artikel uit Mobiel 6, december 1998

Verwarrende gevoelens niet exclusief voor pleegouders

Door Carol van Nijnatten

Pleegouders Herman en Lies getuigen van de verwarring over hun verschillende gevoelens voor hun kinderen en pleegkinderen. Voor de meeste ouders zijn deze verschillen inderdaad zeer confronterende ervaringen die met schuldgevoelens beladen zijn. Het is verstandig daarover te praten met andere opvoeders en begeleiders.

Zijn deze verwarrende gevoelens exclusief voor pleegouders?

Ik denk het niet. Alle ouders koesteren uiteenlopende gevoelens voor hun kinderen. Met elk kind is de band weer anders. 'Het is niet een kwestie van minder of meer', zoals Herman en Lies zeggen. Gevoelens voor pleegkinderen zijn begrensd; pleegkinderen kunnen ver gaan in hun behoefte bewezen te krijgen dat ze niet weer aan de kant worden gezet. Daarom is het verstandig enige reserve te behouden en te beseffen dat het pleegkind een eigen aard en 'rijke' geschiedenis heeft. Maar stellen eigen kinderen hun ouders soms ook niet voor raadsels?

Lies zegt het al, 'je houdt van elk kind anders'.

Het is misschien goed daarbij te bedenken dat kinderen bijzonder gevoelig zijn voor de verdeling van de aandacht door hun ouders. Pleegkinderen zijn heus niet de enigen die jaloers zijn op hun brusjes. Ik ken het verhaal van een moeder die steeds de deur van de kinderkamer op slot moest doen uit angst voor de represailles van het oudste kind.

Deze gevoeligheid heeft te maken met de opdracht die elk kind heeft om het verschil tussen mensen te accepteren. De essentie van Freuds beruchte observaties over penisnijd en castratieangst is de angst van het kind niet te zijn zoals de ander. Het meisje denkt dat ze iets verloren heeft, de jongen is bang dat hij iets zal verliezen. De ontwikkelingsopdracht van beiden is hun eigen specifieke identiteit te ontwikkelen door het verschil met ander te accepteren. Elk kind heeft de neiging zich minderwaardig te voelen omdat het anders is dan anderen.

Het is dus niet vreemd dat elk kind gevoelig is voor de verdeling van de ouderlijke liefde, die huns inziens een graadmeter is voor hun waardigheid. Natuurlijk ligt het voor pleegkinderen gevoeliger; zij voelen zich wellicht sneller achtergesteld omdat ze slechte ervaringen hebben door ouderlijke liefdeloosheid. Het recept voor deze kinderen lijkt mij echter hetzelfde als bij 'gewone' kinderen: het kind erop wijzen dat er een brusje bijkomt en dat dat een verrijking is van zijn leven en dat hij er goed voor moet zorgen. En natuurlijk het kind wijzen op de grote hoeveelheid ouderliefde die voor hem/haar aanwezig is.

Dan nog iets. Ouders moeten zich niet laten verleiden tot vergelijkingen tussen hun kinderen. Liefde is in de eerste plaats niet te meten en ouderlijke liefde is niet exclusief. Zoals we van kinderen niet mogen vragen welke van hun ouders en pleegouders hen het liefst is, hoeven (pleeg)ouders niet te antwoorden op de vraag wie van de kinderen ze het liefst vinden. Dergelijke vragen veroorzaken loyaliteitsconflicten. Op de vraag of je van een kind houdt is maar één ideaal antwoord mogelijk: 'vreselijk veel, en ik hoop dat je het genoeg vindt'.