Het Centrum voor Pleegzorg
Zuid-Holland Zuid en Noord bereidt sinds 1991 aspirant
pleegouders voor met het STAP-programma. Voor jongere
kinderen wordt een aparte kinderbijeenkomst
georganiseerd. Het programma hiervoor is gebaseerd op
ervaringen met soortgelijke bijeenkomsten en biedt
kinderen op een speelse manier de gelegenheid na te
denken over de komst van een pleegkind. Voor ouders is
het een aanzet om er met hun kinderen thuis verder over
door te praten. Susan van Trierum is enthousiast over
haar bijeenkomsten.
Ons programma is geschikt voor kinderen in de
basisschool-leeftijd. Voor oudere kinderen organiseren we
&endash bij voldoende belangstelling &endash een
tienerbijeenkomst. De kinderen krijgen persoonlijk een
uitnodiging voor de bijeenkomst. Dat is niet het eerste
contact, want vaak is bij het eerste huisbezoek al even
kennis met hen gemaakt. Het programma biedt verschillende
activiteiten om met de kinderen tot nadenken te komen.
Afhankelijk van de samenstelling van de groep, leeftijd,
grootte enzovoort, wordt hieruit een keuze gemaakt.
Een van de onderdelen op het programma is
verhuizen. Verhuizen geeft veel stof tot nadenken. Wat
gebeurt er als je gaat verhuizen, en hoe vindt je het als
je plotseling niet alleen naar een ander huis, maar ook
nog eens naar een andere moeder moet verhuizen? Wat zijn
de gewoontes en regels in jullie gezin?
Al deze zaken komen in een spel aan de orde. Hiervoor
worden de kinderen in twee groepjes verdeeld. Elk groepje
vormt samen met een moeder (een begeleider), een 'gezin'.
Dit gezin kiest een familienaam en als ze het leuk
vinden, mogen de kinderen ook hun eigen naam veranderen.
Met spulletjes, die ze in een winkeltje kunnen kopen,
gaat het gezin een huis gezellig inrichten. Dan komt een
echte fotograaf langs voor het familieportret. Daarna is
het tijd om een godenmaaltijd te eten: chips met mes en
vork. Deze maaltijd is een goed moment om als 'moeder'
met de kinderen in gesprek te gaan over de gewoontes
thuis. 'Eten jullie met mes en vork, wordt er gebeden
voor het eten, eten jullie aan tafel of bij de
televisie?'.
Op dit knusse moment komt de kinderverhuizer langs.
Hij heeft de opdracht om alle kinderen naar een ander
huis met een andere moeder te verhuizen. Niet alle
kinderen willen dat, ook al mogen ze het opnieuw gezellig
gaan maken. De meeste hebben er geen zin in. Ze vinden
vaak alles stom in het nieuwe huis inclusief de moeder.
We stoppen het spel en met alle kinderen spreken we
dan in aanwezigheid van de ouders door wat we hebben
gedaan. 'Hoe was het in het eerste gezin, en daarna in
het tweede?' 'Hoe zou een pleegkind het vinden om bij
jullie te komen wonen?' 'Hoe kan je een kind helpen om
zich bij jullie op je gemak te voelen?' Kinderen
onthouden meestal heel goed het gevoel wat deze middag
bij ze teweeg heeft gebracht, waardoor ze meer begrip
krijgen voor een pleegkind.
Een ander onderdeel op het programma is het
'touwtjesspel'. Met een bol wol worden de verschillende
relaties die een pleegkind heeft voorgesteld. Eén
kind is het pleegkind en staat in het midden. We gaan
deze touwtjes eerst maken, daarna doorknippen en sommige
weer met elkaar verbinden. Ook hebben we mooie grote
stoffen dobbelstenen, gemaakt door een pleegmoeder. Op de
vlakken zitten zakjes met een kaartje erin, waar iets
over pleegzorg op staat. Eén van de kinderen gooit
en leest voor of laat voorlezen wat er op het kaartje
staat en de anderen reageren hierop. Er zit snoep in het
zakje, dus alle kinderen willen gooien.
Onze ervaring is dat jonge kinderen de
kinderbijeenkomst erg leuk vinden. Kinderen vanaf een
jaar of 12 jaar voelen zich meer thuis op de
tienerbijeenkomst. Daar kunnen zij aan de hand van een
Engelstalige video vragen stellen over pleegzorg. Een
andere mogelijkheid is om tijdens de panelbijeenkomst van
de aspirant-pleegouders met tieners een aparte groep te
vormen, en ze een gesprek te laten hebben met een eigen
kind van pleegouders en een pleegkind.
Meestal horen we wel het één en
ander terug van de aspirant pleegouders over deze
bijeenkomsten. Sommige kinderen vertellen hun ouders dat
ze er tegenop zien om een pleegkind in huis te krijgen,
andere kinderen zijn dolenthousiast. Zowel voor ouders
als STAP-begeleiders geeft dit mogelijkheden om helder te
krijgen wat pleegzorg voor de eigen kinderen zal gaan
betekenen. Daarnaast kunnen begeleiders met ouders
bespreken welke sterke kanten er in het gezin zijn, en
waar de zorgen liggen voor wat betreft de eigen kinderen.
Onlangs vertelden pleegouders hoe hun zoon reageerde
op de eerste crisisplaatsing in het gezin. De juffrouw op
school, die op de hoogte was, vroeg aan zoonlief: 'Vind
je het niet moeilijk om voor een tijdje een pleegzus te
hebben?' Waarop hij vol overtuiging antwoordde: 'Nee,
hoor, maar we hebben ook goed geoefend!'