artikel uit Mobiel 2, april 1999

De bescheiden plaats van deeltijdpleegzorg

thema: deeltijdpleegzorg: zorg op maat

door Baukje Burggraaff en Nelleke Visscher
redactie Mobiel

Een vakantie in een pleeggezin, één keer in de maand bij pleegouders logeren, of elke dag na schooltijd naar je dagzorggezin. In sommige gezinssituaties is dit net de extra lucht, waardoor een kind niet uithuisgeplaatst hoeft te worden. Het deeltijds inschakelen van anderen bij de zorg voor pleegkinderen is dan ook niet weg te denken uit de pleegzorg. Toch laat een inventarisatie door MOBIEL onder de Voorzieningen voor Pleegzorg zien dat deeltijdpleegzorg in alle opzichten een bescheiden plaats inneemt in het zorgaanbod.

Vakantiepleegzorg, weekendopvang, gastgezin of dagpleegzorg, het zijn varianten van deeltijdpleegzorg die de meeste Voorzieningen voor Pleegzorg in Nederland wel aanbieden. Gemene deler is 'de opvang van kinderen in een pleeggezin voor een zeer beperkte periode: voor één of meerdere weekenden per maand, een korte vakantieperiode of een aantal dagdelen per week. Deze ondersteuning van kind en gezin gebeurt in of vanuit een hulpverleningskader, en moet een aanvullende waarde hebben In veel gevallen kan hiermee een zwaardere vorm van hulpverlening worden voorkomen.'

In deze omschrijving van deeltijdpleegzorg kunnen veel voorzieningen zich vinden zo blijkt uit de inventarisatie door MOBIEL onder 26 Voorzieningen voor Pleegzorg. De inventarisatie geeft een indruk geven van de positie, omvang en betekenis van de deeltijdpleegzorg.

Groeiende trend

Verhoudingsgewijs gaat het om een gering aandeel van het totaal aantal pleegzorgplaatsingen, zo maakte de inventarisatie al snel duidelijk. 'De percentages zijn klein, minuscuul zelfs, als je kijkt naar het aantal nachten en het aantal kinderen'. Weekend- en vakantieplaatsingen nemen gemiddeld zo'n 7 tot 11 % in beslag. Voor dagpleegzorg komt het percentage niet eens boven de 1%. Uit een nog niet afgerond onderzoek van het Bureau Landelijke Voorlichting Pleegzorg komt datzelfde beeld naar voren: het aanbod is er wel, maar in geringe mate. Wel laten deze voorlopige cijfers over de jaren 1996 &endash 1999 een groeiende trend zien in het aantal aanvragen en plaatsingen voor deeltijdpleegzorg.

Zorg op maat

De Voorzieningen voor Pleegzorg willen met hun aanbod van deeltijdpleegzorg graag 'zorg op maat bieden'. Voor de ene situatie kan dat betekenen dat 'met een vakantieplaatsing zowel het kind als de (pleeg)ouders er even tussenuit zijn waardoor een kind langer thuis kan blijven wonen of een pleeggezinplaatsing langer kan voortduren'. In een andere situatie, bijvoorbeeld 'bij gehandicapte kinderen die voor langere tijd in een tehuis wonen en waar geen contact meer is met de ouders, kan het soms een mogelijkheid zijn om het kind kennis te laten maken met het 'gewone' gezinsleven. Ook sommige internaten, die in de weekenden dicht zijn, zoeken op deze manier een plek om kinderen onder te brengen. Voor de Opbouw, die de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers tot haar taak rekent, komt daar nog bij dat gast- weekend of vakantiegezinnen een gelegenheid bieden om kinderen in een gezinssituatie te laten kennismaken met de Nederlandse cultuur.

Specifieke problemen

Weekend- en vakantieopvang blijken over het algemeen wel goed te lopen, zo geven bijna alle voorzieningen aan. Over dagpleegzorg worden in dit opzicht nauwelijks uitspraken gedaan. Wel wijzen verschillende voorzieningen op de specifieke problemen van deeltijdpleegzorg en de zorgvuldige begeleiding die vereist is.

'Voor kinderen is het vaak heel verwarrend om met twee opvoedingssituaties geconfronteerd te worden en soms zal een kind met moeilijk gedrag die twee opvoedingssituaties ook tegen elkaar uit proberen te spelen'. Expliciet wordt gezegd dat 'de afstemming en begeleiding van de pleeggezinnen goed geregeld moeten zijn omdat het een ingewikkelde vorm van pleegzorg is, met voor kinderen soms een heel totaal andere opvoedingsaanpak en regels die heel verschillend kunnen zijn'.

