artikel uit Mobiel 6, december 1998

Anders in verbondenheid, anders in intensiteit

Door Nelleke Visscher
hoofdredacteur Mobiel

Herman en Lies waren nog maar net klaar met hun opleiding toen pleegzoon Karst van elf kwam. 'Wij hebben altijd tegen elkaar gezegd als er plaats en ruimte voor is, willen wij ook wel voor andere kinderen zorgen. Na onze studie zijn wij dan ook heel bewust begonnen aan pleegzorg. Aan eigen kinderen dachten we toen nog niet. Toen Lea werd geboren was Karst al in de puberteit'. Inmiddels is het gezin uitgebreid met pleegdochter Cindy en zoon Bob. Gaandeweg ontdekten Lies en Herman bij zichzelf een verschil in de gevoelens die zij koesterden voor hun kinderen en pleegkinderen. Aan MOBIEL vertelden zij welke moeite het hen kostte om die verwarrende gevoelens een plek te geven in hun leven.

Wanneer merkten jullie dat er verschil was tussen jullie gevoelens voor Karst en Lea?

Herman vertelt hierover: 'Dat kwam niet plotseling in de zin van: mijn eigen kind is totaal anders, maar wel realiseerde ik me steeds meer dat de band met mijn eigen kind emotioneel anders voelt. Het is heel lastig om dat gevoel onder woorden te brengen. Ik kan het misschien het beste met een voorbeeld illustreren. Een paar jaar geleden werd ik opgebeld met het bericht dat ik naar huis moest komen omdat mijn kind plotseling in het ziekenhuis was beland. Ik kon niet eens vragen wie van de vier. Onderweg spookten vooral Lea en Bob door mijn hoofd. Toen ik hoorde dat het Cindy was viel er iets van me af. Daar schrok ik enorm van, maar ik besefte op dat moment: het is dus anders, anders in de verbondenheid en anders in de intensiteit van de betrokkenheid.

Je leeft met je pleegkind mee, je wilt je volledig voor hem of haar inzetten, maar het is toch anders. Als ik er over nadenk zie ik dat ook op kleinere, andere momenten terug, maar dit moment maakte het voor mij wel heel erg, bijna pijnlijk, duidelijk.'

Lies zegt dat zij in het begin dit groeiende gevoel bij zichzelf heel lang weet 'aan het feit dat je met een puber nou eenmaal een andere relatie hebt dan met een baby. Bovendien was Karst al groter toen hij bij ons kwam wonen, droeg al een heel verleden met zich mee en was daardoor vaak moeilijk en stug in de omgang. In die tijd heb ik hem &endash misschien onbewust &endash wel bijna meer in de lijn van mijn eigen broers een zussen gezien.

Na Lea's geboorte merkte ik wel dat mijn gevoel voor haar veel ongecompliceerder was dan voor Karst. Met Lea kon ik gewoon lekker knuffelen, werd de band steeds hechter. Met Karst belandden we toen eigenlijk in de beginfase van het losmakingproces, van afstand nemen en volwassen worden.'

Kon je een verklaring vinden voor dat verschil?

Lies: 'Ik heb nooit gedacht "dit komt omdat de een een eigen kind is en de ander niet". Ik heb altijd gevonden dat Karst en Cindy &endash net als alle kinderen &endash er recht op hebben dat er onvoorwaardelijk van hen wordt gehouden, alleen: ik kan dat gevoel niet in die mate voor hen opbrengen. Lea en Bob zijn een deel van mezelf, zo voel ik dat, maar juist dàt gevoel heb ik niet bij Karst en Cindy.

Het heeft me altijd enorm veel verdriet gedaan dat er niemand op de wereld is die deze gevoelens voor Karst en Cindy heeft. Dat vind ik echt heel erg, maar het is een gegeven en ik kan dat niet veranderen. Het heeft niks te maken met het ontbreken van de bloedband, het is gewoon anders, maar niet minder.

Ik kan het verschil voor mezelf dus wel verklaren, maar ik heb me er ook vaak vreselijk schuldig over gevoeld.'

Hoe 'anders' ervaren jullie die relatie?

Herman zegt hierover: 'Dat eigene en vanzelfsprekende in het contact met je eigen kind is er niet in de relatie met je pleegkind. Er is vaak iets van een geremdheid in het contact, je denkt er veel meer over na, je bent minder spontaan in het uiten van je emoties. Dat speelt bij ons allebei, ieder op een geheel eigen manier, maar ook bij de pleegkinderen. Cindy is soms heel erg verdrietig en moeilijk te troosten. Laatst zei ze vol trots: "het is me gelukt dat jullie negen minuten een arm om me heen hebben gehouden". Zij voelt die geremdheid dus kennelijk ook bij zichzelf. Maar het blijft toch wel wrang klinken uit de mond van een kind van 12.'

