'Ze zijn er gewoon voor
mij', is een uitspraak van een pleegkind over haar
pleegouders. Het is ook de titel van het onlangs
verschenen onderzoeksrapport over de mening en beleving
van pleegkinderen. Wat vinden de pleegkinderen van de
zorg die hen geboden wordt? Hoe kijken zij aan tegen
pleegouders en hulpverleners. Wat gaat goed en... wat kan
er beter volgens de jongeren zelf? Onderzoeker Fiet van
Beek van bureau WESP, vertelt over de tevredenheid van de
pleegkinderen.
Tevreden klanten in de jeugdzorg. Waar
maak je dat tegenwoordig nog mee? In het onderzoek naar
de mening en beleving van pleegkinderen valt vooral
tevredenheid op. Juist nu er de afgelopen jaren zoveel in
de pleegzorg veranderd is, was het van belang om te weten
wat de kinderen vandaag de dag van de pleegzorg vinden.
Voor de voorzieningen voor pleegzorg in Zuid-Holland en
Utrecht reden om met bureau WESP een onderzoek te doen.
Er werden pleegkinderen geïnterviewd en dossiers
bestudeerd. Zeven op de tien gevraagde kinderen mochten
en wilden meewerken. Zo werden er 50 pleegkinderen van
12-18 jaar geïnterviewd. Zij woonden een half jaar
of langer in een pleeggezin; dat kon een bekend
(netwerk-) of onbekend (bestands-) pleeggezin zijn.
Pleegouders
Of kinderen nu terechtkomen bij
bekende of onbekende pleeggezinnen; één
ding staat als een paal boven water. Centraal in de
beleving van de pleegkinderen staan de pleegouders. Het
aantal positieve opmerkingen over pleegouders is vier
maal zo groot als de negatieve. In alle toonaarden wordt
tevredenheid over de pleegouders geuit. Zij zijn er op
een gewone, vanzelfsprekende manier. Beschikbaar,
aandachtig, betrokken. Of in de woorden van een van de
geïnterviewde jongeren: 'Ik denk dat het gewoon het
belangrijkste is dat ze er voor je zijn. En dat ze naar
je luisteren. En dan kan je weleens ruzie hebben of het
niet altijd met elkaar eens zijn of dingen anders willen.
Maar gewoon het gevoel dat je ergens bij hoort, dat je
daar thuis bent.'
De jongeren waarderen het als
pleegouders een positieve en accepterende houding hebben,
respect voor de ouders tonen, geïnteresseerd en
betrokken zijn, aandacht geven en hen serieus nemen.
Pleegouders geven een thuis, luisteren, begrijpen, helpen
en doen dingen samen met je. En wat ze zeker niet moeten
doen is slaan, dreigen of misbruik van hun macht
maken.
Gewoon
Kinderen waarderen de pleegzorg omdat
het zo 'gewoon' is. Het valt op hoezeer jongeren hechten
aan een 'gewoon' leven. Zij noemen het als kwaliteit van
hun huidige situatie of uiten de wens naar een meer
gewoon leven.
Wat ze daarmee bedoelen? Gewoon: kind
mogen zijn, zonder te zware verantwoordelijkheden.
Gewoon: pleegouders die vanzelfsprekend aanwezig zijn,
geen mensen die diensten draaien zoals in een kinderhuis.
Gewoon: een hulpverlener die niet alleen over problemen
praat, maar ook vraagt hoe het op school is en je
meeneemt een patatje halen. Gewoon: niet als gast
behandeld worden in het pleeggezin, maar als
huisgenoot.
Gewoon dus. Het feit dat pleegkinderen
het gewone verwoorden als een kenmerk van hun leven,
betekent dat pleegouders erin slagen om in de
uitzonderlijke situatie van het pleeggezin de jongeren
gewoon op te voeden en te helpen. Dat is een niet-gewone,
maar bijzondere prestatie.
Wonen bij
(on)bekenden
Als ze hadden kunnen kiezen, waren de
meeste jongeren het liefst bij bekenden gaan wonen. Daar
hoeven ze minder te wennen, minder vaak van school of
vriendenkring te veranderen en kunnen ze vaker in de
buurt van hun gezin blijven. Alleen jongeren die zich
bedreigd voelen door leden van het gezin van herkomst
geven de voorkeur aan het wonen bij vreemden. Overigens:
jongeren in netwerkpleeggezinnen blijken meer contact te
houden met hun familie en bekenden dan jongeren die in
een bestandspleeggezin zijn gaan wonen.
De wens van de jongeren vertalend,
zouden plaatsers éérst een pleeggezin in
het netwerk moeten gaan zoeken. Een plaatsing bij
'vreemden' komt dan alleen in aanmerking als er daar geen
geschikte kandidaten zijn of bij contra-indicaties. Nog
los van de wensen van het kind, zou het systematisch
kijken in het netwerk ook wel eens een passend antwoord
kunnen zijn op het schrijnende probleem van het tekort
aan pleegouders...
Praten met
pleegkinderen
Veel jongeren vertellen dat zij hebben
moeten wennen aan de praatcultuur in pleeggezinnen.
Pleegouders dringen er op aan dat zij zich uiten en over
pijnlijke dingen in gesprek gaan. Op de vraag wat zij het
moeilijkst vond in het pleeggezin, antwoordt een meisje:
'Dat ze overal over wilden praten.'
