artikel uit Mobiel 6, december 1998Fantasie of toekomst Een futuristische kijk op de Voorzieningen voor Pleegzorg Door Riet Portengen De Voorzieningen voor Pleegzorg zijn de laatste jaren druk bezig geweest met reorganisaties en het 'optuigen' van de vernieuwde organisaties. Er bleef weinig tijd over voor de inhoudelijke ontwikkeling van het werk. Op de drempel van de 21e eeuw wordt de aandacht in die richting verlegd. De inhoudelijke vernieuwing zal de pleegzorg in zijn totaliteit moeten omvatten. Ouders, kinderen, pleegouders, de Voorzieningen voor Pleegzorg, kortom iedereen krijgt ermee te maken. Voor pleegouders zou dat wel eens kunnen betekenen dat zij als participant in de dienstverlening een actieve rol gaan spelen. Fantasie of toekomst? Van verandering naar vernieuwing De structurele veranderingen, met Voorzieningen voor Pleegzorg als resultaat, hebben zeker tot verbeteringen geleid. De pleegzorg profileert zich als 'vak apart' binnen de jeugdzorg, het staat op de agenda van de politiek, de professionalisering is ingezet en de pleegouders hebben een eigen begeleider. Deze veranderingen zijn echter niet gelijk op gegaan met de noodzakelijke inhoudelijke en methodische vernieuwingen. En dat is nu juist een voorwaarde om optimaal gebruik te maken van de ingezette veranderingen. Want willen organisaties in een dynamische omgeving efficiënt en effectief blijven werken dan moeten zij zich ontwikkelen tot 'lerende organisaties'. VVP als lerende organisatie In het voorjaar 1998 is het onderzoeksrapport 'Kennis leren ontwikkelen' (1) verschenen. Het rapport beschrijft in welke mate de onderzochte voorzieningen 'lerende organisaties' zijn en hoe professionals aankijken tegen de ontwikkeling van de beroepsgroep. De resultaten van het onderzoek laten redelijk grote verschillen zien tussen de VVP's, maar ook tussen de verschillende functies (directie, middenkader en pleegzorgwerkers). Alle VVP's scoren echter laag in het 'leren te leren'. Er zijn nauwelijks systemen binnen de voorzieningen waarin al werkend van elkaar wordt geleerd en nieuwe kennis wordt gecreëerd. Tijdgebrek en het ontbreken van op pleegzorg gerichte opleidingen worden als voornaamste redenen genoemd. Circulaire teams Een circulair team bestaat uit verschillende specialisten zoals selecteerders, begeleiders en secretariaat, en biedt mogelijkheden om snel op wensen en klachten van cliënten en andere participanten in te gaan. Circulaire teams vormen de kern van de organisatie en vragen een andere manier van denken, organiseren en van het management een nieuwe stijl van leidinggeven. Het resultaat is een lerende organisatie waar men niet alleen praat over kwaliteit, maar ook samen aan kwaliteit werkt, direct leert van ervaringen en deze direct vertaalt naar de organisatie. Men praat niet over, maar met pleegouders, ouders en kinderen. De visie op pleegzorg wordt geformuleerd vanuit hun perspectief. Deze manier van werken biedt mogelijkheden voor een toekomstscenario voor de pleegzorg in de 21e eeuw. Pleegzorg in de 21 eeuw OCentraal in dit scenario staat het verlenen van diensten aan ouders die gedeeltelijk, tijdelijk of helemaal niet kunnen zorgen voor hun kinderen. Dat scenario zou als volgt kunnen worden ingevuld. Van functies naar rollen MKwaliteit wordt door deze ontwikkeling niet meer bepaald door controle en beheersing van bovenaf, maar door interacteren en beheren van de teams. Dat betekent dat kwaliteit wordt bepaald door het team van ouders, pleegouders, kind, plaatser, VVP en andere betrokkenen. Zij vormen het zorgteam. Protocollen en procedures geven alleen de spelregels aan en waarborgen dat binnen de grenzen van de wet wordt gehandeld. Het team bepaalt de 'speelregels', wie welke rol speelt om de hulpvraag van de ouders en het kind te beantwoorden. Een voorbeeld is het contact tussen ouders en kind. Momenteel is dit de verantwoordelijkheid