artikel uit Mobiel 1, februari 1999

Ze zijn er gewoon voor mij

Pleegkinderen waarderen het gewone van de pleegzorg

Door Fiet van Beek
onderzoeker bureau Wesp

'Ze zijn er gewoon voor mij', is een uitspraak van een pleegkind over haar pleegouders. Het is ook de titel van het onlangs verschenen onderzoeksrapport over de mening en beleving van pleegkinderen. Wat vinden de pleegkinderen van de zorg die hen geboden wordt? Hoe kijken zij aan tegen pleegouders en hulpverleners. Wat gaat goed en... wat kan er beter volgens de jongeren zelf? Onderzoeker Fiet van Beek van bureau WESP, vertelt over de tevredenheid van de pleegkinderen.

Tevreden klanten in de jeugdzorg. Waar maak je dat tegenwoordig nog mee? In het onderzoek naar de mening en beleving van pleegkinderen valt vooral tevredenheid op. Juist nu er de afgelopen jaren zoveel in de pleegzorg veranderd is, was het van belang om te weten wat de kinderen vandaag de dag van de pleegzorg vinden. Voor de voorzieningen voor pleegzorg in Zuid-Holland en Utrecht reden om met bureau WESP een onderzoek te doen. Er werden pleegkinderen geïnterviewd en dossiers bestudeerd. Zeven op de tien gevraagde kinderen mochten en wilden meewerken. Zo werden er 50 pleegkinderen van 12-18 jaar geïnterviewd. Zij woonden een half jaar of langer in een pleeggezin; dat kon een bekend (netwerk-) of onbekend (bestands-) pleeggezin zijn.

Pleegouders

Of kinderen nu terechtkomen bij bekende of onbekende pleeggezinnen; één ding staat als een paal boven water. Centraal in de beleving van de pleegkinderen staan de pleegouders. Het aantal positieve opmerkingen over pleegouders is vier maal zo groot als de negatieve. In alle toonaarden wordt tevredenheid over de pleegouders geuit. Zij zijn er op een gewone, vanzelfsprekende manier. Beschikbaar, aandachtig, betrokken. Of in de woorden van een van de geïnterviewde jongeren: 'Ik denk dat het gewoon het belangrijkste is dat ze er voor je zijn. En dat ze naar je luisteren. En dan kan je weleens ruzie hebben of het niet altijd met elkaar eens zijn of dingen anders willen. Maar gewoon het gevoel dat je ergens bij hoort, dat je daar thuis bent.'

De jongeren waarderen het als pleegouders een positieve en accepterende houding hebben, respect voor de ouders tonen, geïnteresseerd en betrokken zijn, aandacht geven en hen serieus nemen. Pleegouders geven een thuis, luisteren, begrijpen, helpen en doen dingen samen met je. En wat ze zeker niet moeten doen is slaan, dreigen of misbruik van hun macht maken.

Gewoon

Kinderen waarderen de pleegzorg omdat het zo 'gewoon' is. Het valt op hoezeer jongeren hechten aan een 'gewoon' leven. Zij noemen het als kwaliteit van hun huidige situatie of uiten de wens naar een meer gewoon leven.

Wat ze daarmee bedoelen? Gewoon: kind mogen zijn, zonder te zware verantwoordelijkheden. Gewoon: pleegouders die vanzelfsprekend aanwezig zijn, geen mensen die diensten draaien zoals in een kinderhuis. Gewoon: een hulpverlener die niet alleen over problemen praat, maar ook vraagt hoe het op school is en je meeneemt een patatje halen. Gewoon: niet als gast behandeld worden in het pleeggezin, maar als huisgenoot.

Gewoon dus. Het feit dat pleegkinderen het gewone verwoorden als een kenmerk van hun leven, betekent dat pleegouders erin slagen om in de uitzonderlijke situatie van het pleeggezin de jongeren gewoon op te voeden en te helpen. Dat is een niet-gewone, maar bijzondere prestatie.

Wonen bij (on)bekenden

Als ze hadden kunnen kiezen, waren de meeste jongeren het liefst bij bekenden gaan wonen. Daar hoeven ze minder te wennen, minder vaak van school of vriendenkring te veranderen en kunnen ze vaker in de buurt van hun gezin blijven. Alleen jongeren die zich bedreigd voelen door leden van het gezin van herkomst geven de voorkeur aan het wonen bij vreemden. Overigens: jongeren in netwerkpleeggezinnen blijken meer contact te houden met hun familie en bekenden dan jongeren die in een bestandspleeggezin zijn gaan wonen.

De wens van de jongeren vertalend, zouden plaatsers éérst een pleeggezin in het netwerk moeten gaan zoeken. Een plaatsing bij 'vreemden' komt dan alleen in aanmerking als er daar geen geschikte kandidaten zijn of bij contra-indicaties. Nog los van de wensen van het kind, zou het systematisch kijken in het netwerk ook wel eens een passend antwoord kunnen zijn op het schrijnende probleem van het tekort aan pleegouders...

Praten met pleegkinderen

Veel jongeren vertellen dat zij hebben moeten wennen aan de praatcultuur in pleeggezinnen. Pleegouders dringen er op aan dat zij zich uiten en over pijnlijke dingen in gesprek gaan. Op de vraag wat zij het moeilijkst vond in het pleeggezin, antwoordt een meisje: 'Dat ze overal over wilden praten.'

