artikel uit Mobiel 6, december 1998

Ervaringsverhaal: De koude douche

Door Dirk van Houwelingen, pleegvader

Loes, nu 71/2 en Matthijs, bijna 6, waren de eerste tijd in ons gezin doodsbang. Voor slapen, douchen, voor eten en al helemaal voor gezellig uit eten gaan met het hele gezin. Van pleegouders vergt het soms heel wat denkwerk voor je erachter bent waar die angst vandaan zou kunnen komen.

Onder de koude douche

Matthijs, net drie, was al helemaal zindelijk. Dag en nacht. Knap vonden we dat. Na een week of zes hoorden we hem om een uur of twee 's nachts huilen. Z'n bed was nat. Gelukkig dat er een zeil onder het laken lag. 'Kom maar', zei m'n vrouw, 'dat geeft toch niets joh. Even onder de douche en daarna droge kleertjes aan, en dan slaap je weer lekker verder.' Matthijs reageerde hysterisch: gillen, brullen. 'Nee, nee, niet onder de douche! Nee, nee, nee.' Uiteindelijk een teiltje met warm water gehaald en hem op z'n kamer gewassen. Nog een klein verhaaltje en hij sliep weer als een roos. Dat herhaalde zich de volgende maanden een keer of vier, vijf. Gillen, brullen, schoppen, slaan. We snapten er niets van, want hij kon wel een uur in bad rondspartelen. De oplossing bracht z'n zusje, Loes. 'Hij is bang voor de douche omdat hij vroeger elke keer als hij in bed plaste onder de koude douche werd gezet!'

Matthijs plast nu nooit meer in bed. We praten er nog weleens over en vergeten is hij het niet. Maar of hij er nog steeds bang voor is ? 'Mamma', vroeg hij een tijdje geleden, 'zou mijn kleine broertje ook onder de koude douche moeten, als hij in z'n bed plast?'

Eetproblemen

Ook het eten lukte bij Loes en Matthijs niet erg in het begin, en nog steeds zijn het bepaald geen grote eters. We merkten al snel dat beiden van regelmaat hielden. Op vaste tijden eten, en 's avonds warm. Als we die volgorde niet aanhielden, wilden ze niet eten. Ze kauwden en kauwden, maar slikken, nee hoor. Ze kregen buikpijn, werden boos, misselijk, en regelmatig kwam de dweil er aan te pas. Toch praktisch, vinyl als vloerbedekking. Aangeven waarom kunnen ze nog steeds niet. 'Ik ben bang,' zeggen ze weleens. Waarvoor? Dat weten ze niet. 'Gewoon bang.' Je kunt ze gerust proberen te stellen, maar dat helpt lang niet altijd. Ze zijn echt bang. Op zich zijn moeizame eters in huis niet zo'n groot probleem. Veel erger is het, als we eens een dag met z'n allen op stap gaan. Allebei vinden ze dat prachtig. Totdat we gaan picknicken. Dan krijgt vooral Loes ineens een wilde blik in haar ogen. Soms gaat ze gillen, schoppen. Ze is nauwelijks rustig te krijgen. Ze wil beslist niet eten. Ze geeft al over, voor ze een hap in de mond heeft. En wat we ook proberen, het helpt niet. Pas als je haar lange tijd vasthoudt, rustig praat en streelt, wordt ze weer kalm. Thuisgekomen is het over. Dan wordt de achterstand ook meteen ingehaald.

Naar een restaurant, een cafetaria, de Chinees of naar McDonald's gaan is ook een crime. Ze zijn dan zo mogelijk nog angstiger. We hebben al heel wat keren timide om een doek en een emmertje sop moeten vragen. Beiden krijgen die angstige blik in de ogen, zodra we naar binnen gaan. Ze doen heus wel hun best om gezellig mee te eten, maar heel vaak gaat het fout.

Angst is de oorzaak

We zijn eens terug gaan kijken. Als één van ons bij hen is, is het geen probleem, als we samen zijn, gaat het geheid mis. Dat sterkt ons in de overtuiging, dat we de oorzaak van hun angst kennen. Al een hele tijd vermoeden we het. En we raken steeds meer overtuigd. Toen Loes en Matthijs bij ons kwamen, was zij op haar zeventiende plek en Matthijs (één jaar oud) op z'n twaalfde. Steeds maar weer van vader naar moeder, naar grootouders, naar opvanghuizen, enzovoort. Wellicht werden veel van die wisselingen voorbereid op neutraal terrein. Geen wonder dat je daar niet ontspannen zit te eten.

Toch blijven we op pad gaan met ze. Ook de Chinees en McDonald's verdwijnen niet achter de horizon. Eens zullen ze toch het vertrouwen moeten krijgen, dat ze na het eten weer gewoon mee naar huis gaan.