Het theaterstuk Gilly! was
het boegbeeld van de laatste pleegzorgcampagne. Door te
kiezen voor een gewone schouwburgvoorstelling wilden de
makers pleegzorg onder de aandacht brengen van een zo
breed mogelijk publiek en het tegelijk ontdoen van het
tobberige imago. Redactielid Sonja Nijon stond aan de
wieg van de campagne en het theaterstuk. Een jaar na
Gilly blikt zij terug.
'We hebben samen met de buren een busje gehuurd en
zijn met z'n twaalven naar het theater gegaan. Ons oudste
pleegkind is 15, en heeft ademloos naar het stuk gekeken.
Vooral Gilly's woede maakte indruk op haar.' Dit zijn de
woorden van een pleegouder na het bezoek aan de
theatervoorstelling Gilly! De eerste vijf maanden van
1998 kwamen in bijna 60 voorstellingen door het hele land
ruim 20.000 mensen naar Gilly! kijken. Driekwart van hen
waren pleegouders, pleegkinderen of vrienden van
pleegkinderen. Eenkwart van het publiek bestond uit
'gewone' &endash d.w.z. niet bij de pleegzorg betrokken
bezoekers.
Gilly! wordt
volwassen
Gilly! is een meisje van 12 dat van
pleeggezin naar pleeggezin trekt. Uit woede en verzet
tegen de steeds wisselende pleegouders, heeft Gilly! zich
een harnas aangemeten van stoerheid en gedraagt ze zich
als een lastige vechtjas. Na vele verwikkelingen, onder
andere met haar jongere pleegbroertje, moet Gilly!
uiteindelijk ook dit laatste pleeggezin verlaten.
Inmiddels is ze in staat de verantwoordelijkheid voor
haar eigen lot te dragen en te proberen iets te maken van
haar onzekere toekomst. Gilly! is volwassen geworden. Na
de steun in het pleeggezin kan ze voorzichtig haar
pantser van stoerheid loslaten. Gilly! beschikt dan over
een keur aan gedragingen die ze, naar eigen keuze, toe
kan passen in verschillende situaties.
Met name pleegkinderen en pleegouders
voelden zich ontroerd en herkenden de gevoelens van
verlangen, eenzaamheid, onmacht, maar ook steun en
groeimogelijkheden die pleeggezinnen kunnen bieden.
Gilly! bracht pleegkind voor
voetlicht
Gilly! was een leuke, professionele
familievoorstelling, geboekt in echte schouwburgen. Het
was een vorm van theater die kon voldoen aan hoge eisen.
Ook zonder de pleegzorg was het een mooie voorstelling.
Nu, in opdracht van de pleegzorg, kreeg het meer cachet,
meer lading en diepgang. Door een pleegkind letterlijk
voor het voetlicht te brengen, zichtbaar te maken, werd
de identiteit van een pleegkind versterkt. Pleegkinderen
bestaan. Ze waren hier publiekelijk, in het openbaar, het
uitgangspunt. Het gevoel van isolement, van het altijd en
eeuwig anders dan anderen zijn, werd doorbroken. Sterker
nog: pleegkinderen in Nederland vormden letterlijk de
toegang tot een leuke ervaring. Ze zijn door de
pleegzorgorganisaties uitgenodigd een vriend of vriendin
naar de voorstelling mee te nemen naar een leuk avondje
uit. De ontmoeting met een pleegkind was in een vorm
gegoten die aantrekkelijk, vrolijk en niet tobberig
overkomt voor kinderen en de volwassenen daar om
heen.
Gevoelens van
pleegkinderen
Pleegkinderen zijn door het
vroegtijdig wegvallen van hun ouders, hun houvast, totaal
op zichzelf teruggeworpen. Onder houvast wordt verstaan:
zonder je vader/ zonder je moeder, maar ook, zonder een
duidelijke norm wat goed is en kwaad, zonder autoriteit,
zonder god. Pleegkinderen maken dit mee op een moment in
hun leven dat de ontwikkeling als mens nog niet 'af' is.
Ze staan alleen in het leven zonder dat ze al sterk
genoeg zijn om vanuit het afgescheiden zijn van anderen,
vanuit autonomie, verder te kunnen leven. Echter, op zo'n
jonge leeftijd ben je nog niet in staat om de last van
een dergelijke autonomie te dragen. Het overleven op deze
manier vergt een hoge tol.