De meeste jongeren willen wel leren
praten, maar vinden het niet prettig als zij door de
pleegouders onder druk gezet worden. Jongeren die
vertellen dat zij geleerd hebben om te praten, laten zich
lovend uit over de steun die zij daarbij van pleegouders
hebben gekregen. Een jongen van 16: 'Als ik maar wat zeg,
dat is het belangrijkste. Dat vinden zij het
belangrijkste. Maar ik was dat nooit gewend. En als je
dat niet leert kom je ook niet verder. Dan moet je het op
een gegeven moment leren.'
Gezien het feit dat 'praten' zowel
voor pleegouders als pleegkinderen een belangrijke
kwestie is, zou het goed zijn als pleegouders hiermee
meer ondersteund kunnen worden. Bijvoorbeeld door een
luistertraining 'praten over pijn' aan te
bieden.
Leeftijdgenoten
Na de pleegouders zijn leeftijdgenoten
erg belangrijk in het leven van de pleegjongeren.
Eenderde van de jongeren kiest de pleegouders om over
moeilijke dingen te praten, een even grote groep praat
liever met een leeftijdgenoot. Geheimen worden eerder met
leeftijdgenoten dan met pleegouders besproken. De
jongeren vertellen over de steun die ze kregen van
vrienden en vriendinnen toen er thuis problemen waren. Of
het belang en de behoefte aan contact met lotgenoten.
Voor hen zijn de pleegbroers- en zussen belangrijk. Zij
vertellen over de heimwee naar hun broers en zussen in
het gezin van herkomst. En natuurlijk spelen
leeftijdgenoten een grote rol in de besteding van hun
vrije tijd.
Kinderen van
pleegouders
Driekwart van de ondervraagde
pleegkinderen heeft pleegbroers- en zussen. Een kwart
noemt de pleegbroers- en zussen als de mensen van wie zij
veel steun krijgen. In de eerste weken breken zij vaak
het ijs en maken ze de nieuwkomer wegwijs. Verder geven
zij steun als luisterend oor, door samen activiteiten te
ondernemen en het pleegkind te betrekken in de
vriendenkring. Een 15-jarig ex-pleegkind vertelt dat zij
het meeste aan haar pleegzusje had: 'Met Marieke kon ik
goed opschieten. Die was wel jong, maar daar kon ik heel
goed mee opschieten. Dat was ook de enige die moest
huilen toen ik wegging. De rest was allemaal kwaad op
mij.' Pleegzorg heeft grote gevolgen voor de kinderen van
pleegouders. Waarom is er dan toch zo weinig aandacht in
de pleegzorg voor de kinderen van pleegouders?
Contact met de familie van
herkomst
Het grootste deel van de
ex-pleegkinderen woont weer bij een van de ouders. Alle
geïnterviewde pleegkinderen hebben contact met
iemand van de familie. Vier op de vijf heeft contact met
een van de ouders. Driekwart van de kinderen is tevreden
over de hoeveelheid oudercontacten. Bijna tweevijfde zegt
een van de ouders te missen. Drie op de tien zou meer
contact willen met broers en zussen. Een kwart van de
kinderen die bij bekenden wonen had liever gehad dat de
ouders dichterbij zouden wonen. Het lijkt erop dat er in
relatie tot het gezin van herkomst nog veel winst te
boeken is!
Hulpverleners
De taakverdeling tussen plaatser en
pleegzorgwerker is veel jongeren niet duidelijk. Dat zij
meerdere hulpverleners hebben vinden zij geen probleem,
wel als zij moeten wennen aan weer nieuwe gezichten.
Drievijfde van de jongeren is tevreden over de contacten
met de hulpverleners, eenvijfde is ontevreden. Net als
bij de pleegouders, hebben de jongeren duidelijke
denkbeelden over hoe een begeleider zou moeten zijn. Zij
vinden het belangrijk dat de hulpverlener een positieve
en actieve houding heeft, betrokken en beschikbaar is,
jongeren serieus neemt en onpartijdig en betrouwbaar is.
Informatie en
zeggenschap
Pleegkinderen hebben behoefte aan
verschillende soorten van informatie. Ze willen
geïnformeerd worden over allerlei zaken die direct
met henzelf te maken hebben. Bij die behoefte aan
informatie gaat het in wezen om zeggenschap. Meedenken en
meebepalen is niet mogelijk als je niet goed
geïnformeerd bent. De jongeren weten vrijwel niets
van de rechten die ze hebben. Op dat punt kan er nog heel
wat verbeteren.
Spiegel
De jongeren hebben zoveel verteld in
concrete bewoordingen, dat het de moeite waard was om hun
mening om te zetten in zogenaamde kwaliteitscriteria.
Tegelijk met het onderzoeksrapport is het boekje 'Hoe ze
erg gewoon voor mij zijn' verschenen. Daarmee kunnen
pleegouders, hulpverleners, ouders en andere betrokken
zichzelf en hun organisatie langs de meetlat leggen. Of
zoals een jongere het zei: 'Het zou mooi zijn als ze het
als spiegel gebruiken om te kijken of hun spiegelbeeld de
pleegkinderen wel aanstaat.'