Sander heeft sinds een
week of 6 medicijnen en het is een opluchting. Zelfs zijn
vriendjes doen het er beter op zegt hij. Voordat hij kwam
wisten we al dat Sander druk was, dat alles aan hem
wiebelde en dat hij veel structuur nodig had. In de
kennismakingsperiode hadden we ook al ontdekt dat we
beter tien minuten te vroeg op bezoek konden komen, dan 1
minuut te laat. Dat leverde bijna niet te hanteren
spanningen op.
Toen hij er eenmaal was ontdekten we
als eerste dat het dagritme erg voorspelbaar moest zijn.
Hij had dringend een wekker nodig, en een spiegel, om
controle te houden op de dag en zijn lijf. Vaste tijd
opstaan, naar school gaan, eten en naar bed gaan. En als
je afspraken maakt moet je je daar ook aan houden, zeker
met een ADHD jongen.
Als je net in een nieuw gezin woont en
je hebt moeite met die controle geeft dat veel vragen.
Wel 10 maal op een dag werd bijvoorbeeld gevraagd wat we
's avonds zouden eten. Al snel kwam er een weekmenu op de
koelkast. Dat kostte niet zo veel moeite, want we waren
toch al gewend om één keer in de week
boodschappen te doen.
Sander was elke morgen heel vroeg
wakker, liefst voor het eerste geluid in huis. Dus
maakten we afspraken over wat hij kon doen tot hij mocht
opstaan. Het gevolg was wel dat, als hij om half acht op
mocht staan, alles in huis bewoog en dat ging door tot
hij om acht uur 's avonds van pure vermoeidheid omviel.
De eerste maanden hebben we de
'doordeweekse-op-sta-tijden' en die van het weekend
gelijk gehouden om niet al te veel verschillende
afspraken tegelijk te krijgen.
Het programma voor het weekend moest
ook structuur krijgen, want hij kon echt niet aan een dag
beginnen zonder te weten wat er ging gebeuren. We maakten
er dus een gewoonte van om 's avonds de afgelopen dag na
te bespreken en de volgende dag te plannen. Toch bleven
de weekenden nog lang een behoorlijk probleem. Al heel
snel zijn we begonnen om zowel de zaterdag- als de
zondagmorgen een eind te gaan lopen of fietsen. De eerste
energie moest er uit, daarna kon hij zijn onmiddellijke
bewegingsonrust beter controleren. Ook de Scouting op
zaterdagmiddag was een uitkomst. Op zondagmiddag stuurden
we hem anderhalf uur naar zijn kamer om iets voor zich
zelf te doen. Dan vielen mijn man en ik onmiddellijk in
slaap om daarna de rest van de dag te halen.
Controle over
jezelf
Zelfcontrole is eigenlijk het eerste
thema, wat we met Sander opgepakt hebben. Hij had het
idee dat alles hem overkwam en dat hij geen enkele
invloed had op wat er gebeurde. Er zat toch een steekje
los in zijn hersens.
Zomaar boeren en gillen, dat mocht
niet meer. Als je boert kan je in elk geval zeggen
pardon, dan ontdekt de omgeving dat je het gemerkt heb en
dat je het vervelend vond. Gillen wilde ik niet naast
mijn oor of in huis. Het mocht onder de douche en buiten.
Het gevolg was dat hij steeds zijn balkondeur opendeed om
de gil even naar buiten te gooien, tot de buurman er
bijna een hartaanval van kreeg. Toen hij dat begreep was
het snel over.
Een van de dingen, waar we achteraf
veel te laat aan begonnen zijn, was zijn brutale gedrag.
Hij schold alles en iedereen uit en was niet te stoppen.
De eerste maanden hadden we het idee dat er zoveel was
waar we wat over moesten zeggen, dat we het taalgebruik
maar even hebben laten lopen. Maar het liep thuis echt de
spuigaten uit, en toen ik hoorde dat hij zich op school
kennelijk wel kon inhouden, vroeg ik hem ernaar. Hij
vertelde hij dat hij er op school straf voor kreeg, dus
dat hij wel link uit keek.
Vanaf dat moment ontstond er een
periode van uiterst consequent reageren. Het moeilijke
was dat je 24 uur per dag alert moest zijn, ook als je
moe of ziek was. Sander gebruikte elke
ontsnappingsmogelijkheid en inconsequentie onmiddellijk
tegen je: 'Maar gisteren zei je er ook niets van. Hoe kan
ik nu weten dat dat ook al niet mag!'
