Pleegouders Herman en Lies
getuigen van de verwarring over hun verschillende
gevoelens voor hun kinderen en pleegkinderen. Voor de
meeste ouders zijn deze verschillen inderdaad zeer
confronterende ervaringen die met schuldgevoelens beladen
zijn. Het is verstandig daarover te praten met andere
opvoeders en begeleiders.
Zijn deze verwarrende gevoelens
exclusief voor pleegouders?
Ik denk het niet. Alle ouders
koesteren uiteenlopende gevoelens voor hun kinderen. Met
elk kind is de band weer anders. 'Het is niet een kwestie
van minder of meer', zoals Herman en Lies zeggen.
Gevoelens voor pleegkinderen zijn begrensd; pleegkinderen
kunnen ver gaan in hun behoefte bewezen te krijgen dat ze
niet weer aan de kant worden gezet. Daarom is het
verstandig enige reserve te behouden en te beseffen dat
het pleegkind een eigen aard en 'rijke' geschiedenis
heeft. Maar stellen eigen kinderen hun ouders soms ook
niet voor raadsels?
Lies zegt het al, 'je houdt van elk
kind anders'.
Het is misschien goed daarbij te
bedenken dat kinderen bijzonder gevoelig zijn voor de
verdeling van de aandacht door hun ouders. Pleegkinderen
zijn heus niet de enigen die jaloers zijn op hun brusjes.
Ik ken het verhaal van een moeder die steeds de deur van
de kinderkamer op slot moest doen uit angst voor de
represailles van het oudste kind.
Deze gevoeligheid heeft te maken met
de opdracht die elk kind heeft om het verschil tussen
mensen te accepteren. De essentie van Freuds beruchte
observaties over penisnijd en castratieangst is de angst
van het kind niet te zijn zoals de ander. Het meisje
denkt dat ze iets verloren heeft, de jongen is bang dat
hij iets zal verliezen. De ontwikkelingsopdracht van
beiden is hun eigen specifieke identiteit te ontwikkelen
door het verschil met ander te accepteren. Elk kind heeft
de neiging zich minderwaardig te voelen omdat het anders
is dan anderen.
Het is dus niet vreemd dat elk kind
gevoelig is voor de verdeling van de ouderlijke liefde,
die huns inziens een graadmeter is voor hun waardigheid.
Natuurlijk ligt het voor pleegkinderen gevoeliger; zij
voelen zich wellicht sneller achtergesteld omdat ze
slechte ervaringen hebben door ouderlijke liefdeloosheid.
Het recept voor deze kinderen lijkt mij echter hetzelfde
als bij 'gewone' kinderen: het kind erop wijzen dat er
een brusje bijkomt en dat dat een verrijking is van zijn
leven en dat hij er goed voor moet zorgen. En natuurlijk
het kind wijzen op de grote hoeveelheid ouderliefde die
voor hem/haar aanwezig is.
Dan nog iets. Ouders moeten zich niet
laten verleiden tot vergelijkingen tussen hun kinderen.
Liefde is in de eerste plaats niet te meten en ouderlijke
liefde is niet exclusief. Zoals we van kinderen niet
mogen vragen welke van hun ouders en pleegouders hen het
liefst is, hoeven (pleeg)ouders niet te antwoorden op de
vraag wie van de kinderen ze het liefst vinden.
Dergelijke vragen veroorzaken loyaliteitsconflicten. Op
de vraag of je van een kind houdt is maar
één ideaal antwoord mogelijk: 'vreselijk
veel, en ik hoop dat je het genoeg vindt'.