Herman en Lies waren nog
maar net klaar met hun opleiding toen pleegzoon Karst van
elf kwam. 'Wij hebben altijd tegen elkaar gezegd als er
plaats en ruimte voor is, willen wij ook wel voor andere
kinderen zorgen. Na onze studie zijn wij dan ook heel
bewust begonnen aan pleegzorg. Aan eigen kinderen dachten
we toen nog niet. Toen Lea werd geboren was Karst al in
de puberteit'. Inmiddels is het gezin uitgebreid met
pleegdochter Cindy en zoon Bob. Gaandeweg ontdekten Lies
en Herman bij zichzelf een verschil in de gevoelens die
zij koesterden voor hun kinderen en pleegkinderen. Aan
MOBIEL vertelden zij welke moeite het hen kostte om die
verwarrende gevoelens een plek te geven in hun
leven.
Wanneer merkten jullie dat er
verschil was tussen jullie gevoelens voor Karst en
Lea?
Herman vertelt hierover: 'Dat kwam
niet plotseling in de zin van: mijn eigen kind is totaal
anders, maar wel realiseerde ik me steeds meer dat de
band met mijn eigen kind emotioneel anders voelt. Het is
heel lastig om dat gevoel onder woorden te brengen. Ik
kan het misschien het beste met een voorbeeld
illustreren. Een paar jaar geleden werd ik opgebeld met
het bericht dat ik naar huis moest komen omdat mijn kind
plotseling in het ziekenhuis was beland. Ik kon niet eens
vragen wie van de vier. Onderweg spookten vooral Lea en
Bob door mijn hoofd. Toen ik hoorde dat het Cindy was
viel er iets van me af. Daar schrok ik enorm van, maar ik
besefte op dat moment: het is dus anders, anders in de
verbondenheid en anders in de intensiteit van de
betrokkenheid.
Je leeft met je pleegkind mee, je wilt
je volledig voor hem of haar inzetten, maar het is toch
anders. Als ik er over nadenk zie ik dat ook op kleinere,
andere momenten terug, maar dit moment maakte het voor
mij wel heel erg, bijna pijnlijk, duidelijk.'
Lies zegt dat zij in het begin dit
groeiende gevoel bij zichzelf heel lang weet 'aan het
feit dat je met een puber nou eenmaal een andere relatie
hebt dan met een baby. Bovendien was Karst al groter toen
hij bij ons kwam wonen, droeg al een heel verleden met
zich mee en was daardoor vaak moeilijk en stug in de
omgang. In die tijd heb ik hem &endash misschien
onbewust &endash wel bijna meer in de lijn van mijn
eigen broers een zussen gezien.
Na Lea's geboorte merkte ik wel dat
mijn gevoel voor haar veel ongecompliceerder was dan voor
Karst. Met Lea kon ik gewoon lekker knuffelen, werd de
band steeds hechter. Met Karst belandden we toen
eigenlijk in de beginfase van het losmakingproces, van
afstand nemen en volwassen worden.'
Kon je een verklaring vinden
voor dat verschil?
Lies: 'Ik heb nooit gedacht "dit komt
omdat de een een eigen kind is en de ander niet". Ik heb
altijd gevonden dat Karst en Cindy &endash net als alle
kinderen &endash er recht op hebben dat er
onvoorwaardelijk van hen wordt gehouden, alleen: ik kan
dat gevoel niet in die mate voor hen opbrengen. Lea en
Bob zijn een deel van mezelf, zo voel ik dat, maar juist
dàt gevoel heb ik niet bij Karst en
Cindy.
Het heeft me altijd enorm veel
verdriet gedaan dat er niemand op de wereld is die deze
gevoelens voor Karst en Cindy heeft. Dat vind ik echt
heel erg, maar het is een gegeven en ik kan dat niet
veranderen. Het heeft niks te maken met het ontbreken van
de bloedband, het is gewoon anders, maar niet minder.
Ik kan het verschil voor mezelf dus
wel verklaren, maar ik heb me er ook vaak vreselijk
schuldig over gevoeld.'
Hoe 'anders' ervaren jullie
die relatie?
Herman zegt hierover: 'Dat eigene en
vanzelfsprekende in het contact met je eigen kind is er
niet in de relatie met je pleegkind. Er is vaak iets van
een geremdheid in het contact, je denkt er veel meer over
na, je bent minder spontaan in het uiten van je emoties.
Dat speelt bij ons allebei, ieder op een geheel eigen
manier, maar ook bij de pleegkinderen. Cindy is soms heel
erg verdrietig en moeilijk te troosten. Laatst zei ze vol
trots: "het is me gelukt dat jullie negen minuten een arm
om me heen hebben gehouden". Zij voelt die geremdheid dus
kennelijk ook bij zichzelf. Maar het blijft toch wel
wrang klinken uit de mond van een kind van 12.'