van de plaatser. Er staat echter nergens in de wet dat dit niet door een ander mag worden uitgevoerd. In bepaalde situaties kan een VVP, een oma of een predikant deze rol beter op zich nemen. Deze 'pleegzorg op maat' is alleen mogelijk, als alle medespelers hun rol kunnen definiëren vanuit de hulpvraag van de cliënten en de inhoud van de casus. Teams kern van de organisatie Zoals gezegd: circulaire teams vormen de kern van de VVP en rond ieder kind is een zorgteam geformeerd. Kenmerk van ieder team is diversiteit, brede inzetbaarheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het hele traject van zorgverlening. Een team heeft een vastgesteld aantal gezinnen dat zij moet begeleiden. De caseload voor de individuele pleegzorgwerker verdwijnt. Het team verdeelt met elkaar het werk. De teams hebben maximale zeggenschap om hun werk vorm te geven en zijn zelfsturend, werkend vanuit de pleegzorgvisie van hun organisatie. Informatie en communicatietechnologie In een lerende organisatie neemt de informatie- en communicatietechnologie een belangrijke plek in. Zo heeft Internet 24 uur de beschikking over de allernieuwste informatie. Ook zijn er vele toepassingen mogelijk om van en met elkaar te leren. Even advies vragen van andere pleegouders via e-mail, een discussiegroep starten over de visie op pleegzorg of antwoorden vinden op vragen via een databank waarin iedereen ervaringen kan vastleggen. Een computer met de benodigde programma's en cursussen behoort straks tot de standaarduitrusting van pleegouders. Methodiek- en organisatieontwikkeling Een methodiek ontwikkelen heeft alleen zin als de ontwikkeling van beleid en organisatie parallel lopen. Daarom worden aparte beleids-, methodiek- en implementatie-instituten opgeheven, en krijgen &endash ook zij &endash vorm in circulaire teams. Deze teams hebben een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de vernieuwing van de pleegzorg. Nieuwe methodieken, veranderingen in organisaties en beleidsplannnen beïnvloeden elkaar. Belangrijke sleutelwoorden hierbij zijn: diversiteit, inbreng en invloed vanuit alle perspectieven. Pleegouders hebben veel kennis, vaak opgebouwd door ervaring. Deze kennis is van onschatbare waarde voor de geschetste ontwikkelingen. De kunst is om deze kennis op zo'n manier in te zetten, dat anderen hiervan kunnen leren. Fantasie of toekomst? Een drugverslaafde moeder heeft een kindje van 9 maanden. Er is sprake van verwaarlozing. In een familiebijeenkomst is een plan opgesteld en aan de hulpverlening voorgelegd. De familie heeft besloten dat de grootvader voorlopig intrekt bij de moeder en borg staat voor de verzorging en veiligheid van het kind. In het weekend gaat het kind naar een tante om de grootvader wat op adem te laten komen. Voor de grootvader en de tante vraagt men ondersteuning door de VVP. Voor de grootvader omdat zijn opa-rol wordt uitgebreid tot mede-opvoeder. De tante vraagt zich af wat de invloed is op haar eigen kinderen als er ieder weekend een kindje bij komt. De moeder wil een afkickprogramma volgen, maar vindt het moeilijk om de stap te zetten. Een vriendin gaat haar ondersteunen in gesprekken met hulpverleners om een geschikt programma te vinden. De familie geeft ook aan behoefte te hebben aan een proefperiode van een half jaar. Als het allemaal niet lukt en de zorg te zwaar wordt, willen zij een pleeggezin uitzoeken waar het kindje op kan groeien. De mogelijkheden binnen de familie zijn beperkt. De kleine mag wat hen betreft dan bij 'vreemde' mensen gaan wonen, maar daar willen zij eerst wel uitgebreid mee kennis maken en bespreken op welke manier het kind tot hun familie kan blijven behoren. Noot Het onderzoeksrapport is verkrijgbaar tegen reproductie- en verzendkosten bij Riet Portengen, methodiek- en organisatieontwikkeling, Postbus 133, 1090 AC OUDERKERK a/d AMSTEL, tel. 020-4965935, e-mail sisku
|