandse Gezinsraad, getiteld 'Arbeid
en pleegzorg in de 21-ste eeuw'. Dit rapport, dat eind
maart aan de Staatssecretaris van VWS is aangeboden,
stelt juist dat er in de volgende eeuw een ernstig tekort
dreigt aan pleegouders. In een tijd waarin betaald werk
en het opvangen van (pleeg)kinderen zeer moeilijk te
combineren is, verwacht de Gezinsraad dat &endash bij
ongewijzigd beleid &endash het tekort aan pleegouders
steeds nijpender wordt.
Wat is dan toch de reden dat er
gesteld wordt dat er momenteel geen extra aanwas van
pleeggezinnen nodig is? Het is niet zo, dat alle
wachtlijsten zijn weggewerkt. Het is ook niet waar, dat
inmiddels alle kinderen die voor een pleeggezin in
aanmerking komen, geplaatst kunnen worden. Het is evenmin
het geval, dat pleegzorg inmiddels zo bekend en
aantrekkelijk is, dat er zich spontaan duizenden mensen
zich aanmelden, zoals wel gebeurt bij adoptie-kinderen,
en soms ook bij vluchtelingenkinderen. Maar: wat is er
dan wel aan de hand?
Huidige
pleegouderbestand
Van alle uithuisgeplaatste kinderen
komt de helft, ongeveer 10.000 kinderen, in aanmerking
voor een pleeggezin. Als dat het geval is, zal ook alles
op alles moeten worden gezet om een pleeggezin-plaatsing
te realiseren. Tot nog toe lukt dat nog lang niet
altijd.
Momenteel beschikken de Voorzieningen
voor Pleegzorg over een bestand van 6000 adressen. Van
hen is een deel al bezet, is een deel 'op rust' tussen
twee plaatsingen door, en is de rest beschikbaar voor een
plaatsing van een pleegkind. Niet ieder kind 'past' bij
ieder pleeggezin. Als je voor ieder kind de beste keuze
zou kunnen maken, dan zou het bestand van beschikbare
pleeggezinnen minstens twee keer zo groot moeten
zijn.
Op dit moment stijgt de vraag naar
pleeggezinnen zelfs van ruim 4000 in 1995 tot 5700 in
1997. In iets meer dan de helft van de keren dat er een
kind aangemeld wordt, lukte het om een kind daadwerkelijk
te plaatsen. Maar er zijn lange wachtlijsten voor
kinderen die speciale hulp nodig hebben, zoals
begeleiding van de Therapeutische Gezinsverpleging. Ook
voor crisisopvang zijn er veel te weinig pleeggezinnen
beschikbaar, waardoor kinderen of in een veel te duur
tehuis worden geplaatst, soms van de ene tijdelijke
nood-oplossing naar de andere zwerven, en soms zelfs op
straat hun plek moeten zoeken.
Kinderen hebben behoefte aan
pleeggezinnen
Pleeggezinnen hebben kinderen veel te
bieden. Pleegouders bieden kinderen intensere en
persoonlijker begeleiding dan in een tehuis. Bovendien is
pleegzorg zes à zeven keer zo goedkoop als het
alternatief van een tehuis. Maar vooral: pleegzorg is
goed voor kinderen. Dit blijkt uit het recent
gepubliceerd onderzoek 'Ze zijn er gewoon voor mij' .
Veel pleegkinderen hebben zowel in een tehuis, als in een
pleeggezin gewoond. Ze kunnen de opvang vergelijken. Uit
hun woorden blijkt, dat pleegouders veel meer dan
groepsleiders in een tehuis, inderdaad een thuis geven,
luisteren, begrijpen en samen dingen doen met
pleegkinderen.
De vraag dringt zich op waarom er niet
meer uithuisgeplaatste kinderen voor een pleeggezin in
aanmerking kunnen komen. Zoals bijvoorbeeld in een land
als Zweden gebeurt. Daar worden 3 van de 4
uithuisgeplaatste kinderen in een gezin geplaatst. Het is
moeilijk aan te nemen dat in een land dat cultureel zo
vergelijkbaar is met Nederland, de kinderen minder
problematisch zijn dan bij ons. Nagegaan moet worden in
hoeverre kinderen in Nederland om traditionele en
organisatorische redenen te weinig in pleeggezinnen
worden geplaatst.
Filevorming
Leg je je oor te luister in de sector,
dan hoor je dat er nu zoveel aanmeldingen zijn voor de
voorbereidingsgroepen, dat pleegouders lang moeten
wachten op een plek. Dat is geen goede zaak, en daar moet
snel verandering in komen. Want het werkt demotiverend
als je als pleegouder merkt dat er geen haast wordt
gemaakt met je aanmelding als vrijwilliger. Het is waar,
een te grote aanwas van nieuwe pleegouders kan voor
stagnatie en filevorming zorgen in het selecteren en
voorbereiden van deze mensen.
Maar het is toch absurd om te stellen
dat de instroom van nieuwe pleegouders moet stoppen,
terwijl er zoveel redenen zijn om nu eindelijk de kans te
benutten het pleeggezinnen-bestand daadwerkelijk uit te
breiden.
Het is toch op z'n minst 'curieus' dat
de professionals in de pleegzorg niet alles op alles
zetten om het bestand aan pleegouders optimaal te laten
groeien, alleen maar omdat men binnen de huidige
omstandigheden de werkdruk niet aan kan? Waar is de
hartstocht om meer kinderen een kans op een pleeggezin te
geven? Een inzet die overigens wel verwacht wordt van
pleegouders. Maar ook van pleegkinderen, die telkens
opnieuw alles moeten geven om opnieuw weer iets van hun
leven te maken.
Het tekort
Het niet kunnen hanteren van de hoge
werkdruk kan en mag niet afgeschoven worden op 'te weinig
personeel', 'teveel reorganisaties', of 'te hoge
werkdruk'. Het is op z'n zachtst gezegd een
onbegrijpelijke attitude. Laat het maar eens hardop
gezegd worden: staat de inzet van de professionals dan
niet in schril contrast met de inzet van pleegouders? De
professionals moeten het lef hebben hoog te durven
mikken. Want kinderen zijn en blijven het waard om je
voor in te spannen. Ook al vergt dat veel extra tijd en
moeite. Maar neem geen stapjes terug in het stellen van
wervingsdoelen. Daarmee doe je het welzijn van kinderen
geen recht.
Geen extra wervingsimpuls houdt de
werkdruk 'op dit moment' binnen de perken, maar etaleert
tegelijkertijd een verbluffend gebrek aan durf, inzet en
idealisme.
Dat zou &endash bij ongewijzigd
beleid &endash pas werkelijk een tekort in de pleegzorg
zijn.