artikel uit Mobiel 1, februari 1999

Alle Dagen Heel Druk

Door Leontien
een pleegmoeder

Sander heeft sinds een week of 6 medicijnen en het is een opluchting. Zelfs zijn vriendjes doen het er beter op zegt hij. Voordat hij kwam wisten we al dat Sander druk was, dat alles aan hem wiebelde en dat hij veel structuur nodig had. In de kennismakingsperiode hadden we ook al ontdekt dat we beter tien minuten te vroeg op bezoek konden komen, dan 1 minuut te laat. Dat leverde bijna niet te hanteren spanningen op.

Toen hij er eenmaal was ontdekten we als eerste dat het dagritme erg voorspelbaar moest zijn. Hij had dringend een wekker nodig, en een spiegel, om controle te houden op de dag en zijn lijf. Vaste tijd opstaan, naar school gaan, eten en naar bed gaan. En als je afspraken maakt moet je je daar ook aan houden, zeker met een ADHD jongen.

Als je net in een nieuw gezin woont en je hebt moeite met die controle geeft dat veel vragen. Wel 10 maal op een dag werd bijvoorbeeld gevraagd wat we 's avonds zouden eten. Al snel kwam er een weekmenu op de koelkast. Dat kostte niet zo veel moeite, want we waren toch al gewend om één keer in de week boodschappen te doen.

Sander was elke morgen heel vroeg wakker, liefst voor het eerste geluid in huis. Dus maakten we afspraken over wat hij kon doen tot hij mocht opstaan. Het gevolg was wel dat, als hij om half acht op mocht staan, alles in huis bewoog en dat ging door tot hij om acht uur 's avonds van pure vermoeidheid omviel. De eerste maanden hebben we de 'doordeweekse-op-sta-tijden' en die van het weekend gelijk gehouden om niet al te veel verschillende afspraken tegelijk te krijgen.

Het programma voor het weekend moest ook structuur krijgen, want hij kon echt niet aan een dag beginnen zonder te weten wat er ging gebeuren. We maakten er dus een gewoonte van om 's avonds de afgelopen dag na te bespreken en de volgende dag te plannen. Toch bleven de weekenden nog lang een behoorlijk probleem. Al heel snel zijn we begonnen om zowel de zaterdag- als de zondagmorgen een eind te gaan lopen of fietsen. De eerste energie moest er uit, daarna kon hij zijn onmiddellijke bewegingsonrust beter controleren. Ook de Scouting op zaterdagmiddag was een uitkomst. Op zondagmiddag stuurden we hem anderhalf uur naar zijn kamer om iets voor zich zelf te doen. Dan vielen mijn man en ik onmiddellijk in slaap om daarna de rest van de dag te halen.

Controle over jezelf

Zelfcontrole is eigenlijk het eerste thema, wat we met Sander opgepakt hebben. Hij had het idee dat alles hem overkwam en dat hij geen enkele invloed had op wat er gebeurde. Er zat toch een steekje los in zijn hersens.

Zomaar boeren en gillen, dat mocht niet meer. Als je boert kan je in elk geval zeggen pardon, dan ontdekt de omgeving dat je het gemerkt heb en dat je het vervelend vond. Gillen wilde ik niet naast mijn oor of in huis. Het mocht onder de douche en buiten. Het gevolg was dat hij steeds zijn balkondeur opendeed om de gil even naar buiten te gooien, tot de buurman er bijna een hartaanval van kreeg. Toen hij dat begreep was het snel over.

Een van de dingen, waar we achteraf veel te laat aan begonnen zijn, was zijn brutale gedrag. Hij schold alles en iedereen uit en was niet te stoppen. De eerste maanden hadden we het idee dat er zoveel was waar we wat over moesten zeggen, dat we het taalgebruik maar even hebben laten lopen. Maar het liep thuis echt de spuigaten uit, en toen ik hoorde dat hij zich op school kennelijk wel kon inhouden, vroeg ik hem ernaar. Hij vertelde hij dat hij er op school straf voor kreeg, dus dat hij wel link uit keek.

Vanaf dat moment ontstond er een periode van uiterst consequent reageren. Het moeilijke was dat je 24 uur per dag alert moest zijn, ook als je moe of ziek was. Sander gebruikte elke ontsnappingsmogelijkheid en inconsequentie onmiddellijk tegen je: 'Maar gisteren zei je er ook niets van. Hoe kan ik nu weten dat dat ook al niet mag!'