In een ouderloze situatie ontstaan
gevoelens van diepe eenzaamheid en heftig verlangen naar
een vervanging van de bescherming en autoriteit van
ouders, van jezelf afsnijden van vitale gevoelens en een
muur van afstand opbouwen, maar ook van agressie en
zelfdestructief gedrag, normloosheid, frustratie,
zinloosheid, moedeloosheid en hopeloosheid. Vaak maken
deze kinderen zich gedrag eigen, dat goede
overlevingskansen biedt in de jeugdsituatie, maar dat als
volwassene juist zeer storend kan worden. Kenmerkend is
ook de dwang tot geheimhouding van wat er thuis misloopt,
en het daaruit volgende isolement, het weten dat je
anders bent dan anderen, het gevoel buiten de alledaagse
werkelijkheid van anderen verbannen te zijn.
Krachtbronnen
Pleegkinderen overleven deze
ingrijpende verliezen door een deel van zichzelf af te
splitsen en bliksemsnel volwassen te laten worden. Pas
onder veilige omstandigheden slagen ze erin om dat
kleine, behoeftige, weggedrukte kind weer naar boven te
laten komen. Pleegouders zijn hierbij van essentieel
belang. Pas door een kind daadwerkelijk kind te laten
zijn, kan het zich ontwikkelen tot een volwassene die
werkelijk volwassen is.
Om dit proces te kunnen volbrengen is
het nodig dat er in de omgeving hulpbronnen tot
ontwikkeling worden gebracht die naast alle verdriet en
ellende voor pleegkinderen ook een bron van steun en
plezier vormen. Een bron &endash of vele kleine
bronnetjes &endash die je kunnen sterken, zodat je weer
de moed krijgt plannen te maken, hoger te mikken.
Pleegkinderen moeten ook weer de kans krijgen leuke,
positieve en diepgaande ervaringen op te doen, waarbij je
in staat wordt gesteld plezier en verbinding met anderen
te voelen. Het anders zijn vormt dan geen scheidslijn,
maar een verbindingslijn. Eigen gevoelens zijn
uitgangspunt en eigen inzichten de norm. Jouw eigen
ervaringen zijn geïntegreerd in iets aangenaams voor
iedereen, met of zonder problemen.
Meer dan een avondje uit
In die zin bood Gilly! veel meer dan
een uitje alleen, omdat het pleegkinderen hielp om
traumatische ervaringen in hun leven in te passen in hun
zelfbeeld. Het schiep een afstand, die het mogelijk
maakte dat kinderen in een spiegel konden kijken. Het
hielp hen hun ervaringen te herbeleven. Op een manier die
niet bedreigend was, die ruimte overliet voor eigen
invulling, geaccepteerd door anderen. Gilly! gaf in een
eigen kring en op een eigen moment aanknopingspunten voor
gesprekken over verdriet, over verlies van ouders,
onzekerheid over de toekomst, boosheid. De vorm maakte
het mogelijk het onderwerp zelfs op verjaarspartijtjes
ter sprake te brengen. Pleegkinderen werden opeens van
lijdend voorwerp de deskundigen die het thema van het
stuk in het echt hadden meegemaakt. Juist bij kinderen is
deze niet opdringerige, geaccepteerde vorm van aandacht
van essentieel belang.
De vicieuze cirkel
doorbroken
Je kon Gilly! op veel manieren
ondergaan. Voor sommigen was het gewoon een ontmoeting,
zonder dat het een lotgenotengroep werd. Voor anderen,
bijvoorbeeld het 'gewone' theaterpubliek, was het een
gemakkelijke gelegenheid om het pleegzorg-publiek te
ontmoeten.
Voor pleegkinderen en pleegouders bood
Gilly! mogelijkheden om op je eigen moment, met
zelfgekozen mensen te praten over de opgeroepen
gevoelens.
Het publiek kreeg op een niet
bedreigende of betuttelende manier een spiegel
voorgehouden, en de jongere zelf was daarbij de regisseur
van dit proces.
Maar Gilly! heeft pleegkinderen vooral
een kans op positieve identificatie gegeven. Niet iets
problematisch maar juist iets leuks was aanleiding om
zich in hen te verdiepen en daarmee werd een vicieuze
cirkel doorbroken. Met deze nieuwe, ongecompliceerde,
ervaringen kunnen pleegkinderen zich gesterkt voelen bij
het dragen van hun zware last, van een leven zonder je
vader, zonder je moeder.