Lies: 'Karst heeft altijd heel goed in de gaten gehouden hoe wij met Lea omgingen, hoe de aandacht werd verdeeld. Toen Lea net geboren was voelde ik me bijna bekeken door hem en geremd wanneer ik haar knuffelde. Ik had het gevoel dat ik voortdurend mijn eigen spontaniteit moest indammen.'

Hoe gaan jullie met die &endash toch tamelijk ingewikkelde &endash gevoelens om in de praktijk van alledag?

'Het zijn inderdaad ingewikkelde gevoelens, maar ze zijn ook niet onoverkomelijk', zegt Lies, 'al heb ik in mijn slechtste momenten ook wel eens gedacht: het kàn ook niet, zorgen voor het kind van een ander.'

Herman voegt hier aan toe: 'Het is heel belangrijk de gevoelens die bovenkomen te accepteren en niet te verdringen of te overschreeuwen. Pleegouders zijn misschien geneigd te denken dat deze gevoelens niet mogen en er dus ook niet zijn. Terwijl je juist hier goed naar jezelf moet luisteren en er met je begeleider of een vertrouwd iemand over moet praten. Als je je ervan bewust bent dat je gevoelens voor je pleegkind een bepaalde grens hebben en dat accepteert, kun je dat leren te hanteren.'

Lies heeft in al die jaren geleerd 'dat er verschillende soorten liefde bestaan. Zo hou ik van een pleegkind anders dan van mijn eigen kind. En dat mag ook wel, alleen duurt dat soms een tijdje voordat je dat zelf accepteert. Maar op het moment dat je je dat bewust bent, kun je ook leren er mee om te gaan. Je wordt er dan niet meer zo door overspoeld, blijft beter overeind en je doet het kind niet tekort.'

Die verschillende gevoelens kun je dus inpassen in je leven?

Lies: 'Zeker, en in onze beste momenten voel ik dat er van die "vonkjes" overspringen en dan geniet ik ook van de gedachte: "wij kunnen een kind van een ander ruimte en aandacht bieden". Vroeger wilde ik ontwikkelingswerker worden, dat is er niet van gekomen en hier in het noorden des lands ook niet urgent. Maar toch heb ik met de zorg voor pleegkinderen naar mijn gevoel een zekere invulling kunnen geven aan de joodse uitdrukking "wie een mens redt, heeft de hele wereld gered". Ik kan op deze manier in mijn eigen kleine omgeving iets doen, en het is vaak roerend om te ervaren wat je er van de kinderen voor terugkrijgt. Dat samen geeft ons een enorme voldoening.'

Is er in de voorbereiding ook voldoende aandacht voor die verwarring in gevoelens die pleegzorg bij je teweeg kan brengen?

Herman: 'Waarschijnlijk wordt er wel aandacht aan besteed, maar op dat moment is het meer theorie, terwijl als je het ervaart het toch veel meer je eigen verhaal is. De onvoorwaardelijkheid en vanzelfsprekendheid bij pleegkinderen ligt anders, en dat is eigenlijk iets wat voortdurend aanwezig is. Ik vraag me af of je je hier echt op kunt voorbereiden.'

Kunnen jullie je voorstellen dat er grenzen zijn aan het investeren van gevoelens door pleegouders?

Herman: 'Ik kan me echt voorstellen dat je tegen grenzen aan loopt, bijvoorbeeld bij agressief gedrag of wanneer een kind totaal onbereikbaar is. Daar moet je serieus naar kijken. Misschien zeg je in eerste instantie: dan moet ik die grens anders leggen, maar het kan ook zijn dat de zorg voor het pleegkind je leven te veel bepaalt en dat je te veel van jezelf in moet leveren. Als je dat echt niet wilt moet je eerlijk zijn, daar heeft iedereen het meeste aan.'

Lies zegt dat zij zelf soms dicht tegen die grens aan hebben gezeten met een van de pleegkinderen. 'Maar het gekke is dat door heel duidelijk die grens aan te geven, er een keerpunt kwam. Het leek wel alsof de situatie toen werd vlot getrokken.'

Beiden hebben ondervonden dat 'je het misschien nog het beste redt wanneer je jezelf de gedachte toestaat dat je een voortdurende gast in huis hebt, een langdurige heel goede logé. Je moet dan met iets minder genoegen nemen dan de idealen waarmee je er aan begon, maar dan kun je het misschien langer volhouden.' Na al die jaren pleegzorg is hun nuchtere en realistische kijk op de gevoelens die de zorg voor pleegkinderen bij je teweeg kan brengen bijna spreekwoordelijk : 'Begin met een minimum, bekijk wat je samen op kunt bouwen, en alles wat het méér wordt is meegenomen, dat is prachtig.'