artikel uit Mobiel 5, oktober 1998

Building networks: een reflectie van de pleegzorg

Door Nelleke Visscher
Met dank aan allen die een bijdrage leverden aan dit verslag.

In Nyíregyhàza in Hongarije, midden in Europa, vond eind augustus de Europese pleegzorgconferentie 1998 plaats. Een geografisch gezien ideale lokatie als je je als organisator ten doel stelt zoveel mogelijk mensen uit de pleegzorg, van oost naar west, aan het congres te laten deelnemen. Alleen al in dat opzicht was deze conferentie uniek en geslaagd. Want ze kwamen uit alle windstreken: de pleegouders, de ouders, de pleegkinderen en de werkers en de onderzoekers. Uit Roemenië, Bulgarije, Rusland, Finland, Amerika, kortom overal vandaan. Drie dagen lang gaven zij het centrale thema van de conferentie 'Building networks' gestalte in tientallen lezingen, workshops en meetings over pleegzorg.

Na twee jaar van voorbereiding woonden op 21 augustus j.l. zo'n 1000 deelnemers uit 33 landen de opening bij van de Europese IFCO in het bijzijn van Hongaarse prominenten en kopstukken uit de internationale pleegzorgwereld. Een feestelijke gebeuren, in een immense sportzaal waar de sfeer van voormalige partijbijeenkomsten nog voelbaar was. Gastvrij herbergde de oost-Hongaarse stad Nyíregyhàza (120.000 inwoners) deze drie dagen al deze conferentiegangers.
Bij de voorbereiding van deze pleegzorgconferentie is er een intensieve samenwerking geweest door Hongarije met Finland en Nederland. Daarmee werd het conferentie-thema 'Building networks' al vanaf het allereerste begin recht gedaan. Vervolgens werd dat in een hoog tempo voortgezet.
Tijdens de openingssessie in figuurlijke zin toen de congresgangers met bollen wol een waar netwerk van draden boven hun hoofden hadden geweven, en gedurende de conferentie in letterlijke zin op de vele bijeenkomsten, ontvangsten en, natuurlijk, in de wandelgangen. "Want 'Building networks' is een reflectie van het pleegzorgwerk: we kunnen veel van elkaars ervaringen leren", aldus Gerry MacAndrews, IFCO-president tijdens de openingssessie.

Uitwisseling van kennis en ervaringen

Die uitwisseling van kennis en ervaringen is voor iedereen en zeker voor de vele congresgangers uit de voormalige oostbloklanden een van de belangrijkste redenen geweest om naar Nyíregyhàza af te reizen. Aan beide is een enorme behoefte in deze landen. Kleinschalige pleegzorg staat er veelal nog in de kinderschoenen en de opbouw hiervan gebeurt vaak op particulier initiatief, soms met behulp van buitenlandse subsidies.
Het verhaal van Maria Ternovskaya, director van 'The Child Care training and research Center' uit Moskou is min of meer exemplarisch voor de vele organisatorische en vooral financiële obstakels waar de kleinschalige pleegzorg in voormalige oostbloklanden tegenaan loopt. Tot nog toe organiseerde de centrale overheid in de Russische Federatie de opvang van kinderen in grootschalige opvangtehuizen. Voor andere vormen van opvang is geen geld. Het initiatief om een project voor kleinschalige pleegzorg in Moskou op te zetten gedoogt de overheid min of meer. Het is een eerste begin van de de-institutionalisering van kinderen en loopt sinds 1994. De belangrijkste ontwikkelingen schetste Maria in haar workshop. Na drie jaar is enige ervaring opgebouwd met - inmiddels 57 - plaatsingen van kinderen in pleeggezinnen, is er een trainingsprogramma voor pleegouders ontwikkeld en heeft men een zorgplan voor (individuele) kinderen opgesteld. Een probleem is dat men werkt vanuit de bestaande instituties en de Russische bevolking koestert een groot wantrouwen tegenover overheidsinstellingen. Het is dus vooral zaak een nieuwe imago voor deze vorm van opvang van kinderen te creëren en daarin de onafhankelijke opstelling van het project en de pleegzorg in het bijzonder te benadrukken. Uiteindelijk moeten de veranderingen resulteren in een wetswijziging inzake kinderopvang die voor alle lidstaten van de Russische Federatie zal gaan gelden.
Door de recente oorlog in Bosnië-Herzegowina zijn veel kinderen wees of half-wees geworden. Deze kinderen verblijven momenteel in kindertehuizen. Samen met een Noorse hulporganisatie is er nu een initiatief tot pleegzorg genomen. Aangemelde kinderen plaatst men zo snel mogelijk door naar pleeggezinnen in het land. Het was indrukwekkend - en ook hoopgevend - om naar de daadkracht van deze groep te luisteren. In de Oekraïne is pleegzorg illegaal. Officieel bestaat het gewoonweg niet. Kinderen verblijven er in vaak schrijnende omstandigheden in enorme kindertehuizen. De workshop van de Oekraïners was eigenlijk in alle opzichten een schreeuw om hulp.