De meeste jongeren willen wel leren praten, maar vinden het niet prettig als zij door de pleegouders onder druk gezet worden. Jongeren die vertellen dat zij geleerd hebben om te praten, laten zich lovend uit over de steun die zij daarbij van pleegouders hebben gekregen. Een jongen van 16: 'Als ik maar wat zeg, dat is het belangrijkste. Dat vinden zij het belangrijkste. Maar ik was dat nooit gewend. En als je dat niet leert kom je ook niet verder. Dan moet je het op een gegeven moment leren.'

Gezien het feit dat 'praten' zowel voor pleegouders als pleegkinderen een belangrijke kwestie is, zou het goed zijn als pleegouders hiermee meer ondersteund kunnen worden. Bijvoorbeeld door een luistertraining 'praten over pijn' aan te bieden.

Leeftijdgenoten

Na de pleegouders zijn leeftijdgenoten erg belangrijk in het leven van de pleegjongeren. Eenderde van de jongeren kiest de pleegouders om over moeilijke dingen te praten, een even grote groep praat liever met een leeftijdgenoot. Geheimen worden eerder met leeftijdgenoten dan met pleegouders besproken. De jongeren vertellen over de steun die ze kregen van vrienden en vriendinnen toen er thuis problemen waren. Of het belang en de behoefte aan contact met lotgenoten. Voor hen zijn de pleegbroers- en zussen belangrijk. Zij vertellen over de heimwee naar hun broers en zussen in het gezin van herkomst. En natuurlijk spelen leeftijdgenoten een grote rol in de besteding van hun vrije tijd.

Kinderen van pleegouders

Driekwart van de ondervraagde pleegkinderen heeft pleegbroers- en zussen. Een kwart noemt de pleegbroers- en zussen als de mensen van wie zij veel steun krijgen. In de eerste weken breken zij vaak het ijs en maken ze de nieuwkomer wegwijs. Verder geven zij steun als luisterend oor, door samen activiteiten te ondernemen en het pleegkind te betrekken in de vriendenkring. Een 15-jarig ex-pleegkind vertelt dat zij het meeste aan haar pleegzusje had: 'Met Marieke kon ik goed opschieten. Die was wel jong, maar daar kon ik heel goed mee opschieten. Dat was ook de enige die moest huilen toen ik wegging. De rest was allemaal kwaad op mij.' Pleegzorg heeft grote gevolgen voor de kinderen van pleegouders. Waarom is er dan toch zo weinig aandacht in de pleegzorg voor de kinderen van pleegouders?

Contact met de familie van herkomst

Het grootste deel van de ex-pleegkinderen woont weer bij een van de ouders. Alle geïnterviewde pleegkinderen hebben contact met iemand van de familie. Vier op de vijf heeft contact met een van de ouders. Driekwart van de kinderen is tevreden over de hoeveelheid oudercontacten. Bijna tweevijfde zegt een van de ouders te missen. Drie op de tien zou meer contact willen met broers en zussen. Een kwart van de kinderen die bij bekenden wonen had liever gehad dat de ouders dichterbij zouden wonen. Het lijkt erop dat er in relatie tot het gezin van herkomst nog veel winst te boeken is!

Hulpverleners

De taakverdeling tussen plaatser en pleegzorgwerker is veel jongeren niet duidelijk. Dat zij meerdere hulpverleners hebben vinden zij geen probleem, wel als zij moeten wennen aan weer nieuwe gezichten. Drievijfde van de jongeren is tevreden over de contacten met de hulpverleners, eenvijfde is ontevreden. Net als bij de pleegouders, hebben de jongeren duidelijke denkbeelden over hoe een begeleider zou moeten zijn. Zij vinden het belangrijk dat de hulpverlener een positieve en actieve houding heeft, betrokken en beschikbaar is, jongeren serieus neemt en onpartijdig en betrouwbaar is.

Informatie en zeggenschap

Pleegkinderen hebben behoefte aan verschillende soorten van informatie. Ze willen geïnformeerd worden over allerlei zaken die direct met henzelf te maken hebben. Bij die behoefte aan informatie gaat het in wezen om zeggenschap. Meedenken en meebepalen is niet mogelijk als je niet goed geïnformeerd bent. De jongeren weten vrijwel niets van de rechten die ze hebben. Op dat punt kan er nog heel wat verbeteren.

Spiegel

De jongeren hebben zoveel verteld in concrete bewoordingen, dat het de moeite waard was om hun mening om te zetten in zogenaamde kwaliteitscriteria. Tegelijk met het onderzoeksrapport is het boekje 'Hoe ze erg gewoon voor mij zijn' verschenen. Daarmee kunnen pleegouders, hulpverleners, ouders en andere betrokken zichzelf en hun organisatie langs de meetlat leggen. Of zoals een jongere het zei: 'Het zou mooi zijn als ze het als spiegel gebruiken om te kijken of hun spiegelbeeld de pleegkinderen wel aanstaat.'

Noot

Het onderzoeksrapport 'Ze zijn er gewoon voor mij'(ƒ 40) en het boekje 'Hoe ze erg gewoon voor mij zijn' (ƒ 27,50) zijn te verkrijgen bij WESP: 0252-218521. De prijzen zijn exclusief verzendkosten.