Sinds1995 behoort de
uitvoering van de ondertoezichtstelling tot de
verantwoordelijkheid van de gezinsvoogdij-instelling. De
kinderrechter (hierna: rechter) heeft sindsdien een
controlerende taak in de ondertoezichtstelling.
Ook in het resterende jeugdrecht kan en zal de rechter
niet vaak ambtshalve, d.w.z. uit eigen beweging,
optreden. In de meeste gevallen kan een rechter slechts
oordelen, als een ander daartoe een verzoek indient.
In de volgende voorbeelden kan de rechter wel
ambtshalve een uitspraak doen:
- als hem blijkt dat het noodzakelijk is dat er een
voogd over een minderjarige wordt benoemd;
- als hem blijkt dat een voogd financieel bewind
over zijn pupil niet naar behoren uitvoert en er
maatregelen tegen de voogd genomen moeten worden,
- als hem blijkt dat een minderjarige van twaalf
jaar of ouder een rechterlijke beslissing inzake een
omgangsregeling wenst.
Rechtszaken die het personen en familierecht betreffen
zijn onderworpen aan de zogenaamde verzoekschriften
procedure. Deze procedure is eenvoudiger van aard dan de
dagvaardingsprocedure, duurt vaak korter, en de zaak
wordt over het algemeen mondeling behandeld, wat recht
doet aan de aard van de kwestie aangezien zij zich gezien
de persoonlijke aard niet leent voor een schriftelijke
afhandeling. Als een minderjarige betrokken is bij de
zaak, vindt de afhandeling overigens achter gesloten
deuren plaats. De zitting is, in afwijking van de
hoofdregel, niet voor iedereen vrij toegankelijk.
De verzoeker moet in zijn verzoekschrift aangeven wie
de belanghebbenden zijn. Het is echter de rechter die
uiteindelijk vaststelt wie de belanghebbenden zijn; zo
kan hij opdracht geven personen als belanghebbende op te
roepen, die door de verzoeker niet als zodanig zijn
opgegeven. De zaak wordt dan opgehouden, wat in het
nadeel van de verzoeker kan zijn.
Alle belanghebbenden hebben in principe recht op alle
stukken die in het geding worden gebracht en hebben recht
hun zegje ter zitting te doen.
In zaken betreffende minderjarige zal in principe de
minderjarige die ouder is dan twaalf eveneens bij de
rechter zijn mening kenbaar mogen maken.
Daarnaast kan de rechter de RvdK en andere deskundigen
om advies vragen.
In zaken die jeugdigen betreffen, zal het belang van
het kind uiteindelijk voor het grootste deel de uitspraak
bepalen.