door Fanny Brug en Ingrid
ter Veer
pleegouders
Deeltijdpleegzorg was voor ons
een bewuste keuze. In onze directe omgeving zijn geen
mensen die onze zorg vragen. Een kind in ons leven
betrekken voegde iets nieuws toe: bijvoorbeeld
verantwoordelijkheid meedragen. Bovendien wist een van
ons uit werkervaring in een kindertehuis hoe sneu het was
als kinderen in het weekend niet naar hun ouders konden.
Aanvankelijk dachten wij dat pleegzorg alleen maar
mogelijk was wanneer er sprake is van een
'gezinssituatie' en daar voldeden wij niet aan. Maar dat
was niet geval. En zo kwam de vijfjarige Derk in ons
leven.
Aan het woord zijn
twee vrouwen van middelbare leeftijd die al jaren
samenwonen. Samen zorgden zij anderhalf jaar iedere
dinsdagmiddag voor Derk. Ook logeerde hij zo af en toe
een nachtje bij hen.
'Wij realiseerden ons
wel dat we heel erg gewend waren om onze eigen tijd in te
delen en de zorg voor een pleegkind geeft natuurlijk toch
verplichtingen. Daarom kozen wij in principe voor een
lichte vorm van deeltijdpleegzorg, eenmaal per drie of
vier weken een weekend.'
Na aanmelding,
gesprekken en voorbereiding werden zij als deeltijdadres
geaccepteerd. En toen begon het wachten, twee jaar in
totaal. 'We hoorden zelden wat van de Voorziening voor
Pleegzorg waar we stonden ongeschreven.' Na enkele keren
aan de bel te hebben getrokken kwam er een voorstel voor
een vrijwillige plaatsing. Het ging om Derk. Derks'
moeder, een alleenstaande vrouw, had veel problemen en
vond het moeilijk om de dagelijkse zorg voor Derk in haar
eentje te dragen. Ze dreigde geïsoleerd te raken,
wilde &endash ook voor haar zoontje &endash haar
netwerk graag uitbreiden en had behoefte aan meer
bewegingsvrijheid. Iedereen reageerde positief en de
afspraak werd gemaakt dat Derk een maal per week zou
komen. Er is nooit iets op papier vastgelegd. 'Op dat
moment dachten we daar ook niet aan, want het zag er
allemaal gunstig uit.'
In het begin verliep
alles prima en er ontstond al snel iets van een band met
Derk. Hij was een charmant jongetje dat zich heel erg
aanpaste en zijn best deed het iedereen naar de zin te
maken. 'We ontwikkelden van die kleine rituelen op de
dinsdagmiddag: koekjes bij de thee en Derk mocht ze
uitdelen, samen spelen, helpen bij koken etc. Kortom
iedereen was tevreden met het verloop.
Wel was het moeilijk
om met moeder echt in gesprek te komen over Derk. In die
zin konden we de zorg voor Derk niet delen, en van een
gedeeld ouderschap was dan ook geen sprake. Aanvullend
ouderschap, dat was het misschien, maar soms vonden wij
het meer lijken op een gewone logeerpartij.'
Na drie, vier maanden
veranderde Derks' gedrag. Hij liet zijn aangepaste
houding varen, werd dwingender, en leek uit te proberen
hoe ver hij kon gaan. Kennelijk voelde hij zich meer
thuis en durfde dat aan.
'Misschien was het ook
moeilijk voor hem dat wij geen regels hadden, was de
situatie té tolerant voor hem. En dus begonnen we
grenzen aan te geven, regels te stellen.'
En toen begon het vast
te lopen. Derks' moeder gaf steeds vaker aan dat ze het
niet eens was met deze aanpak.
'Het lukte niet om
hier met elkaar over te praten en uiteindelijk zei ze
geen vertrouwen meer in ons te hebben. Ze verbrak daarop
het contact tussen Derk en ons.
Het heeft ons veel
verdriet gedaan dat het zo moest eindigen. We hebben ons
achteraf vaak afgevraagd of het niet zo ver was gekomen
als er vanuit de Voorziening voor Pleegzorg begeleiding
was geweest.
Toch hebben we ook
hele goede herinneringen aan onze tijd met Derk. We
hebben ons dan ook opnieuw aangemeld voor
deeltijdpleegzorg.'