Energie
structureren
Na een half jaar was het basisritme
voor iedereen wel bekend en mocht hij op zwemles om zijn
B-diploma te halen. Toen de beginspanning, en dus het
drukke gedrag, van de eerste zwemlessen was verdwenen,
bleek het een heel goed ontladingsmiddel te zijn. We
hebben na het B-diploma een zwemclub opgezocht en nu
zwemt hij 4 maal per week. Het is in zijn weekritme
ingepland en hij geniet er enorm van. Hij heeft op dit
moment ook erg goed begrepen dat hij zijn hele schooltijd
een sport nodig zal hebben, om ook op school stil te
kunnen zitten en zich te leren concentreren. We hebben
hem verteld, dat zijn schoolkeuze zo zal moeten zijn dat
hij tijd heeft om te sporten, anders redt hij de school
niet eens.
Sander heeft ook nogal wat problemen
met zijn motoriek. Toen hij negen jaar was kon hij nog
niet binnen lijntjes kleuren. Om een bal te leren vangen
heeft hij fysiotherapie gehad. Netjes en een beetje op de
lijntjes schrijven? Het is nog steeds een groot probleem
voor Sander. Toen de school een type-cursus aanbood,
wilde hij dan ook per se meedoen, omdat 'hij later toch
echt nooit meer ging schrijven.' Daar hebben we &endash
na enig nadenken &endash ja op gezegd. En ik heb er nog
vaak spijt van gehad. Hij moest namelijk vier maanden
lang elke dag een uur typen. Dat vraagt van een normaal
mens al een heleboel doorzettingsvermogen, maar voor
iemand die problemen heeft met stilzitten, concentratie
en motoriek was het een haast onmenselijke klus.
We kozen weer voor een vast moment op
de dag, zonder uitzondering. Als ik ging koken ging
Sander typen. Al snel werd het duidelijk dat je niet kon
praten en typen tegelijk, dus hij praatte en ik zweeg tot
zijn ellende. Er is veel gehuild, gevloekt en
onderhandeld, maar tot ieders verbazing lukte het
uiteindelijk om dat typediploma te halen.
Zwemdiploma en typediploma gaven hem
beide een enorme bult zelfvertrouwen. En wij hebben
ervaren dat er trucks te bedenken zijn om je handicap
onder controle te krijgen. Het gaat niet allemaal even
makkelijk als bij anderen, maar er zijn
mogelijkheden!
Grenzen blijven
bepalen
Nog steeds gaat Sander gemakkelijk
over zijn grenzen. Gewild en ongewild. Hij krijgt dus ook
heel regelmatig straf, of een opgelegde
afkoelingsperiode. Dat is moeilijk en vervelend voor hem
en hij heeft dan al snel het idee dat hij niets meer goed
kan doen.
Knuffelen, begroeten en enthousiast
binnen komen hollen, zelfs dat gaat nogal eens mis. De
eerste negen maanden was ik bijna permanent blauw van een
&endash goed bedoelde &endash te harde begroeting. Als
ik vroeg of het iets zachter kon verdween zijn stralende
humeur als sneeuw voor de zon. Zo leverde de ene reactie
de andere op en binnen de kortste keren was het weer
bonje.
Stap voor stap hebben we telkens een
volgend stukje gedrag onderhanden genomen. Ik heb
eindeloos uitgelegd wat me niet beviel en hoe andere
mensen dat aanpakken. Heel voorzichtig en met heel veel
moeite is de controle toegenomen.
Medicijnen
Nu hij medicijnen heeft die werken
(twee voorgaande soorten hielpen niet of maakten hem
slaperig) zijn de ergste pieken en dalen van zijn gedrag
verdwenen. Thuis en op school zijn wij daar erg tevreden
mee. Het prettige is dat hij tegenwoordig een normale
vraag ook als een 'gewone vraag' hoort, en niet als
aanval of als afwijzing.
'Stop, denk, doe' heeft Sander steeds
nodig, want hij gaat nog regelmatig met opmerkingen aan
de haal en kan er nog steeds van op tilt raken. Ook
ongewone en dus spannende ervaringen geven nog veel
problemen en eindigen vaak in tranen zoals: overvliegen
naar de Verkenners, Sinterklaas, Kerstviering op school,
Oud en Nieuw.
Het blijft worstelen, maar kan we
hebben ook gezien dat je met een handicap goed kunt leren
omgaan.