Marieke groeide op in een
groot gezin. Acht was zij, en enig kind, toen het eerste
pleegzusje kwam. Daarna volgden er nog drie. Inmiddels is
zij volwassen, getrouwd en heeft een drukke werkkring.
MOBIEL kijkt met haar terug op een jeugd vol
pleegkinderen. Hoe heeft zij dat ervaren? Voelde zij zich
gekend in de beslissingen van haar ouders die toch ook
haar eigen leven raakten?
Toen er sprake was van de komst van
een eerste pleegkind leek het Marieke vooral leuk om een
speelkameraadje te krijgen. 'De eerste plaatsingen heb ik
vrij bewust meegemaakt. Er werd wel met mij over
gesproken, maar het besluit om voor pleegkinderen te gaan
zorgen was eigenlijk al door mijn ouders genomen. Ik vind
het ook een goede zaak dat kinderen geen inspraak krijgen
in zo'n beslissing.'
Een speelkameraadje is haar pleegzus
echter nooit geworden. Sporten, school, vriendinnen, er
waren weinig gezamenlijke interesses. 'Ik heb mijn
pleegzusje gewoon geaccepteerd omdat ze erbij hoorde,
maar we hadden weinig gemeenschappelijks.'
Een paar jaar later kwam er een
pleegbroertje. Pleegbroer en -zus konden het samen goed
vinden en vormden nogal eens een front tegen Marieke.
'Daar had ik weinig last van, ik was gewend mijn eigen
gang te gaan. Maar ik heb het altijd heel vervelend
gevonden voor mijn ouders dat de pleegkinderen in het
gezin zoveel aandacht vroegen, bijvoorbeeld als een van
hen het dagje uit flink verpestte door vooraf een hele
scène te maken.'
Toen Marieke een puber was, ging de
familie weer naar het kindertehuis om kennis te maken met
het derde pleegkind. 'Ik weet nog heel goed dat ik in het
kindertehuis een jongetje zag, die leek me heel leuk als
pleegbroer, maar het werd een klein pleegzusje. Toch heb
ik met haar een echte "oudere zus band" opgebouwd, zelfs
uiterlijk lijken we op elkaar.' Wel stoorde zij zich
opnieuw aan de aandacht die het nieuwe zusje vroeg van
haar ouders, maar aan de ander kant 'gaf dat mij toen ook
meer vrijheid.' En welke puber heeft daar bezwaar tegen?
Marieke vindt niet dat al die aandacht
voor de pleegkinderen ten koste van haarzelf is gegaan.
'Mijn ouders hebben voor mij altijd aandacht, een
luisterend oor gehad en maakten genoeg tijd voor mij
vrij. Ik ben nooit zo jaloers geweest op mijn pleegzussen
en -broer. Ik denk dat dat omgekeerd wel gegolden heeft
en misschien nog steeds geldt voor een van mijn
pleegzusjes. Zij heeft altijd gevonden dat ik
voorgetrokken werd.' Dat brengt ons gelijk op de vraag of
de familie in de beleving van Marieke nu ook een echt
gezin was, met voor iedereen gelijke posities. Een vraag
die tot enig nadenken stemt en gevoelig ligt aldus
Marieke. 'Mijn ouders hebben er in ieder geval op
gehamerd dat iedereen gelijk was. Ik heb het ook altijd
over mijn zusjes en mijn broer. Vrienden vinden dat wel
eens gek, maar voor mij zijn ze dat. Ze horen er helemaal
bij.'
Terugkijkend op haar jeugd heeft
Marieke vooral moeite met alle aandacht die de
verschillende plaatsingen van haar ouders opeisten. Ze
heeft het hier vaak met hen over gehad, maar haar ouders
geven aan dat ze hiervoor gekozen hebben en dat ze het
pleegouderschap ook erg leuk vinden. Zelf koos ze na haar
afstuderen voor een universitaire loopbaan die moeilijk
te combineren is met een (pleeg)-gezin. 'Ik sta zeker
positief tegenover het pleegouderschap, maar het is niks
voor mij. Pleegkinderen hebben recht op tijd en aandacht
en die kan ik hen voorlopig niet geven.'