door Simone Berger en Dirk
van den Houwelen
ex-pleegouders
Toen het er naar uitzag dat we
kinderloos zouden blijven, hebben we ons
georiënteerd op een andere wijze van
levensinvulling, waarin kinderen een rol spelen.
Pleegzorg sprak ons erg aan. Gezien onze latente
kinderwens kwamen we niet in aanmerking voor langdurige
pleegzorg, maar wel voor weekendpleegzorg. Wie weet, zo
dachten wij heel idealistisch, wordt het een weekendkind
uit een tehuis dat na bepaalde periode misschien toch
langdurig bij ons kan komen wonen. Maar dat komt in de
praktijk niet voor, zo werd ons al snel duidelijk. Het
werden twee kinderen uit één gezin. Een
jongen van negen en zijn zusje van zes.
Moeder had zelf om
deze vorm van pleegzorg gevraagd. Zij vond dat haar
sociaal netwerk maar beperkt was, en zij wilde haar
kinderen leren om zich ook in een andere omgeving te
handhaven. Moeder was een bijstandsmoeder, de kinderen
zaten op een LOM-school.
Moeder was een
intelligente jonge vrouw, die het zo op het oog goed voor
elkaar had. Door naast haar uitkering bij te werken, leek
het er financieel ook niet slecht voor te staan. Wij, en
dan met name ik, hadden in eerste instantie onze twijfels
bij de opvang van deze kinderen. Er zijn veel meer
alleenstaande moeders die een weekend vrij goed kunnen
gebruiken. Zouden we geen veredelde oppas worden? Is dit
waar weekendpleegzorg voor bedoeld is? Met deze twijfels
hebben wij contact opgenomen met de plaatser. Na het
tweede gesprek met de plaatser besloten we er toch mee
door te gaan.
De praktijk
Na een opbouwfase
kwamen de kinderen 1x per 4 weken. Wij hadden het idee
dat de kinderen gewoon mee zouden draaien in ons ritme.
De pleegzorg had aangegeven dat dit ook de bedoeling was.
Pretparken etc. hoefden niet. Wel gingen we de
zondagochtend altijd met ze zwemmen.
Waar liepen wij nou
eigenlijk tegenaan?
Eten, dat was
moeilijk. De een lust dit niet, de ander dat niet, en
mama maakt alles veel lekkerder. Hoe ver ga je als een
kind weigert te eten wat hem wordt voorgezet? Ook lastig
was: je eigen rommel opruimen. Wij vinden dat kinderen
hun eigen rommel moeten leren op te ruimen. Maar dit
kostte iedere keer opnieuw weer moeite. Ze waren het ook
niet gewend. Ze trokken iets uit en lieten alles gewoon
naast zich op de grond vallen.
Ook bleek ons idee dat
kinderen zelf goed kunnen spelen niet te kloppen. Het
jongetje kon zich helemaal niet vermaken. Het liefst zat
hij de hele dag naar de televisie te kijken. Wij zijn
zelf geen voorstanders van veel t.v. kijken, maar als het
dan echt niet anders kan hebben we ook nog een voorkeur
voor de wat aardigere kinderprogramma's. Liever Willem
Wever dan Telekids' Pittige Tijden.
Verschil in normen en
waarden
Kortom er bleken grote
verschillen tussen onze levenswijze en die van de
kinderen, en dan vooral in normen en waarden. Dit
veroorzaakte veel conflicten. We kwamen onszelf
regelmatig tegen in deze periode.
Op een gegeven moment
merkten we dat we enorm tegen deze weekenden op begonnen
te zien. Ze kostten ons veel energie omdat ze niet
harmonieus verliepen. Wij merkten niet dat er in de
achterliggende periode van ons uit een emotionele band
met de kinderen was ontstaan. We kregen steeds meer
twijfels. Wat is onze rol in het geheel? Wat wordt er van
ons verwacht? Wordt er wel iets van ons verwacht? Wij
hadden gedacht dat we met deze vorm van pleegzorg aan een
bepaald doel zouden werken. Maar wat was dat doel dan
precies? De begeleiding van de pleegzorg was na een half
jaar gestopt omdat er geen geld voor was, dus konden we
hier ook niet meer terecht met onze vragen. Het was ook
moeilijk om met de moeder te evalueren. Elke kritische
opmerking over haar kinderen werd opgevat als kritiek op
haar.
Onze ontevredenheid
groeide, terwijl moeder en de kinderen het heel plezierig
schenen te vinden.
We stoppen
ermee
Het oudste kind wordt
binnenkort 12 jaar. Vanaf het begin hadden we aangegeven
dat wij er hoogstwaarschijnlijk mee wilden stoppen als
het jongetje 12 jaar zou worden. Inmiddels hebben wij die
beslissing inderdaad genomen. Moeder en de kinderen
vinden het erg jammer. Gelukkig hebben wij samen met de
moeder in een spontane evaluatie kunnen vaststellen dat
we er allemaal wat aan hebben gehad. Zij heeft haar
vrijheid enorm gewaardeerd en wij hebben veel geleerd
over het omgaan met kinderen.
Gedurende deze
plaatsing is er weinig contact of overleg geweest met de
Voorziening voor Pleegzorg, en ook de afronding van onze
pleegzorgervaring gaf weinig respons van die kant. Men
reageerde nauwelijks toen wij meldden dat we gingen
stoppen.
Wij hebben besloten om
niet verder te gaan met pleegzorg.