Emotionele oproep van ouders

Opvallend op de deelnemerslijst van deze conferentie was ook de aanwezigheid van ouders van pleegkinderen. Nina Sefzig en Sigrid Gust uit Duitsland vertelden hier over de moeizame weg die ouders in Duitsland soms moeten gaan nadat hun kind is geadopteerd of in een pleeggezin is geplaatst. Als vanaf het allereerste begin geen goede afspraken over contacten en bezoekregelingen zijn gemaakt kan het voorkomen dat een ouder zijn kind niet of nauwelijks ziet of er mee in contact kan blijven. In een wanhoopspoging om dit beter geregeld te krijgen hebben de ouders zich georganiseerd, en een netwerk door heel Duitsland opgezet van ouders die met dezelfde problemen te kampen hebben. Tijdens de workshop deden zij een emotionele oproep om hulp en ondersteuning van hun netwerk omdat het henzelf aan kennis en geld ontbreekt.
De Amerikaanse Myrna L. McNitt bevestigde in haar workshop het enorme belang voor het kind van een goed contact tussen ouders. 'Als je niet weet waar je vandaan komt, maakt het ook niet uit waar je heen gaat' Met, zoals zij dat noemde een 'open adoption', geef je het kind de gelegenheid het beste te halen uit de beide relaties.

There's no place like home

Een fel en betrokken betoog om kinderen die opvang nodig hebben zoveel mogelijk, en zo dicht mogelijk bij huis en familie op te vangen kwam van de Britse hoogleraar Spencer Millham. In zijn lezing met de titel 'There's no place like home', schetste hij hoe de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol heeft gespeeld in de opvattingen over de zorg voor kinderen die niet bij hun ouders op kunnen groeien. Na de oorlog waren er alleen al in Londen naar schatting 50.000 tot 60.000 kinderen die niet naar hun ouders terug konden keren. Was het voor die tijd heel gewoon dat deze kinderen in instellingen opgroeiden, na de oorlog kwam - onder druk van en ondersteund door wetenschappelijk onderzoek het accent te liggen op de zorg binnen de familie, al dan niet met ondersteuning. Onderzoek heeft uitgewezen hoe belangrijk de rol van de familie is en dat scheiding van kinderen van hun ouders alleen mag gebeuren in uiterste situaties 'wanneer niets beters voorhanden is', aldus professor Millham.

Het jongerenprogramma

De Nederlandse JiP was met zes jongeren vertegenwoordigd op deze IFCO en samen met de Finse JiP verantwoordelijk voor het jongerenprogramma. Tijdens de openingsceremonie voerden de jongeren een stukje op waarin ze vooral de jeugdige deelnemers welkom heetten en duidelijk maakten wat zij van de conferentie konden verwachten (nieuwe vrienden maken, misschien wel verliefd worden, kennismaken met andere jongerenorganisaties, fantaseren over de ideale maatschappelijk werkster etc.).
Esther Tijssen verzorgde drie workshops. De eerste ging over het opbouwen van nationale netwerken voor en door jongeren. In 'Levensverhaal' moesten deelnemers dit thema in relatie tot een pleegkind op een creatieve manier vormgeven. Het mocht van alles zijn: tekenen, een collage maken, een verhaal of gedicht schrijven. Het was leuk om te zien met hoeveel fantasie dat gebeurde.
In haar laatste workshop bogen de deelnemers zich over de ideale maatschappelijk werker. Humor, geduld en goed kunnen luisteren zijn de belangrijke eigenschappen zijn voor een maatschappelijk werker, daar waren zowel maatschappelijk werkers als jongeren het over eens. Met een spetterend theaterstuk sloten de jongeren hun gedeelte van het programma af.

Film en video

In het royale aanbod van 20 workshops op twee dagen was er ook één waarin films en video's werden getoond met pleegzorg als script-item. Voor sommige conferentiegangers een gelegenheid om even bij te komen van de lawine aan informatie, voor anderen een ontspannen manier om zich te laten informeren over interessante onderwerpen. De Hongaarse film 'The embryo' is van een dermate niveau dat de film ook op het filmfestival in Cannes is vertoond. Opvallend veel belangstelling was er voor de video 'Zie je mij' van de Nederlandse Truus Bakker over 'hechting'. Voor Finnen in ieder geval aanleiding om de film direct mee te nemen naar Finland. Dit was een van de vele aanwijzingen dat het thema van de conferentie volledig tot zijn recht is gekomen.
Bouwen aan netwerken, leren van elkaars ervaringen en zorgdragen voor kennisoverdracht, al deze elementen droeg de pleegzorgconferentie 1998 in zich. Voor een buitenstaander een kakelende massa misschien, met soms kenmerken van een Babylonische spraakverwarring, maar voor ons 'Building networks'. Een speciale ervaring, een waardevolle en geslaagde conferentie!

uit: Mobiel 5, oktober 1998

Wat vonden de pleegouders van de IFCO'98?

