artikel uit Mobiel 2, april 1999

Het tekort in de pleegzorg

Door Sonja Nijon
redacteur Mobiel

De campagne 'Kinderen' - met als aandachttrekker het theaterstuk Gilly! - heeft volgens het landelijk Bureau Pleegzorg in 1998 zoveel respons opgeleverd, dat een nieuwe wervingsimpuls op dit moment niet nodig is. Een opvallende constatering, omdat er nog steeds veel kinderen op een pleeggezin wachten dat niet beschikbaar is. Is het tekort aan pleegouders daadwerkelijk opgeheven door succesvolle campagnes, of is er sprake van een gebrek aan goede organisatie en durf om hoger te willen mikken in de pleegzorg? Want: volgens welke maatstaf zijn er geen nieuwe pleegouders meer nodig?

De constatering dat er op dit moment geen nieuwe wervingsimpuls nodig is, staat haaks op het rapport van de Nederlandse Gezinsraad, getiteld 'Arbeid en pleegzorg in de 21-ste eeuw'. Dit rapport, dat eind maart aan de Staatssecretaris van VWS is aangeboden, stelt juist dat er in de volgende eeuw een ernstig tekort dreigt aan pleegouders. In een tijd waarin betaald werk en het opvangen van (pleeg)kinderen zeer moeilijk te combineren is, verwacht de Gezinsraad dat &endash bij ongewijzigd beleid &endash het tekort aan pleegouders steeds nijpender wordt.

Wat is dan toch de reden dat er gesteld wordt dat er momenteel geen extra aanwas van pleeggezinnen nodig is? Het is niet zo, dat alle wachtlijsten zijn weggewerkt. Het is ook niet waar, dat inmiddels alle kinderen die voor een pleeggezin in aanmerking komen, geplaatst kunnen worden. Het is evenmin het geval, dat pleegzorg inmiddels zo bekend en aantrekkelijk is, dat er zich spontaan duizenden mensen zich aanmelden, zoals wel gebeurt bij adoptie-kinderen, en soms ook bij vluchtelingenkinderen. Maar: wat is er dan wel aan de hand?

Huidige pleegouderbestand

Van alle uithuisgeplaatste kinderen komt de helft, ongeveer 10.000 kinderen, in aanmerking voor een pleeggezin. Als dat het geval is, zal ook alles op alles moeten worden gezet om een pleeggezin-plaatsing te realiseren. Tot nog toe lukt dat nog lang niet altijd.

Momenteel beschikken de Voorzieningen voor Pleegzorg over een bestand van 6000 adressen. Van hen is een deel al bezet, is een deel 'op rust' tussen twee plaatsingen door, en is de rest beschikbaar voor een plaatsing van een pleegkind. Niet ieder kind 'past' bij ieder pleeggezin. Als je voor ieder kind de beste keuze zou kunnen maken, dan zou het bestand van beschikbare pleeggezinnen minstens twee keer zo groot moeten zijn.

Op dit moment stijgt de vraag naar pleeggezinnen zelfs van ruim 4000 in 1995 tot 5700 in 1997. In iets meer dan de helft van de keren dat er een kind aangemeld wordt, lukte het om een kind daadwerkelijk te plaatsen. Maar er zijn lange wachtlijsten voor kinderen die speciale hulp nodig hebben, zoals begeleiding van de Therapeutische Gezinsverpleging. Ook voor crisisopvang zijn er veel te weinig pleeggezinnen beschikbaar, waardoor kinderen of in een veel te duur tehuis worden geplaatst, soms van de ene tijdelijke nood-oplossing naar de andere zwerven, en soms zelfs op straat hun plek moeten zoeken.

Kinderen hebben behoefte aan pleeggezinnen

Pleeggezinnen hebben kinderen veel te bieden. Pleegouders bieden kinderen intensere en persoonlijker begeleiding dan in een tehuis. Bovendien is pleegzorg zes à zeven keer zo goedkoop als het alternatief van een tehuis. Maar vooral: pleegzorg is goed voor kinderen. Dit blijkt uit het recent gepubliceerd onderzoek 'Ze zijn er gewoon voor mij' . Veel pleegkinderen hebben zowel in een tehuis, als in een pleeggezin gewoond. Ze kunnen de opvang vergelijken. Uit hun woorden blijkt, dat pleegouders veel meer dan groepsleiders in een tehuis, inderdaad een thuis geven, luisteren, begrijpen en samen dingen doen met pleegkinderen.

De vraag dringt zich op waarom er niet meer uithuisgeplaatste kinderen voor een pleeggezin in aanmerking kunnen komen. Zoals bijvoorbeeld in een land als Zweden gebeurt. Daar worden 3 van de 4 uithuisgeplaatste kinderen in een gezin geplaatst. Het is moeilijk aan te nemen dat in een land dat cultureel zo vergelijkbaar is met Nederland, de kinderen minder problematisch zijn dan bij ons. Nagegaan moet worden in hoeverre kinderen in Nederland om traditionele en organisatorische redenen te weinig in pleeggezinnen worden geplaatst.

Filevorming

Leg je je oor te luister in de sector, dan hoor je dat er nu zoveel aanmeldingen zijn voor de voorbereidingsgroepen, dat pleegouders lang moeten wachten op een plek. Dat is geen goede zaak, en daar moet snel verandering in komen. Want het werkt demotiverend als je als pleegouder merkt dat er geen haast wordt gemaakt met je aanmelding als vrijwilliger. Het is waar, een te grote aanwas van nieuwe pleegouders kan voor stagnatie en filevorming zorgen in het selecteren en voorbereiden van deze mensen.

Maar het is toch absurd om te stellen dat de instroom van nieuwe pleegouders moet stoppen, terwijl er zoveel redenen zijn om nu eindelijk de kans te benutten het pleeggezinnen-bestand daadwerkelijk uit te breiden.

Het is toch op z'n minst 'curieus' dat de professionals in de pleegzorg niet alles op alles zetten om het bestand aan pleegouders optimaal te laten groeien, alleen maar omdat men binnen de huidige omstandigheden de werkdruk niet aan kan? Waar is de hartstocht om meer kinderen een kans op een pleeggezin te geven? Een inzet die overigens wel verwacht wordt van pleegouders. Maar ook van pleegkinderen, die telkens opnieuw alles moeten geven om opnieuw weer iets van hun leven te maken.

Het tekort

Het niet kunnen hanteren van de hoge werkdruk kan en mag niet afgeschoven worden op 'te weinig personeel', 'teveel reorganisaties', of 'te hoge werkdruk'. Het is op z'n zachtst gezegd een onbegrijpelijke attitude. Laat het maar eens hardop gezegd worden: staat de inzet van de professionals dan niet in schril contrast met de inzet van pleegouders? De professionals moeten het lef hebben hoog te durven mikken. Want kinderen zijn en blijven het waard om je voor in te spannen. Ook al vergt dat veel extra tijd en moeite. Maar neem geen stapjes terug in het stellen van wervingsdoelen. Daarmee doe je het welzijn van kinderen geen recht.

Geen extra wervingsimpuls houdt de werkdruk 'op dit moment' binnen de perken, maar etaleert tegelijkertijd een verbluffend gebrek aan durf, inzet en idealisme.

Dat zou &endash bij ongewijzigd beleid &endash pas werkelijk een tekort in de pleegzorg zijn.