Energie structureren

Na een half jaar was het basisritme voor iedereen wel bekend en mocht hij op zwemles om zijn B-diploma te halen. Toen de beginspanning, en dus het drukke gedrag, van de eerste zwemlessen was verdwenen, bleek het een heel goed ontladingsmiddel te zijn. We hebben na het B-diploma een zwemclub opgezocht en nu zwemt hij 4 maal per week. Het is in zijn weekritme ingepland en hij geniet er enorm van. Hij heeft op dit moment ook erg goed begrepen dat hij zijn hele schooltijd een sport nodig zal hebben, om ook op school stil te kunnen zitten en zich te leren concentreren. We hebben hem verteld, dat zijn schoolkeuze zo zal moeten zijn dat hij tijd heeft om te sporten, anders redt hij de school niet eens.

Sander heeft ook nogal wat problemen met zijn motoriek. Toen hij negen jaar was kon hij nog niet binnen lijntjes kleuren. Om een bal te leren vangen heeft hij fysiotherapie gehad. Netjes en een beetje op de lijntjes schrijven? Het is nog steeds een groot probleem voor Sander. Toen de school een type-cursus aanbood, wilde hij dan ook per se meedoen, omdat 'hij later toch echt nooit meer ging schrijven.' Daar hebben we &endash na enig nadenken &endash ja op gezegd. En ik heb er nog vaak spijt van gehad. Hij moest namelijk vier maanden lang elke dag een uur typen. Dat vraagt van een normaal mens al een heleboel doorzettingsvermogen, maar voor iemand die problemen heeft met stilzitten, concentratie en motoriek was het een haast onmenselijke klus.

We kozen weer voor een vast moment op de dag, zonder uitzondering. Als ik ging koken ging Sander typen. Al snel werd het duidelijk dat je niet kon praten en typen tegelijk, dus hij praatte en ik zweeg tot zijn ellende. Er is veel gehuild, gevloekt en onderhandeld, maar tot ieders verbazing lukte het uiteindelijk om dat typediploma te halen.

Zwemdiploma en typediploma gaven hem beide een enorme bult zelfvertrouwen. En wij hebben ervaren dat er trucks te bedenken zijn om je handicap onder controle te krijgen. Het gaat niet allemaal even makkelijk als bij anderen, maar er zijn mogelijkheden!

Grenzen blijven bepalen

Nog steeds gaat Sander gemakkelijk over zijn grenzen. Gewild en ongewild. Hij krijgt dus ook heel regelmatig straf, of een opgelegde afkoelingsperiode. Dat is moeilijk en vervelend voor hem en hij heeft dan al snel het idee dat hij niets meer goed kan doen.

Knuffelen, begroeten en enthousiast binnen komen hollen, zelfs dat gaat nogal eens mis. De eerste negen maanden was ik bijna permanent blauw van een &endash goed bedoelde &endash te harde begroeting. Als ik vroeg of het iets zachter kon verdween zijn stralende humeur als sneeuw voor de zon. Zo leverde de ene reactie de andere op en binnen de kortste keren was het weer bonje.

Stap voor stap hebben we telkens een volgend stukje gedrag onderhanden genomen. Ik heb eindeloos uitgelegd wat me niet beviel en hoe andere mensen dat aanpakken. Heel voorzichtig en met heel veel moeite is de controle toegenomen.

Medicijnen

Nu hij medicijnen heeft die werken (twee voorgaande soorten hielpen niet of maakten hem slaperig) zijn de ergste pieken en dalen van zijn gedrag verdwenen. Thuis en op school zijn wij daar erg tevreden mee. Het prettige is dat hij tegenwoordig een normale vraag ook als een 'gewone vraag' hoort, en niet als aanval of als afwijzing.

'Stop, denk, doe' heeft Sander steeds nodig, want hij gaat nog regelmatig met opmerkingen aan de haal en kan er nog steeds van op tilt raken. Ook ongewone en dus spannende ervaringen geven nog veel problemen en eindigen vaak in tranen zoals: overvliegen naar de Verkenners, Sinterklaas, Kerstviering op school, Oud en Nieuw.

Het blijft worstelen, maar kan we hebben ook gezien dat je met een handicap goed kunt leren omgaan.

Noot

Sander en zijn pleegmoeder heten in werkelijkheid anders.

* De term Alle Dagen Heel Druk als kindervertaling voor ADHD komt uit het boekje

Stijn de trein