artikel uit Mobiel 6, december 1998

'Wat mij betreft horen ze er helemaal bij'

Door Marijke Cnossen en Kees Vreeburg

Marieke groeide op in een groot gezin. Acht was zij, en enig kind, toen het eerste pleegzusje kwam. Daarna volgden er nog drie. Inmiddels is zij volwassen, getrouwd en heeft een drukke werkkring. MOBIEL kijkt met haar terug op een jeugd vol pleegkinderen. Hoe heeft zij dat ervaren? Voelde zij zich gekend in de beslissingen van haar ouders die toch ook haar eigen leven raakten?

Toen er sprake was van de komst van een eerste pleegkind leek het Marieke vooral leuk om een speelkameraadje te krijgen. 'De eerste plaatsingen heb ik vrij bewust meegemaakt. Er werd wel met mij over gesproken, maar het besluit om voor pleegkinderen te gaan zorgen was eigenlijk al door mijn ouders genomen. Ik vind het ook een goede zaak dat kinderen geen inspraak krijgen in zo'n beslissing.'

Een speelkameraadje is haar pleegzus echter nooit geworden. Sporten, school, vriendinnen, er waren weinig gezamenlijke interesses. 'Ik heb mijn pleegzusje gewoon geaccepteerd omdat ze erbij hoorde, maar we hadden weinig gemeenschappelijks.'

Een paar jaar later kwam er een pleegbroertje. Pleegbroer en -zus konden het samen goed vinden en vormden nogal eens een front tegen Marieke. 'Daar had ik weinig last van, ik was gewend mijn eigen gang te gaan. Maar ik heb het altijd heel vervelend gevonden voor mijn ouders dat de pleegkinderen in het gezin zoveel aandacht vroegen, bijvoorbeeld als een van hen het dagje uit flink verpestte door vooraf een hele scène te maken.'

Toen Marieke een puber was, ging de familie weer naar het kindertehuis om kennis te maken met het derde pleegkind. 'Ik weet nog heel goed dat ik in het kindertehuis een jongetje zag, die leek me heel leuk als pleegbroer, maar het werd een klein pleegzusje. Toch heb ik met haar een echte "oudere zus band" opgebouwd, zelfs uiterlijk lijken we op elkaar.' Wel stoorde zij zich opnieuw aan de aandacht die het nieuwe zusje vroeg van haar ouders, maar aan de ander kant 'gaf dat mij toen ook meer vrijheid.' En welke puber heeft daar bezwaar tegen?

Marieke vindt niet dat al die aandacht voor de pleegkinderen ten koste van haarzelf is gegaan. 'Mijn ouders hebben voor mij altijd aandacht, een luisterend oor gehad en maakten genoeg tijd voor mij vrij. Ik ben nooit zo jaloers geweest op mijn pleegzussen en -broer. Ik denk dat dat omgekeerd wel gegolden heeft en misschien nog steeds geldt voor een van mijn pleegzusjes. Zij heeft altijd gevonden dat ik voorgetrokken werd.' Dat brengt ons gelijk op de vraag of de familie in de beleving van Marieke nu ook een echt gezin was, met voor iedereen gelijke posities. Een vraag die tot enig nadenken stemt en gevoelig ligt aldus Marieke. 'Mijn ouders hebben er in ieder geval op gehamerd dat iedereen gelijk was. Ik heb het ook altijd over mijn zusjes en mijn broer. Vrienden vinden dat wel eens gek, maar voor mij zijn ze dat. Ze horen er helemaal bij.'

Terugkijkend op haar jeugd heeft Marieke vooral moeite met alle aandacht die de verschillende plaatsingen van haar ouders opeisten. Ze heeft het hier vaak met hen over gehad, maar haar ouders geven aan dat ze hiervoor gekozen hebben en dat ze het pleegouderschap ook erg leuk vinden. Zelf koos ze na haar afstuderen voor een universitaire loopbaan die moeilijk te combineren is met een (pleeg)-gezin. 'Ik sta zeker positief tegenover het pleegouderschap, maar het is niks voor mij. Pleegkinderen hebben recht op tijd en aandacht en die kan ik hen voorlopig niet geven.'