Op de conferentie in Nyíregyhàza waren nogal wat Nederlandse pleegouders. Drie dagen lang kozen zij uit een aanbod van workshops, meetings, lezingen, films, video en theater.
MOBIEL redacteuren (zelf ook pleegouder) peilden de meningen over het gebeuren met een kleine enquête. Wat vinden pleegouders van zo'n groots opgezette conferentie als de IFCO, wat steken zij ervan op en wat nemen zij ervan mee naar huis? Is het belangrijk voor pleegouders om naar zo'n bijeenkomst te gaan?
Dat laatste beantwoordden alle pleegouders die we er naar vroegen positief. Ze vonden over het geheel genomen de conferentie interessant. Misschien een iets te grote diversiteit aan onderwerpen, waarin bovendien het centrale thema 'Building Networks' niet altijd terug was te vinden, zo merkten zij op. Aan de andere kant gaf de conferentie zo ook voor 'elk wat wils'. Over de afwisseling van praktijkgerichte en theoretische onderwerpen was men te spreken. Veel nieuwe inzichten heeft men er niet opgedaan, dat geldt waarschijnlijk wel voor de Oost-Europese deelnemers, zo veronderstelde men. Wensen voor een volgende conferentie tekenden we ook op: de pleegouders zouden graag de rol en positie van eigen ouders eens centraal willen zien staan.
Tot slot signaleerden we een tevredenheid met de wijze waarop in Nederland de pleegzorg is georganiseerd, en ventileerden de pleegouders hun bewondering voor de organisatoren van deze conferentie.

International Foster Care Conference 2001 in Nederland!

De Nederlandse pleegzorg organiseert in 2001 de mondiale IFCO-conferentie. In Hongarije, waar deze beslissing bekend werd gemaakt door het internationale bestuur van de IFCO, ging een klein hoera op in de Nederlandse gelederen. Het Nederlandse 'bidboek' met het organisatievoorstel rondom het thema 'An Odyssee through Foster Care' won het van de Argentijnse en Amerikaanse voorstellen.
De conferentie wordt gehouden van 24 t/m 28 juli en de eerste contouren van het programma tekenen zich al af. Centraal zullen staan de onderwerpen: pleegzorg als teamwerk, veranderende samenlevingsverbanden en de gevolgen voor de pleegzorg, en toekomstige ontwikkelingen in de pleegzorg. Natuurlijk is er ook een cultureel programma. Alhoewel er nog een kleine drie jaar valt te gaan, zijn de voorbereidingen gelijk al in volle gang. Een aantal pleegzorgorganisaties, georganiseerd in een aparte stichting, maakt zich hiervoor sterk. MOBIEL volgt de ontwikkelingen op de voet en zal er regelmatig verslag van doen.

Een kijkje achter de schermen

De organisatie van een IFCO-conferentie levert vooraf onverwachte vragen op in de trant van: 'Kunnen Kroatiërs nou wel of niet samen in een hotel met ex-Joegoslaven?', of: 'kunnen alle echtparen worden ondergebracht in 'small kingsize bed', ook als ze niet meer zo close met elkaar zijn?'
Prangender was de vraag naar onderdak toen in juli plotseling twee hotels niet meer beschikbaar bleken te zijn. Ook tijdens de conferentie was het een hele belevenis om te werken in zo'n andere cultuur, met andere menselijke verhoudingen. Het was als koken in andermans keuken, alles is anders, maar het resultaat is bewonderingswaardig. Je maakt je uitsluitend druk over dat deel waarvoor je verantwoordelijk bent, en daar wijk je vervolgens geen centimeter van af.
We voegden ons snel en moeiteloos in hun systeem, en zonder wederzijdse irritaties. We koesterden samen onze enige rol plakband, het handje vol paperclips en het enige pak kopieerpapier. Zuinig werden we ervan: plakband doorbijten!, verbogen paperclips repareren!, afvalpaper hergebruiken als kladpapier!
Ook voor veel deelnemers was het even wennen, maar met mime en improvisatie kwam je een heel eind in een land waarvan de taal moeilijk toegankelijk is.
IFCO 1998, een unieke ervaring, veel gelachen en veel geleerd. De Hongaren lieten ons zien dat een goed resultaat op een geheel eigen manier kan worden behaald, ook al begrepen wij niet altijd hoe het werkte.

Marga Rijcken en Jeanny Gijzen

Als STAP-medewerkers betrokken bij de organisatie van de IFCO-conferentie