artikel uit Mobiel 1, februari 1999

Taken en bevoegdheden van de Raad voor de Kinderbescherming

thema: Pleegzorg soms een doolhof

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) is een overheidsinstantie en voert zijn taken en bevoegdheden uit namens de minister van Justitie.
De RvdK speelt een rol in gezeg- en opvoedngssituaties, waarin de daadwerkelijke toepassing van rechtsregels ten aanzien van minderjarigen aan de orde kan komen. De RvdK speelt derhalve geen rol in het geval betrokkenen zelf naar een oplossing van het probleem streven en daarbij de RvdK om hulp vragen. De RvdK zal dan wel doorverwijzen.

De taken en bevoegdheden van de RvdK zijn op diverse plaatsen in de wet vastgelegd.

De RvdK kan optreden ten behoeve van minderjarigen die in Nederland verblijven, hieronder vallen dus ook buitenlandse kinderen, ongeacht of hun verblijf legaal is, en ten behoeve van Nederlandse kinderen die in het buitenland verblijven.

Een hoofdtaak van de RvdK is dat indien hem blijkt dat een minderjarige niet onder gezag staat, of het gezag over een minderjarige niet wordt uitgeoefend, de RvdK de rechter dient te verzoeken te voorzien in de gezagsuitoefening over de minderjarige.

Een tweede hoofdtaak is dat de RvdK de plicht heeft zicht op de hoogte te stellen van die gevallen waarin maatregelen met betrekking tot het gezag over minderjarigen overwogen dienen te worden.

In de praktijk betekent dit dat de taken van de RvdK in een viertal deelgebieden zijn te onderscheiden:

  1. de rekestrerende taak: de RvdK kan de kinderechter diverse verzoeken in het kader van de kinderbescherming doen, zoals het uitspreken van een ondertoezichtstelling of een ontheffing uit de ouderlijke macht;
  2. een adviserende taak: de RvdK wordt vaak verzocht de rechter te adviseren in bijvoorbeeld omgangsregelingen of gezagstoewijzingen, de RvdK mag ook ongevraagd de rechter adviseren;
  3. een toezichthoudende taak: als een gezinsvoogdij-instelling de ondertoezichtstelling of de uit huis plaatsing van een kind niet wenst te verlengen, stelt zij de RvdK hiervan op de hoogte. De laatste kan dan zelf besluiten de ondertoezichtstelling of de uit huis plaatsing alsnog te verlengen;
  4. een strafrechtelijke taak: de RvdK heeft bijvoorbeeld directe bemoeienis met een minderjarige die is opgepakt en rapporteert vervolgens aan de officier van Justitie.