Lies: 'Karst heeft altijd heel goed in
de gaten gehouden hoe wij met Lea omgingen, hoe de
aandacht werd verdeeld. Toen Lea net geboren was voelde
ik me bijna bekeken door hem en geremd wanneer ik haar
knuffelde. Ik had het gevoel dat ik voortdurend mijn
eigen spontaniteit moest indammen.'
Hoe gaan jullie met die
&endash toch tamelijk ingewikkelde &endash gevoelens om
in de praktijk van alledag?
'Het zijn inderdaad ingewikkelde
gevoelens, maar ze zijn ook niet onoverkomelijk', zegt
Lies, 'al heb ik in mijn slechtste momenten ook wel eens
gedacht: het kàn ook niet, zorgen voor het kind
van een ander.'
Herman voegt hier aan toe: 'Het is
heel belangrijk de gevoelens die bovenkomen te accepteren
en niet te verdringen of te overschreeuwen. Pleegouders
zijn misschien geneigd te denken dat deze gevoelens niet
mogen en er dus ook niet zijn. Terwijl je juist hier goed
naar jezelf moet luisteren en er met je begeleider of een
vertrouwd iemand over moet praten. Als je je ervan bewust
bent dat je gevoelens voor je pleegkind een bepaalde
grens hebben en dat accepteert, kun je dat leren te
hanteren.'
Lies heeft in al die jaren geleerd
'dat er verschillende soorten liefde bestaan. Zo hou ik
van een pleegkind anders dan van mijn eigen kind. En dat
mag ook wel, alleen duurt dat soms een tijdje voordat je
dat zelf accepteert. Maar op het moment dat je je dat
bewust bent, kun je ook leren er mee om te gaan. Je wordt
er dan niet meer zo door overspoeld, blijft beter
overeind en je doet het kind niet tekort.'
Die verschillende gevoelens
kun je dus inpassen in je leven?
Lies: 'Zeker, en in onze beste
momenten voel ik dat er van die "vonkjes" overspringen en
dan geniet ik ook van de gedachte: "wij kunnen een kind
van een ander ruimte en aandacht bieden". Vroeger wilde
ik ontwikkelingswerker worden, dat is er niet van gekomen
en hier in het noorden des lands ook niet urgent. Maar
toch heb ik met de zorg voor pleegkinderen naar mijn
gevoel een zekere invulling kunnen geven aan de joodse
uitdrukking "wie een mens redt, heeft de hele wereld
gered". Ik kan op deze manier in mijn eigen kleine
omgeving iets doen, en het is vaak roerend om te ervaren
wat je er van de kinderen voor terugkrijgt. Dat samen
geeft ons een enorme voldoening.'
Is er in de voorbereiding ook
voldoende aandacht voor die verwarring in gevoelens die
pleegzorg bij je teweeg kan brengen?
Herman: 'Waarschijnlijk wordt er wel
aandacht aan besteed, maar op dat moment is het meer
theorie, terwijl als je het ervaart het toch veel meer je
eigen verhaal is. De onvoorwaardelijkheid en
vanzelfsprekendheid bij pleegkinderen ligt anders, en dat
is eigenlijk iets wat voortdurend aanwezig is. Ik vraag
me af of je je hier echt op kunt
voorbereiden.'
Kunnen jullie je voorstellen
dat er grenzen zijn aan het investeren van gevoelens door
pleegouders?
Herman: 'Ik kan me echt voorstellen
dat je tegen grenzen aan loopt, bijvoorbeeld bij
agressief gedrag of wanneer een kind totaal onbereikbaar
is. Daar moet je serieus naar kijken. Misschien zeg je in
eerste instantie: dan moet ik die grens anders leggen,
maar het kan ook zijn dat de zorg voor het pleegkind je
leven te veel bepaalt en dat je te veel van jezelf in
moet leveren. Als je dat echt niet wilt moet je eerlijk
zijn, daar heeft iedereen het meeste aan.'
Lies zegt dat zij zelf soms dicht
tegen die grens aan hebben gezeten met een van de
pleegkinderen. 'Maar het gekke is dat door heel duidelijk
die grens aan te geven, er een keerpunt kwam. Het leek
wel alsof de situatie toen werd vlot
getrokken.'
Beiden hebben ondervonden dat 'je het
misschien nog het beste redt wanneer je jezelf de
gedachte toestaat dat je een voortdurende gast in huis
hebt, een langdurige heel goede logé. Je moet dan
met iets minder genoegen nemen dan de idealen waarmee je
er aan begon, maar dan kun je het misschien langer
volhouden.' Na al die jaren pleegzorg is hun nuchtere en
realistische kijk op de gevoelens die de zorg voor
pleegkinderen bij je teweeg kan brengen bijna
spreekwoordelijk : 'Begin met een minimum, bekijk wat je
samen op kunt bouwen, en alles wat het méér
wordt is meegenomen, dat is prachtig.'