Organisatie

Hoe is die begeleiding dan geregeld, vroegen wij de voorzieningen. Is er een speciaal voorbereidingsprogramma, krijgen pleegouders specifieke begeleiding, en is nazorg ook een zorg van de voorzieningen?

Tweederde van de voorzieningen geeft aan dat de selectie en voorbereiding van deeltijdpleegouders veelal op eenzelfde manier gebeurt als bij reguliere pleegzorg. Vaak worden het STAP-programma en TOP-programma ingezet bij de voorbereiding van de pleegouders. Een enkele voorziening organiseert een extra voorbereidingsavond bijvoorbeeld voor dagpleegzorg waar dan specifieke zaken aan de orde komen.

Bij de William Schrikker Stichting worden deeltijdpleegouders niet verplicht deel te nemen aan het STAP-programma. Voor weekend- en vakantiepleegouders die uit het netwerk van het kind komen volstaat men met een aangepast netwerkonderzoek. De Gereformeerde Pleegzorg Utrecht volstaat met praktische voorbereiding als afspraken e.d.

Circa tweederde deel van de voorzieningen probeert ook in dezelfde begeleiding te voorzien als bij fulltime pleegzorg. Meestal doet men het zelf, in een enkel geval wordt de begeleiding aan de plaatser overgelaten. De begeleidingsfrequentie is afhankelijk van de situatie.

Ook aan nazorg besteden de voorzieningen bij weekend- en vakantieplaatsingen de nodige aandacht, zo geven zij bijna allemaal aan, zij het soms wat minder intensief dan bij reguliere pleegzorg. Als er behoefte aan is kan het in de meeste gevallen geregeld worden. Er wordt een evaluatiegesprek gehouden en men vraagt de pleegouders of zij geïnteresseerd zijn in een eventuele volgende plaatsing.

Financiële structuur noodzakelijk

'Een groot probleem van de deeltijdpleegzorg is het gebrek aan financiële structuur, terwijl die wel dringend noodzakelijk is', laat een voorziening weten. En men staat hierin niet alleen. Een vijfde deel van de voorzieningen wijst hier op. 'Deeltijdpleegzorg is bij de wet niet goed geregeld. De consequentie daarvan is dat we er feitelijk geen budget voor krijgen. De VVP betaalt zo mogelijk uit eigen middelen of het wordt verhaald bij de plaatser. In financieel opzicht zijn er met deeltijdpleegzorg altijd problemen, niemand heeft er een budget voor.'

Het ontbreken van die eigen financiële structuur voor deeltijdleegzorg wordt ook duidelijk als we de voorzieningen naar de vergoedingen voor de pleegouders vragen. Voor veel voorzieningen is het een heel geschuif met potjes om de deeltijdpleegouders een tegemoetkoming in de kosten te betalen. Het lijkt er wel op of ieder het op zijn eigen manier regelt of 'ritselt'. De hoogte van de vergoedingen verschilt dan ook per voorziening. Bijna een derde deel van de voorzieningen volgt de reguliere pleegzorg.

 

Reguliere pleeggezinvergoeding per dag

0 t/m 8 jaar ƒ 19,73 per dag

9 t/m 11 jaar ƒ 21,86 per dag

12 t/m 15 jaar ƒ 24,99 per dag

16 t/m 17 jaar ƒ 28,83 per dag

18 t/m 20 jaar ƒ 29,75 per dag

Bij andere variëren de bedragen van: helemaal niets, ƒ 11,&endash per dag, ƒ 12,50 per dagdeel tot ƒ 25,&endash of ƒ 37,50 per weekend. Een enkele noemt voor dagpleegzorg een bedrag van ƒ 10,&endash per dag en een heel enkele voorziening geeft aan een reiskostenvergoeding te betalen.

Een volwaardige vorm van pleegzorg

Bijna alle voorzieningen beschouwen deeltijdpleegzorg als een volwaardige vorm van pleegzorg. Met de trend van minder uithuisplaatsingen winnen de verschillende varianten aan importantie, zo geven zij aan. Voor kind en ouders kan het precies die ondersteuning en zorg op maat bieden waardoor verderstrekkende maatregelen niet genomen hoeven te worden. Deeltijdpleegzorg verdient zeker in al zijn varianten verder ontwikkeld te worden in de toekomst. Wel wordt er onmiddellijk aan toegevoegd dat daar een adequate 'eigen financieringsvorm bij hoort'.